PORT
Het komt goed
et Roodenburg
9
Randje BUITENSPEL
MOOIER dan GOUD
HC 13 APRIL 2001
991
19
Veranderde vereniging wil weer aanzien krijgen
Een allochtonenclub die tonnen subsidie opslokt. Het beeld dat
etbalvereniging Roodenburg de laatste jaren bij de buitenwacht heeft,
is weinig verheffend. Voorzitter Ron van Poelgeest is de voorman van
:en groep betrokken leden die de eens zo roemruchte vereniging uit de
put wil trekken. Dat kost te veel tijd en energie om ook nog eens alle
vooroordelen ten opzichte van de Kooiclub te ontkrachten. In veertien
stellingen doet hij desondanks een dappere poging.
door LOMAN LEEFMANS
Ron van Poelgeest denkt nog geregeld; waar
en ik ooit aan begonnen.
)at denk ik inderdaad nog geregeld. Al vanaf de
erste dag dat ik voorzitter werd, zo'n dikke vier
ar geleden. Ik was nooit van plan voorzitter te
orden, maar toen de club diep in de put zat,
acht ikdan doe ik het wel. Op de dag na mijn
anstelling had ik een interview met het Leidsch
lagblad en direct had ik daarover al een woorden-
rijd met een lid van het oude bestuur. Dat voor-
was weer een bewijs hoe groot de problemen
aren en dat er hard aan getrokken moest wor-
sn. De hoeveelheid tijd die het me sindsdien
eeft gekost, is enorm. Ik heb mezelf daarom dit
lizoen enkele beperkingen opgelegd, want mijn
izin stelt uiteraard ook eisen. Ik ben bijvoorbeeld
leen bij thuiswedstrijden van het eerste elftal
inwezig. En thuis hebben we nog maar drie pun-
n gepakt. Eén keer ging ik mee naar een uitduel
n dat verloren we. Ik ben niet bijgelovig, maar je
iat toch denken. Er worden bij de vereniging al
iel wat grapjes over gemaakt."
Het is een schande dat andere clubs jeugdle-
Bn wegtrekken uit Noord.
latuurlijk is het een schande. Niet alleen dat het
beurt, maar ook de manier waarop. En dan heb
het vooral over een paar zaterdagverenigingen
larvan ik de namen niet zal noemen. Die clubs
ibben zelf enorme jeugdafdelingen, maar kun-
>n om de een of andere reden niet zonder een
iar jongens van ons. Steek alle aandacht die je
in het scouten bij ons besteedt in je eigen jeugd,
ink ik dan. Vijf jaar geleden, toen bij ons de pro-
emen begonnen, vertrok behalve ongeveer de
lie selectie ook de complete Al en de BIMaar
5 ik zie waar die A- en B-spelers nu terecht zijn
ikomen, hadden ze beter hier kunnen blijven,
ij kunnen heel goed voor onze eigen junioren
rgen. Wij hebben gediplomeerde jeugdtrainers,
n gedegen jeugdplan en talent gedijt in Noord,
at heeft het verleden uitgewezen. De prestaties
n het eerste elftal van vroeger kwamen allemaal
stand met echte Roodenburgers. Als iemand
or het betaalde voetbal wordt weggekaapt, is het
it anders. Dan zijn We trots en hebben we van
'n jongen ook nog plezier gehad."
Roodenburg is een speeltje geworden van het
leentelijke welzijnswerk.
„Absolute onzin. Toen wij als bestuur begonnen,
hebben we de club doorgelicht. We ontdekten dat
we niet alleen veel allochtonen hadden, maar dat
het kader voornamelijk uit autochtonen bestond
en overbelast was. Roodenburg stond los van de
wijk en met name de allochtone ouders bleken
moeilijk bereikbaar. We hebben eens wat ervarin
gen uitgewisseld met de Leidse Welzijns Organisa
tie en wat bleek: we hadden allebei dezelfde pro
blemen. Toen is het idee ontstaan om samen te
gaan werken en een project te starten. Daar doen
ook de Sportraad Zuid-Holland, de Marokkaanse
instelling Meander en de gemeente Leiden aan
mee. Het drie jaar durende project loopt tot ons
75-jarig jubileum in 2002. We doen er allemaal ons
voordeel mee en het project heeft de aandacht ge
trokken van de staatssecretaris en de minister. Het
is dus redelijk uniek gebleken. Niks speeltje: we
maken gebruik van elkaar."
