lürtiwr $riïtsdjr (ümtrant De „Simon Bolivar" op een mijn geioopen Dagelijks verschijnend Nieuwsblad voor Leiden en Omstreken Schip na twee explosies ge kapseisd en gezonken ïemEistsprijs: in Leiden en in plaatsen Neen agentschap gevestigd is 235 post 2.35 -f portokosten 0.18 Buitenland bij wekelijksche ig4.50 Pïjksche zending5.50 V Alles bij vooruitbetaling |jnmers 5 ct. met Zondagsblad 7'/i Ct Bureau: Breestraat 123 - Telefoon 22710 (na 6 uur: 23166) - Postbox 20 - Postgiro 58936 MAANDAG 20 NOVEMBER 1939 20e Jaargang atrtjtrtentiepripen: Van 1 tot 3 regelsf L17'/« Elke regel meerO-22''1 Ingezonden Mededeelingen van 1-5 regels2*30 Elke regel meerO-45 Voor het bevragen aan 't bureau wordt berekend No. 6861 In storm mijnengevaar Vondag de storm raast, meldt de "maandag ongevallen. Wan fter een orkaan boven een zee fparin oorlogsmijnen hun sinister b, dan staan ons rampen te f jrgen gierden de stormvlagen om bouwen en de stem van den pre st vaak bijna onverstaanbaar. On- Ide er bovendien in veler harten, i radioberichten hadden melding Qran de ramp met de Simon Boli de K.N.S.M. en niemand wist nog lenschenlevens hierbij te betreu- L Waren er ook Nederlanders bij (en familie en vrienden? De on was uitermate groot. bleek, dèt er ook Nederlanden f gelukkig, de overgroote meerder- hen is wel gered, maar wellicht ibi bemanning en passagiers toch #jderlanders omgekomen, terwijl er êig gewonden zijn. Dat is ons deel cn oorlog. 1 vragen we altijd direct of rlanders bij zijn? Is het dan zoo /|dat menschen van andere natio- Jfenkomen; dat in dit geval b. jgen, van huis en haard verdreven ikend naar een nieuwe woonstede rde, het gehoopte Kanaan niet be zeil hun graf in de golven vonden? staat het niet. Maar het is met ^ch nu eenmaal zóó gesteld, dat ■op een afstand hem vaak vrijwel laat, doch dat zijn hart gaat C^ls er landgenooten, of sterker lis er familie en vrienden bij be- I iijn. Dat geldt reeds in normale Bveel te meer nu in oorlogstijd, fls eerlijk zijn: de wreedheid der ^Jing stompt van lieverlede onze r" elens af. Wanneer vliegers niet basis terugkeeren", dan denken luwlijks bij na, dat een of meer ens zijn afgesneden. En als ver Üuikbnot xinL-t, aan tellen we het oden nauwlijks meer. Dat alles is maar het is werkelijkheid en 't is we ons van de waarheid daarvan en. Om alzoo tot inkeer te komen, vraag of het Engelsche dan wel mijnen waren, of zij opzettelijk in wel losgeslagen waren van de Jehoeven we ons hier niet in te in elk geval het wreede oor- o'f, dat deze ramp over gezinnen bracht Tegen woedende stormen >®gben als de „Simon Bolivar" in Sen gesproken wèl bestand; tegen mijn houdt geen enkel §t uit en ditmaal deden blijkbaar g_jien hun verwoestend werk. ®n'e geredden danken God en hun ™2ian wie er ve'en prachtig, mensch- c rjL3verk deden. Op zulke tijden komt *o° beste in den mensch tot uiting: n' sgeet zich zelf en offert zich voor c» Hier schoot men van alle kanten g „«en groote dankbaarheid heerschte 2.5 garten toen ze uit de kokende, met a 2 geurde golven gered waren. Maar g' -ï>k slachtoffers; wellicht om en bij S. jrd gezinnen zijn uit elkaar gerukt 5» n geheel omgekomen. de oorlogsellende. Dat zijn de ge zan een ramp, welke de mensch- r zich zelf haalde. Kan deze ramp q.o.meewerken om steeds meer afkeer 1 oorlogsgruwel te wekken; het zal *j~yugen. Als velen, die nu weer her- S|3jn aan de kortstondigheid van het 2 g |eren beven voor Gods rechtvaar- het zal een zegen zijn. Doch wij EJajhet niet verder brengen dan tot g;g)oze deernis met hen, die door deze rtSrsoonlijk of in hun familie getrof- ^°flen; God alleen kan troost schen- pot Zeeland zet dienst op Engeland stop géetie van de Stoomvaart Maatschap- heeft besloten den geregelden ="3op Engeland voorloopig tot nader 5 'P te zetten. De laatste boot i6 Zater- 3 ,"en naar Engeland vertrokken en dag terugkeeren. •ortvliegtuig neergestort Echtpaar gedood ABA JA, 19 Nov. (Aneta). Op het d Darmo is een sportvliegtuig, be door den officier-vlieger van den luchtvaartdienst J. B. Sanders, neer- De heer Sanders en zijn echtge- ie meevloog, werden gedood. Het on- esohiedde onmiddellijk na het op- van het toestel. 