Een wonderlijke genezing - 'Kinderen meest dankbare filmpubliek' c Kantoorboekhandel boekt droomorder in Rusland HOOGACHTEND, AAD KAPAAN Leiderdorpse na vijf maanden in coma losgekoppeld van apparatuur Mevrouw Nieuwenhuizen tijdens één van de laatste voorstellingen in het Voorschotense Greenway, het kleinste bio- scoopje van Nederland. ..Kinderen zijn in die dertig jaar hetzelfde gebleven. De móéders zijn verwend'. FOTO HIELCO KUIPERS Greenway - kleinste bioscoopje van Nederland - is niet meer Het kleinste bioscoopje van Ne derland heeft deze maand z'n laatste voorstelling gedraaid. Dat gegeven zal bij velen heel wat nostalgi sche gevoelens oproepen, want 'iedereen' is wel eens bij Greenway in de Voorschotense Schoolstraat geweest. Het theatertje was echter al jaren niet meer rendabel en bo vendien vindt de eigenaresse, de nu 57-jari- ge mevrouw J.M.C. Nieuwenhuizen, het na ruim dertig jaar welletjes. Maar er is ook goed nieuws: de kindervoorstellingen wel altijd goedbezocht draaien vanaf half januari drie middagen per week door in het verderop gelegen Cultureel Centrum. Een besluit dat op het laatste nippertje, mede door ingrijpen van de gemeente, werd ge nomen om Voorschoten niet helemaal ver stoken te laten blijven van een bioscoop voorziening. Mevrouw Nieuwenhuizen heeft vrede met de gang van zaken. „Ik heb dertig jaar lang keihard gewerkt. Dag en nacht, zeven da gen per week, was ik met die bioscoop be zig. Dat is geen sinecure hoor, met ook nog een gezin met vier kinderen! En ik deed al les zelf, met behulp van scholieren en stu denten tijdens de voorstellingen. Films be kijken en contracteren, projecteren, het on derhoud van gebouw en apparatuur, de verkoop van de kaartjes, de bardiensten..." „Dat die kindervoorstellingen nu toch nog kunnen doorgaan, vind ik toch wel leuk. De erkenning op zich al. Vergeet niet dat ik jaren bij de gemeente heb gezeurd. Ze vonden een bioscoop van hetzelfde commerciële kaliber als, pakweg, een win kel. Terwijl ik altijd riep dat het een sociale voorziening is. Dus toen ze me kortgeleden vroégen om in het Cultureel Centrum door te gaan, was dat voor mij ineens een heel ander uitgangspunt. Toen ik een paar jaar geleden zelf voorstelde naar het Cultureel Centrum te gaan, kon het niet, nu ik zeg: ik zal het proberen, zegt de gemeente: nou graag!" TABOE „Vroeger was een bios taboe. Als rooms meisje zei je je baan op zodra je trouwde. Dan deed je gewoon niets meer. Dat was niks voor mij, dat thuiszitten. Dus toen ik de kans kreeg, heb ik die aangegrepen. En zo ben ik als meisje van 26, eerst samen met m'n man, een eigen bioscoop gaan draaien". Hoe de Voorschotense ooit in het bioscoop wezen belandde, is eerder verteld, maar te aardig om hier onvermeld te laten: als Haags meisje dat in Leiden naar school ging, passeerde mevrouw Nieuwenhuizen dagelijks met de blauwe tram het Voorscho tense theatertje. Dat was toevallig eigen dom van haar tandarts, die het op een ge geven moment van de hand wilde doen. De tandarts wist van de belangstelling die zijn patiënte voor het fenomeen film had en de overeenkomst was gauw gesloten. Volgens de boeken was Greenway renda bel. Dat bleek al gauw niet zo te zijn. Me vrouw Nieuwenhuizen over die tijd: „We kregen al snel in het begin grote klappen. De televisie was net in opkomst! Aanvanke lijk hadden mijn man en ik Greenway sa men willen gaan draaien, maar toen het al lemaal zo tegenviel, is mijn man een andere baan gaan zoeken en ging ik in m'n