4. Toch wordt dat unieke project in de Leidse
sportwereld niet op waarde geschat.
„Op een of andere manier hebben we een pr-pro-
bleem om alles wat hier gaande is, op de juiste
manier naar buiten te brengen. Ik kan me dan ook
mateloos ergeren aan jullie columnisten Jaap Vis
ser en Gerard Bakker. De een schrijft dat wij al
lochtonen werven en de ander dat wij van de ge
meente jaarlijks een ton op onze rekening krijgen
gestort. Waar halen ze het vandaan. Wij proberen-
vooral allochtoon kader te werven, dat is heel wat
anders. En het gaat om veel meer dan één ton,
maar dat geld verdwijnt niet in de clubkas. Dat zit
hoofdzakelijk in de salarissen van de mensen die
bij het project betrokken zijn. En die staan echt
niet op zaterdag te fluiten of begeleider van een
elftalletje te spelen, die zijn met hun gewone werk
bezig. Er zijn wel wat gezamenlijke activiteiten die
daaruit worden gefinancierd, maar dan hebben we
het over hooguit 10.000 gulden. De club moet, hoe
moeilijk dat soms is, nog altijd de eigen broek op
houden. Er wordt ons geen veldhuur kwijtgeschol
den, we betalen zelf energie en licht en we hebben
ook geen grote schulden."
5. Het verbeteren van de positie van de allochto
nen in de buurt gaat boven het gezond maken
van Roodenburg. Wijkbeheer boven voetbal.
„Ja, wat is daar mis mee? Als Roodenburg een
steentje kan bijdragen aan de integratie en ouder
Ron van Poelgeest: „Roodenburg kan heel goed voor zijn eigen junioren zorgen."
participatie in de buurt, dan is dat toch mooi mee
genomen. Als vroeger een sportopbouwwerker een
activiteit in de wijk organiseerde voor allochtonen,
kwamen er drie kinderen op af. Moetje nu eens in
de kerstvakantie hier komen kijken. Om allochto
ne ouders uit te leggen hoe de Nederlandse ver
enigingsstructuur in elkaar zit, wat hun rechten en
plichten zijn, ouderavonden organiseren, gedrags
regels opstellen, daar gaat allemaal zó veel energie
inzitten. Dat zouden we als club alleen niet voor
elkaar hebben gekregen."
6. Oudere, autochtone leden van de club hebben
moeite met de weg die Roodenburg is ingesla
gen.
„Natuurlijk is Roodenburg niet meer hetzelfde als
twintig jaar geleden, maar de omgeving is ook
sterk veranderd. Daar kunnen ze niet omheen. De
vereniging moet een afspiegeling worden van de
wijk waarin we zijn gesitueerd. We willen een mul-
ti-culturele club worden waar iedereen zich thuis-
voelt. Overigens valt de weerstand van de oudere
leden, zeker de laatste tijd, wel mee. Echte onrust
hebben ze sowieso nooit veroorzaakt."
7. Zonder de gemeentelijke welzijnsinbreng, die
naar schatting vier ton kost over drie jaar, had
Roodenburg niet meer bestaan.
„Als het project morgen stopt - wat heel jammer
zou zijn - houdt Roodenburg echt niet op te be
staan. Wij hebben ons kwetsbaar opgesteld door
toe te geven dat we problemen hadden. Misschien
dat we in de toekomst tot de conclusie komen dat
we net op tijd aan de bel hebben getrokken en
'hulp' hebben gezocht. Als we het idee hadden dat
Roodenburg ten dode was opgeschreven, dan wa
ren we er niet aan begonnen. Dan had de gemeen
te hier huizen mogen bouwen."
8. Ook na het 75-jarig jubileum in 2002 blijft
Zelfs als trainer ga je relativeren. Wat zijn punten nou nog
maar voor mijn vader betekenden punten veel. Hij is vorige
week woensdag op 88-jarige leeftijd overleden. Daarom deze
trouufoto van mijn ouders.
