Beeldentuin krijgt in
1993 misschien vervolg
'Het blijft een hobby'
Echtpaar Gijsman wil aandacht
voor ballroom-danssport
Frans Koot verruilt Leiden voor Antwerpen
Leidenaar Frans Koot sloot in april
j.l. de deuren van zijn Galerie
Coup d' Art aan de Nieuwe Rijn
in Leiden. „Voor galeriehouders is er in de
sleutelstad geen droog brood te verdienen,"
was hij tot de conclusie gekomen. Het run
nen van de galerie had hem, in anderhalf
jaar tijd, een kleine ton gekost. Koot besloot
er een punt achter te zetten.
Maar, het bloed kruipt waar het niet gaan
kan. Op 1 november opende Frans Koot
zijn nieuwe galerie Coup d' Art, nu aan de
Korte Nieuwstraat in het hart van Antwer
pen. Een kleine galerie in een van de oude
straatjes, op een steenworp afstand van de
Grote Markt met z'n zestiende-eeuwse
stadhuis en fraaie gildehuizen. Het culture
le klimaat in Antwerpen biedt volgens de
Leidenaar meer mogelijkheden om een
bloeiende zaak te runnen.
Wat heeft Antwerpen dat Leiden niet
heeft?, is de vraag aan Koot. „Antwerpen is
voor mij hetzelfde als Amsterdam, een grote
stad waar men heel cultureel bezig is, waar
veel internationaal publiek komt dat in
kunst geïnteresseerd is. Heel anders dan in
Leiden, waar ik afhankelijk was van het
winkelend publiek, van mensen die toeval
lig even binnenkeken omdat ze over de
markt liepen. Natuurlijk worden kijkers
weieens kopers, maar het grootste deel was
en bleef toch kijker."
"Een galerie is voor .mij in de eerste plaats
een liefhebberij," vertelt Koot. „Ik hoef er
mijn brood niet mee te verdienen. Maar,
laat ik eerlijk zijn: ik zat natuurlijk niet aan
de Nieuwe Rijn om vliegen te vangén. Zo'n
liefhebberij moet ook wel eens wat opbren
gen en niet elke maand geld kosten."
Waarom hij juist in Antwerpen opnieuw
is begonnen, en bijvoorbeeld niet in Am
sterdam, is volgens Koot een duidelijke
zaak: .Amsterdam is al vergeven van de ga
leries. Bovendien had ik in Antwerpen de
nodige connecties die ik heb aangesproken.
Ik zit er naast een andere galerie (20 Nova
Platea), dus er komt heel gericht publiek in
de Korte Nieuwstraat"
CONTACTEN
Op 1 november opende Koot zijn Antwerp
se galerie met een expositie van werken van
Lex Goudsmit (78), de acteur/zanger die
pas op zijn 76-ste debuteerde als kunst
schilder. „Ik raakte meteen al heel snel een
van zijn werken kwijt. Dat is heel leuk ge
gaan. De koper was een Portugees. Het ge
sprek ging aanvankelijk heel moeizaam, in
gebrekkig Frans en Engels. Maar na een
klein uurtje praten was de koop toch geslo
ten. Dat werk kostte 3000 gulden, ofwel
54.000 franken. Maar het viel mij op dat dat
geen enkele probleem was. In Leiden raakte
ik werken van boven de 1000 gulden nau
welijks kwijt."
Het Antwerpse publiek verschilt veel van
het Leidse, meent Koot. „Men is in Leiden
niet gewend om rustig een galerie binnen te
wandelen en rond te kijken. Daar gunt men
zich de tijd niet voor. Het Antwerpse pu
bliek is geïïnteresseerder en vindt dat
mooie dingen ook wel iets mogen kosten. Je
ziet het ook aan de winkels in de grote win
kelstraten. Als je de Keyserlei in loopt, dat
zijn allemaal sjieke zaken, waar je niet komt
om eventjes een voordeeltje te halen. Bel
gen zijn meer op luxe gesteld en hebben er
meer "voor over om hun huis goed in te
richten. Nederlanders vinden belangrijker
dat er een dure auto voor de deur staat, om
maar wat te noemen."