'OL ONTSLAG BURGEMEESTER VAN BOLSWARD on. besluit van 17 November is aan r a a m s m a op zijn verzoek, met in- an 30 November 1939, eervol ontslag d als burgemeester der gemeente fard.met dankbetuiging voor de rige diensten, als zoodanig bewezen. Ongeveer 300 geredden, waaronder 30 gewonden Ruim honderd opvarenden worden vermist Een scheepsramp als in geen jaren is voorgekomen Een ramp, zooals in geen jaren is voorgekomen, heeft Zaterdag de Nederlandsche scheepvaart getroffen. Nabij de Engelsche kust is het 8300 ton metende stoomschip „Simon Bolivar" van de Kon. Ned. Stoomboot-Maatschappij te Amsterdam op een mijn geioopen. Blijkens mededeelingen van geredden werden kort na elkander twee vreeselijke ontploffingen gehoord. Even na de tweede explosie kapseisde het schip. Het zonk binnen weinige oogenblikken. De ramp geschiedde ongeveer 20 mijl uit de kust. Aan boord bevonden zich naar schatting 400 opvarenden. Hiervan zijn de namen van 272 geredden bekend. Van de 130 leden der bemanning zijn 104 namen van geredden bekend. Van de 111 Nederlandsche passagiers komen 87 namen voor op de lijst der geredden. Óver het lot van 128 personen verkeert men nog in onzekerheid. Twintig menschen moeten zich nog aan land bevinden, die nog niet zijn geïdentificeerd. Het aantal vermisten zou dus ruim 100 bedragen. Onder de geredden, die te Londen zijn aangekomen bevin den zich 15 jonge kinderen en 6 zuigelingen. Bij de ramp werden 15 personen zwaar en 15 andere tamelijk zwaar gewond. Het schip vervoerde 260 passagiers, hiervan waren onge veer 90 van Engelsche en 50 van andere buitenlandsche nationaliteit, vooral uit Duitschland en andere Centraal- Europeesche landen. Onder de Nederlandsche opvarenden waren 71 employé's met hun gezinsleden van de Bataafsche Petroleum-Maat- schappij. Hiervan worden nog ca 15 personen vermist. Het s.s. „Simon Bolivar" is in 1927 door de Rotterdamsche Droogdok Maatschappij te Rotterdam gebouwd en mat 8309 bruto en 5027 netto ton. Het schip heeft in den geregelden dienst van Amsterdam op West lndië gevaren. De „Simon Bolivar" was op weg van Amsterdam naar West- ïndië, en Vrijdagavond van Amsterdam vertrokken. Het schip had een volle lading stukgoederen aan boord. Van de lading is niets geborgen. O.m. is verloren gegaan de kunst collectie van den vroegeren Duitschen metaalfabrikant Göritz, wiens groote verzameling kunstvoorwerpen en kunstnijverheidsproducten uit de Wiener Werkstatten voor zijn vertrek naar Chili gedurende 14 dagen in het Stedelijk Museum te Amsterdam in het begin van deze maand werd geëxposeerd. Volgens bovenstaande gegevens zijn dus de namen van 272 geredden bekend. In totaal bevonden zich, zooals gemeld, 400 personen aan boord waarvan 130 tot de be manning en het civiel personeel behoorden. Van deze 130 personen zijn thans de namen van 104 geredden bekend. Het aantal Ne derlandsche passagiers bedroeg 111, waar van er tot dusverre 87 voorkomen op do lijst dergenen, die aan land zijn gebracht. Men verkeert dus nog in onzekerheid om trent het lot van 128 opvarenden, waarvan volgens het opgegeven totaal aantal gered den, zich ongeveer 20 personen aan land moeten bevinden, omtrent wier identiteit nog geen berichten zijn binnengekomen. Dit houdt mede verband met de omstan digheid, dat de schepelingen over talrijke ziekenhuizen zijn verdeeld. Naar de heer D. Hudig, directeur van de K.N.S.M., mededeelde, is het daarom niet uitgesloten, dat nadere mededeelingen over deze personen spoedig zullen worden be kend gemaakt. In ieder geval staat het zoo goed als zeker vast, dat bij deze ramp ruim 100 personen om het leven zijn geko men. Naai- onduidelijkheden in de reeds verstrekte opgaven wordt door de K.N.S.M. in Engeland nog navrage gedaan. Aangezien de gegevens omtrent de ge wonden onvolledig waren en sterk uiteen liepen, zoodat men zich over hun toestand geen duidelijk beeld kon vormen, is de chef van den medischen dienst der K.N.S.M., dr e r i n s o h n, vanochtend per K.L.M.