Burgemeester Paats hoopt op een rustig 1992 Bord 'Welkom gasten' geldt nu ook voor asielzoekers Benthuizense na rampjaar 1991 'Leef bewust met elkaar en geniet' Y~\ Het welkomstbord op Kaageiland geldt nu ook voor de asielzoekers die er verblijven. foto ben de bruyn Vluchtelingen kunnen bijkomen op Kaageiland tl e sfeer was verbitterd op het ei- Hl B land. Van de ene op de andere M dag kwamen er zo'n dertig vreemde snoeshanen, die bij hetzelfde su permarktje hun boodschappen kwamen doen. De Kaag, een klein dorpje met een hechte gemeenschap, zag die asielzoekers helemaal niet zitten. „We hebben het knus en gezellig met elkaar en nu moeten we de achterdeur op slot doen. Je weet tenslotte niet wat voor volk het is." Velen hadden'in november 1990 die 35 asielzoekers dan ook graag een kaartje voor een enkele reis met het pontje gegeven. Om maar te zwijgen van sommige racistische uitspraken die er werden gedaan. „Maar mijn naam niet in de krant hoor, die ge meenschap is zo klein." Onder dit voor wendsel werden de meest vervelende uit spraken gedaan. Racisme en vreemdelin genhaat kwamen plotseling wel heel dicht bij. Die stemming is nu omgeslagen op het eiland. Het bordje 'welkom gasten' bij het pontje, geldt nu niet alleen de toeristen maar wel degelijk ook de asielzoekers. De meeste bewoners zijn er van overtuigd dat de vluchtelingen niet voor hun plezier naar De Kaag zijn gekomen en willen er alles aan doen om het de gasten naar de zin te ma ken. Ook al blijft een enkeling de mening toegedaan dat het 'opvreters' zijn, die in hun eigen land de boel op stelten zetten en dat ook hier van plan zijn. „Maar mijn naam niet in de krant hoor", is nog steeds het dringende verzoek. Een vraag die je ook van de meeste voorstanders krijgt. „Misschien zeg ik iets verkeerd en dan hoor ik het morgen gelijk weer in de winkel", was één van de argumenten om maar uit de krant te mogen blijven. Om van het maken van een foto maar niet te spre ken. De Kagers die vorig jaar fel van leer trokken tegen de asielzoekers willen daar eigenlijk liever niet aan herinnerd worden en ontkennen veelal de uitspraken van des tijds. Dat kat-uit-de-boom-kijken van de Ka gers duurde vorig jaar overigens maar heel even. „Het was ook merkwaardig van het ministerie van wvc om die groep zonder overleg in de zeilschool te plaatsen. Als dat van te voren goed was doorgesproken met iedereen was er niets aan de hand geweest. De Kaag is gastvrij, dan blijkt in de zomer wel", zegt secretaris Jaap Donkers van de dorpsraad. „Maar als er plotseling zo'n der tig mensen uit China, Pakistan, Liberia of Indonesië rondlopen is dat vreemd." VRIENDSCHAPPEN Volgens Donkers is er door de eilanders veel gedaan om het de gasten naar de zin te ma ken. „Van terughoudendheid en onbegrip was na pakweg een maand geen sprake meer. Er werd gezorgd voor boeken en an dere spullen die de vluchtelingen nodig hadden. Tripjes georganiseerd en er ont stonden zelfs vriendschappen tussen Kaag- se gezinnen en de vluchtelingen. Ook nu nog. nadat ze al weer ruim een half jaar zijn vertrokken. Er komt er nog wel eens eentje een dagje buurten vertelt Donkers. „Die Kagers zijn zo slecht niet, alleen weten ze graag eerst waar ze aan toe zijn. Ook een compliment voor zeilschool-directeur Van Rijn. Die pakt het werkelijk prima aan en behandelt ze echt als gasten. Dat mag best wel eens gezegd worden." De dorpsraad-secretaris lijkt wat dat be treft het gelijk aan zijn zijde te hebben. Half november arriveerde een tweede groep asielzoekers op het eiland. Onder wie enke le gezinnen uit Joegoslavië en Tsjecho-Slo- watóje met jonge kinderen. Al gelijk werd een spontane actie op touw gezet om speel goed en kleding in te zamelen. En ook bij de feestdagen aan het eind van deze maand werden ze niet vergeten. „Dat is het minste wat je doen kan", zegt Maaike Offers. „Ik heb ontzettend met ze te doen, want je neemt een beslissing om te vluchten uit je land niet zo maar. Ze lopen alleen maar doelloos op het eiland rond. Ik denk wel eens, geef ze wat te doen, dan zijn ze tenminste bezig en kunnen ze hun ge dachten verzetten." Een Kager die