De Bakker Korffstraat,
die wordt toch gesloopt?
JTtaE&ll.
Het geloof van Eric Peters in zijn
genezing werd zwaar op de proef gesteld
Schilderachtig straatje moet wijken voor stadsverbetering
De oude, ietwat
scheefgezakte woningen
aan de even kant van de
Bakker Korfstraat hebben
wel wat weg van
dijkhuizen. De dorpels
liggen ruim een halve
meter lager dan het
trottoir. Wie de straat op
wil, moet eerst een trapje
op. Het geeft de huizen iets
schilderachtigs. Vergeet de
auto's en je waant je in de
vorige eeuw, in een
arbeidersbuurtje van een
of andere
plattelandsgemeente.
Maar nog even en de
Bakker Korffstraat is in
deze staat misschien
inderdaad verleden tijd.
Tien van de huizen staan
namelijk op de nominatie
gesloopt te worden. Een
gevolg, ironisch genoeg,
van de plannen om de
woningen in Groenoord
met forse
gemeentesubsidies op te
knappen. De gemeente
vindt ze te slecht om er
nog geld in te steken, zo
maakte ze dit voorjaar
bekend. En omdat ze later
geen 'rotte plekken' wil in
een opgekalefaterde wijk,
worden de tien huizen -
samen met nog tien andere
panden in Groendoord - te
zijner tijd opgekocht, tegen
de vlakte gegooid en
vervangen door nieuwe
woningen.
WIM WEGMAN
Het nieuws sloeg bij de bewoners
in als een bom. Maar niet bij
Marja van Wetten, sinds 14 jaar
eigenaresse van een van de 'niet-verbeter-
bare' woningen aan de Bakker Korffstraat.
"Ik had het al een beetje zien aankomen.
Toen ik nog lid was van 'Groenoord Oké',
de club die zich heeft ingezet voor het op
knappen van de wijk, ben ik eens meege-
weest op een inspectietocht met mensen
van de gemeente. Daar hoorde ik zoveel op
merkingen over onze straat - over de
scheefstaande huizen en de wat rommelig
uitziende daken - dat ik al begon te ver
moeden welke kant het zou opgaan".
„En ik heb nooit geloofd, zoals sommige
anderen in de wijk, dat de gemeente alle
woningen wilde verbeteren. Ik was ervan
overtuigd dat ze ergens een streep zou trek
ken en dat wij er dan wel eens buiten zou
den kunnen vallen".
Maar ook al kwam het niet helemaal als
een verrassing, de conclusie van de ge
meente verbaasde haar wel. "Want het
voornaamste argument waarom dit pand
niet verbeterbaar is, is de diepe ligging. Het
huis staat 60 centimeter lager dan het trot
toir. Volgens de gemeente leidt dat tijdens
hevige regenbuien tot wateroverlast en dus
grote schade, iets wat alleen verholpen kan
worden met een kostbare verbetering van
de fundering. Maar dat is onzin. Dat pro-
hleem kennen we helemaal niet".
MACHTELOOS
Ze heeft inmiddels navraag gedaan bij de
gemeente, maar dat heeft haar niet veel wij
zer gemaakt. "Behalve het rapport waarin
die wateroverlast werd genoemd, was er
nog een cijferlijstje waarin stond dat er voor
138.000 gulden aan dit huis moest worden
opgeknapt. Maar wat er dan precies mis
was, werd er niet bij vermeld. En de ambte
naar die we spraken, wist het niet".
Marja van Wettens echtgenoot, Michael
van Hoogenhuyze, kan zien trouwens niet
voorstellen dat dat bedrag klopt "Het is
hier geen krot, laat dat duidelijk zijn. Het
pand is grondig verbeterd. We hebben er de
afgelopen jaren zo'n 50.000 gulden ingesto
ken. En wat er verder nog moet gebeuren,
ik zou het niet weten. Een paar nieuwe ko
zijnen, dat zou geen kwaad kunnen. Maar
dat hoeft toch geen 138.000 gulden te kos
ten?"
Het heeft de relatie met de gemeente in
middels al wat prikkelbaar gemaakt. "Dat
komt mischien ook omdat we hier nog
nooit een ambtenaar binnen hebben ge
zien", stelt Van Hoogenhuyze. "Dat vind ik
sowieso al raar. Het gaat over de toekomst
van ons huis. Dat is natuurlijk niet zo maar
iets".
