'Geen angst, handelen!'
'Het zijn net
punteslijpers'
Pretband uit Bollènstreek wil
'lekker spelen in hobbysfeer'
9
Brand P&P grootste van de afgelopen eeuw in Katwijk
Een van de bevers in natuurpark Lelystad. foto axi press
Echtpaar Raymaekers op zoek naar 'hun' Willemien
WILLEKE HEIJKOOP
p z'n Katwijks gezegd een
m muiterfik', 'een ware test-
case voor ons korps' en
'hel meest dramatische moment in mijn le-
I ven'. De grote uitslaande brand die in de
nacht van 13 op 14 april het visverwerkende
bedrijf Parlevliet Van der Plas aan de
Prins. Hendrikkade in Katwijk reduceerde
tot een zwartgeblakerde puinhoop en rot
tende vis, staal scherp gegrift in het geheu
gen van de Katwijkse brandweermensen,
fin het personeel van P&P.
Inmiddels draait het bedrijf weer op volle
loeren, is de rommel opgeruimd en heeft de
katwijkse Brandweer de festiviteiten rond
haar 100-jarig jubileum achter de rug. Tijd
voor een terugblik op de grootste Katwijkse
brand van de afgelopen eeuw.
..We hadden die zaterdag ervoor aan wed
strijden meegedaan", herinnert bevelvoer
der C. van Duijn zich nog. „Dat hebben we
bij de Chinees afgesloten met een etentje
en daar hadden we het er nog over dat we
al heel lang geen echt grote brand meer
hadden gehad." Alsof de duvel ermee speel
de. kwamen de brandweerlieden elkaar die
zelfde nacht weer tegen in de kazerne. Om
pakweg tien voor drie ging de pieper en ver-
irok het hele korps naar het centrum van
het zeedorp om rond het bedrijf van P&P in
een dichte, donkere rook terecht te komen.
Binnen hadden de vlammen zich toen al
een verwoestende weg door het bedrijf ge-
„Er mag niets fout gaan. Het is een sa
menspel van tactiek en techniek en een on
gelooflijke saamhorigheid", zegt brand
weervrouw H. Haasnoot. Niet het vuur,
maar de samenwerking tussen de brand
weerlieden blijkt achteraf de meeste indruk
te hebben gemaakt. De vier napratende
brandbestrijders, Haasnoot en haar colle
ga's H. Schaap, bevelvoerder Van Duijn en
commandant J.C.G. Kuijpers zijn vanaf het
eerste moment bij het bluswerk betrokken
geweest. Pas tegen het einde van de zondag
klonk het sein 'brand meester'. „Je hebt
geen tijd om angst te hebben bij zo'n grote
brand, je moet gewoon handelen", zegt
Schaap met instemming van zijn collega's.
Pas later, bij het bekijken van de video-op
namen van de ramp, realiseerden zij zich
hoe erg het was en rest de voldoening over
de geklaarde klus.
Hoe anders is de herinnering die bedrijfs-
boekhouder H. Kalee van P&P aan de brand
heeft. Nog steeds zegt hij de video-opna
men niet helemaal achter elkaar te kunnen
zien. Kalee weet nog exact hoe het die
nacht ging. Als een streep is hij naar zijn
kantoor gerend nadat hij was gewaar
schuwd. „Tot de klapdeuren. Daar zag ik
dat er niets meer te redden viel. Ik liep daar
maar en kon niets doen. Er verdwijnt in één
klap een brok van je leven, 40 tot 50 jaar
traditie ligt er in dat bedrijf. Mijn enige ge
dachte was, hoe moeten we verder. Het al
lerbelangrijkste was de brandkast waarin
het computerbestand is opgeborgen. Die
stond daar tussen de vlammen. Spuiten
jongen! Spuiten! zei ik tegen één van de
brandweerlieden. Die kluis heeft het gehou
den, alles was nog intact. Ik blijf erbij dat
dat de redding is geweest van P&P. Als die
bestanden weg waren geweest..."
NIEUWE KERK
Brandweercommandant Kuijpers zegt tij
dens het bedwingen van de P&P-brand een
van de moeilijkste beslissingen in zijn loop
baan te hebben genomen. Op het moment
dat het hele Katwijkse korps en korpsen uit
de directe omgeving volop in touw waren,
kwam bij hem de melding binnen dat de
Nieuwe Kerk in brand zou staan. „Dat is
een monument voor Katwijk. Volgens de
dominee die het meldde, hing de kerk vol
met rook. Er moest iemand gaan kijken.