'momenten ga je nadenken. Mijn vader was eigenwijs, betwe-
tór ik realiseer me nu dat de appel niet ver van de boom valt.
in leeft er een liedje over gemaakt: 'Papa, ik lijk steeds meer op
ou
',een prater, in de kern van het leven was hij heel introvert. Het
denken, weinig zeggen. Op dat punt ben ik netzo als mijn va-
i robeerde altijd alles zelf te veriverken. Ik merk nu dat ik veel
'gen van hem in mij herken dan gedacht, realiseer me dat er
I veel meer genen op mij zijn overgesprongen dan ik ooit ver-
pij
3rd Ier was een winnaar, een vechter. Ik ben blij dat ik dat van hem
ipj \enomen, terivijl we toch heel vaak verschillend over dingen
Als het over voetbal ging, wist hij het altijd beter. Vroeger had-
ele discussies. Toen dacht ik: zeur toch niet. Hij was lief, maar
iel alW even gemakkelijk. In mijn jeugd speelde ik op mijn zes-
Teylingen in het eerste. Heeft hij ooit eens geprobeerd om mij
en naar bed te sturen. Dat is niet gelukt. Maar als ik nu tegen
krs praat over instelling, mentaliteit, dan zeg ik hetzelfde. Ter
eer altijd tegen verzette, zeg ik nu ook dat het in de oude tijd
er is altijd een sportman geweest, heeft hoog gevoetbald. Hij
tijd heel fanatiek mee bezig. Zijn bezetenheid, pas
nis erfenis meegekregen. Vanavond spelen we te-
todia. We winnen en de punten zijn voor hem.
ervan der hulst
'S ICO KUIPERS
|aul van der Zwaan speelde als keeper voor Foreholte en
ingen. De inmiddels 44-jarige Leiderdorper werd na zijn
51 ictieve voetbalcarrière coach. Hij trainde eerst de Al van
|e waar destijds Edwin van der Sar onder de lat stond en
ige RKC-doelman Rob van Dijk nog laatste man was. Als
it van Hans van der Zee werkte hij een seizoen bij Quick
s, waarna hij eindverantwoordelijke werd bij Altior (één
liizoen), Vitesse Delft (twee seizoenen) en WSB (zes jaar),
gfordat hij naar hoofdklasser UVS ging, waar hij inmiddels
's aan zijn tweede jaar, was hij ook nog een jaar trainer
van RCL. Paul van der Zwaan is werkzaam bij een
telecommunicatiebedrijf.
Roodenburg steun nodig hebben van de ge
meente.
„Dat sluit ik niet uit. Misschien zeggen we dan: we
zijn op de goede weg, maar we moeten nog even
doorgaan. Toch val ik over het woord 'steun' in
deze stelling. Als het goed gaat, doen de vijf be
trokken instanties er hun voordeel mee. Trou
wens, wat is het alternatief? Een ledenstop voor al
lochtonen? Dat zou toch niet goed zijn."
9. Binnen afzienbare tijd heeft Roodenburg een
Turkse of Marokkaanse voorzitter.
„Waarom niet. Het is maar wat je afzienbare tijd
noemt. In de begeleiding zitten een paar goed op
geleide allochtone jongens (een vrouw zou van mij
ook mogen) die, als ze afstuderen, de club nog be
ter leren kennen en de positie van voorzitter ook
ambiëren, het best kunnen worden. Het is zeker
niet onmogelijk."
10. De komst van Pernix naar sportpark Noord is
Roodenburg door de strot geduwd.
„Weer zo'n misverstand. Ik zou zeggen: integen
deel. De gemeente zat met Pernix in de maag. Per
nix moest weg bij de Groenoordhal en de alterna
tieven die de korfbalclub aandroeg, bleken niet
haalbaar. In open gesprekken zijn het bestuur van
Pernix, wethouder Pechtold en wij overeengeko
men dat Pemix naar Noord verhuist. Wij hadden
wat eisen omdat we één van onze vier velden
moesten inleveren. Roodenburg heeft ter compen
satie een kunstgras- en een wetraveld gekregen.