En Marja van Wetten: "Je wilt zekerheid
hebben en als je die niet krijgt, raak je geïr
riteerd. Maar het is vooral die afhankelijk
heid. Mensen met wie we op zichzelf niets
hebben te maken, hebben nu opeens iets te
zeggen over ons huis. Dat maakt dat je je
soms ontzettend machteloos voelt".
OVERSPANNEN
Maar ook weer niet zo machteloos dat ze
nu maar lijdzaam de komst van de slopers
afwachten. "Natuurlijk vechten we die be
slissing aan", zegt Marja van Wetten, die in
middels al voorzichtig probeert om in de
buurt het verzet tegen de sloop te organise
ren. "En ik denk dat we nog een goede kans
maken om het te winnen ook. Er staan zo
veel rare dingen in dat plan".
Maar hun strijdbaarheid kent grenzen.
"Je moet wel kijken wat je jezelf ermee aan
doet", zegt Van Hoogenhuyze. "Dat is zo'n
kwestie waar je zwaar overspannen van kan
raken als je niet oppast Met sommige men
sen uit de buurt is dat trouwens al gebeurd.
En dat heb ik er niet voor over. Dit is een
fijn huis, ik woon er met plezier en hoop er
nog jaren te kunnen blijven, maar ik zie
mezelf nog niet eenzaam tot het bittere
eind doorstrijden".
"Het is trouwens niet alleen het huis dat
telt. Want wat gaat er met de buurt gebeu
ren? We kunnen het uitstekend vinden met
onze buren. Maar de meesten zijn huurders
en hun huisbaas wil zijn panden maar wat
graag verkopen. Die mensen vertrekken
misschien al volgend jaar en wie komt er
voor hen in de plaats? "Dat kan een rol
gaan spelen. Er is iets over de buurt komen
hangen. Er zijn dingen in beweging gezet.
Niemand weet nog precies hoe het zal wor
den, maar het blijft niet zoals het was. En
dus loop je de kans dat het hier snel ver
paupert Mensen gaan denken: de Bakker
Korffstraat, die wordt immers toch ge
sloopt?"
ONZEKERHEID
Wat blijft, is de onzekerheid. "Wisten we
maar wanneer het wordt gesloopt. Dan
konden we ons daar tenminste op instel
len", zegt Marja van Wetten. "Maar zelfs
dat is niet bekend. Het is niet eens zeker of
het plan wel doorgaat. Want het is afhanke
lijk gesteld van de medewerking van de be
woners. Maar niet alleen van die uit de Bak
ker Korffstraat. Om de een of andere reden
heeft de gemeente de sloop hier gekoppeld
aan de opknapplannen in de Jan Lievense-
straat. En wat nu, als ze daar uiteindelijk
'nee' zeggen? Want ondanks de subsidies
moeten mensen er ook zelf flinke bedragen
insteken. Niet iedereen heeft daar mis
schien zin in. Maar dat blijkt pas over een
tijd".
"En wat doen we in de tussentijd met dit
pand? Zoals alle oude huizen -vraagt het
flink wat onderhoud. Dat was tot voor kort
nooit een pünt. Daar hebben we rekening moment denk ik nog: als we voor een paar|
mee gehouden. Maar nu komen we voor de jaar uit de brand zijn, vooruit, het moetj
vraag: wat geven we er nog aan uit? Stel, het maar. Want dit huis wordt niet vandaag of;
dak gaat kapot. Vervangen we het, repare- morgen gesloopt en zo lang we er nog zit-
i we het provisorisch, of zetten we er ten, willen we wei een beetje geriefelijk le-
maar een paar emmers onder en reserveren
we het geld voor een nieuw huis"? „Op dit
Maar die beslissing wordt natuurlijk!
steeds moeilijker".
HOOGACHTEND, ERIC PETERS
Veel lezers hebben gereageerd op een
oproep om onderwerpen aan te dragen
voor leuke, tragische of spannende,
maar in ieder geval bijzondere verhalen,
die deel kunnen uitmaken van de
oudejaarsbijlage 1991. Uit het aanbod is
een zorgvuldige selectie gemaakt. Dit is
het verhaal van Eric Peters.
Eric Peters verkeerde in september van het
afgelopen jaar enkele dagen tussen hoop en
vrees. Een controle in het Academisch
Ziekenhuis Leiden wees uit, dat de
Leidenaar niet genezen was van de
gevreesde ziekte van Hodgkin. Voor deze
vorm van kanker aan de lymfeklieren werd
Peters twee jaar eerder behandeld.