- vliegtuig naar Londen gegaan om zich per soonlijk op de hoogte te stellen van de situatie. De definitieve lijst der vermisten zal eerst na dit onderzoek officieel kunnen worden vastgesteld. Een groot verlies De heer Hudig was zooals van zelf spreekt door de ramp zeer geschokt. In de eerste plaats ging zijn deernis uit naar de achtergebleven betrekkingen van beman ning en passagiers en naar hen. die bij deze catastrophe gewond werden. Hij stelde de bijzondere medewerking van onzen gezant te Londen en diens staf en ook de hulp van de Engelsche autoriteiten op hoogen prijs. Met den gezagvoerder, den heer Voorspuy. verliest de maatschappij een zeeman met een uitstekende reputatie. Hij was reeds vele jaren in dienst van de K.N.S.M. en had reeds in de jaren 19141918 de oorlogsgeva ren op zee leeren kennen. Zooals men zich zal herinneren was de „Simon Bolivar" op 9 November j.l. van een reis naar de West in de Amsterdamsche haven teruggekeerd. In verband met de vertraging op de thuisreis, veroorzaakt door de contrabande-controle in Engeland, moest het schip reeds acht dagen later opnieuw zee kiezen. Kapitein Voorspuy, dien wij destijds bij de aankomst in zijn hut opzochten, was ondanks de risico's welke in dezen oorlogs tijd aan de scheepvaart zijn verbonden, vol goeden moed en reeds onmiddellijk begon hij met de voorbereiding van de nieuwe reis, welke zulk een vreeselijk verloop heelt gehad. Verdeeld naar de nationaliteit bevonden zich behalve de Nederlanders nog de vol gende aantallen passagiers aan boord: 47 Duitschers, 1 Noor, 1 Deen, 5 Spanjaarden, 77 Engelschen, 2 Chineezen, 5 inwoners van het protectoraat Bohemen-Moravië, 3 perso nen uit Honduras, 4 uit Columbia, 1 uit Haiti en 8 statenloozen. Gangen met stoom gevuld Mevrouw S a n d i f o r d, de vrouw van een bankier uit Trinidad, heeft bij haar aankomst te Londen een relaas gegeven van de omstandigheden waarin de ramp met de „Simon Bolivar" zich heeft afge speeld. Zij bracht hulde aan de bemannin gen van de vaartuigen welke aan de red ding der opvarenden van het Nederland sche schip hebben deelgenomen. De toonec- len aan boord beschrijvende, zeide zij: „Ik ging naar mijn hut om iets voor mijn dochter te halen en kort daarop hoorde ik een verschrikkelijke ontploffing. Ik wag gelde door de donkere gangen, die met De „Simon Bolivar" van de K.N.S.M. stoom gevuld waren en vond mijn echtge noot gewond op het bovendek. Met mijn man en mijn dochter begaf ik mij in de zelfde reddingsboot. Het zonnedek was met water overspoeld toen de eerste officier het verliet. In de reddingsboot bevond zich een verpleegster uit Schotland, die in weerwil van haar rugwonden de anderen verzorgde. Ik geloof, dat een aantal menschen in het voorschip en in de benedenruimte de uitweg werd afgesneden. Verscheidene per sonen zag ik uit hun hutten de gangen in kruipen. Er was niemand die hen er uit haalde. Toen wij aan land waren gebracht en ons in een wachtkamer bevonden, werd er luchtalarm gemaakt en moest iedereen zich naar de schuilplaatsen begeven, ook de gewonden op de draagbaren werden daar heen gebracht. Een probleem bij het red dingswerk was, dat de overlevenden zóó met stookolie overdekt waren, dat de auto riteiten dringend benzine lieten aanrukken om hen schoon te maken. Het was niet mogelijk te zien of er blanken onder ons Zie verder elders in dit blad Wie legde de mijn? Over en weer beschuldigt men elkaar Zoowel in de Britsche als in de Duitsche pers wordt hevig gediscussieerd over de vraag, welke van de oorlogvoerende par tijen de mijn heeft gelegd, die de oorzaak werd van den ondergang van de „Simon Bolivar". Over en weer geeft men elkander natuur lijk de schuld. In officieele kringen te Lon den