GROOT-BRITANNIE. "Parijs den 11 January» De Kamer der Afgevaardigden is thans druk bezig mee beraadslagingen over het adres van antwoord op de troonrede» Onderscheiden sprekers doen zich hooien, doch het ontwerp worde, zoo als oe Commissie het had opgesteld, met meerderheid van stemmen aan genomen. MENGELINGEN. Londen den 10 Jannarij. In het rapport der Commissie voor den Oost-^ Indischen en Chineschen handel, maakt het aanhangig vraagstuk, omtrent de tolregten op Java een der hoofdpunten uit. De Commissie geeft haar leedwezen te kennen, dat, niettegenstaande de dringende voorstellingen aan het Gouvernement, deze quaestie nog altijd onbeslist blijft, en zij haalt daarbij onlangsche mededeelingen van de kooplieden te Singapora aan, uit welke blijkt, dat de regten op katoenen en wollens, in Neêrlands-Indie uit plaatsen beoosten de Kaap de Goede Hoop ingevoerd, 70 pCt., in stede van, zoo als vroeger, 30 pCt. waren. Het rapport beklaagt zich ook, aat het Gouvernement te Batavia maatregelen had genomen, waardoor, strijdig met de uitdrukkelijke bepalingen van het verdrag, de vrije gemeenschap der inboorlingen van den oostelijken Archipel belemmerd werd. Het Indische handelsbestunr in dit land had, zeide men, had aan de Commissie de verzeke ring gegevendat de2e zaak zoude worden in aanmerking genomen. De Commis sie verklaart zich ook teleurgesteld, daardoor, dat in het jongste handels- en zee- vaaris-verdrag met Holland geene voorziening is getroffen, om den handel van Neêrlands-ïndie op denzelfdenvoèt te stellen, als den handel met de Europesche havens. Voorts ziet men uit het rapport, dat de Commissie bemoeijingen had' aangewendom van het Britsch Gouvernement eene vermindering te ver krijgen van hét régt op den invoer van oliezaden'en van katoenen- en zij- den-manufacturen; er wordt echter niet gezegd welken uitslag deze bemoei jingen gehad nebben. Het getal der jl. jaar, naar Indie uitgeklaarde schepen uit de havens van Londen, Liverpool en Bristol, was 62 minder dan het laatstvorige jaar, en de tonnekst was 20,814 minder, zijnde het getal der schepen geweest 421en de tonnelast 1.72,785. Gedurende 1837 zijn in Engeland ingevoerd 53,359 balen Dnitsche wol, 13,142 balen Sppansche, 30.318 Australische en 66,008 Russische en van andere oorden afkomscig, te zamen 162,827 balen, Een Ëngelsch dagblad deelt ons de volgende bijzonderheden mede over de oorlogen, welke, sedert 1697 tot >815", tusschen Engeland en Frankrijk hebben plaats gehad. De uitgaven, welke, dezelve hebben veroorzaakt, en het getal Engelsche onderdanen, dat, in den strijd, of door hongersnood, of dien ten gevolge is omgekomen zijn; De: hosten. Getal dood en. 1°. de oorlog in 1697 geëindigd 21,500,000 M st. 100,000 en 80,000 door hongersnood. 20. 1702 begonnen 43.000000 250.000 3°* yj 1739 48,000.000 240,000 4°. 1756 111,000,000 250,000 50. met Amerika 1775 139,000000 200,000 6°. F1 ankrijk 1793 1,100,000,000 200,000 De sebnid van Engeland bedroeg in 1815, by liet einde van dezen oor log, een milliard en vijftig millioen sc., of 10,600,000,000 guldens. F R A N K R TJ K. De Minister van Financiën heeft in zijne aanspraak de leden van de ICamer der Afgevaardigden aldus gesp.oken over de dienst van 1839: Aan het hoofd van het budget voor dat jaar staat de publieke schuld, en •de 5 perCent renten vormen het eeiste artikel van dezelve» Thans is het oogenblik daar, 0111 over het vraagstuk, betreffende het rembourseren der renten, iets ie zeggen. Ik geloof, dat men als een onbetwistbaar grondbeginsel mag aannemen, dac het Gouvernement regt heeft, de schuldeischers van den Staat, het hun toekomende te rembourseren, en ook, dat op den Staat de verpligting