„Als ik publiek binnen krijg dat gewend is
kunst te kopen heeft dat als bijkomend
voordeel dat ik ook met mensen spreek die
geïnteresseerd zijn in kunst. In Leiden mis
te ik dat. Ik heb hier in Antwerpen leukere
contacten. Ook met de galeriehouder naast
mij. Dat zijn heel goeie mensen, ook bereid
om je te helpen. In Leiden heb ik alle kran
ten zelf moet zoeken. En hier is het: wil je
van mij een lijstje naar wie je uitnodigingen
kunt sturen? Alsjeblieft!"
„Ook de benadering van galeries door
kunstenaars is in Antwerpen heel anders.
Men is eerder bereid werk af te staan. In
Nederland verwacht men meteen dat je een
grootse expositie opzet, met een opening
en alles wat er bij komt. Dat kost veel meer
dan dat je een paar schilderijen van iemand
ophangt. Voor mij hoeven al dfe opgeklopte
openingen met veel glamour niet meer. Het
is allemaal wel leuk, maar het kost soms
meer dan je in een maand kunt verdienen."
„Een galerie blijft geld kosten", aldus Koot.
„Maar ik weet nu duidelijk wat mijn kosten
zijn. Met het schilderij van Lex Goudsmid
dat ik verkocht, en later nog eentje, had ik
mijn kosten voor die maand er bijna weer
uit. Dat kon ik in Leiden niet voor elkaar
krijgen. Daar had ik weken dat ik niks ver
kocht. Of ik er ooit wat aan overhoud? Dat
weet ik niet. Vind ik ook niet erg. Het blijft
een hobby."
Verbazingwekkend genoeg was
het afgelopen juni een drukte
van belang aan de Vlietweg. In
het weekeinde van die maand stonden
mensen, ondanks het niet al te beste weer,
te dringen voor het hek van nummer 3. Om
de expositie 'Beeldentuin Leiden' te komen
bezichtigen.
De voormalige minister van cultuur Elco
Brinkman zou dit particulier initiatief van
het echtpaar Veldhuizen, gelukkige eige
naars van een gigantische tuin aan het wa
ter, de hemel hebben ingeprezen. Want ga
ven zij in die junimaand niet negen, pas af
gestudeerde, kunstenaars de kans iets van
hun kunnen te laten zien zonder dat de
overheid ook maar één cent subsidie hoef
de te verstrekken?
Nu is het met kunst altijd maar afwach
ten. Loopt het storm voor de ene expositie,
bij de andere komt er geen hond opdagen.
Dat zegt niets over de kwaliteit van de
kunstwerken, maar het ene spreekt nu een
maal meer aan dan het andere.
Roel en Inge Veldhuizen namen dus een
zeker risico om negen beeldend kunste
naars in hun fraaie tuin te laten rondhobbe-
len en daar een mooi plekje uit te zoeken
voor een nog te maken kunstwerk. Maar
spijt hebben ze er niet van.
„Nee, het verbaasde ons dat er zoveel
mensen zijn komen kijken. Hoewel we pech
hadden met het weer, juni was echt vrese
lijk, stonden ze op zaterdag- en zondagoch
tend al een half uur van te voren voor het
hek te drommen. Vaak kwamen de mensen
natuurlijk uit nieuwsgierigheid, soms voor
de gezelligheid om een praatje met de kun
stenaars te komen maken. Die waren altijd
wel aanwezig om vragen te kunnen beant
woorden. En zelf waren we er ook vaak bij."
Echt negatieve reacties over de toch
spraakmakende kunstwerken hebben ze
nauwelijks gehad. Ja er was één mijnheer
die het maar niks vond. „Die had verwacht
van die Griekse en Romeinse beelden te
zien." En die waren nu juist niet te bezichti
gen in de Beeldentuin. De werken vroegen
wel wat van het publiek, waren niet figura
tief, maar riepen discussie op. In elk geval
moest je als toeschouwer goed kijken, wilde
je de 'achterliggende gedachte' van de kun
stenaar kunnen doogronden. Geen gemak
kelijke kunst dus.