eentje door". TELEVISIE „Toen het net weer wat beter ging met het bioscoop wezen, kwam de kleurentelevisie. Weer een dip. En daarna kwam de video. De laatste paar jaar gaat het weer redelijk goed. Ik vind het dan ook heel vervelend om nu te moeten stoppen, maar het besluit heb ik twee jaar geleden genomen, de zaak is toen al verkocht, in een tijd dat het alle maal weer in een dal zat. En de gemeente raad had maar een kwartier nodig om 'ja' te zeggen tegen de plannen om er winkel- en kantoorruimte te maken. Dus wie ben ik dan nog om dat tegen te houden?". „Ervan kunnen leven heb ik überhaupt nooit gekund, zeker niet met de films die ik graag draaide. Ik had het liefst vrij recente films uit het wat meer alternatieve circuit. Films die de Leidse bioscopen meestal lie ten liggen. Natuurlijk, de populaire films schuwde ik niet, alleen: voordat ze naar Voorschoten kwamen, waren ze toch gauw zes weken tot twee maanden oud. Maar hoe dan ook: je kon in je eigen woonplaats naar de bioscoop. En dat is nu in één klap afgelopen". „Ja en dan krijg je al dat gemekker van: wat zonde, we komen hier zo graag, maar dat zijn dan meestal mensen die je maar één keer per jaar ziet. Daar kun je toch geen bioscoop op draaien? Ik vind het ook wel jammer voor Voorschoten dat Greenway verdwijnt. Vooral voor oudere mensen, want die gaan voor een film echt de stad niet meer in. Ik krijg er brieven over, bloem stukken. Maar u moet niet vergeten dat het een moeilijk dorp is om in te werken. In het begin vroeg de burgemeester me zelfs of ik op zondag niet dicht kon gaan! Het moeilij ke van Voorschoten is ook dat je hier bo venop Leiden zit én dat er heel wat mensen wonen die op vrij hoge lasten zitten. Jan met-de pet gooit makkelijker met zijn geld dan de gemiddelde Voorschotenaar". DANKBAAR Kinderen zijn het meest dankbare bio scooppubliek, vindt mevrouw Nieuwenhui zen. Ook de met video en andersoortige luxe verwende kindertjes anno 1991. „Het gekke is dat kinderen in die dertig jaar het zelfde zijn gebleven. Het zijn de moeders die verwend zijn. Kinderen worden tegen woordig veel te veel geprogrammeerd. Ze worden van het ene in het andere uitje ge duwd, ze krijgen de kans niet meer om zelf te spelen en hun fantasie te gebruiken". „Nee, aan die kinderen heb je in een bio scoop geen kind. Bij de tv houd je ze meestal niet, maar naar een film kijken ze zó geconcentreerd. Heel geestig. Dus met die wetenschap zie ik er ook helemaal niet tegen op om straks die kindervoorstellingen te blijven verzorgen. Een adempauze? Nee, geen behoefte aan, ik heb hier in m'n bio scoopje al heel wat van de wereld gezien". „Ik had nooit kunnen denken dat het zo zou aflopen, maar het bloed kruipt kenne lijk waar het niet gaan kan. Dat zie je trou wens in de hele bioscoopbranche: er wer ken ontzettend veel oudere mensen door tot ze niet meer kunnen. Ik maak ze mee van in de zeventig, zelfs tacjitig. Ik ben nog aankomend..." Door fouten van zowel de familie Roest als de gemeente, is uiteindelijk slechts de helft van de verbouwing gesubsidieerd. Tal loze zittingen van de commissie beroep- en bezwaarschriften en de Raad van State mochten niet baten om ook de laatste 57.000 gulden terug te krijgen. VERLIEFD „Ik ben niet anders dan voor de bloeding, ik kan alleen lichamelijk niet meer", zegt Su zanne met nadruk. Net als iedereen ver langt ze dus af en toe naar een relatie. „Dat kan niet meer en daar moet ik me bij neer leggen. Maar ik ben toch wel eens verliefd." In een