zachtere leer? Konde de uitvaardiging dier instfuctie daardoor tot eeneklagt van den kant des Romëïnschen Ildfs aanleiding géven, dat zij een gedëelte uicmaakce eener overeenkomst, welke pp den "i^den Junij 1B34 door den Aartsbisschop Graaf von Spiegel met de Staatsregering gesloten is, en tot welke later de overige Bisschoppen der westelijke provinciën zijn toegetre den? Het gold itnmers de vereeniging van de belangen des Scaacs met die der Kerk! Of was het eene beleediging, dat deze instructie niet terstond aan Rome medegedeeld werd? De Aartsbisschop Graaf von Spiegel 'wilde afwach ten: óf en in hoeverre bij de uitvoering der in de instructie vervacce voor schriften gedurende het eerste jaar van hare toepassing, de ondervinding hare :praktische waarde en verdere gepastheid zou bevestigen om alsdan op grond 'dier ondervinding met zijne Suffraganen een verslag aan den Pausselij vStoel te kunnen doen. Dat zijn dood de uitvoering van dit voornemen ver- binderd heeft, was te meer te bejammeren, daar vervolgens de ïnscruccie voor de Vicarissen-Generaal niet op den gewonen officielen weg en verge zeld van ophelderende berigten der Bisschoppen, en ook niet in hare ware, - 'maar door belangrijke uitlatingen, bijvoegingen en andere veranderingen mis vormde gedaante langs bijzondere wegen ter kennis van het Romeinsche 'Hof gebragt werd. Het is zoo, dat dit Hof den daardoor bij heczelve te 'weeg gebragten indruk en zijne afkeuring, bij eene verrrouto/elijke nota van Maart 1836 voor den Koninglijken Gez.tit niet verborgen heeft. In de ant woords-noiawaarvan in de Allocutie gezegd wordt, dat zij de klagden als ongegrond deed voorkomen, heeft intusschen de Koniifglijke Gezant "aange- 'toond, dat het docu'metu waarop de klagc berustte, vefvalschc was,'en be. riep zich, vermits de regtvaardiging van den inhoud cler ware instructie de 'zaak der daarbij belang hebbende Bisschoppen was, op de door dczcti des wege aan den Pauseïijken Stoel te zenden berigten. Dergelijke berigcen zijn ook later in de maanden September en October niet alleen door de Bisschoppen van Paderboni, Munster en Trier, rhaar ook door den'inmiddels op dén Aartsbisschoppelijken zetel van Keuiep vë'rlieven Vrijheer Droste tot Kisc\ering naar Rome gezonden zij lagen voor het Ro meinsche Hof openhetwelk alsnu oischoon van de inzigten en de handel, wijze van dlle de daarin betrokken Prelaten onderrigt', evenwel hieruit nog geene aanleiding nam, om jegens den Koninglijken Gezant, toen hu de in- 'zendirigder zoo gew guge berigten met eene nota begeleidde, op de bewuste kla£t terug te komen. Waarom werd omtrent deze berigten en de conduc- toire nota in de Allocutie van den ïoden der vorige maand een volstrëkc stil' zwijgen bewaard? Jierst ten gevolge van een tweede niet op den wettigen weg te Ilome aangekomen herige van den overleden Bisschop van Trierhet- weik deze, zes weken na de afzending van zijn eerste vroeger vermelde be- Tigt, weinige oogenblikken voor zijmeo dood ondercéékend heeft, herhaalde het Romeuische Hof zijne klagten over de meergemelde instructie. Indien al de overleden Bisschop van Trier zijne bij helder bewustzijn en met volle wrijheid van gemoed in het eerste berigt uitgesproken denkvvpze eh overtui ging, eetiige weken later in eeu vetapderden toestand gewijzigd heeft, dan 'kon toch de Koninglijke Gezant, roeu de Kardinaal Sraats-Secretaris hem hec tweede bedoelde berigt-deed coekonien, om het aan Z. M. den Koning voor 'te leggen, deze gelegenheid gebruiken011» in zijne antwoord.s-noca van 'j 14 Februarij 1837 hec Pauselijke Hof te doen opmerken, dac ook dit tweede j stuk de door hem. Gezant, gedatie mededeel mg over den oorsprong der Instructie en hare 'aanneming door de Bisschoppen, bevestigde. Het tweede berigt des overleden Bisschops werd vervolgens ter kennis van Z. M. den Koning gebragt. Hoogstdezelve kon échter daarin te minder aanleiding vin. 