Dat is niet helemaal gelopen zoals wij wilden, om
dat onder meer de kwaliteit van het kunstgrasveld
niet was zoals beloofd. Daar heeft de gemeente ex
cuses voor aangeboden. De aanleg van het kunstg
rasveld is maar net aan goed gekomen. In ieder ge
val zijn wij komend seizoen de tweede vereniging
in de regio, na Meerburg, die officiële wedstrijden
op kunstgras speelt."
FOTO MARK LAMERS
11. Hoger dan de derde klasse zal de Kooiclub
nooit meer komen.
„Als je onze nieuwe accommodatie en onze histo
rie bekijkt - dat laatste is natuurlijk geen garantie
voor de toekomst - dan moeten we hoger kunnen.
We werken er hard aan. Als we talentvolle jeugd
spelers weten te behouden en het opleidingsni
veau ook, zie ik de toekomst positief in. Wil je ho
ger dan de derde klasse, dan heeft dat ook een fi
nanciële kant. We hebben een kleine maar trouwe
groep sponsors. Dat moeten er veel meer worden
en we zoeken ook nog naar een hoofdsponsor. We
hopen in de toekomst voor meer bedrijven dan nu
aantrekkelijk te worden."
12. Het zaterdagteam stond tot voor kort vooral
bekend om het aantal rode kaarten en inciden
ten. Dit seizoen dreigt het elftal naar de vierde
klasse te promoveren.
„Het is een jong elftal dat gelukkig een jaartje ou
der en wijzer is geworden. Minder kaarten en meer
prestatie. Een goede ontwikkeling die te danken is
aan de begeleiders Maarten van Kooperen en John
van de Wetering. Maar de aandacht blijft binnen
de club voorlopig op de zondagtak gericht. Ik geef
eerlijk toe dat ik het zaterdagteam niet een keer
heb zien spelen, andere bestuurders wel. Of we
een probleem krijgen als beide elftallen op hetzelf
de niveau komen te spelen? Daar heb ik nog niet
eens over nagedacht. In ieder geval moeten we de
heroprichting van een zaterdagcommissie overwe
gen en verder is dat zaterdag-elftal een verrijking
voor de doorstromingsmogelijkheden van de
jeugd."
13. Het komt goed met Roodenburg.
„Als dat niet blijkt uit al het voorgaande, dan weet
ik het niet meer. Die stelling is al indirect bewe
zen."
Is kind had ik er al last van.
/I Op maandag was mijn hon
ger naar voetbaluitslagen niet te
stillen. Mijn moeder, die is geze
gend meteen fabelachtig geheu
gen, vertelde me laatst dat ik
amper negen jaar oud was toen
ik op maandagmorgen bij een
buurvrouw De Telegraaf lospeu
terde. De krant ging mee naar
school en in de klas verslond ik
de sportpagina's. Mijn onder
wijzer, meester Bakker, voetbal
de zelf en riep mij op maandag
morgen pas na een uurtje bij de
les. Door te vragen wat UVS,
Roodenburg en Lugdunum
hadden gedaan.
Tegenwoordig moet De Volks
krant er 's maandags aan gelo
ven. Het sportkatern gaat in één
keer naar binnen. Te beginnen
met de voetbaluitslagen. Maar
dit seizoen liggen de verrichtin
gen van wat ooit de Grote Drie
van Leiden was mij zwaar op de
maag. UVS heeft het moeilijk in
de hoofdklasse, Lugdunum is
uit de tiveede klasse aan het val
len en Roodenburg is al te diep
gezakt om nog door de landelij
ke kranten te worden opge
merkt.
Hoe anders was dat dertig jaar
geleden. Bij het doorspitten van
een stapel oude Voetbal Interna
tionals viel mijn oog laatst op
de stand in de eerste, toen nog
hoogste, klasse van het zondag
voetbal. Oktober 1971: 1. UVS,
2. Roodenburg (één punt min
der, maar ook een wedstrijd
minder gespeeld), 8. Lugdunum.
