Johan Bodegraven neemt na 33 jaar afscheid van zijn NCRV Uit brieven van lezers „Hoorspel is de mooiste vorm van radio" MAANDAG 2 JULI 1979 VARIA TROUW/KWARTET 6 door Fred Lammers HILVERSUM Jo- han Bodegraven, de man die gedurende 33 Jaar mede het gezicht van de NCRV heeft be paald, wordt morgen 65 jaar. Dat betekent dat hij na de vakantie periode met pensioen gaat. Het zal in het be gin voor beide partijen moeilijk wennen zijn, want Johans vertrek is definitief. „Ik stap er helemaal uit. Ver scheidene mensen maken zich daar zorgen over. Ze zijn bang dat ik in een gat zal vallen, omdat ik zo'n ge weldig bezet leven heb ge had. Regelmatig vragen ze me wat Ik ga doen als ik weg ben bij de radio. Nu, ik zie daar zelf helemaal niet zo tegenop. De vrijheid die ik zal krijgen: Iedere ochtend tijd hebben om de krant te lezen, er fijn met de caravan op uit trekken, lijkt me heer lijk. Er komen ook van alle kanten uitnodigingen om le zingen te houden voor vrou wenbonden en bejaarden- clubs. maar ik schrijf ze alle maal af. Laten de mensen me alsjeblieft een jaartje rust geven. Ik wil een beetje af van de terreur van mijn agenda." Heel Nederland kent hem. Joh an was de man van de spraakwaterval, het mast- klimmen. de vossenjachten en hoe die familiespelletjes, die hij in de loop der Jaren voor de microfoon bracht, ook mogen heten. Befaamd werden zijn nationale inza melingsacties. Het begon met „Haak-ln", de actie om in Parijs een milligram ra dium voor de kankerbestrij ding te kunnen kopen. „Dat kostte toen 80.000 gulden, in die tijd een vreselijk hoog bedrag, waarvan we ons af vroegen of we het ooit zou den halen." zegt Johan Bo degraven bijna dertig Jaar later. Maar het geld kwam er. Dat gebeurde ook bij de acties „Beurzen open dijken dicht"; „Goed Zo"; „4 x Z.N." en „Geven voor Leven". Geen scheldwoord Johan kreeg er al gauw de bijnaam „aartsbedelaar" door. ..Gerard Hoek. des tijds de grote man bij de NCRV. probeerde mij te troosten. „Denk er om, het is geen scheldwoord. Vergelijk het maar met de Geuzen," cel hij. Maar ik heb het er nooit moeilijk mee gehad, als ze het maar met een t schrijven zoals aartsbis schop." vindt de betrokkene zelf. Het was ook Gerard Hoek, die een belangrijke rol speelde bij het indlensttre- den van Johan Bodegraven bij de NCRV „Samen met studiochef Evert Lamme be naderde hij me in 1946 met de vraag of ik ervoor voelde de wekelijkse spraakwater val te leiden. Ze hadden me bezig gezien bij de padvinde rij in Utrecht. Maar dat was allemaal liefhebberij. Ik JOHAN BODEGRAVEN radio is zo vluchtig werkte evenals mijn vader bij de belastingen en daar had ik het best naar mijn zin. Met de radio had ik nooit iets te maken gehad. Het aanbod die spraakwa terval te leiden trok me ech ter wel aan en het was im mers maar een avond in de week. Het betaalde ook goed: 25 gulden per uitzen ding. Dat was een fors be drag net na de oorlog. Ik kreeg er een dubbel inko men door. Minister Llef- tlnck. mijn grote baas bij de belasting, moest ik wel om toestemming vragen, maar hij zette grif zijn handteke ning. Dat ging toen allemaal erg gemakkelijk." Johan Bodegraven voelde zich spoedig zo nauw betrok ken bij zijn nevenactivitei ten dat hij regelmatig schrif telijk ideeën aandroeg voor andere programma's o.a. om uitzendingen te wijden aan bepaalde streken van Neder land. Meneer Hoek „Er kwam echter nooit ant woord op. Meneer Hoek (HIJ is altijd meneer voor mij ge bleven. Je haalde het niet in Je hoofd hem bij zijn voor naam te noemen, omdat wat nu heel gewoon is toen nog niet gebruikelljkwas) durfde ik er niet naar te vragen. Ik zag hoog