Gelukkig bleek de controlefoto, zoals Peters
hoopvol vermoedde, technisch niet goed
genomen. De 29-jarige Leidenaar was
gezond. De ervaring en wat eraan vooraf
ging leerden hem veel. „Het gaat me niet
om de fout, maar om de veranderde kijk op
het leven die je krijgt", zegt rijksambtenaar
Peters.
Wilskracht en nuchterheid staan centraal in
het verhaal van Eric Peters. Het begint in
december 1988. In die maand krijgt hij
griep, maar geneest niet geheel. Hij raakt
zijn stem kwijt en zijn bloed blijkt niet in
orde. Vreemd voor een sportman in hart en
nieren, die nooit ziek is. Peters speelt op dat
moment in het eerste team van de Leidse
korfbalvereniging 'De Danaïden', daarnaast
doet hij aan tennissen, fietsen, skiën en
hardlopen.
Verschillende onderzoeken in het
Academisch Ziekenhuis in Leiden volgen.
Onderzoek wijst uit, dat een stemband
wordt afgekneld door een tumor rond zijn
borstkas. Eerst wordt Peters verteld dat hij
waarschijnlijk een kwaadaardige
aandoening aan de lymfeklieren heeft. Later
valt de term 'ziekte van Hodgkin'.
Pas na twee weken krijgt hij zekerheid:
Hodgkin in het tweede stadium, boven het
middenrif bij borst en nek. Om behandeld
te worden moet hij zes chemokuren van
drie weken volgen en aansluitend moet hij
drie weken bestraald worden. Peters
reageert goed op de eerste kuur, hij vindt
een eerste lichtpunt.
„Natuurlijk, je wereld stort in en na de
eerste kuur ga je naar huis met de gedachte
dat je haar kan uitvallen, je een dik gezicht
kan krijgen, je je heel beroerd gaat voelen.
Maar vreemd genoeg kreeg ik daar
nauwelijks last van. Lichamelijk voelde ik
me zelfs na een aantal weken sterker
worden".
WIELERWEDSTRIJD
Meer problemen heeft Peters om de hele
dag thuis te zitten. „Dat is mijn instelling
niet om anderen te laten werken. Geestelijk
zit je de eerste maanden stuk, voor de
buitenwereld probeer je je goed te houden.
Uiterlijk was er niets te zien, mijn haar viel
niet uit, alleen kon men mij niet meer
verstaan door mijn hese stem."
De sportman kan niet stilzitten, gaat wat
wandelen, maar blijft last van zijn maag
houden. Later ontdekt hij dat fietsen hem
beter afgaat. „In de derde week van elke
kuur fietste ik. Geestelijk zette ik me er over
heen omdat ik wist dat ik met fietsen me
lichamelijk beter zou gaan voelen".
Terwijl andere mensen na een aantal kuren
aftakelen, verbeterde de lichaamstoestand
van Peters zo, dat hij een enorme uitdaging
aangreep: het rijden van de wielerwedstrijd
Luik-Bastenaken-Luik. „Een jaar daarvoor
had ik die met een vriend voor de eerste
keer gereden. Het is een jaarlijks
georganiseerde tocht van 245 kilometer
voor amateurs. Ik had een voordeel: mijn
arts in het AZL had ook wielrennen als
hobby. Als ik maar niet over een grens van
vermoeidheid heen ging, zei hij. Voor mijn
omgeving moet het moeilijk zijn geweest,
die beslissing om te gaan rijden. Het was
eind augustus, net het weekéinde voor de
bestralingen zouden beginnen."
Hij voelt zich op die snikhete zomerdag in
1989 in de Ardennen tijdens het rijden
alleen maar sterker worden en komt twee
uur sneller dan de eerste keer aan de finish.
Onverklaarbaar voor de medici is dat zijn
stem, die niet meer zou terugkomen, een
dag na de fietstocht begint te verbeteren.
De drie aansluitende weken van dagelijkse
bestraling geven voor Peters hetzelfde beeld
als de kuren. Hem zijn lichamelijke
bijwerkingen als slokdarmstoomissen,
vermoeidheid en huidirritaties voorspeld.
Ze blijven uit.
HARDLOPEN
Daarop gaat Peters hardlopen in de duinen.
Hij is in staat bij een korfbalwedstrijd in te
vallen. Na de bestralingen gaat hij - na
negen maanden thuiszitten - weer aan het
werk. „Mijn longinhoud bleek na de
behandeling met anderhalve liter te zijn
toegenomen. Verder moet je weer
vertrouwen opbouwen, want je lichaam
heeft je in de steek gelaten. Je hebt geleerd
dat het leven maar betrekkelijk is, dat zoiets
je overkomt en dat je er niets aan kan doen.