rolstoel zitten betekent ook dat veel mensen moeite hebben Suzanne als volwassene te benaderen. „De slager vraagt bij voorbeeld of ik een stukje worst wil. Mensen praten tegen me alsof ik een-Jdein kind ben. Dan denk ik: ze zijn niet wijs", lacht ze. Tusse^i haar bezoeken aan activiteiten centrum Gading, fysiotherapie en logopedie door, probeert Suzanne zoveel mogelijk te schilderen. De hobby is ontstaan uit een therapie in het revalidatiecentrum. Aan een apparaatje aan haar hand kunnen verschil lende maten sponsjes worden vastgemaakt, die ze met hulp van haar moeder ongecon troleerd over het papier beweegt. „Ik kan er mijn spontaniteit of angst of agressie in kwijt." De kleurstellingen die ze kiest en de grilli ge vormen maken de schilderijtjes zeer po pulair. Suzannes werk werd onlangs nog tentoongesteld in het hoofdgebouw van de Europese Gemeenschap in Brussel. Suzanne verlangt er wel eens naar om uit huis te gaan, hoewel ze haar hele leven hulp nodig zal hebben. Haar moeder is inmid dels echter 62 en kan de verzorging niet tot in lengte der dagen volhouden. Om uitslui tend tussen andere gehandicapten te wo nen, trekt haar echter niet aan. „Ik laat me wel inschrijven. Maar tussen andere gehan dicapten voel ik me juist extra gehandi capt." Ze lag in een sterfkamertje van het Academisch Ziekenhuis. Na vijf i maanden in coma werd de appara- tuur losgekoppeld. De Leiderdorpse j Suzanne Roest zou op haar achttien- I de overlijden, geveld door een her senbloeding. Nu, vier jaar later, ver tegenwoordigt Suzanne het beeld j van de wonderbaarlijke genezing. Haar stem, die ze nooit meer zou I kunnen gebruiken, krijgt toch weer een klank en de schilderijen die ze maakt, genieten sinds haar eerste ex positie dit jaar grote populariteit. LIESBETH BUITINK uzanne praat moeizaam door haar v adem langs haar verlamde stem- V _r banden te persen. Met haar hoofd in de nek stoot ze de klanken uit die haar moeder vertaalt, j Suzanne deed de vooropleiding verpleeg kundige toen ze op 11 november 1987 werd getroffen door de hersenbloeding. „Het ge- I beurde op school, onder gymnastiek", ver- I telt Suzanne. De artsen gaven weinig meer voor het leven van de Leiderdorpse. Na vijf maanden coma werd de stekker van de ap paratuur uit het stopcontact getrokken. In wat Suzannes laatste uren zouden zijn, leefde ze op eigen kracht. Tot ieders verba zing was juist dat haar redding. Suzanne had altijd veel gesport en had dus goed ont wikkelde longen en een sterk hart. Ze sleep te zichzelf er doorheen. Eind april 1988 ont waakte ze uit haar coma. Naar haar bele ving had ze slechts een lange nacht gesla pen. Haar moeder vertelde direct wat er was gebeurd. Momenten van depressie heeft Suzanne- I niet gekend. „Ik dacht volgens mij meteen: ik moet verder", stelt ze. Suzanne bleek ver lamd aan haar benen, een deel van haar romp en haar rechterarm. Haar linkerarm en haar hoofd kan ze echter nog wel gebrui ken. Nog in het ziekenhuis ontwikkelden Suzanne en haar ouders het lettersysteem. In eerste instantie stond het alfabet op een bordje, waarbij Suzanne knikte als de goede letter werd aangewezen. In het revalidatie centrum werd het systeem verfijnd. „Ik heb daar verder geleerd om in de stoel zitten", wijst Suzanne naar haar rolstoel. „En eten", want ook slikken moest opnieuw worden aangeleerd. BEVREDIGEND Suzanne ging nog één keer terug naar het Academische Ziekenhuis. „Die vijf maan den dat ik in coma lag, waren helemaal weg. Die wilde ik