tegen hem op. Dat ben ik trouwens blijven doen. Ik heb erg veel van hem geleerd. Hij was een in ventieve man. die zijn mede werkers enorm wist te inspi reren." „Omdat er toch geen reactie kwam, stopte ik op een gege ven moment met het indie nen van plannen. Dat viel kennelijk toch op. want na twee maanden klampte Ge rard Hoek me aan waarom hij geen briefjes meer van me kreeg. We zijn toen gaan praten en bij die gelegen heid vroeg hij me of ik volle dig bij de NCRV in dienst wilde treden. Men wilde meer ontspanningsprogram ma's brengen, heel vooreich- tig allemaal. Het woord cabaret werd bij voorbeeld niet gebruikt. Men had het over klein kunst. Daar heb ik echt wel even over moeten denken. Je liet als rijksambtenaar een boel zekerheden achter Je. Met name de pensioenen waren bij de omroep nog niet zo goed geregeld." Uit eindelijk zei Johan toch ja, al dreigde zijn benoeming op het laatste moment niet door te gaan. „Dat was toen ik vertelde gereformeerd te zijn. Kort voor mij waren er twee gereformeerden be noemd, zodat het evenwicht danig verstoord dreigde te worden. „O hemel, dat kan niet, we hebben toch al de naam dat we een gerefor meerde omroep zijn," riep Gerard Hoek geschrokken uit. Dat is de enige keer dat ik hem zo'n uitdrukking heb horen bezigen. Maar hij kon moeilijk meer terug. ,De vol gende keer als we een nieu we medewerker moeten aan trekken zullen we beginnen hem te vragen of hij her vormd is.' besloot Hoek." Omroepen De eerste tijd bij de radio was Johan. naar hij vertelt „manusje van alles". Hij was druk met de steravonden maar maakte ookreportages voor „Vandaag", de radio krant van Nederland, waar mee de NCRV de actualitei ten snel in de huiskamers bracht. „Het gebeurde ook wel dat ik ineens moest in vallen als omroeper. Het was een heel kleine club waarin je functioneerde. Veertig mensen hadden we toen, nu lopen er vierhonderd rond. En dan waren er nog de hoorspelen. Na daarvoor speciaal te zijn opgeleid heb ik die vijf Jaar lang geregis seerd. Dat was een heel mooie tijd. Ik was zo met die hoorspelen in de regel heel lange series bezig, dat ik er nadien nauwelijks afstand meer van kon doen. Met het script van Davjd Copperfield heb ik nog maandenlang rondgelopen. Hoorspel is de mooiste vorm van radio. Dat vind ik nog steeds. Alles komt er aan te pas. Dat geldt ook voor de luisteraars. Bij een hoorspel maken de mensen hun eigen decor. BIJ de televisie is de illusie weg en dat is een ver arming." Johan Bodegraven ontkomt er niet aan met het afscheid voor de deur terug te blik ken. „Je moet daarbij oppas sen, dat je niet gaat idealise ren. Feit is echter dat alles tegenwoordig veel professio neler gaat. Ik geloof wel dat we vroeger onder elkaar veel meer plezier hadden. Het pu bliek was vroeger minder verwend en minder kritisch. De mensen vonden het niet erg als je eens uitgleed." Johan is, terwijl collega's nogal eens van omroep ver anderden. de NCRV altijd trouw gebleven. „Ze hebben me trouwens nooit gevraagd bij een andere omroep, om dat ze wisten dat ik een NCRV-man was. Dat kwam voort uit mijn opvoeding. Ik ben opgegroeid met de kna pen- en de jongelingsvereni ging, was als kind al ver trouwd met de NCRV. Ik ben typisch een jongen uit die generatie." Dat heeft me in dat radio werk onbewust ook getrok ken. De C in NCRV betekent veel voor me en dat bedoel ik echt niet zalverig. Werken ten algemene nutte met toch die diepere achtergrond was de basis van mijn bezig zijn. „Dat is nooit zo sterk naar voren gekomen als bij de ac tie voor de bouw van een diaconessenhuis in Parama ribo, toen ik op een feestelij ke avond