onbe kend wenst te blijven merkt op, dat de meeste vluchtelingen voor de problemen in hun eigen land weglopen. „Dat is de ge makkelijkste oplossing. Wat moeten ze hier, ik ben daar toch ook niet welkom? Maar mijn naam niet in de krant hoor, anders krijg ik misschien last op mijn werk." Lia Verwater is een geheel andere mening toegedaan. Het is voor haar vanzelfspre kend dat er vluchtelingen naar het eiland komen. „Heerlijk rustig in deze tijd. dan kunnen ze bijkomen van alle problemen die ze hebben meegemaakt." Dat bijkomen op het eiland duurt voor de meeste gasten maar kort. Dit in tegenstel ling tot de eerste groep die ruim vier maan den op De Kaag bleef. „De procedures zijn wat veranderd. De Kaag is nu echt een doorgangscentrum geworden", vertelt zeil- schooleigenaar Lex van Rijn. „De meesten blijven maar een paar weken en worden ondergebracht in een vluchtelingencen- trum. Dat vraagt nogal wat aanpassingen, maar dat heb ik er graag voor over. Vooral als je hoort wat sommige mensen hebben doorstaan. Dan kan je maar een ding doen, zoveel mogelijk helpen. Al zullen sommigen dat niet geloven. Die denken dat ik er rijk van word." In het Stadskantoor van Alphen aan den Rijn wordt hard gewerkt aan het verhuizen van bureaus en kasten en het vertimmeren van kantoren. De lift is er de hele dag voor in gebruik en burgemees ter Martin Paats moet acht trappen bestij gen naar zijn kantoor op de vierde verdie ping. „Dan rdbet ik boven wel een paar mi nuutjes uitblazen", zegt de burgemeester, die door een interview in het televisiepro gramma NOS-laat over gemeentelijke be trokkenheid bij illegale gifstort in de Cou pépolder dit jaar landelijke bekendheid ver wierf. Over zijn rol in de affaire Coupépolder wil Paats het niet hebben. Eerst moet de com- missie-Engwirda, die de zaak heeft onder zocht, zijn bevindingen in een rapport heb ben vastgelegd. Dus schetst de burgemees ter 1991 als een jaar 'waarin het werk ge woon doorging'. Het jaar waarin voor de toekomst van het gemeentelijk apparaat heel belangrijke stappen zijn gezet. Het jaar waarin 'huzarenstukjes' als het milieupro ject Ecolonia en het archeologisch thema park Archeon daadwerkelijk van start gin gen. En het jaar waarin hij zich als hoofd van de plaatselijke politie erg kwaad heeft gemaakt over de teruglopende personeels sterkte van het korps Alphen. Maar wie het heeft over Alphen in 1991 kan niet om de Coupépolder heen. Ook burgemeester Paats niet. De zaak stofid en staat nog steeds landelijk in het brandpunt van de belangstelling. Paats weegt zijn woorden zorgvuldig. „Het was ook een jaar waarin de schaduw van gebeurtenissen uit het verleden vrij indringend aanwezig was. Ik denk dat er voor Alphen, als je het van binnenuit bekijkt, een aantal positieve din gen zijn gebeurd, die alleen in het oog van de buitenwereld minder aan de orde zijn gekomen door de negatieve zaken waarmee Alphen is geconfronteerd." Uit zijn woorden valt op te maken dat het de burgemeester heeft gestoord: al die aan dacht voor de Coupépolder in de politiek en de pers. Het lijkt hem sowieso te storen, dat het negatieve altijd de aandacht krijgt. „Bij de reorganisatie van de gemeentelijke orga nisatie is ontzettend veel werk verzet. De ambtenaren hebben zich ontzettend inge spannen en er is veel positieve energie naar voren gekomen. Maar als er eens iets naar buiten komt, dan is dat omdat er een klein kinkje in de kabel is. Voor de burger is dit een ingrijpende verandering, maar er wordt niet of nauwelijks aandacht aan besteed." „Voor veel mensen is Alphen de Cou pépolder", zegt Paats. „En dat doet vol strekt geen recht aan de werkelijkheid zoals de burger, de meelevende burger, die be leeft." Het onderzoek naar de Coupépolder heeft vooral veel tijd gekost van ambtena ren en bestuurders, maakt de burgemeester duidelijk. En dat kan de gemeente zich maar moeilijk veroorloven. „De werktijd die je hebt is passend bij het werk dat gedaan moet worden. Als er zoiets als dat onderzoek van de commissie-Eng- wirda tussendoor komt, en je bent ook nog bezig met een interne reorganisatie, dan schuiven zaken op. Waarbij we