rust, om, zoodra de omstandigheden het gedoogen, de bezuiniging, welke daaruit voortvloeit, te bewerkstelligen. Maar het is van belang, het welgelukken dier onderneming niet door te groote overhaasting te schaden; het is belang, rijk, 0111 datgene te voorkomen, hetwelk onze financiën hevig zou kunnen schokken, en pns voor het vervolg bui en de mogelijkheid stellen, om door dit middel de publieke schuld te verminderen, namelijk, de noodzakelijkheid om de operaciën te staken, vóór dat zij geëindigd zou zijn. Men moet dezelve ons niet beginnen dan na alvorens overtuigd te zijn, dat, geduren de dien tijd, welke gevorderd wordt om dezelve te volbrengen, niets de handeling van het bestuur zal bemoeijelykenof het openbaar crediet ver ontrusten. Zoodra naar ons inzien daartoe gelegenheid is, zullen wij aan de Kamers de vereisch'te Autorisatie verzoeken, om toe de oplossing van dat vraagstuk over te gaan. Zeifs daarenboven, wanneer wij hadden mogen veronderstel len, dat wij u dezen maatregel dadelijk konden voordragen, zou het onver mijdelijk uitstel voor deszelfs volvoering ons genoopt hebben, daaronder te begrijpen, gelijk wij zulks bij het budget voor 1839 gedaan hebben, de 147 millioen, voor de betaling der achterstallige van de 5 pCts» renten be- noodigd. Gedurende de maand December zijn te Parijs verbruikt: 6.790 ossen, 1,566 koeijen, 5,802 kalveren en 34,097 schapen; de handel trok daarvan 577,783 kil. smeer. In het geheele jaar 1837 zijn geslacht: 70,625 ossen, 19,665 koei- jen, 78,200 kalveren en 384,446 schapen, die 6,001,216 kil. smeer hebben opgeleverd. Eerdaags zal er op de Tuilerien een prachtig feest gehouden worden waartoe 5000 personen, onder welke 700 officieren van de landmagt en natio nale garde zijn, zijn genoodigd geworden. Het linieschip, waarop zich de Piins de Jotnville bevindt, is den 2 De cember voorbij de rivier Senegal gestevend en zette toen zijnen togt naar Gorée voort. DE KUNST OM MAALTIJDEN TE GEVEN. (Vervolg en slot. Wij spreken niet over den eenzamen maaltijd: hij heeft geene waarde, hij is noodwendig en natuurlijk ongelukkig. De mensch keert in zich zeiven terug, en weet niet hoe de overmaat van leven te besteden, welke hij in eenen goeden maaltijd put. Le eenzaamheid doet nadenken, en het naden ken verhindert de spijsvertering. De eenzame maaltijd strijdt dus te gelijker tijd tegen de maatschappij en tegen de gezondheid. Het eenig behoedmid delwaarvan men zich bedienen kan, is gevaarlijk; het is het herhaald gebruik der flesch. Cip het einde van eenen eenzamen maaltijd vond men Sir Her- cule Langrishe, in zijnen leuningscoel uitgestrekt liggen, met een onzeker oog drie lijken van flesschen Bordeaux-wijn aanziende welke hij gedood had. „Wat, vroeg men hem, hebt gij dit alles gedronken zonder geholpen te zijn „Neen waarlijk; antwoordde hij; ik ben door eene flesch Madera gehol pen geworden." Is.nie; oorloofd alleen te eten, snders dan wanneer men staatsge vangeneis, or kort te voren zijne vrouw verloren heeft: alle nadere ver. ontscnuldiging kan niet aangenomen worden. Spreken wij nu over de maal tijden welkemen geeft en ontvangt. Zij verdeden zich in kleine en gala- maaltijden. Wij verkiezen de eerste boven de tweede, altoos volgens'het- zeltde beginsel, dat liet geluk ei gemakkelijker is te vinden, de zamenstel- lltig eenvoudiger en de bediening prompter is. Bepaal u tot zes gasten zoo gil de vermaken van een ieder zoo veel mogelijk wilt uitbreiden. Alle wenschen moeten woroen voorkomen. Dat men op niets wachte, dat alle benoodigdheden zich onder de hand bevinden van hen die dezelve vragen: nooit geen mosterd na den maaltijd. Vlei alle zinnen, maar waclic u de aandacht van de maag af te wenden. Het ts eene Dnitsche gewoonte, welke wij laken, om muzijk gedurende den maaltijd te doen uitvoeren; de wellust, welke onze ooren smaken, ver hindert die, welke de gastronomische bewerking te weeg brengt. Verlicht met smaak, maar zonder overdaad. Kom die beweging der knechten voor, welke de waslich-en en kandelabreS aanbrengende, de kleedereo bemorsen, en de zoo vvenschelijke synetrische orde der schotels storen. 