Wat een weelde. Ik weet nog dat
mijn voorkeur in die vette jaren
van het Leidse voetbal naar
Roodenburg uitging. Op Sport
park Noord kon je aanvaller
Sam den Os als een duvel uit
een doosje voor de keeper van de
tegenpartij zien opduiken. Den
Os kaatste zoals ik later alleen
nog Van Basten heb zien doen.
Ook herinner ik mij nog de tor
pedo's die de reus Maarten van
Kooperen met zijn maat 48 lan
ceerde. Roodenburg had een
spectaculair elftal en ik fierste
op zondag graag vanuit Leider
dorp door de Kooi naar Noord.
Maar als ik Maarten de Vos
moet geloven, speelde Rooden-
De wonderploeg
van Herry de Vos
burg zijn beste voetbal niet in de
vroege jaren zeventig, maar hal
verwege de jaren zestig. Trainer
van die wonderploeg was Hage
naar Herry de Vos, Maartens va
der. In zijn boekje 'Tussen de be
nen' wijdt De Vos junior een
hoofdstuk aan het seizoen
waarin hij zelf tot de uitblinkers
behoorde in het onverslaanbare
elftal van zijn vader. Ik kreeg
'Tussen de benen' laatst te leen
van Willem Spierdijk, de chef-
sport van het Leidsch Dagblad,
en ik heb het in één adem uitge
lezen.
Nadat hij met Roodenburg in
het seizoen 1965-'66 kampioen
was geworden van de tiveede
klasse (met tien punten voor
sprong op Laakkwartier en
RVC) werd De Vos een vermaard
sportjournalist van De Tijd. In
1971 schreef hij het boek 'De
Ajacieden' en daarna ging hij
met Cor Coster, de schoonvader
van Johan Cruijff, in de voetbal
makelaardij (Inter football). De
Vos is een praatjesmaker en een
opschepper, maar hij kan ver
makelijk schrijven. 'Tussen de
benen' (uit 1988) gaat vooral
over de Amsterdamse scene van
getapte jongens (Sjaak Swart en
Freek de Jonge) die vroeger een
balletje met elkaar trapten bij
de Jaap Edenbaan en dat tegen
woordig op het kunstgrasveld
van Zeeburgia doen Maar het
verluialt ook over het legendari
sche Roodenburg van zijn vroeg
overleden vader.
„Dat jaar speelden we zoals
maar weinig amateurclubs ooit
luidden gevoetbald", schrijft
Maarten de Vos. „We maakten
tegen de honderd goals. Ik speel
de achter tivee spitsen die zó in
het betaald voetbal konden spe
len: Aat Heymans en Sam den
Os." Roodenburg was volgens
De Vos Anderlecht in het klein,
omdat het door de speelse trai
ningen van zijn vader Herry de
één-twee tot kunst had verhe
ven.
Kampioen werd Roodenburg in
1966, bij rivaal Lugdunum. De
Vos schat dat daar toch zeker
tienduizend toeschouwers getui
gen van waren. Overdrijven is
ook een vak. Sam den Os staan
Maarten de Vos en zijn vader,
het glorieuze seizoen in de tivee-
de klasse én de kampioenswed
strijd tegen Lugdunum nog hel
der voor de gèest. Maar tiendui
zend toeschouwers? Den Os
schiet in de lach als ik hem daar
over bel. „Het is nogal niks.
Lugdunum speelde in die tijd
achter het woonwagenkamp bij
het Trekvaartplein. Daar kon
van zijn levensdagen geen tien
duizend man langs de lijn
staan. Dat we een fijn elftal
hadden, was een ding dat zeker
was. En dat die Maarten aardig
kon voetballen ook. Hij was niet
van de bal te krijgen. En 'm af
geven deed hij ook niet graag.
We noemden hem de tennisbal.
Dat Aat Heymans en ik betaald
voetbal konden spelen, klopt. Ik
kon naar ADO, maar ik heb er
van afgezien. Waarom? Omdat
ik het bij Roodenburg veel te
veel naar m'n zin had. Het was
me toen een club hoor.
Volgende week meer over het
wonderbaarlijke Roodenburg
van de De Vossen en Sam den
Os.
JAAP VISSER
Reageren? sportredactie.ld@
damiate.hdc.nl