natuurlijk wel proberen de belangrijkste zaken voorop te houden." Over de manier waarop 'zijn' ambtenaren met dat probleem zijn omge gaan is hij zeer te spreken. „Er zijn er veel die meer dan het gewone doen. Ze werken voor drie. De inzet is geweldig." GOED KWAAD Nee, een slecht jaar was 1991 allerminst voor Alphen, meent Paats. Er is eigenlijk maar één ding waar hij zich goed kwaad om heeft gemaakt. Dat is de manier waarop het rijk omgaat met zijn klachten over de poli tiezorg in AJphen. Waar volgens de burge meester min of meer vergelijkbare gemeen ten als Almere, Capelle aan den IJssel en Gouda tientallen agenten meer krijgen en zo op een sterkte van rond de 135 komen, daar moet zijn stad het doen met 85 politie mensen, tien minder dan in 1987. De politiezorg heeft Paats zowat het hele jaar beziggehouden. Resultaat heeft zijn lobby bij de ministeries van binnenlandse zaken en jusititie het afgelopen jaar niet ge had. „Ik kom daar niet doorheen. Landelijk gezien heeft de nieuwe verdeling van de po litiesterkte een aantal problemen opgelost. Dat ging ten koste van een aantal gemeen ten waaronder Alphen, maar dat is maar een handjevol. En dan roei je tegen de stroom op." De burgemeester broedt nog op manie ren om het schrijnend tekort aan politie in Alphen in Den Haag onder de aandacht te brengen en de zaak in het voordeel van Al phen te beslechten. „Want ik blijf erbij dat het niet kan. Je kunt niet met 85 mensen in Alphen de 24-uurs politiezorg uitvoeren. Het is voor de politie verschrikkelijk moei lijk om het hoofd boven water te houden en de eindjes aan elkaar te knopen. Daar wordt ook de burger de dupe van." „Als er nou een principiële discussie in de Tweede Kamer was geweest over dat pro ject kwantificering politiesterkte dan moest ik mij daar bij neerleggen. Maar die discus sie is er niet geweest. En op dat project valt wel het een en ander af te dingen", vindt Paats. „Want hoe werkt dat? Er wordt aan gemeenten gevraagd of .er veel mensen on der de 18 jaar wonen. Ja? Dan krijg je min der politiemensen." „Het is zo dat de ene plaats crimineler is dan de andere. En ik wil best accepteren dat er bijvoorbeeld in andere steden meer zwa re criminaliteit is. Maar dat betekent niet, dat andere steden met veel minder politie toe kunnen. Ik vind niet dat ik de instru menten krijg om het politiekorps in Alphen goed zijn werk te laten doen." Burgemeester Paats is onlangs begonnen* aan zijn derde termijn als burgemeester van Alphen aan den Rijn. En hij vindt het nog steeds een leuke baan. „Het enige nadeel is dat je zelden anoniem bent. Dat je zelden anoniem je weg kunt gaan." Maar het werk biedt voldoende positieve kanten. „Het plezier is dat je met zoveel mensen contact hebt. Dat je mee mag werken aan een ontwikkeling die overwegend positief is. En ik vind het met name leuk als je in vergaderingen of bijeenkomsten waar te gengestelde opvattingen leven eraan bij te dragen dat je daar samen uit komt." De grootste wens van de burgemeester is, dat er na het turbulente jaar 1991 Alphen in wat minder troebel vaarwater terecht komt. „Dat we in een betrekkelijke mate van rust mogen werken aan zaken die goed zijn voor de Alphense gemeenschap." Het stoort burgemeester Paats dat het negatieve altijd de aandacht krijgt: „Als er eens iets naar buiten komt, dan is dat omdat er een klein kinkje ii de kabel is." eoto ben de bruyn heen." Verbittering heeft de Benthuizense niet aan de inbraak overgehouden. „Ik heb me bewust voorgehouden dat ze niets wisten van mijn situatie. Die inbraak had ook gepleegd kunnen zijn bij de buren." Verdrietig is Wilma over het feit dat Tony kort voor zijn overlijden na jaren hard werken alles op zijn bedrijf in orde had en er maar zo kort van heeft kunnen genieten. „Dat maakt je opstandig, maar geeft je ook de kracht om door te gaan met zijn werk. Het is nog steeds de boerderij van Tony. In het begin hadden de mensen verwacht dat ik het niet zou redden en de boerderij zou opgeven. Dat zeker niet. Vooral ook omdat ik veel steun heb aan mijn zwager. Tony en hij werkten al samen op velerlei gebied en dat is niet veranderd. Bij