ZATERDAGS BIJVOEGSEL 1 De bankier van het verzet ie lijst van slapende rekeningen die de uitserse banken deze week prijs gaven, was een bijzondere stap in een spraakmakende zaak. Bijna drie lagina's met namen, merendeels van odse slachtojfers van de holocaust. De vermelding'ErnestineMenten, Varmond'deed een belletje rinkelen, as dat niet de vrouw van Emile Ernest tenten, 'de bankier van het verzet' die •>or komt in de werken van dr. Lou de mg, 'Het Koninkrijk der Nederlanden de Tweede Wereldoorlog'? Inderdaad. De wederwaardigheden van een strijdbaar ech tpaar. ZATERDAG 26 JULI 1997 Emile Ernest en Ernestine Menten met hun kinderen, vier dochters en een zoontje. FOTO COLLECTIE JACOB SCHRAGE e nabestaanden van Emile Er- nest Menten (1882-1970) en zijn vrouw Ernestine Menten-Van (1900-1978) waren flabbergasted toen •ze week via een advertentie van de tserse banken kennis namen van een sla- de rekening. Ze wisten niets van een te el dat sinds het einde van de oorlog lag te in achter Matterhorn en Mont Blanc. rekening bleek door Ernestine te zijn ge- nd. Waarom? Dat blijft het gissen. Fréde- ic Wouters-Menten, de oudste dochter het echtpaar: „Mijn moeder had yeel Ise vrienden. Een aantal is met behulp mijn ouders naar Zwitserland gevlucht, schien was het geld wel bedoeld voor hun nsonderhoud.". leinzoon Emest Menten: „Mijn opa heeft de oorlog lange tijd gevarfgen gezeten, schien heeft mijn oma uit voorzorg geld gezet, voor als het écht moeilijk zou wor- Opdracht ringen komen bovendrijven, oude :hiedenissen worden opgerakeld. Roem- ite verhalen over de belevenissen van de itens in oorlogstijd. let begin daarvan ligt halverwege augus- 1940. Toen verscheen bij bankier Emile est Menten op diens kantoor van Pierson, iring en Pierson (waarvan hij mede-fir- it was) in Den Haag, de zeeofficier Van nel. een geheim agent die variuit Enge- bij Hillegom was gedropt. „Hij zei mij hij aan het einde van de week een brief Prins Bernhard zou brengen", verklaarde iten na de oorlog, tijdens een verhoor de parlementaire enquêtecommissie )-1945. Van Hamel legitimeerde zich met ongephixeerde microphoto van Prins ahard die meteen zwart wordt als je hem ijkt Dat de brief inderdaad van Bernhard m werd bewezen door aangelegenheden et schrijven die alleen de banlder en de is - Menten had een goed contact met de inklijke familie - van elkaar wisten. De f bevatte de opdracht om een spionage- lenderorganisatie in Nederland op te zet- Menten moest die zaak financieren. Hij dat en zette daarmee zijn eerste stap- op het pad van de illegaliteit. Van Hamel, geheim agent, kreeg van hem geregeld toegestopt. „Ik heb dit niet gedaan uit dige overmoed, of eigen initiatief', zei iten later. „Ik had er beslist niet aan ge it op mijn leeftijd (Menten was bij het reken van de oorlog bijna 60 jaar, red.), ik heb gehoorzaamd aan een bevel uit den. Niemand wist er iets van, mijn 1 iw niet eh evenmin mijn kinderen." éderique Wouters-Menten, die 16 jaar toen de oorlog uitbrak: „Later pas ben ik hoop te weten gekomen over de rol van vader in het verzet." Maatregelen 1940 zocht Emile Ernest Menten con- met zijn vriend, dr. ir. J. A. Ringers, alge- n gemachtigde voor de wederopbouw en louwnijverheid. Dr. Lou de Jong gaat in levenswerk 'Het Koninkrijk der Neder- len in de Tweede Wereldoorlog', uitvoerig p die ontmoeting. Menten tegen Ringers: er nu eens een ommezwaai komt - zeer seling - en het volk doet waarover men ekt en het wordt een Bijltjesdag - men moorden en roven - dan kunnen wij dat iniet goed vinden!" n de vooravond van de Duitse invasie in ovjet-Unie kwam Menten tot de conclu- lat het tijd werd om 'spijkers met koppen Emile en Ernestine Menten: een strijdbaar echtpaar. Nadat de Duitsers vanuit hun bezwaar tegen Rudolf Steiner de Vrije School in Den Haag hadden gesloten, begon Ernestine Menten (achter in het midden) een klasje op haar landgoed. FOTO ARCHIEF T HAARSMA Emile Emest Menten (midden) in zijn Leidse studententijd bij roeivereniging Njord. FOTO COLLECTIE JACOB SCHRAGE te slaan', zoals Lou de Jong dat noemt. Als Nederland plotseling zou zijn bevrijd, moest Ringers de bevolking op het hart drukken zich van gewelddadigheden