voor de microfoon een gedeelte uit 1 Corinthe 13 (het hooglied van de lief de) heb gelezen om de naam van de actie, die niemand begreep, 4 x Z.N., te verkla ren: de liefde, zij zoekt zich zelve niet. Dat zoiets kan bij de NCRV. daar ben ik dank baar voor. Je weet nooit wat ervan blijft hangen bij an dersdenkenden die luis teren". Al brachten andere acties vaak veel meer op, toch be waart Johan Bodegraven aan de inzameling voor dat ziekenhuis in Suriname de meest prettige herinnerin gen. „In tegenstelling tot die andere acties zie je bij dat diaconessenhuis veel direc ter resultaat. Dat gebouw staat er als een monument van liefde." Mr. Roosjen Gedurende al die jaren bij de radio heeft Johan Bode graven het nodige meege maakt. Toch denkt hij er niet over, zoals enkele colle ga's hebben gedaan, zijn herinneringen te boek te stellen. „Anekdotes maken zo'n boekje leesbaar, maar het is veel aardiger als je die de mensen zelf hoort vertel len, al is het wel een voordeel dat je in een boek iets kunt vastleggen voor later. Radio is zo vluchtig. Als de uitzen ding is geweest is het voor bij. In het gunstigste geval staat het op de band, maar wanneer draai Je die af. Dat (foto: Jaap Herschel i vlinderachtige van radio heb ik vanaf het begin een na deel gevonden." Aan anekdotes heeft Johan geen gebrek, bijvoorbeeld zijn laatste ontmoeting met de vroegere NCRV-voorzit- ter mr. Roosjen. „Dat was twee maanden voor zijn dood. Eerst had- hij wat be verig thee ingeschonken en zelf een grote sigaar opge stoken. Na een poosje zei hij met zijn karakteristieke stemmetje, dat gelukkig voor later is vastgelegd, 'Wil je jus d'orange?' Ik knikte en hij ging een flesje en een glas halen. Daarna liep hij weer naar de kast om zich zelf een dubbele jonge in te schenken. 'Proost', zei hij, zijn glas heffend. Ik had ook wel een jonge klare gelust, maar daar vond hij me zeker te jong voor. Het was Roos jen ten voeten uit." Teleurstellingen zijn Johan Bodegraven niet bespaard gebleven. Zo heeft hij het erg moeilijk gehad met de versnippering in de omroep en de komst van de E.O. „Hoewel de Evangelische Omroep er op een democra tische manier is gekomen heb ik er de noodzaak nooit van ingezien. Misschien heeft de E.O. ergens een cor rigerende werking gehad op sommige dingen bij de NCRV, zijn we er ons door bewust geworden dat we be paalde zaken niet ernstig ge noeg hebben genomen, maar dat we zaken hebben laten liggen ontken ik." Ondanks dit alles blijft Jo han Bodegraven in de radio geloven. „De radio heeft toe komst. Dat heb ik altijd ge zegd, ook toen velen een jaar of tien geleden dachten dat dit medium door de op komst van de televisie een aflopende zaak was. Vooral wat actualiteit betreft houdt de radio een voorsprong op de televisie." Bootvluchtelingen Hoelang is het geleden, dat de goege meente haast in elke. preek 's zondags in de kerk of in artikeltjes van theolo gen enz. op haar hart gedrukt kreeg dat Zuid-Vietnam zo nodig „bevrijd" moest worden. Hoe kan dat dan, dat die zogenaamde bevrijde Vietname- zen nu zelfs tot in Nederland komen vluchten? Is die bevrijding dan toch niet zo best als ons werd voorge houden? Velsen J. G. Bosman-Geurkink heel anders zou hebben uitgepakt Dat al die ellende niet nodig was geweest als de heer Aantjes zelf open kaart had gespeeld, daaraan gaat Trouw opnieuw voorbij; weer wordt gesuggereerd dat het spreken van De Jong erger was dan het zwijgen van Aantjes. Ook nu is er weer sprake van twee letters die hem de das hebben omgedaan. Die aanduiding werkt ver sluierend en gaat volkomen voorbij aan de wereld van leed die die twee lettertjes