Dan sta je voor de keus: dat monument be
houden of alles op alles zetten bij P&P? In
een flits realiseerde ik mij dat er Valken-
burgse assistentie onderweg was. Die heeft
met spoed een grondig onderzoek inge
steld. Omdat vanwege de verbouwing de ra
men eruit waren gehaald, was de rook van
de brand bij P&P de kerk ingedreven. Er
was niets aan de hand. De Valkenburgse
ploeg heeft vervolgens de daken van de flats
aan de Tramstraat nat gehouden."
Kuijpers zegt terug te kunnen zien op een
professioneel bestreden brand die de kun
digheid van het Katwijkse korps dubbel en
dwars heeft bewezen. „Dat geeft je toch een
heel voldaan gevoel. Je Hebt echt iets voor
Katwijk kunnen betekenen. Hoeveel er ook
verloren is gegaan, we hebben ook heel veel
gered. In de middeleeuwen brandde half
Londen af. We kunnen er nu toch veel meer
aan doen."
GAT
Bijna driekwart jaar na dato gaapt op de
plek waar P&P stond een groot gat. De
blauwe haringtonnen geven aan dat wel ge
woon wordt doorgewerkt in de open lucht.
Of aan de Prins Hendrikkade P&P zal herrij
zen is nog onduidelijk. In principe mag het
bedrijf herbouwen maar een verhuizing uit
de dorpskern behoort tot de mogelijkhe
den.
Intussen gaat de Katwijkse politie nog
steeds uit van brandstichting maar is de da
der nooit achterhaald. Politiewoordvoerder
B. Bos: „Indertijd hadden we een verdachte
tegen wie hele sterke aanwijzingen waren
dat het de juiste persoon was. Hij was het
echter niet. Alle lijnen zijn afgetast en dood
gelopen. We moeten afwachten tot zich iets
voordoet waarmee we verder kunnen. Het
dossier van de brand ligt voor ons nog altijd
open."
In de vroege morgenuren van 27 mei
1991 wordt Hans Raymaekers, be
heerder van de Dierenambulance en
het Vogelasiel in Oegstgeest uit zijn
bed gebeld door de Katwijkse politie.
Er is een vreemd beest aangetroffen
op de Tramstraat en de Katwijkse
Hermandad heeft moeite het dier te
vangen. Raymaekers weet het dier
onder een net te krijgen en stelt tot
zijn grote verbazing vast dat het om
een wilde bever gaat. Het dier wordt
omgedoopt tot Willemien en wordt
voor korte tijd een welkome logé van
het Oegstgeestse echtpaar. Televisie
makers en journalisten werden tege
lijkertijd ook ineens veelvuldige gas
ten van het Oegstgeestse echtpaar.
„De vangst van Willemien is één van
de weinige zaken waar ik slapeloze
nachten van heb. Iedere dag denk ik
nog aan haar".
Een zoektocht van Hans en Carla
Raymaekers in het natuur- en wild
park Lelystad, de nieuwe leefomge
ving van Willemien.
IRENE NIEUWENHUUSE
en groep zwanen klapvleugelt
I j zich tergend langzaam uit het
water van de vijver midden in het
natuurpark. De vleugels dansen heftig op
en neer in een poging zo'n 15 kilo zwanen-
vlees omhoog te trekken. Hier en daar drij
ven aangevreten boomstammen, de onmis
kenbare relikwieën van beveractiviteiten.
De zon duwt zich vaag door de grijze wol
ken heen. Rietpluimen en het jonge hout
van populier en wilg staan geruisloos stil,
want de wind heeft voor die morgen vrijaf
genomen. Hans en Carla Raymaekers turen
tussen het riet om een glimp van een bever
op te vangen.
Bij een wandeling op het land ziet het bij
eengesprokkelde gezelschap-voor-eèn-dag
een enorme beverburcht. Kleine en grote
takken, op ingenieuze wijze ineengevloch
ten en afgedekt met modder, vormen het
gewisse onderkomen van een beverfamilie.
Natuurwachter Klaas Oosterkamp van
natuurpark Lelystad wijst op de verse aan-
vreetplekken van de verschillende bomen
en takken. Als 'punteslijpers' hebben ze de
jonge begroeiing (een bever verorbert per
jaar een hectare wilg) in de directe omge
ving volledig gesloopt. Bevers, legt Ooster
kamp uit, leven vooral onder de grond en in
het water. De 'wateringenieurs' houden
daarnaast de meegesleepte takken ook
meestal onder de waterspiegel, zodat ze
langer taai en buigzaam blijven. Ook de in
gang van een burcht zit meestal onder de
grond en/of in het water.
Als nachtdier komt de bever alleen in
donkere uren te voorschijn. Het gezelschap
staat te kouwkleumen, geniet van de onge
wone stilte, maar Willemien of één van haar
soortgenoten laten zich niet zien. „Ze heb
ben blijkbaar nachtdienst gehad", merkt de
natuurwachter op.