te onthouden. Om narigheid te voorkomen moesten dan op die dag de cafés dicht blijven. Samen met SDAP-voorman Koos Vorrink en talloze andere vooraanstaande politici, kwamen Menten en Ringers tot de oprichting van het Nationaal Comité, dat in een eventu eel 'machtsvacuüm' een voorlopig bewind moest vormen. Dit comité probeerde via te legrammen verbinding te krijgen met Enge land. Er moest immers toestemming komen van de regering. Menten deed dat via per soonlijke contacten bij het Nederlandse ge zantschap in Zwitserland. Vorrink bediende zich van geheim agent Van der Waals, de be ruchte V-Mann van de Duitsers. Illegale school Intussen droeg mevrouw Ernestine Menten op geheel eigen wijze haar steentje bij aan het verzet. Zo kreeg Warmonder A. Haarsma, die nu 87 jaar is, in het begin van de oorlog bezoek van haar. Of hij zijn kinderen naar het schooltje zou willen sturen, dat zij van plan was op te zetten boven in het koetshuis van Haege Weyde, het landgoed van de familie Menten in Warmond. De Vrije School in Den Haag had op last van de Duitsers de deuren moeten sluiten. De bezetter moest niets hebben van de idee- en van Rudolf Steiner. Ernestine Menten, een antroposofe met een grote belangstelling voor onderwijs, kon dat niet verkroppen. En zo kwam er een klasje op het landgoed van de Mentens. „Mijn twee oudste kinderen", zegt Haarsma, „hebben bij mevrouw Menten les gehad. Ik zie haar nog altijd voor me, ach ter haar vleugel. Op de vleugel stond een por tret van Rudolf Steiner. Ze was een hele mooie vrouw, een bijzonder mens. Rond kerst voerde de familie altijd een to neelspel rond de geboorte van Christus op, zoals mensen van de Vrije School gewend zijn te doen. Ik heb nog meegespeeld in die opvoeringen." Behalve kinderen uit Warmond en Den Haag, kregen ook kinderen van onderduikers les op Haege Weyde. Fréderique Wouters- Menten: „We hadden altijd wel een stuk of zestien, zeventien onderduikers in huis... Er liep een vluchtroute naar Zwitserland. Mijn moeder had veel joodse vrienden. Ik herinner me nog een man en een vrouw, die allebei verkleed als non vluchtten: ze kwamen veilig over. Onbegrijpelijk dat de Duitsers - die toch een paar keer huiszoekingen hebben gedaan - nooit een onderduiker bij ons vonden." Arrestatie In het najaar van 1940 grepen de Duitsers bij de Friese meren Van Hamel, de secret agent die werd 'gesponsord' door Menten. Ze lieten hem alle hoeken van zijn cel zien, maar hij sloeg niet door. In het voorjaar van 1941 kwam hij voor het vuurpeloton. Emile Ernest Menten liet zich niet afschrik ken door het voorval. Hij ging door met een broer van Van Hamel, een diplomaat. Ruim twee jaar later liep het fout: in januari 1943 werd Menten gearresteerd. In diezelfde tijd was er tussen het Nationaal Comité en Lon den een verbinding tot stand gebracht door V-Mann Van der Waals. De Duitsers moeten Menten al langer op de korrel hebben gehad. Dat blijkt uit een verhaal over Hubert Menten, een broer die kunsthandelaar in Berlijn was. Hubert had Hitler, die hij nogal bewonderde, een aantal aardige schilderijen bezorgd. Daardoor ver wierf hij enig krediet bij de Führer. In 1942 had hij via een adjudant van Bormann, chef van de partijkanselarij en vertrouweling van Hitier, Emile Emest en een andere broer - Ot to - die ook in de illegaliteit zat voor gijzeling weten te behoeden. Toen Menten later toch werd gearresteerd, vroeg een hoge Duitse functionaris de leider van de SS in Nederland - Rauter - om opheldering. Rauter antwoordde op 23 januari 1943 als volgt: 'Emile Ernest Menten, bankier van Pierson, Heldring en Pierson in Den Haag, heeft een door de Geheime Dienst in Enge land opgeleide agent, een Hollandse vaandrig van de marine, die hier per parachute is afge worpen, in opdracht van de Nederlandse re gering in Londen twee jaar lang voor zijn ille gale activiteiten zo'n 42.000 gulden doen toe komen. Emile Emest heeft al bekend. Zijn broer (Otto, red.) werd nog niet gearresteerd, omdat daardoor verdere kringen gewaar schuwd zouden kunnen worden. De Sichter- heitspolizei zit aan achter een andere groep (het Nationaal Comité, red.) die in de zaak is gemengd. Ik verzoek u rijksleider Bormann vertrouwelijk in te lichten en tegenover nie mand te laten vallen dat Emile Emest Men ten om andere redenen is gearresteerd. Hij wordt door ons naar buiten toe nog altijd als gijzelaar beschouwd. De werkwijze die opvalt is typisch voor Hollanders, sluw en geslepen en elke kans benuttend. Heil Hitier. Uw toe genegen Rauter.' Hubert Menten werd van deze reactie in kennis gesteld. Voor het geval het tot meer maatregelen mocht komen, met als uiterste het plan om Emile Emest Menten te executeren, werd Rauter bevolen om Hubert op de hoogte te brengen. 