Nee, echt verdriet of woede kende ik niet in
die tijd, dat kwam pas later.
Peters wordt eerst maandelijks en later
viermaandelijks gecontroleerd. „De medici
houden een grens van vijf jaar aan voor de
genezing. Als het dan niet is teruggekeerd,
is de kans dat je het krijgt niet groter meer
Erie Peters: „Het wordt tijd dat ik ga doen, wat ik graag wil doen in m'n leven. En dat wil ik ei
genlijk tegen ieder mens zeggen. Want je houdt eigenlijk altijd rekening met anderen en soms
vergeet je je zelf". foto henk bouwman
dan voor een ander. Maar voor mij was
twee jaar een psychologische grens."
In augustus van dit jaar - twee jaar na de
laatste behandeling - wordt er in het AZL
ter controle weer een foto van zijn borstkas
gemaakt. „Maar mijn longen zijn eigenlijk
iets te groot om in een keer op zo'n foto te
kunnen. De laborante zei daarom toen ze
de foto maakte: haal maar niet zo diep
adem, dan kan het in één keer."
Anderhalve week later komt de uitslag. „Ik
kreeg te horen dat de foto 'niet goed' was.
Je krijgt dan allerlei visoenen, je toekomst
valt weer weg. Waar eindigt het, je weet het
niet. Een paar dagen later moet je naar de
behandelend arts. Die zei dat hij er van uit
ging dat 'het' weer terug was. Tenzij de foto
niet goed genomen was, zei hij. Toen ging
er bij mij een lichtje branden.','
Peters krijgt een nader onderzoek en wijst
erop hoe hij de eerste keer was
gefotografeerd. „Ik werkte die week niet.
Lichamelijk kwam ik wel tot rust, omdat ik
altijd vrij goed kan slapen, maar
geestelijk..." De oude foto wordt
ondertussen opnieuw bekeken en er wordt
een nieuwe gedetailleerde foto gemaakt,
een zogenaamde CT-scan. Na enkele dagen
komt de uitslag. „Er bleek dus niets aan de
hand. Op zo'n moment gaat er weer een
wereld voor je open."
Telkens word je geestelijk heen en weer
geschopt, zo noemt Erics vrouw Nelleke het.
nu. Weer in spanning, weer telefoontjes.
Weer opkrabbelen. Eric Peters: „Door die
gebeurtenis en alles daarvoor heb ik
gezegd: Nu wordt het tijd dat je gaat doen,
wat je graag wilt doen in je leven. En dat wil
ik eigenlijk tegen ieder mens zeggen. Want
je houdt eigenlijk altijd rekening met
anderen en soms vergeet je je zelf'.
Peters is nu nog
automatiseringsdeskundige op het
ministerie van defensie. „Maar mijn wens is
om samen met 'een vriend iets zelfstandigs
op te zetten, een handel of zaak waarbij je
vooral blije gezichten ziet. We zoeken
allerlei regels uit en zijn bezig een
ondememersdiploma te halen. Ja, ze weten
het bij defensie en ze hebben er begrip
BELASTING
Eric Peters beseft dat zijn verhaal niet ieders
verhaal is. „De vraag is of het goed is te
reageren op mijn ziekte zoals ik het gedaan
heb, maar dat staat altijd ter discussie.
Lichamelijk pakte het goed uit, maar het is
een enorme geestelijke belasting geweest.
Ook voor mijn echtgenote, naaste vrienden
en familieleden. En ik besef dat mensen ooki
ziektes krijgen, waartegen niet te vechten j
valt. Dan is het gewoon: einde verhaal". j
„Maar toch zou ik willen zeggen: probeer
het van de positieve kant te bekijken en ga I
niet bij de pakken neerzitten. En misschien
is mijn verhaal verhelderend voor mensen
die er problemen mee hebben over ziekte
met andere mensen te praten, zeker met de
patiënt. Bovendien is vaak niet eens de
patiënt de zieke, want die weet hoe hij zich
voelt".
„De zieken zijn dan de naaste familieleden,
ondanks dat ze lichamelijk wel in orde zijn.
Mijn vrouw en ik gaan er zelf nu ook heel
anders mee om, als we horen dat iemand
ziek is. Mensen zeggen vaak automatisch,
dat het goed gaat als je ze er naar vraagt.
Tegenwoordig vraag ik er achteraan: en hoe.
gaat het nu echt? Dan weten ze dat je hun
verhaal wil horen."
EMIEL FANGMANN