Lelystad is naast De Biesbosch de enige
plek in Nederland waar bevers verblijven.
Het natuurpark is vijfhonderd hectare groot
en herbergt dieren uit Noord- en Oost-Eu
ropa en Azië. Het Przwewalskipaard, het
Pater Davids hert en de Wisent leven er in
groepen bijeen. Omdat deze dieren geen
andere in hun domein dulden, zijn de leef
gebieden gescheiden.
Ook het in 1989 aangelegde beverterrein
was geheel met gaas afgezet. Er werden
twee dieren uitgezet die inmiddels al voor
aardig wat nakomelingen hebben gezorgd.
De bevers worden in Lelystad niet gemerkt
of voorzien van een 'inplant'. Momenteel
zijn er vermoedelijk een stuk of zeven en zij
worden overal in het park gesignaleerd.
„Blijkbaar hebben ze het te goed", verklaart
Oosterkamp de explosieve gezinsuitbrei
ding en de zwerfactiviteiten. „Omdat bij
ons het welzijn van de bever voorop staat,
vinden we het eigenlijk niet zo erg dat hij
kan ontsnappen. De kans dat er doden on
der de bevers komen, simpelweg omdat
hun leefomgeving te klein is of niet hele
maal gunstig is, sluit je uit."
Toch komt er in de loop van volgend jaar
in het natuurpark een nieuw beverterrein,
dat beter omheind gaat worden. De bodem
van deze locatie is geheel volgestort met be
ton. Omdat de bevers altijd langs op de
grens tussen water en land actief zijn, is het
terrein zo ontworpen dat er een maximale
hoeveelheid oevers is. Daarnaast zal een
steviger hekwerk het terrein geheel afschei
den van de rest van het park. Om te vol
doen aan de behoefte van bevers om af en
toe fruit te eten, worden er vele - uiteraard
goed afgerasterde - fruitbomen geplant.
OPLOSSING
Speculaties over. de herkomst van Wille
mien hebben het afgelopen halfjaar in Kat
wijk de ronde gedaan, maar 'het mirakel
van Katwijk' is nog steeds niet opgelost. Het
dier wordt al 150 jaar niet meer in het wild
aangetroffen. Toch is het volgens alle opge
trommelde en geraadpleegde biologen ze
ker dat Willemien een wild exemplaar is,
omdat ze tijdens haar gevangenschap cate
gorisch groen voer heeft geweigerd. Alleen
takken en bommstammen konden haar
goedkeuring wegdragen. Het heeft Raymae
kers dan ook een forse wilg gekost.
Raymaekers onderneemt in Lelystad sa
men met de natuurwachter nogmaals een
poging om te verklaren hoe Willemien des
tijds in Katwijk is terechtgekomen. Het ver
haal dat Willemien meegereisd zou zijn met
een vrachtwagen van een nabijgelegen
peenkwekerij uit Katwijk is volgens beide
heren 'pure onzin'. Dan zou Willemien na
melijk de betonnen muur van de snelweg
die beide terreinen scheidt, over hebben
moeten klimmen. Ook een tocht door het
water is volgens beiden onmogelijk.
Raymaekers: „Ik ben het laatste half jaar
met allerlei waanzinverhalen geconfron
teerd. Ik moet gewoon constateren dat we
het niet weten." De natuurwachter heeft
misschien wel de beste oplossing. „Waarom
laten jullie de hele zaak eindelijk niet eens
met rust? Er zijn wel belangrijker zaken.
Moet alles in het leven verklaard worden?"
HOOGACHTEND, KLEINTJE PILS
De pretband Kleintje Pils is in Japan geen onbekende. Een nummer als 'Het kleine café in de ha
ven' hoef je daar echt niet te spelen, dat ritme gaat een Japanner veel te langzaam".
foto dick hocewoninc
Veel lezers hebben gereageerd op een
oproep om onderwerpen aan te dragen
voor leuke, tragische of spannende, maar
in ieder geval bijzondere verhalen, die
deel kunnen uitmaken van de
oudejaarsbijlage 1991. Uit het aanbod is
- een zorgvuldige selectie gemaakt. Dit is
het verhaal van Kleintje Pils
Het afgelopen jaar was voor de 'pretband'
Kleintje Pils een topjaar. Een verblijf in Ja
pan en het opnemen van een eigen carna
valsplaat waren hoogtepunten in de 16-jari-
ge carrière. Maar bcroepsmuzikant worden?
Daar willen de acht leden van de band niets
van weten. „We willen lekker soepel spelen
in de hobbysfeer. We willen de band als uit-
laaiklep gebruiken. Geen dwang, geen nare
dingen. Daar houden we niet van", zegt
slagwerker R. Bakker.