'den, om, in strijd met deszelfs lang -genomen besluit dienaangaandein nieuwe onderhandeling over de gemengde huwelijken te treden, daar Hoogst dezelve dac besluit reeds in Januarij 1837 aan het Romeinsche Hof had laten .kenbaar maken, en de volharding bij die verklaring uit hec sedert in acht ge nomen stilzwijgen van den Koninglijken Gezant op dit punt, aan het Ro meinsche Hof niet cwijfelachcig kon wezen, waarom dan ook hetzelve geene .'reden had voor de in de Allocutie van den 10 December uitgesproken ver- .'"Wachtjng van een nader antwoord van deze zijde. Wac meet eindelijk de in de Allocutie voorkomende verklaring beteekeneri, volgens welke elke handelwijze (praxis) met opzigc tot de gemengde hu* welijken, die met den wezenlijken zin van het breve van Pms Viltvan den 25 ste» Maart 1830, strijdig is, afgekeurd wordt. De in deze zaak betrok kene Bisschoppen waren, toen de bekende instructie'over de toepassing van het breve aan de Vicarissen-Generaal werd afgezonden1, verre er van verwij derd, om tegen den geest van het breve te handelen zij trachtteden den inhoud van dat stuk slechts, onder hec in het oog houden der landswetten, zoo veel mogelijk met de van oudsher in de óverige deelen der monarchie gevolgde handelwijze in overeenstemming re brengen. Kan men nu aan de Bisschoppen hec verwijt doen, dat zij hierbij re ver gegaan ziin, nadat zelfs In de Allocutie verzekerd wordt, dat het breve de toegeeflijkheid tot de verstmogelijke grenzen, buiten welke niets meer toegestaan kan wordên, heefc 'uitgestrekt, en dat juist daarom Pi us VHI slechts met moeite tot hét Uitvaar digen daarvan is overgegaan? Hieruit vo|gt toch, dat hec breve ten minste Hcti toestaat, wat vroeger niet tóégègeveh is geworden; bet moet meer be vatten dan de Benedic ijnsche bepalingen van 4 November 1741 en van 29 junij 1748, voor Holland en Polen. Waar echter zou dit mee)dere te vinden zijnwaar bleef zélfs datgenewat men volgens de van oudsher in de overige deelen der Pruissische monarchie en in andere Duicsche landen gevolgde handelwijze zónder stoornis of tegenspraak bezit, als de meermalen vermelde instructie aan de Vicarissen-Generaal met den waren geest van hec breve niet te véreen'igen ware? Des te zorgvuldiger heeft de Koninglijke Regering voor het in stand hou den der vroeger met opzigc tot de vermengde huwelijken gevolgde handel wijze'moeten waken. Zij bezit voor zich zelve de overtuiging van daardoor evenmin inbreuken op de regten der Kathojiike kerk te maken die door hare ijverige zorg en medewerking, met name ook in.de. Rhijn-provincie weder is opgebouwd, als dit over het algemeen van hare zijde geschiedt, als zij hare eigene regten tegen hiërarchische aanmatigingen handhaaft. Zij kan zich, evenmin als eenige andere Regeringvan deze hare overtuiging laten af brenger, door klagten over aanranding van de vrijheid der kerk, als eene 'aanmatiging wordt te keer gegaan; over het minachten der Bisschoppelijke waardigheid, als een tegenstand jegens de Overheid wordt gestremd over willekeurige inbreuken op het Pauselijk gezag, als van oudsher gevescigde Tëgten der wereldliike magt worden uitgeoefend; over vernietiging van de 'ïegten der Kerk en des Pauselijken Stoels, als wordt afgekeerd wat met de grondbeginselen der monarchie niet is overeen te brengen.^ Slechts wanneer zij zorgt, dat het gezag van demStaat en van de Kerk binnen de vroegere grenzen zich bewegen, heeft Zij de zekerheid, dat zóódanig eene orde van zaken wordt in stand gehouden, onder welke de kerk zeive alleen bestaan en bloeijen kan. Gaarne geven wij ons aan de hoop over, dat de plaats der opgewondene 1 ;gev,oeligheidj die in de Allocutie.doorstraalt, weder door de wijsheid moge (worden ingenomen, die anders het Hof van Rome onderscheidt. Of zou het aan de onheilkweekende partij, die met misdadigen ijver haar altaar, zoo dit anders niet geschieden kan, door de