verklaart men, aldus Reuter, dat de „Simon Bolivar" zonder twijfel op een Duit sche mijn geioopen is. Er waren geen Brit sche mijnen in de buurt. Overeenkomstig het internationale recht zijn alle Britsche mijnen zoo gemaakt, dat zij onschadelijk worden, wanneer zij van haar ligplaatsen losslaan. Wij weten, aldus het Britsche nieuwsbureau, dat dit niet waar is van alle Duitsche mijnen. De Duitsche duikbooten maken er een gewoonte van, mijnvelden te leggen in de vaarwateren, welke door de koopvaardijschepen gebruikt worden aan de Westelijke zijde van de Noordzee. Als bewijs hiervoor wordt genoemd, dat aan de Britsche Oostkust veel Duitsche mijnen aanspoelen. In gezaghebbende Duitsche kringen wordt ?ze bewering een echte pi-opagandaleugcn genoemd. De Duitsche admiraliteit heeft een onderzoek ingesteld, waarbij kon worden vastgesteld, dat de „Simon Bolivar" gezon ken is op een punt. waar geen Duitsche mijnenvelden bestaan. Voorts wordt volgens United Press verklaard, dat Duitsche ma- •experts de drijfrichting hebben kunnen vaststellen van mijnen, die uit de mijnen velden losslaan. Daardoor kon opnieuw be- tn worden, dat 't onmogelijk is, dat een Duitsche mijn afgedreven is naar de plaats, waar de „Simon Bolivar" gezonken is. Het Engelsche lichtschip „Sank", in welks nabijheid de „Simon Bolivar'' op een mijn. 'iep en. ten onder ging. DE TSJECHISCHE TRAGEDIE Nu eenmaal de eerste officieele Duitsche berichten melding hebben moeten maken van de woelingen en gistingen, welke het openbare leven in de Tsjechische gebieden verontrusten, komt dienaangaande geleide lijk meer nieuws los. Wederom krijgt de wereld nieuws omtrent uitgevoerde dood vonnissen te hooren, en het is wel een zeer aanmerkelijk ding, hetwelk men daaruit verneemt, namelijk dat tot de terechtgestel- den eveneens beambten van de Tsjechische politiemacht behooren. Een eenvoudig be richt als dit, hetwelk men tusschen de uit voerige tijdingen omtrent ander gebeuren licht over het hoofd zou zien, moet inder daad als een drukmeter van den toestand ginds gelden. Er blijkt thans officieel uit, dat zekere zijde verspreide geruchten, dat namelijk de Duitschers hun leven in het donker niet zeker zouden ziin, en dat ook de Tsjechische politie haar betrouwbaarheid hebben verloren, niet allen grond mis Het is inderdaad zeer goed te begrijpen, dat de nationaal voelende elementen in Bohe- en Moravië, die aanvankelijk door de verpletterende tijding, dat hun land onder Duitsch oppertoezicht was geraakt, als het werden verdoofd, thans hun bezinning zijn gaan hernemen. De inmiddels uitgebro ken oorlog tusschen Duitschland en de beide groote democratieën van het westen moet hun overigens een riem onder het hart heb ben gestoken. De herinneringaan de wijze, waarop men tijdens den grooten oorlog van 19141919 aan Oostenrijk-Hongarije zijn zelfstandigheid heeft kunnen afdwingen, moet opnieuw als een moedgevend voorbeeld beginnen te werken. Dat de huidige verzets beweging haar haarden voornamelijk schijnt te hebben in de kringen der universiteiten der jonge intellectueelen moet overigens voor de nationale aspiraties der Tsjechen een gunstig teeken worden geacht. Naar gelang dat dit élan zich verder zal gaan uitbreiden, zal er behoefte aan methoden en aan leiders kunnen gaan ontstaan en zal de studeerende jeugd mee heeft, in deze behoefte lichter kunnen worden voor- Een tweede Duitsche repressiemaatregel, welke overigens overeenkomstig het Tsje chische recht moet wezen, is het afkondigen het standrecht, hetwelk inhoudt, dat onder bijzondere omstandigheden in ver sneld tempo vonnis zal kunnen worden ge wezen. Ook dit symptoom duidt er op, dat de toestand in het Tsjechenland zich vrij ernstig laat aanzien, en dat door de Duit sche protectoraatsregeering wel degelijk rekening wordt gehouden, niet met het voorkomen van incidenteele gebeurtenissen. met een zich uitbreidenden noodtoe stand. Tusschen deze bedrijven door heeft Hacha. de huidige