terughebben." Suzanne zag de apparatuur en de artsen en verpleeg sters die haar heel goed kenden, maar voor Suzanne totale onbekenden waren. Ook het sterfkamertje bekeek ze. „Het was nog.erger dan ik had gedacht. Maar toch was het be vredigend, ik heb het nu toch meegemaakt, die vijf maanden." Vorig jaar mocht Suzanne naar huis, om dat haar ouders en vrienden voor haar kun nen zorgen. „Ik zal mijn hele leven een soort kind blijven", erkent Suzanne, die bij vrijwel al haar bewegingen hulp nodig heeft. „Ik probeer zo zelfstandig mogelijk te zijn met aangepaste apparaten." Met een aan haar bril bevestigde laserstraal, die ze op de toetsen van haar computer richt, kan Suzanne zo onder meer zelf schrijven. Schuldgevoelens over alle hulp die ze krijgt, koestert Suzanne niet. „Nee, ik on derga dat niet met een bezwaard gevoel. Ik zou zelf ook helpen als een vriendin ver lamd raakte." Tegelijkertijd beseft.ze dat die hulp iets bijzonders is. „Daardoor krijg ik juist de kracht om dóór te gaan." Sinds Suzanne terug is, is er een voortdu rende strijd geweest over de subsidiëring van de verbouwing van het huis aan het Frederik Hendrikplantsoen. Doordat de wo ning niet was aangepast aan de specifieke eisen van een rolstoelgebruiker, kwam ze zelden buiten de huiskamer. Ze sliep er, werd er gewassen uit een teiltje en deed er haar behoefte. De enige privacy werd ge schapen door een kamerscherm. „Dat was rot, ik had helemaal geen ruimte voor me zelf." De schoentjes achterop de rolstoel v personen." Veel lezers hebben gereageerd op een oproep om onderwerpen aan te dragen voor leuke, tragische of spannende, maar in ieder geval bijzondere verhalen, die deel kunnen uitmaken van de oudejaarsbijlage 1991. Uit het aanbod is een zorgvuldige selectie gemaakt. Dit is het verhaal van Aad Kapaan. Een familiebedrijf van drie personen dat min of meer toevallig een order ter waarde van een paar honderdduizend gulden krijgt van de douane in de (voormalige) Sovjetunie. Het klinkt ongelofelijk, maar het overkwam Zoeterwoudenaar Aad Kapaan, eigenaar van de in Den Haag gevestigde kantoorvakhandel Hateco. Na enige succesvolle vervolgtransacties verkeren de plannen om in Sint Petersburg een toonzaal in te richten in een vergevorderd stadium. Kapaan lijkt op een goudmijntje te zitten: met het uiteenvallen van de Sovjetunie lijkt ér bijna wekelijks een paar honderd kilometer nieuwe grens bij te komen. „En die kantoren moeten allerhaal worden ingericht." Het contact met de Sovjetunie kwam vorig jaar tot stand via het Alphense bedrijf Sapro Holland, een handelsmaatschappij in kleefmateriaal. „Zonder enig bericht vooraf rolden vorig jaar augustus opeens tien vellen uit de fax", vertelt Kapaan. „Sapro vroeg ons namens een van zijn klanten in de Sovjetunie een offerte voor ongeveer 140 verschilende kantoorartikelen te sturen. Ik was nogal verbaasd, want als je voor zoveel materiaal een degelijke offerte maakt ben je een paar weken bezig. Voor een klein bedrijf als het mijne is dat niet te doen." Kapaan toog naar Alphen, waar hij tot zijn verbazing hoorde dat de onbekende klant de Russische douane was. Sapro bleek al 15 jaar met de Russen te handelen en bouwde in die tijd goede contacten op. Toen Sapro niet alles kon leveren wat de Russen wilden hebben zocht het Alphense bedrijf via de fax contact met een tientaTNederlandse bedrijven. Hateco reageerde als enige positief. Andere bedrijven, waaronder groten in de kantoorvakhandel als Overtoom (toet, toet - dat is