vernedering, ja door het omver storten der croonen tracht te verheffen; zou het aan de partij, die den te genstand van den Aartsbisschop van Keulen zoo lang gevoed en aangevuurd heeft, tot eene voor hem noodlottige uitkomst het gevolg daarvan moest zijn, en die thans, nu die uitkomst daar is, ze door onophoudelijke logens én lasteringen zich ten nutte maakt, ook nog gelukken, om door haren verduisierenden damp hec helderziende oog van het Pauselijke Hof te bene velen? Wjj willen omtrenc deze bezorgdheid ons zeiven het zwijgen op- leggem Maar wat ook de toekomst baren moge, de Koninglijke Regering, d(e tegenover geescdrijvendéh haat, liefde en welwillendheid koestert, maar zich ook omgord ziet met hec zwaard, dac aan de Overheid als dienaresse 'van God, ën als eene wreekster toe straf van hem, die kwaad doet is toe vertrouwd, zal hare baan met vasten, onafgewenden tred vervolgen, haar onwankelbaar vertrouwen vestigende op haar g.oed.regt, op de wijsheid dëf Bisschoppen, het helder inzigc van eene beschaafde geestelijkheid en hec gezond verstand van een getrouw volk. (5*0 ^0N Altenstein. De Cournier de la Meuseeen Belgisch blad, behelsde dezer dagen', dat de Bisschoppen van Munster én Paderborri aan de Pruissische Regering eene verklaring hadden 'ingezonden^ waarbij zij hunne handceekehingen op hec 'artikel van het craccaat der Pruissische Regering mee den Paus, wegens de gemengde huweliikenherroepen. Koblentz den 16 Januarij, In den nacht van den 12 op den i^den ont stond er, bij den lagen waterstand van 4 voet 5 duim aan het Woriuser peil, die met 6 voet 4 duim Koblentzer peil genoegzaam gelijk staat, in de krom ming van den Rhijn, even boven Worms, eene ijsscopping. Aan de Lurlèi boven St. Guar, was her ijs coc den 15 1 en dezer, reeds tot Bingen voórege- schoven, het wacer is daardoor, boven de ijsstopping, 15 voeten hooger dan te Sc. Goar. In den ijsdam zijn de sc'iio.len 20 voet en hooger op el kander geschoven. Volgens'de jongste brieven uit Götcingen, zijn de lessen aan de Hoo- gescjiool aldaar, na den afloop der vacantie, hervat, en heerschc er steeds eene wénschelijke rust. Volgens sommigen zou de uic Göctirigeii verdreven Hoogleeraar Da'thnann te Leipzig de redactie van het aldaar sedert kort op- gerigte cfagbLd van den boekhandelaar Brockhaïis hebben op zich genomen te. gen een Jaargeld van 2000 chaIers. Uii Zwitserland wordt gemeld, dat in hec kanton Solothurn, binneti korten tijd, drie Katholijke Geestelijken tot de Procestantscbe kerk zijn overgegaan, namenlijk: de Franciskaner Knobel, de Koorheer Schneider en de Abc Huge. GROOT-BRIT ANNIE. Londen den ii5 Januarij. De koiide is hier zoo streng, dat er onder.» scheiden menschen op straat doodgevroren zijn. Te Edimbürg zijn er ongeregeldheden, voorgevallen, tot welke Studen ten hebben aanleiding gegeven die met sneeuwballen glazen ingeworpen en menschen gewond hebben. De milicaire magc iieefc de orde moecen her- scellen; 37 Studenten zijn gevangen genomen, F R A N K R !J K. Parijs den 19 Jannarij. Z. M. de Koning heeft op het adres van ant woord, hem door eene Commissie van de Kamer der Afgevaardigden over handigd het volgende geancwoord: Ik oncv'ang dit adres met een levendig genoegen. Ik acht mij gelukkig» in 11 die gevoelens weder ce vinden, van welke de Kamers, die u-zijn voor gegaan, mij zoo vele, aan mijn hart steeds dierbare, bewijzen hebbeó ge geven. Dit schitterende blijk uwer gevoelens zal, gelijk gijlieden zulks zegt» eene nieuwe kracht geven aan dac roemruchcige werk, hec gevolg van zeven jaren arbeids, de handhaving en hec wezenlijk bestaan onzer instellingen. De medewerking, welke gij zoo opregtelijk aan mijn bestuur geeftzal des- zelfs gang gemakkelijker maken, meer en meer de sporen onzer staatkundige verdeeldheden üicyvisscheiien aan Frankrijk een duurzaam genoc verzekeren van die riisc en welvaart, die de voorwerpen van alle mijne