problemen kan ik op hem terugvallen en hij steunt mij fantastisch." Wilma van der Maas heeft soms moeite met reacties van sommige mensen. „Ik zie er graag goed verzorgd uit en ben geen wandelend verdriet. Ik wil zelf bepalen hoe ik wil leven. Als mensen kritiek hebben, dan vraag ik gewoon of ze met me willen ruilen. Aan de andere kant heb je ook mensen die zeggen dat ze mij zo bewonderen omdat ik mij er (link doorheen sla. Fijne reacties, maar ik heb liever dat ze zeggen: wat heeft die Tony toch een geweldige vrouw. Want het is nog steeds mijn Tony. Zo voel ik het nog steeds. Ook al is hij er niet meer." KEES VAN KUILENBURG HOOGACHTEND, WILMA VAN DER MAAS Veel lezers hebben gereageerd op een oproep om onderwerpen aan te dragen voor leuke, tragische of spannende, maar in ieder geval bijzondere verhalen, die deel kunnen uitmaken van de oudejaarsbijlage 1991. Uit het aanbod is een zorgvuldige selectie gemaakt. Dit is het verhaal van Wilma van der Maas. Waarom ze haar wel heel persoonlijke verhaal kwijt wil, weet Wilma van der Maas eigenlijk niet onder woorden te brengen. „Misschien om anderen er op te wijzen dat wat mij is overkomen ook hen kan treffen. Misschien is het een oproep om vooral bewust met elkaar te leven? Geniet ervan, zeur niet en maak overal geen probleem De Benthuizense was één van de lezers die reageerde op een oproep aan lezers van deze krant om te melden of 1991 een bijzonder jaar voor hen was. De 36-jarige moeder van drie kinderen klom meteen in de pen om haar ervaringen aan het papier toe te vertrouwen. Op 4 mei overleed haar 43-jarige echtgenoot Tony na een hartinfarct tijdens het schaatsen op de ijsbaan aan de Boskoopse Otweg. Of dat nog niet genoeg was werd er op 28 juni in de boerderij in Benthuizen ingebroken en lieten de nooit opgespoorde daders een grote puinhoop achter. Nadrukkelijk, zegt Wilma van der Maas, niet de indruk te willen wekken een zielige vrouw te zijn. „Ik besef dat de lol er voor mij af is, maar wil doorgaan met het leven zoals ik gewend was. Uitgaan met vrienden, sporten en vakantiehouden met de kinderen. Dat is toch niet te veel gevraagd? Tony zou het niet anders gewild hebben. Dat wil niet zeggen dat ik mijn Tony niet mis. Natuurlijk wel. Wij waren 15 jaar getrouwd en hebben een fantastische tijd gehad. Vooral de dagelijkse intimiteit van een kusje of even dat oogcontact mis ik sterk." Volgens de Benthuizense was het moeilijkste moment om het de kinderen (13, 11 en 7 jaar) te vertellen, ,,'s Morgens heb ik ze bij elkaar geroepen en verteld wat er met papa was gebeurd. Ze schrokken enorm. Dan-vraagt je dochtertje: moet ik nu mijn hele leven verder zonder vader. Dan gaat er iets door je heen." Wilma heeft er bewust voor gekozen alles zelf te regelen en iedereen op de hoogte brengen van het sterven van haar man. Tot aan de begrafenis en het uitspreken van het dankwoord toe. „Het was mijn Tony én alles rond zijn afscheid wilde ik zelf doen. Daar had ik geen hulp van anderen bij nodig. Dat klinkt hard of eigenwijs, maar zo ben ik nu eenmaal. Dat is mijn karakter, ook vroeger al." VAKANTIE Dat karakter was er ook verantwoordelijk voor dat ze de al maanden geplande vakantie in Frankrijk gewoon heeft laten doorgaan, ,,'s Morgens ging de bevestiging de deur uit en 's avonds overleed Tony. Maar we hadden er met z'n allen zoveel voorpret aan gehad, dat ik erop stond om die vakantie door te kunnen laten gaan. Al was het alleen maar voor de kinderen. Tenslotte was het de eerste keer dat we met het gehele gezin op vakantie zouden gaan. Er was nooit tijd voor geweest, het Wilma van der Maas op het graf van haar man: „Mijn Tony is er nog steeds." foto ben de bruyn akkerbouwbedrijf van Tony liet dat niet toe." Kort voor de vakantie overkwam Wilma de tweede slag. Terug van boodschappen doen in Zoetermeer bleek dat er in de boerderij was ingebroken. In Wilma's slaapkamer was het een enorme puinhoop. „Het bed stond op z'n kant tegen de muur en de kleding van mijn Tony lag als oud vuil op de grond. Op dat moment gaat er iets door je

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1991 | | pagina 29