Het 'evenementenorkest' - de leden wonen
allen in de Duin- en Bollenstreek - werd
landelijk bekend door optredens tijdens de
Elfstedentocht in Bartlehiem en bij de finish
van de Tour de Erance. Ook was Kleintje
Pils in carnavalstijd de laatste jaren de vaste
hrgi-lculingsband van Pierre Kartner alias
Vader Abraham. De steeds groter wordende
bekendheid leidde in augustus tot een uit
nodiging voor een zes weken durend be
zoek aan Japan. Kleintje Pils werd als eerste
Nederlandse band uitverkoren om als ty
pisch Hollands produkt Nagasaki-Holland
Village op te fleuren. De stad vormt een
groot attractiepark waar Japanners worden
onthaald op Nederlandse produkten.
Gekleed in Nederlandse klederdracht tra
den de leden van Kleintje Pils drie keer per
dag op. „Er bleef genoeg tijd over om het
prachtige land te ontdekken", vertelt Bak
ker. „Wat mij het meest fascineerde was de
cultuur van de bevolking die zo volkomen
verschilt van de westerse. De mensen wa
ren aardig, enthousiast, nooit boos en altijd
correct. Ook drongen ze nooit voor. Toen
we tijdens de tussenlanding in Hong Kong
weer met de westerse mentaliteit werden
geconfronteerd, was dat toch een klap in
ons gezicht". Volgens Bakker zijn Japanners
over het algemeen veel minder individualis
tisch ingesteld dan westerlingen en is er
sprake van een groepscultuur. Maar ook de
Japanse cultuur heeft zo zijn keerzijden. Ja
panners maken lange werkdagen, nemen
nauwelijks vakantie op en ondernemen
weinig in hun eentje, zo is Bakker opgeval
len.
ZONDE
De muzikanten bezochten onder meer het
in aanbouw zijnde Huis ten Bosch Project,
dat zich vlakbij de Nagasaki Village bevindt.
Het bestaat uit bekende Nederlandse ge
bouwen en straten die op ware grootte wor
den nagebouwd zoals het Leidse Rapen
burg, het stadhuis van Gouda en Paleis
Huis ten Bosch.
De netheid van de Japanners is Bakker bij
gebleven. „De Japanners hebben Neder
landse bouwvakkers ingehuurd om het
plein voor Huis ten Bosch te plaveien met
Hollandse keitjes. De Nederlandse straten
makers zijn gewend om met een pikhou
weel te werken. Dat deden ze daar ook, zo
dat in elke kei een gaatje verscheen. Vervol
gens werden ze op hun vingers getikt door
de Japanse oppervrouw die wilde dat ze een
rubberhamer gebruikten. Ze vond het zon
de dat er gaatjes in de keien kwamen
In hun vrije tijd probeerden de Nederlan
ders zoveel mogelijk van het land te ont
dekken. Sport, geloof, muziek en cultuur,
alles had de belangstelling van de acht mu
zikanten die met kop en schouders boven
de kleine Japanners uitstaken. „Bands als
Kleintje Pils zijn volstrekt onbekend in Ja
pan", heeft Bakker ontdekt. „Je hoort daar
vooral van die folkloristische muziek en
hard-rock. Daar zijn Japanners dol op. Een
nummer als 'Het kleine café in de haven'
hoef je daar echt niet te spelen, dat ritme
gaat een Japanner veel te langzaam".
Het enthousiasme van de Japanners resul
teerde in vele radio- en televisie-optredens
en een nieuwe uitnodiging voor een be
zoek. In maart is de groep uitgenodigd om
de opening van het Huis Ten Bosch project
op te luisteren. Of Kleintje Pils gaat, is vol
gens Bakker afhankelijk van de vraag of
werk en hobby wederom te combineren
zijn.
De trip naar Japan resulteerde tevens in be
langstelling van Nederlandse platenmaat
schappijen. De band heeft bij de platen
maatschappij van Pierre Kartner een eigen
carnavalsplaat opgenomen met de luister
rijke titel 'Carnaval in de koeiestal'. Vader
Abraham heeft het werkje geschreven, ge
componeerd en geregisseerd. Of het de ko
mende weken een knaller zal zijn, durft
Bakker nog niet te zeggen. „Dat moet je al
tijd afwachten", zegt de slagwerker nuchter
DORITH LIGTVOET
Pas later, bij het bekijken van de video-opnamen van de ramp, realiseerden de brandweerlieden zich hoe erg het
foto dick hocewoninc
Carla en Hans Raymaekers speuren tussen het riet langs
park Lelystad.
het
water
de oevers van
in het natuur-
foto axi press
|P ,n HUt$