wenschen zijn^, en toe welker bevestiging te hebben mogen bijdragen, mij zoo zeer geluk- kig maakt." Te Parijs doet zich ook de koude sterk gevoelen verscheiden perso nen zijn ook daar op staat dood gevonden. MENGELINGEN. Mr. A. W. N. van TEST van GOUDRIAAN, (i) Grootkruis der Orde van den Nederlr.ndschen Leeuw, Minister van Financiën Preside;, t van liet Amortisatie-jndïc.iatenz. zag in 1770 te Dordrecht hec eerste leven»! ebt. Tot pleitbezorger opge leid, bekleedde hij in zune jeugd eene openbare ambtsbetrekking in zijne vaderstad, doch hij legde die in 1795 reder, en bleef tot het einde van 1813 mee schitterenden uitslag het beroep van Advocaat uitoefenen. Bij de aisc'iei. ding van het Fransche juk in laatstgenoemde jaar, was hij ijve rig voor de goede zaak werkzaam; en sedert heefc hij ruim twee en twin tig jaren lang den Koning en het herboren Vadeiland met onbezweken ijver gediend. Den isten Januarij 1814 werd de heer van Test van Gotidriaan benoemd tot Commissaris-Generaal van hec Departement der Monden van de Maas den 9 April daaraanvolgende tot Gouverneur van Noord Holland; in 1815 tot Staatsraad in buitengewone dienst; in Mei 1828 coc Minister van Finan ciën, opvolger Van wijlen den Minister /lppeliusden 13 April te voren overleden. Hij had deze verheffing te danken aan zijne ongewone begaafdheden zijne uitgebreide kunde, z^jne onvermoeide werkzaamheid en geschiktheid in het behandelen van zaken, die vooral in zijne laatste betrekking, van Gouverneur over een der belangrijkste gedeelten des lands, helder hadden uitgeblonken. Iets anders was het intusschen de geldelijke belanden van hec geheele Vaderla d te leiden op een oogenblik, dat de reeds uitbrekende onwil van de eèrie' helft des" lands' alle hoofdbestuur ten hoogste moeijelijk en voor den No^rd-Nedeilander de staatkundige loopbaan nog te meer glib berig maakte. Daarbij moest bij zijne optreding 'aan de tweede tienjarige regeling van de Siaacsbegrooting gedacht worden, en de vroegere ondervin ding, in altoos veel kalmer! tijden, hadden het netelige en kittelachtige van dit werk reeds doen gevoelen. In October 1828 droeg de heer van Tets van Goud»taan voor de eerste maal de financiële wetten, voor de gewone en tienjarige dienst voor, waarvan die nopens de laatste, in Mei 1829, om verschillende beschouwingen, verworpen werden; in October 1829 diende hij weder eene nieuwe begrooting in, welke mee verschillende hoofdver anderingen werd aangenomen. Bij hec uirbreken van den Belgischen opstand werden geheel buitenge wone geldelijke nTiatregelen vereischc tot stijging van de, tot op den bodem geledigde, schatkist van den Staat, eerst bi.j het nijpen, daarna bij de min der dringende voortduring van den nood. Toen schitterden eersc regc hec talent en hec vernuft dezes Staatsdienaars. Natuurlijk is het dat met alle zune ontwerpen en maatregelen even on? verdeelden bijval vonden; men kon denken, en hij ivas de eerste dié het beleed dac niet alle even gepast ot feilloos konden zijn maar de drang der tijden en de too veel mogelijke betrachting van billijkheid deden dac gene, wat minder raadzaam scheen, voor het lioogere goed over hec hoofd zien. Hii was er althans op tut om de belangen der schatkist met strikes regtvaardtgheid en onbevooroordeelde toetsing van de belangen aller stan den hand aan haud te doen gaan. Zoo mag het dan ook geenszins ontkend ..worden, en behoort het tot zijne eerste aanspraken op eere, dat zijn veel omvattend brein, zijn vernufc in het scheppen van geldmiddelen, op de minst drukkende wijze, ongemeen hebben bijgedragen om hetstaacs-crediec, na den Belgischen opstand zoo zeer geschokt, ras te herstellen, en op eene hoogte te voerenwelke de algemeene bewondering verwekte. (1) Getrokken uit den yt Gravenhaagschen Stads4n Residentie Almanak voor dê*

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leydse Courant | 1838 | | pagina 3