vandaag de dag nog oprqe. pen voor duizenden mensen. HALLE Bert Aalbérs Bootvluchtelingen (4) Aantjes (10) De bij de „tekening van een lezer" geplaatste vraag (26 juni) wordt te recht gesteld. Inderdaad zouden al diegenen, die in de Vietnam-tijd aan gedrongen hebben op het vertrek van de Amerikanen, omdat alles beter leek dan die gruwelijke oorlog, over hun ontgoocheling heen moeten stap pen en de handen in een moeten slaan om de bootvluchtelingen te hel pen. Wel vraag ik me af hoe het nu eigenlijk zit met die mensen die des tijds niet in beweging te krijgen wa ren, omdat ze zeker wisten dat met de komst van het communisme de hel zou losbarsten (en inderdaad). Die zich in het algemeen van vrijwel elke actie distantiëren en actievoerders tot wanhoop brengen door hun voor te houden dat ze eerst maar eens tegen Rusland en dergelijke moeten demonstreren. Je zou verwachten dat die nu massaal tot hulpverlening overgingen. Maar daar merk ik ook maar zo weinig van. Het probleem is echter te ernstig om met elkaar op de vuist te gaan over de vraag wie zich nu het lot van deze vluchtelingen het meest aan moet trekken. Hilversum M. H. van Di jk-Steinfort Bootvluchtelingen (5) Het lot van de tienduizenden Vietna- mezen kan me vervullen met door machteloosheid opgewekte woede. Zodoende kan ik instemmen met het slot van het artikel van Johan ten Hove, 23 juni. Wanneer het westen zich niet inspant om op grote schaal deze vluchtelingen op te nemen, ver dienen we nog minder de naam van „het christelijke westen". De geschie denis herhaalt zich alweer, volkeren moord, discriminatie nu vanuit de communistische ideologie. Zolang wij nog niet in zo'n kooi zitten, kun nen we nog iets doen. Het Nederland se volk kan tientallen miljoenen op brengen en daardoor solidariteit to nen met de mens in nood, dichtbij en ver. Arnhem A. G. Vrolijk Geen water van de zee kan Aantjes schoonwassen. Dat ben ik helemaal eens met de heer Stein, maar wat wel schoon wast? Het Bloed van Jezus Christus wast nog witter dan sneeuw; Het reinigt van alle zonden. En ik dacht dat Aantjes zijn vertrouwen bi kiezers die er ook zo over denken (ei dat zijn er, Gode zij dank, nog velen, niet heeft verloren. Ik dacht dat ook hier passen de woorden van Jezus; Oordeelt niet opdat gij niet geoor deeld wordt. deeld wordt. Zaandijk W. Siegers Verpleegsterstekort Een familielid, pas geopereerd, viel 'k nachts uit zijn bed en bleef daar onopgemerkt liggen. In Nederland worden verpleegden in ziekenhuizen slecht verzorgd. Door gebrek aan per soneel. Waarom geen meisjes inge schakeld? Jongens moeten onder dienst, meisjes hebben geen enkele verplichting tegenover het Neder landse volk. Dat is onlogisch en on eerlijk. Overigens is het wel goed dat de toekomstige moeder leert wat hy giëne, voeding, ontstaan en ontwik keling van een baby is. Als toekom stig echtgenote mag zij best leren wat en hoe een man is. Vooral wanneer hij' ziek is. De verpleging is in gevaar!. Doe als Israël. Schakel meisjes li). Help de meisjeswerkloosheid bestrij» den. Hef het verplegerstekort op. Wel ke regeringspartij neemt hiertoe hè£ .initiatief? Kampen H. J. Overweg, Aantjes (9) In haar commentaar doet Trouw als of er nu ineens een heel nieuw licht op de zaak Aantjes gevallen is. Maar is dat werkelijk waar? Het enige ver schil met vorig jaar is dat Aantjes geen bewaker maar gevangene was in Port Natal. Al het overige was be kend. Het belangrijkste uit november '78 is door de nu uitgekomen rappor ten alleen maar bevestigd: Aantjes heeft bewust een belangrijk feit uit zijn leven verzwegen toen de vraag naar de politieke