VERSTILDE NATUUR
Charlotte Ligtenberg bijvoorbeeld had zich
door de verstilde natuur laten inspireren en
maakte een sober object: een kleine groep
van zes beelden met een reflecterend mid
delpunt. „De belangrijkste consequentie
van de Beeldentuin is dat we nu met bijna
de voltallige groep, aangevuld met twee an
dere kunstenaars, bezig zijn een zelfde pro
ject te organiseren. Maar daarin zal meer in
samenwerking met elkaar worden gewerkt.
Bij de Beeldentuin werkten we los van el
kaar naar de plek toe. Het waren grote ob
jecten die we daarvoor hebben gemaakt.
Nu willen we kleinschalig werken, een huis
kamerproject met allerlei kleine voorwer
pen die bij iemand in huis worden ge
plaatst. En dat alles in samenhang met el-
kaars werk."
Frans Koot sloot zijn galerie in Leiden en opende er een in Antwerpen: „Voor galeriehouders is er in de sleutelstad geen droog brood te verdienen."
foto wim dijkman
Zelf heeft ze tijdens de expositie aan de
Vlietweg niets verkocht. „Alleen de ets, die
we met z'n allen hadden gemaakt om uit de
kosten te komen, is helemaal uitverkocht
en dat is toch wel leuk." Persoonlijk heeft
de gebeurtenis wel indruk op haar gemaakt:
„Ik schrijf nu gedichten die ermee samen
hangen, met dat verstilde landschap. Aan
de andere kant ben ik bezig met een heel
tegengesteld project. Dat wordt juist heel
uitbundig. Het is misschien nog een beetje
voorbarig om erover te vertellen, maar ik
heb een speel-object in gedachten. Kastjes
die open kunnen en waaruit dingen komen.
Een doe-object voor de toeschouwer. In te
genstelling tot dat in de Beeldentuin, dat
was een denk-object".
NIKS
„Nee, ik heb niks verkocht en er is ook niks
uit dat project voortgevloeid." Mieke Arts,
die voor de Beeldentuin een turkoois-kleu
rig 'tempeltje' maakte, schildert nu, maar
tegelijkertijd volgt zij een opleiding tot te
kendocent. „We zijn met zijn allen nog be
zig geweest iets dergelijks te organiseren bij
een boerderij in de Achterhoek. Maar later
kwamen we erachter dat die boerin het ei
genlijk alleen voor de gezelligheid deed. Ze
vond het leuk vanwege die contacten met
kunstenaars. Maar het is op niks uitgelo
pen, want ze wilde een tientje toegang hef
fen. Dat vonden wij niet zo'n goed idee. Het
is al moeilijk genoeg om kunst bij de men
sen te brengen, dan moet je nog niet ook
eens zo'n drempel opwerpen. Nee, dat klik
te niet zo."
De enige die tijdens de expositie in juni
werk heeft verkocht is Sandra Hilhorst.
Haar 'Winterwacht', een grote stoel met pij
len achterin, ging van de hand om te wor
den geplaatst in een particuliere tuin. De
anderen hebben tijdens de expositie con
tacten kunnen leggen met galeriehouders
en kunstliefhebbers. Of daar ooit vervolgop
drachten op komen? Arts: „Je weet maar
nooit."
Inge en Roel Veldhuizen zijn zeker van
plan nog eens zo'n evenement te organise
ren, want het is hun goed bevallen. „Er
kwamen elk weekeinde toch wel zo'n zestig
mensen kijken. Ik denk dat we een jaartje
wachten. En in 1993 doen we het misschien
weer. Hopelijk dan met kunstenaars hier uit
de regio. Want nu waren het voornamelijk
Haagse kunstenaars."
De Leidse burgemeester C. Goekoop opende in juni de expositie 'Beeldentuin' aan de Vlietweg
in Leiden. Negen jonge kunstenaars mochten in deze particuliere tuin een kunstobject plaatsen.
Op de voorgrond het object waarmee Anneke Bakker de tuin opsierde. foto hielco kuipers
HOOGACHTEND, ECHTPAAR GIJSMAN
Het echtpaar Gijsman in vol ornaat op de dansvloer: „Probeer n
eens in anderhalve minuut, want zo lang duurt elke dans, iets n
zetten", zegt Mieke uitdagend.