'Omdat het hier een apart geval be treft, wegens de bijzondere verdiensten van Hubert Menten.' „Toen mijn vader gevangen zat", zegt Fré derique Wouters-Menten. „had mijn moeder de verantwoordelijkheid over alles wat zich rond ons huis afspeelde en dat was nogal wat met die onderduikers.... Ze was een hele flin ke vrouw, die er lange tijd alleen voor stond." Opvallend Fréderique Wouters-Menten herinnert zich nog goed de tijd nadat haar vader was opge pakt. „Hij is meegenomen vanuit zijn kan toor. Eerst naar het Oranje Hotel in Scheve- ningen. Daar heeft hij twee weken gezeten. Daarna hebben ze hem naar Haaren overge plaatst. Wij hebben hem af en toe bezocht. Hij is in eerste instantie opgepakt vanwege zijn betrokkenheid bij die spionage-organisa- tie. Hij zou worden afgevoerd naar een ver nietigingskamp. Maar toen kwant er nog een zaak bij en hebben ze hem in Haaren laten zitten." Dat was nadat Van der Waals, de V-Mann van de Duitsers, alle leden van het Nationaal Comité had verraden. Van der Waals was door Koos Vorrink uitvoerig geïnformeerd omdat het Nationaal Comité verschrikkelijk graag wilde dat men in Engeland zou weten wat er aan de hand was. Toen de voorzitter van de parlementaire enquêtecommissie 1940-1945 na de bevrij ding aan Vorrink vroeg naar zijn vertrouwen in Van der Waals, was het antwoord: „Ie mand die in de illegaliteit ging, daar loopt - generaliserend gesproken - een streep door. Een normaal mens gaat achter de kachel zit ten, steekt een pijp op en wacht tot de storm over is. Die gehele gewrongen voorstelling, dat het Nederlandse volk zo goed is geweest, is er naast. Het Nederlandse volk is een stel letje gewone doorsneemensen met een aller- miserabelste mentaliteit geweest. De mees ten hebben gedacht: als het mijn tijd maar uit duurt. Er liep door Van der Waals wel een streep, maar dat deed het bij ons allemaal." Fréderique Wouters Menten: „Die tweede zaak die mijn vader werd aangewreven, zou inderdaad wel eens zijn bemoeienis kunnen zijn geweest met het Nationaal Comité. Maar - dat herinner ik me niet goed." Voor Menten had een en ander wel het voordeel dat de aandacht werd afgeleid van zijn geldschieterij ten behoeve van spionage-activiteiten. Hoe dan ook: het is opvallend dat Menten, die toch een bekentenis had afgelegd, niet net zoals Van Hamel door de Duitsers is ge fusilleerd. Had Hubert, zijn broer in Berlijn, dan zo'n grote invloed? Of had het te maken met de ziekte die Menten simuleerde? Men ten sprak erover bij de parlementaire enquê tecommissie 1940-1945. Hij vertelde daar over het voorwenden van ernstige even wichtsstoornissen. Dochter Fréderique: „Mijn vader wist precies hoe die ziekte er uit zag. Dat kwam omdat zijn broer Otto eraan - leed." Kleinzoon Ernest weet uit de overleve ring: „Hij liep telkens met zijn hoofd tegen de muur, het lag helemaal open. Hij wankelde, hij zei dat hij misselijk was. De Duitsers heb ben hem, nadat hij door een arts langdurig was onderzocht, laten gaan. Ze dachten dat hij dood zou gaan, heel langzaam en afschu welijk. En dat vonden ze een goede manier om met hem af te rekenen." In elk geval: Menten mocht naar huis. Vrij snel dook hij onder om vanaf een geheim adres zijn verzetswerk voort te zetten. Zeer tegen de zin van de familie in. Fréderique Wouters-Menten: „Het werd mijn moeder al lemaal te veel. Ik ben naar het onderduik adres van mijn vader gegaan en ik heb met hem gepraat. 'Dat kun je niet meer maken', heb ik tegen hem gezegd. Hij is uiteindelijk meegegaan naar huis...."

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1997 | | pagina 29