verantwoordelijk heid zich voordeed. En waarom deed hij dat? Uiteraard omdat hij zich rea liseerde dat het bekend worden van zijn lidmaatschap van de Germaanse SS gevolgen zou kunnen hebben voor zijn politieke loopbaan. Wie zorgvul dig en opzettelijk feiten verewijgt, loopt daarmee het risico dat anderen die gaan onthullen en moet zich ach teraf dan niet gaan beklagen dat de zaken verkeerd worden voorgesteld. De heer Aantjes en niemand anders dan hij is daar voor verantwoordelijk. Hij had dat kunnen voorkomen door de werkelijke toedracht zelf uiteen te zetten in een rustig klimaat. Ik ben ervan overtuigd dat een en ander dan Bezuinigen (5) Ja het is onbegrijpelijk dat wij dat- allemaal zo goed weten en toch maar blijven doorgaan op de manier van, altijd. Toch volg ik met grote verbijstering het nieuws op de tv en radio, want in de meeste gevallen wordt het nieuws gevolgd door de reclame van allerlei soorten energie verspillende appara ten, o.a. elektrische apparaten voor de keuken. Moulinex-blikopener' messenslijper, enz. enz. en dan de apparaten voor de tuin, elektrische tuinschaar-maaimachine, enz. in eri om het huis, allemaal energiezuigefl- de en vretende apparaten. En stel je voor dat wij die dingen ineens ook niet meer kochten, dan weer nieuwe werkeloosheid. Wat een ellende, wat moet je nu wel en wat 'moet je nu niet doen. Kunnen wij noe wel blijven zingen: „Wat de toekornsl brenge moge die toekomst ligt toch in onze eigen hand op dat gebied. Nee, dan die brief van en over e$i\ DROOM, uit Trouw van maandag juni. Ik zou bijna willen vragen, die brief nog eens op te nemen. En me neer of mevrouw J. J. Steenbergen- Huiser, als het zou kunnen, maak et'. een „Europa-stunt" van. De wereld;- onze wereld moet weten waar we naar, toe gaan in deze zo beschamends levensstijl en levensmentaliteit. Rozendaal Zr. F. Vos tet BI we ee SE Sp no lai ee: Nai bor bra tra, bin ine: cie lan ner v&r bel dis daa mal was een heb het van bon was niet Zat< won Bel( brar hooi drac Onder redactie van mevrouw J. Wentink-Frumau en mr J. J. Wentink Vragen uitsluitend in envelop sturen naar postbus 507, 2270 AM Voorburg. Per vraag een gulden in postzegels, het liefst in waarden van 55 en 45 cent bijvoegen. Beslist niet aan de buitenkant opplakken. Geheimhouding verzekerd. Briefkaarten worden terzijde gelegd. Mededeling: In verband met onze va kantie hebben we de correspondentie zeer beperkt. De in deze rubriek opge nomen vragen en antwoorden werden niet zoals gebruikelijk voorafgegaan door een persoonlijk schrijven Wat minder geschikt voor publlkatie is, blijft wachten tot na onze vakantie. VRAAG: Zijn de strips Fosdyke Saga en Ferd'nand ook in boekvorm verschenen? ANTWOORD: Volgens onze gege vens komt de eerste strip van Pers. 111. te Kopenhagen en de tweede van een bureau te Amsterdam, als strip, niet ais boek. Iets anders ls het met de Asterixpublikaties. De grote prenteboekachtige uitgaven kan men overal kopen en de verschijning van een vers exemplaar wordt daarbij heel snel gesignaleerd. Wij vernamen van een bevriend leraar, dat hij Aste- rlx In de originele Franse taal als lesmateriaal gebruikt. VRAAG: Onze hond (8 Jaar. reu) plast nogal eens ln huls op de vaste wollen vloerbedekking, steeds op de zelfde plaats. Wij deppen met lauw water en drogen dan na met handdoe ken. maar het mikt heel erg vies. Heeft u een oplossing? ANTWOORD: Als een hond van die leeftijd niet huiszindelijk is, wanhoop ik wel aan zijn gedrag in de toekomst In elk geval zal men het dier vaker moeten uitlaten en bij afwezigheid zal de hond op een plaats moeten verblijven waar een gemakkelijk