Veel lezers hebben gereageerd op een
oproep om onderwerpen aan te dragen
voor leuke, tragische of spannende,
maar in ieder geval bijzondere verhalen,
die deel kunnen uitmaken van de
oudejaarsbiilage 1991. Uit het aanbod is
een zorgvuldige selectie gemaakt Dit is
het verhaal van het echtpaar Gijsman.
Ze zeggen het vaak tegen elkaar na een
belangrijke wedstrijd: "Waarom lezen we
nooit wat over ballroomdansen? Aan
biljarten, kunstrijden op de schaats,
kunstzwemmen of ballet wordt toch ook
aandacht in de krant besteed. Zelfs van de
wedstrijden uit de laagste divisie voetbal is
er nog een uitgebreid verslag."
Mieke (30) en Jan Gijsman (28) uit Leiden
doen al jaren aan topsport:
ballroomdansen. Vier avonden in de week
trainen ze daarvoor.
's Zaterdagsmiddags hebben ze privéles en
's zondags staan ze op de vloer voor de
bekers, de medailles en de punten.
Oefening baart kunst. Dit jaar werden ze
kampioen in de Nederlandse hoofdklasse.
Helaas, geen letter lazen ze daarover. „In de
ons omringende landen België, Duitsland
en Engeland hebben ze daarover verslagen
in de kranten en zelfs uitgebreide televisie
uitzendingen."
Niet dat het echtpaar Gijsman er minder
om danst. Ze vinden het alleen een beetje
vreemd. „Duizenden en duizenden mensen
beoefenen de danssport en dan komt zo'n
willekeurige kanovaarder die iets wint in de
krant. Dat zit mij niet lekker. Er zijn toch
meer dansers dan kanovaarders." Jan
Gijsman moet er zelf om lachen.
Pas geleden stonden ze nog in de
Stadsgehoorzaal. Met rugnummer 114.
Mieke Gijsman start terloops een
videoband. Inderdaad, de Stadsgehoorzaal.
Paar 114 danst een perfecte Engelse wals en
haalt veel punten binnen voor het
kampioenschap. Waar is de verslaggever
die het potlood achter zijn oor vandaan
haalt en dit noteert?
Maar Jan Gijsman heeft nog hoop. In 1996
staat ballroomdansen als
demonstratiesport op het programma van
de Olympische Spelen. „Dan kan niemand
er meer omheen."
Het wedstrijddansen kent twee richtingen:
'Latin' en 'Ballroom'. Latin wordt vooral
beoefend door paren die nog ruim onder de
dertig zijn. De dansen zijn swingender en
de jurken bloter. Ballroom omvat vijf
dansen: de Engelse wals, Quick Step,
Tango, Slow Fox en, als je bent
doorgedrongen tot de hoofdklasse, komt de
Weense wals erbij.
De Gijsmannen, die elkaar zo'n vijfjaar
geleden op de dansvloer tegemoet
zwierden, zijn in beide richtingen tot de
hoofdklasse doorgedrongen. Dan sta je voor
een keuze. „Als paar kunnen we het bij het
ballroomdansen nog helemaal maken. De
top ligt daar rond de 35 jaar." Ze hopen dit
jaar Nederlands kampioen te worden. Of
het lukt? „We zitten er heel dichtbij." De
kampioen van vorig jaar is dit seizoen reeds
twee keer verslagen.
Dansen heeft alles te maken met techniek
en de balans van het lichaam. Ie hebt jaren
en jaren nodig om aan de top te komen. Jan
en Mieke Gijsman dansen beiden vanaf
hun vijftiende bij een dansschool. Nu zijn
ze zover dat ze met bekwame privétrainers
als Joop Brommeyer en de Engelse Dorothy
Charlton verder proberen te komen. Er
moet heel wat gebeuren voordat de jury een
paar in het vizier heeft. „Probeer maar eens
in anderhalve minuut, want zo lang duurt
elke dans, iets neer te zetten", zegt Mieke
uitdagend.
Hoe val je op? Daarover zijn ze het beiden
wel eens: .Allereerst door goed te dansen.