0"er bec algemeen keuren wij het goud, zilver, de schitterende kleuren, in den eettempel, af; daar moeten zachte schakeringenwelgeschikte dra. Penen, eenvoudige en frissclie ornementen zijn; de bloemen laten wij toe, maar in geringe hoeveelheid, vooral die, wier reuk niet naar het hoofd stijgt. raagt groote zorg voor de tapijten, Welke bijzonder, zacht moeten zijn, en van de leuningstoelen,, welke mei eenen eenigzins omgebogen rug moeten wezen, met goed gevulde, niet te zachte, zittingen, en ligt genoeg om ge makkelijk e kunnen worden verschoven. Eene nuttige nieuwigheid, welke in een klein aantal goede huizen aangenomen is, bestaat in het plaatsen van iervnntes of kleine ronde tafeltjes van afstand tot afstand bij de gasten, de. zelve stellen een ieder in staat zich zeiven van het noodige te voorzien, zonder de anderen te hinderen. Deze verfijning kondigt bij den gastheer eene grondige kennis van liet tafelvermaak aan. Zoo denken echter de meeste gastheeren niét. Zij onderhonden een staand eger van vetgulde lakeijen, die luin vermogen opeten, en de hen bezoe kende vervelen. Achter u staat daar gedurig een schildwacht, die elke beet begluurt; die heeren laten u verscheidene minuten op de noodige saus voor de visch wachten, die op uw bord koud wordt; of wei hunne mouwen strijken langs uw aangezigt, terwijl zij de schotels op de tafel plaatsen. Wat valt er al met te zeggen over het wegnemen der schotels, de noodza. ke lijk he id om zijn glas bij te houden om bediend te worden, wanneer uwe lijfwacht het oog elders gevestigd heeft, enz. Dit alles is hatelijk. Schikkingen door eene belagchelijke etiquette be paald, eene beschaafde natie onwaardig; deze barbaarsche sporen moeten verdwijnen. Zoo de gastheer nie't rijk genoeg is, om deze noodelooze en kostbare knechten te voeden en dac hij het spoor van millionairen wil vol. gen, is het nog veel erger. Men ziet dan een of twee arme knechten, mee moeite rondom eene tafel loopen, welke de zorgen van acht of tien slaven zonde vereischen! Zoo gij lust krijgt u zelf te bedienen, werpt de vrouw des huizes eenen vercoornden blik op u neder. Dit is eene gekke ijdelheid, welke niet te veel kan gestrafc worden. Hebt gij slechts eenen enkelen knecht kunt gij nog zeer goede diners geven. Duidt uwe schotels met voorzigcig- heid aan; help de genoodigden in hunne nasporingen; dat ieder zich zeiven nediene, aan den knecht de belangrijke bezigheid overlatende om de borden te verwisselen en de flesschen open te trekken en aan te geven. Men heelt veel gesproken over de noodzakelijkheid om de gasten behoor lijk te sorteren, niets is wenschelijker. Maar het is niet voldoende dac de lieden elkander kennen, er moet eenige overeenkomst tusschen hen bestaan, en de knapste der gastheeren zoude die zijn, welke te voren de geheime sythpathien tusschen gastendie elkander nimmer gezien hebbenzonde raden. Het is een dubbel genot aan tafel eenen buurman te vinden, die ons behaagt» De bevallige vrouwen zijn nuttig bij eenen maaltijd, wanneer noch hun geest noch hunne schoonheid met die behaagzucht schitteren, welke de zinnen verstoort* Bewaar zorgvuldig de nationale gewoonten van het land waar gij zijt, zorg dragende om dezelve naar den rang en de zeden van