te reinigen vloerbedekking of tegelvoer is Wat de verontreinigde plaats in de kamer betreft Dat gedeelte moet u er natuurlijk uitknippen en vervangen. Spuit in die hoek eens met Repper- spray en herhaal dat nu en dan (Sabri pet supplies Oosterhout). Bespreek het geval ook eens met uw dierenarts. Misschien zal een ingreep nodig zijn. Bij verdere correspondentie gaame voldoende zegels bijvoegen. Noodkreet: De brief van mevrouw Groot uit Enkhuizen leent zich niet voor beantwoording in de krant. Aan gezien mevrouw Groot veel naamge noten heeft in deze stad. haar eigen voorletters, adres en postcode niet vermeldt, kwam de aan haar gerichte brief terug. Een vriendin met dezelfde naam. maar eveneens zonder duide lijke verdere gegevens, verweet ons onzorgvuldigheid. De aan deze vrien din gerichte brief kwam ook terug. Graag willen we behulpzaam zijn, maar helderziendheid moet men niet van ons verwachten. VRAAG: Over de opleiding van am bulancechauffeur. ANTWOORD: Onze vraag hierover bij de GGD te 's-Gravenhage werd zeer onvolledig cn gehaast beant woord. waardoor de Indruk werd ge wekt, dat slechts zij. die het examen verpleegkundige A en B achter de rug hadden zich verder voor ambulance- chauffeur zouden kunnen bekwamen. Tijdens de opleiding (ongeveer zeven jaar) zcu men dan wel vernemen hoe het verder moest Een van de colle ga's van de persdienst (voorlichting) Volksgezondheid vertelde het volgen de: De bezetting van een ambulance ls meestal de chauffeur en de begelei der De laatste een verpleegkundige A en B De chauffeur moet in de eerste plaats een goed vakman zijn en daar komt ook wel het een en ander extra aan te pas. Daarnaast is hij betrokken bij het Jaden en los sen". Volgens mijn zegsman ver wacht men in de late herfst van dit Jaar een advies van de speciale com missie ambulancechauffeur en de be geleider aan de staatssecretaris. Met andere woorden: die opleiding ls er zeer beslist nu nog niet. De vragen steller krijgt een heleboel van zijn mooie kinderpostzegels terug. Zoveel was beslist niet nodig, zelfs als wij zijn brief, waarin de vragen alle vier op hetzelfde vlak liggen, zowel tot zijn ais tot ons genoegen volledig hadden kunnen behandelen. Maar het gebruik van klndereegels ls toch wel iets, dat navolging verdient: Bij een grote correspondentie tikt zoiets voor een goed doel altijd aardig aan. 't Hoeft natuurlijk niet, maar Juist de vriendelijke dingen die niet moeten of „hoeven", maken het leven zoveel prettiger. Ja voor een goed doel lopen we altijd graag warm. VRAAG: Een paar maanden geleden kwam ln uw rubriek nogal eens iets voor over de Turfmeetster en haar werk. Zoudt u misschien uw corres pondentie over dit onderwerp, ais die nog niet in het „ronde archief" of wel de prullenmand verdwenen ls. af wil len staan aan een van de werkgroe pen „vrouwengeschiedenis", die mo menteel aan de meeste universiteiten gegevens over vrouwen en hun werk verzamelen. ANTWOORD: Helaas moest lk de vragenstelster even laten wachten: Het is echter zo. dat het handige apparaat, waarin zoveel kan worden opgeborgen op onze afdeling vrijwel niet in gebruik ls. want alle brieven met de antwoorden worden vrij lang bewaard, maar we geven ze ook niet uit handen. Mij is echter bekend dat het in de bedoeling ligt een AO-boek- Je aan dit onderwerp te wijden, wan neer weet ik niet en wie het zal schrij- ven evenmin (ik niet in elk geval). Misschien na mijn vakantie een en ander samen nog eens door te nemen en toe te lichten, want het is een aardig onderwerp, zeker voor iemand die tijd en mogelijkheid heeft om er verder op in te gaan. VRAAG: Zegt de naam