Tsjechische staatspresident, een radiorede tot het Tsjechische volk gehou den. om het tot kalmte te manen en tot be grip van de huidige verhoudingen. De positie dezen man en van de militairen, politie autoriteiten en ambtenaren, die het huidige regiem steunen, moet min of meer tragisch worden genoemd. Bezield met de gedachte, dat zij, door zich voor orde en wet in hun vaderland te verklaren, en met de Duitschers mede te werken, hun medeburgers heel wat ellende zouden kunnen besparen, hebben zij zich destijds voor een lastige en ondankbare taak beschikbaar gesteld. Voor de meesten hunner geschiedde dit in de dagen van voor den huidigen oorlog, toen er derhalve van een nationale Tsjechische wederopstanding nog geen sprake was, en het optreden in het buitenland van mannen als Benesj en Masa- rijk door velen eenvoudig als gevaarlijke raddraaierij werd aangezien. Waarom, zoo was toen de redeneering, zou men de Tsje chen opzetten tegen een vreemd regiem, hetwelk toch niet uit den zadel te lichten was en de kans op vreedzame samenwerking daarmee voorgoed kapot maken? De toe stand is intusschen echter wel bijna hemels breed gewijzigd. Voor de Tsjechen bestaan wel degelijk vooruitzichten, daar deze nu VOORNAAMSTE NIEUWS Dit Nummer bestaat uit TWEE bladen Bij de ramp van de „Simon Bolivar" zijn negentig personen omgekomen. De storm heeft tal van schepen losgesla gen en verscheidene ongevallen veroor zaakt. Bij Schiermonnikoog is weer 'n Duitsch vliegtuig door Nederlandsche machines verjaagd. De opening van het nieuwe gebouw van de Rijksverzekeringsbank te Amsterdam. In enkele Tsjechische gebieden is het standrecht afgekondigd; radiorede van president Hacha. Mijnen in den Theemsmond en voor de Belgische kust. Engelsche vliegtuigen vertoonen zich boven Wilhelmshaven. Italiaansche en Spaansche stap inzake de Belgisch-Nederlandsche onschend baarheid. GEEN REGEN VAN BETEEKENIS Weerverwachting. Koude nacht, plaatselijk ochtendmist, overdag gedeel telijk bewolkt, geen regen van beteeke- nis. Zwakke tot matige meest Noord oostelijke wind. BAROMETERSTAND Stand vanmorgen half twaalf 769.5. THERMOMETERSTAND Stand vanmorgen half twaalf 8.4 C. FIETSERS LICHT OP 21 Nov. Van 'sav. 4.30 u. tot 'smorg. 7-03 U 20-»onn«r, moiorfiekM ^ondtr do 60"_ *n do cWww wogen* die ot z*i.„. toor ofle» neem» men de .bette bumper^ groeit «eed* het oontal geheel en al van de oorlogskansen afhangen. Hacha echter moet nu wel doorgaan, tegen Masaryk en Benesj te ageeren als tegen lie den, die „schadelijke emigranten" zijn. Voor waar, een triest conflict van plichten, waar hij zich niet zeer gemakkelijk zal kun- onttrekken. Inmiddels blijft de wereld met belangstelling de ontwikkeling der dingen in Praag volgen, omdat zij, buiten alle politiek om, sympathie gevoelt met een ny'ver en zelfbewust volk hetwelk onder tragische omstandigheden in de knel van vreemde overheerschers is geraakt. OFFICIEELE BERICHTEN Middelburg, mr. J. C. x ambtenaar van het openbaar ministerie bü de kantongerechten in het arrondissement Assen. Voorts is benoemd tot substituut-officier van Justitie bü de arrondissementsrechtbank te ïlo mr. J. A. C. Groenewegen, thans tenaar van het openbaar ministerie bü de HEVIGE BRAND TE COEVORIDEN COEVORDEN, 20 Nov. Zaterdagmiddag is brand uitgebroken in de villa „Sondervank", bewoond door de weduwe J. Bulthuis, aan het Van Heutszpark te Coevorden. De villa, welke met een rieten dak was afgedekt, stond direct in lichter laaie, zoodat het werk van de gemeente-brandweer zich slechte beperkte tot het nathouden van het dak van het belendende perceel, daar de brandende villa toch verloren was. Slechts enkele meubelen konden worden gered. De oorzaak is vermoedelijk gelegen in een ex plosie van een gasradiator, welke in de bad-< kamer stond opgesteld. aOtnJOct. F"r 'A or* Pijp Tabak Taconis - Leeuwarden (RecU

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Nieuwe Leidsche Courant | 1939 | | pagina 1