hen aan wien gij te eten geeft, te wijzigen. De wijn moet onder het bereik van alle gasten zijn, op dat niemand de luimen van den knecht behoeve af te wachten. De karaffen zijn zeer aan te bevelen, en wel verre boven de digtgelakte flesschen. Dat de wijn goed zij, de karaf klein en gemakkelijk te bereiken. Wat de gewoonte betrefc om de plaatsen der genoodigden te nummeren, deze nemen wij alleen voor gala maaltijden aan. De waarlijk vermakelijke maaltijden kunnen zeer wel eenige wanorde dulden. Wacht u, Lord Byron in zijne wijze van verlichting der tafel, namelijk van schedels voor kandelaren te gebruiken, te volgen. Volg ook niet den levensregel van dien edelen heer en bewonderensvvaardigen dichter op Eene stuitende onregelmatigheid was hem eigen. Op eene vaste van acht dagen volgde eene hongerwoede, welke hem meêdoogenloos de moeijelijk te ver teren kreeften, de koude pastijen en garnalen deed inzwelgen. Daarna kwam de week aan den sterken drank toegewijd, dan overstroomde hij zijne maag met soda-water en genever; in één woord, hij was zijn dichtstuk van Don Juan gelijk, waarin eene welsprekende of pathetische zinsnede, door eene ironische en koddige stanza wordt afgewisseld Zoo gij zelfs de knechten kondet doen verdwijnen, wier tegenwoordig heid dikwijls hinderlijk is, zoude zulks eene groote overwinning zijn; welk een geluk van bediend te worden zonder de diensr te bemerken, aan het espionneren te ontkomen, en tusschefï vrienden in eene welgeslorene zaal, de voortbrengselen van een der grootste kunsten te bewonderen! Dit deden Lodewyk XI', Beaumarchais en ffiaipholedoor middel dier vliegende tafels, welke uit den grond te voorschijn kwamen, voorzien met alle schotels en toebehoorenwelke bij eene goede dienst vereischc worden, en die, op een gegeven teelten, ueder in de diepte verdwijnende, niet weder dan met het tweede geregt te voorschijn kwamen. De maaltijd kon alzoo verloopen, zonder dat men het aangezigt van eenen enkelen knecht behoefde te zien. Maar de rijken alleen kunnen van dezen maarregel gebruik maken, welke met groote kosten gepaard gaat. Keeren wij tot den maaltijd der middel klasse terug, welke van grooter belang voor de meesten is. Noodig lekkerbekken maar geen vraten. De lekkerbek is kunstkenner, de vraat ontsiert de kunst. De eene doet de spijzen eer aan, de andere verzwelgt dezelven. Is het nlec eene bedroevende zaak voor de gasten, de beste stukken onder denzelfden tant te zien vallen, in denzelfden afgrond te zien verdwijnen Is dit niet genoeg om de genoodigden in eene kwade stemming te brengen. Wij hebben eenen geestelijken sollicitant gezien, welke bij eenen Bisschop ten middagmaal genoodigd was, en daar de reus- achtigste appetijt ten toon spreidde; vogels, wild, visch, hij zwelgde alles in, aan de dischgenootenvan wie zijne benoeming af hing, niets dan ledige schotels overlatende. Alle magen hielden er wrok over. Hij werd niet be noemd, en gaf alzoo voor eene goeden maaltijd een inkomen van duizend ponden Sterling veil. Zeker lid van het Engelsche Parlement, Sir Rehert IngltSs Heeft eene zoo werkdadige maag, dat hij in eenen maaltijd zoo vele spijzen kan nuttigen, als voor vier gewone gasten zouden benoodigd zijn. Hij had de gewoonte eene voorname open tafel zoo spoedig te ontblooten, dat de eigenaar van deze inrigting, wanhopend over zijne plunderingen, op het punt was hem eene guinje aan te bieden, voor elke reis dat hij wel elders wilde gaan eten. Houd bij de plaatsing uwer gasten steeds in hec oog, dat de beroepen gemengd moeten zijn, en toch de karakters eenige punten van overeenkomst

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leydse Courant | 1838 | | pagina 3