P. Signac u iets? ANTWOORD: Paul Signac (1863-1935) geboren en overleden te Parijs, als schilder beroemd, maar ook zeer gewaardeerd door zijn publi caties onder andere d'Eugène Dela croix au Neo-impressonisme, een boek dat geldt als een van de beste werken over dit onderwerp, verder in de Encyclopedie Franqaise en zelfs lang na zijn dood in de Gazette des Beaux Arts 49/53. Na zijn debut, beïn vloed door Monet, werkte hij later bij voorkeur samen met Georges Seurat. Om deze kern groeide een toegewijde kring bevriende neo-impressionisten, die ook na de dood van Seurat in 1891 bleef bestaan. Behalve vrijwel alle Franse zeehavens „bevoer" hij ook Constantinopel en Nederlandse ha venplaatsen. Het liefst was hij in St Tropez, een plaatsje waarvan nog bij na niemand het bestaan wist. Van hem zijn zeer veel werken over teke ningen, aquarellen en grootst opge zette schilderstukken, waarin zijn be zetenheid voor harmonie, licht en kleur tot uitdrukking kwam. Als toe gevoegde bijzonderheid: Signac was een van de eerste die een doek van Matisse heeft gekocht. Vraag: Ik kocht op een rommelmarkt een setje aardewerk, een luciferstan daardje, een asbak en een sigarenbe- kertje. Felle kleuren paars, groen lila, donkerrood. Volgens de verkoper Goudaplateel, dat niet meer gemaakt werd. Inderdaad staat er Gouda Hol land op de onderkant, met was te kentjes en wat lettertjes. Het was heel erg goedkoop en ik kocht het eigelijk voor de grap, maar toch zou ik graag iets meer over Gouda plateel willen weten. Antwoord: Het Goudse aardewe) was voor velen in de vooroorlogi jaren meer dan een begrip en werd in een adem genoemd met pijpen, kaf' en stroopwafels. Er zijn heel wat brieken van tinglazuur of loodg# zuuraardewerk geweest. Als eerste fajj brikant wordt genoemd Willem Jartsz' (1621). Het zou wel goed zijn als u dl? tekentjes had overgenomen. Namens als Zuid-Holland Gouda, Goedewa; gen, Zenith, Gouda/Holland, Brottf wer, de Kleiweg/Lanooy blijven op deze manier losse kreten. Vraag in ufl woonplaats in de bibliotheek eens naar een boek over aardewerk. Wel licht heeft men iets voor u. Vraag: Wat is dit voor een merkwaar dig vignet, dat men ziet op muren en tramhuisjes? Antwoord: Uw tekening was niet erg ontr duidelijk; volgens een nog jonge huis genoot ZOU dit een hprUonniricrctAlfpn zijn van de NVU. Het is opschriften en kreten op muren enizelft wachthuisjes of deuren te negereitigon Zolang de mensen leerden schrijveijtege was het leuk of opwindend ergens|jaar stiekem in te krassen, om iemand^büit anders te ergeren of zonder meer zicMüaar hinderlijk op te laten vallen HeeWbëta vroeger heeft iemand mij betrapt, tergde d wijl ik op een net gewitte muurtweei schreef: Wie dit leest is gek. Degene die het las, was wel erg kwaad in elfcïn di geval. Eerst wegkrabben en bijschü-'ETA ren en dan weer witten. Het duurdefte n lang voor alles weer netjes en goedge keurd was. Daama dacht ik: En wiepvet het doet is nog gekker. Deze rubriek is uitsluitend bestemd voor korte reacties op in deze krant gelezen berichten, artikelen en commentaren, en niet voor open brieven, gedichten, oproepen of reacties op advertenties (deze laatste dienen tot de directie gericht te worden). De redactie, behoudt zich het recht van bekorting voor Hierover ol over het niet plaatsen (meestal door ruimtegebrek) kunnen wij helaas niet corresponde ren. Brieven adresseren aan Secretaris hoofdredactie Trouw, Postbus 859,1000 AW Amsterdam. Bij publikatie worden naam en woonplaats van de schrijver vermeld.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Nieuwe Leidsche Courant | 1979 | | pagina 6