snel), lieten weten geen brood in de order te zien. De order van vierhonderdduizend gulden was dé grootste uit de geschiedenis van de Holland Typewriter Co. van 1898, kortweg Hateco, gevestigd op de hoek van de Laan van Meerdervoort en de Regentesselaan in Den Haag. Het drie personeelsleden grote familiebedrijf heeft een jaaromzet van ongeveer 1 miljoen gulden. Voornaamste actviteit is het leveren van complete kantoorinrichtingen. Toen Kapaan het bedrijf ongeveer tien jaar geleden overnam, werkten nog 14 mensen bij Hateco. De recessie van de jaren '80 sloeg échter ook in de kantoorvakhandel hard toe. Veel kleinere bedrijven legden het loodje en Hateco wist met moeite het hoofd boven water te houden. „Het gaat nu goed, maar er zit weer een recessie aan te komen. Alleen hebben wij nu een voorsprong op de Oosteuropese markt.", constateert Kapaan tevreden. De Russische douane wilde haar spullen snel hebben en dat gebeurde dan ook. In januari gingen vanuit Vlaardingen vijf trailers van 90 kuup op weg die korte tijd later zonder problemen Moskou bereikten. De verzending en alles wat daarbij kwam ging via Sapro, dus dat leverde geen problemen op." Afgelopen zomer kwam een delegatie uit Rusland bij de Nederlandse douane kijken. Aad Kapaan, met vrouw en dochter bijna het voltallige personeelsbestand van Hateco FOTO HENK BOUWMAN Kapaan maakte daar voor het eerst kennis met zijn handelspartners uit het Oosten. Hij ontmoette ook andere partners van de Russen, onder andere een kleine Groningse drukkerij en Sapro. Gezamenlijk besloten de drie bedrijven in Sint Petersburg een toonkamer van ongeveer 200 vierkante meter in te richten.Als de grenzen daar open gaan voor westerse bedrijven zijn wij een van de eersten. De Groningse drukkerij drukt inmiddels de Russische douaneformulieren en alleen al langs de grens van Rusland zijn 150 douanekantoren gepland die allemaal ingericht moeten worden." „Russen doen graag zaken met Nederlanders", weet Kapaan. „De Nederlandse zakenman is over het algemeen redelijk betrouwbaar en flexibel." Taalproblemen voorziet de Zoeterwoudse zakenman niet. „Alles loopt via Alphen en het Groningse bedrijf heeft iemand in dienst die vloeiend Russisch spreekt". De kosten van het inrichten van de toonkamer vallen volgens Kapaan reuze mee. Er wordt veel in consignatie neergezet. Dat lukt best, want het is natuurlijk een prestige-object. In Sint Petersburg wordt het materiaal bewaakt door plaatselijke toezichthouders en een vertegenwoordiger van Sapro gaat er eens in de zes weken naar toe. Het is natuurlijk een nadeel dat wij ter plaatse geen uitleg kunnen geven en iedereen zijn bestellingen in de fax moet gooien, maar dat kan voorlopig niet anders. Ook elders in Oost-Europa ziet Kapaan mogelijkheden genoeg. „Op veel plaatsen is op kantoorgebied niets te krijgen, geen balpen, geen gummetje, niets. Ik zie het best zitten om in Leipzig of zo een winkeltje te openen. Of neem Rusland: Daar mocht je niet kopiëren en typemachines bij particulieren heb je ook nauwelijks. Dat is een giantische markt, Rank Xerox slijt daar nu al z'n tweede-hands spullen." Hoewel de republiek Rusland in ernstige geldnood lijkt te zitten heeft Kapaan zijn geld op tijd ontvangen. Ook voor de toekomst verwacht hij weinig problemen. De rekeningen worden verstuurd via Sapro. dus daar heb ik alleen maar indirect mee te maken. Dat loopt wel, ik heb er alle vertrouwen in."

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1991 | | pagina 27