Maar daarmee alleen kom je er niet. Je
moet een eigen stijl ontwikkelen, met korte,
leuke dingetjes erin. Een tango met veel
hopjes, een quick step die snelheid heeft.
Een Weense wals met een rechtsom en
linksom op de plaats. Belangrijk is verder je
uitstraling, je mimiek en de kostuums. De
rok van de jurk moet ook mooi dansen." En
de rok van de jurk danst alleen maar goed
als je houding goed is. Even een verkeerd
gedraaide hand, even een duim die fout zit
of een nek die een centimeter te veel naar
voren neigt en je staat in een verloren
positie.
Werken is nodig om deze dure passie te
kunnen bekostigen. Jan Gijsman heeft ooit
eens uitgerekend wat ze per maand kwijt
zijn aan het dansen. Dat was een jaar
geleden al 1000 gulden, exclusief kleding en
buitenlandse reizen. In die twee
'exclusieven' zit overigens nog een verhaal
apart.
Mieke Gijsman had behalve lol in dansen
ook veel plezier in het maken van haar
jurken. Een ballroomjurk komt op zo'n
vierduizend gulden en je hebt er per
seizoen minstens twee nodig. Tel uit je
winst als je ze zelf maakt. Op een gegeven
moment trok de haute couture van Mieke
Gijsman zo de aandacht, dat concurrenten
zich tot haar wendden met het verzoek voor
hen ook een jurk te maken. Mieke, die de
opleiding kleding en mode had gedaan, gaf
haar baan bij de bank eraan en vestigde
zich op de zolder van haar woning als
naaister van ballroomkleding. Een
ongekend succes. Nu knipt ze dagelijks uit
zeer kostbare Engelse stoffen dansgewaden.
Gewaden met rokken die uit vijf lagen
bestaan, waaraan zo'n 18 meter veertjes
worden gestikt of waarop soms wel 6000
glitterende steentjes moeten worden
aangebracht.
De naaister houdt ook terdege rekening
met het postuur. Iedereen moet lang en
slank lijken, daartoe worden de taillelijnen
verhoogd of de slippen smaller gemaakt. En
het spreekt vanzelf dat op de kleding van
het echtpaar Gijsman niets aan te merken
is. En als Mieke op haar jurk is uitgekeken,
gooit ze die in de aanbieding. In vijftig uur
heeft ze weer een nieuwe.
BUITENLAND
Op de buitenlandse reizen-verheugen ze
zich telkens weer. Als winnaar van de
hoofdklasse mag je naar Parijs, Mannheim
en Blackpool. In die plaatsen word je als
danspaar gewaardeerd. „Het is heerlijk om
voor zo'n vier- tot vijfduizend toeschouwers
aan het werk te gaan. Blackpool is het
Mekka. Die Engelsen weten wat dansen is.
Bij de buitenlandse wedstrijden staan wij
nog onderaan op de ladder. We hopen dit
jaar bij de eerste 96 te komen. Dan volgt 48,
vervolgens de beste 24, de beste 12 en dan
zit je in de finale. Of we dat ooit halen? Ik
weet het niet. Ik denk dat kwartfinale reëler
klinkt. Landen in opkomst zijn Japan en
Australië. Maar ook hier in Nederland trekt
het dansen weer aan."
Als het echtpaar Gijsman van de vloer af is,
hebben ze het zelden nog over dansen. Nou
ja, zelden. De wedstrijden worden wel op
video vastgelegd en geanalyseerd. Ruzie
hebben ze nooit over de fouten die ze
maken. Dat kan gewoon gebeuren. Toch
zijn er veel ruziënde dansparen, die elkaar
na afloop van een wedstrijd in de haren
zitten. De Gijsmannen lijken wat dat betreft
nog op één lijn te zitten. Wensen voor het
nieuwe jaar? Nederlands kampioen en een
verslag in deze krant.
De prijzenkast pronkt in de naaikamer van
Mieke Gijsman. Jan Gijsman toont trots de
jurken van zijn vrouw. Mieke strijkt even
over de speciale dansschoenen van haar
man. Heel zacht. Ja, dan willen voeten wel
van de vloer.
SASKIA STOELINGA