'We spelen geen clown, we zijn clown' 'N= Luisterrijke relaties ZATERDAGS BIJ-VOEGSEL Morgen geven tal van artiesten in Amstelveen een grote demonstratie van hun kunnen. Variété-artiesten als goo chelaars en clowns. De clown. Wat voor soort mens gaat er werkelijk schuil achter dat vrolijke masker? „Een clown is een gevoelsmens, die weet wat peilloos verdriet en torenhoge vreugde is", meent een van hen. Een ander. „Wij spelen geen clown, wij zijn clown. Het is geen hob by, het is je ziel." ZATERDAG 14 DECEMB :R I99"i Jan Wilhelmus: "Clown zijn is mijn uitlaadklep. Eigenlijk leid ik twee levens." "IT? en doodziek meisje in een zieken- H j huisbed. Verdwaalde ogen in een ■JSLb^H verlegen gezichtje. Ze fleurt op als ze de kindervriend ziet. Ze lacht uitbundig om zijn malle fratsen. „Ik ga straks naar opa en oma in de hemel", zegt ze, onbevangen. De vrolijke clown huilt. Zonder tranen. Hij knuffelt het kind en voelt zich machteloos. „Het is zo wreed, zo oneerlijk. Ik kom ge broken bij zo'n meisje vandaan. Maar je moet weer door, naar een volgend patiëntje. Ik weet mijn verdriet te verbergen. Niemand zal de tranen van de vrolijke clown zien. Want welk ziek kind wil een treurige clown aan zijn bed?" Ontroerde stem en vochtige ogen als hij die droeve herinnering terughaalt. „Maar ik blijf pp tred en in ziekenhuizen. Hoe moeilijk het aok is. Ik doe het omdat ik de lach op die gezichtjes kan toveren en dat is me ontzaglijk veel waard." Berry van Wijk alias Berry Merlin, gooche laar, beroepsclown, maar vooral kinder vriend. Hij treedt op in glinsterende slobber broek, bijpassend glitterjasje, flapschoenen, felrode neus en dito mond. Zijn acts zijn on navolgbaar. Ooit toverde hij een levend lelijk eendje om in een sierlijke levende zwaan. Klaterend applaus van volwassenen. Open monden bij de kinderen. Bewondering bij de vakbroeders. Lof Berry wordt beschouwd als één van de beste goochelclowns van ons land. Zijn doorbraak lijkt een kwestie van tijd. „Landelijk bekend heid krijg je pas als je gezicht veel op televisie is. Pipo kent iedereen en Bassie en Adriaan en Peppi en Kokki. Maar vraag mensen eens naar andere Nederlandse clowns? Kennen ze niet. Bij goochelaars idem dito. Fred Kaps, Richard Ross en Hans Kazan. Dat is het dan. Terwijl er in ons land honderden clowns en goochelaars zijn." Berry Merlin was meermalen Nederlands kampioen. Hij krijgt alom lof toegezwaaid voof zijn vakmanschap en komische presen- 'Niemand ziet de tranen van een vrolijke clown' De wereld van de gevoelige kindervriend tatie.Js een clown dan soms meer dan een verklede meneer die grappig doet? Beled„Ie dereen kan een gek pak aantrekken, maar daarom ben je nog geen clown. Een echte clown kan mensen aan het lachen èn huilen brengen." Berry zwijgt en wacht op bijval. Collega- -clown Theo Schilder (of Tony Prestolino zoals zijn artiestennaam luidt) knikt. „Dat kan Berry, dat kan hij als geen ander." Theo (45) en Berry (42) kennen elkaar al jaren van de Goochel- en Ontspanningsvereniging Am sterdam. De GOA is hèt trefpunt van (Noord hollandse) clowns, goochelaars, buiksprekers en andere variëté-artiesten in de provincie. Berry, Purmerender met Amsterdamse tongval: „We komen elke week bijeen, een stuk of vijftien clowns. Beetje filosoferen en belevenissen uitwisselen." Het valt hem tel kens op dat de meeste clowns qua karakter zoveel van elkaar weg hebben. „Meestal zijn het gevoelige en emotionele mensen." Dat idee heeft Jan Wilhelmus, ofwel Hoky Poky ook. De Amstelvener is de Nederlandse kampioen en komt ook wekelijks naar de GOA. „Ze zeggen wel dat clowns in werkelijk heid trieste mensen zijn. Geloof ik niets van. In wezen zijn we toch vrolijke jongens." Theo, ook woonachtig in Purmerend: „Wij spelen geen clown, wij zijn clown. Het is geen hobby, het is je ziel." Jan: „Je hebt die ziel of niet. Er lopen hon derden clowns in dit land rond, maar heel vaak zijn het verklede goochelaars. Ik preten deer niet dat ik een echte clown ben, maar ik voel me wel zo." Lachen Berry, ernstig: „Clown zijn is een manier van leven. Ik voel me een echte clown, maar wat is een echte clown? Ze zeggen wel: een clown is een goed mens, die van bloemen en kinde ren houdt. Die omschrijving komt volgens mij aardig in de buurt." Theo: „Een clown is een groot mens die zijn kinderhart niet ver liest. 't Zijn jammer genoeg niet mijn eigen woorden." Berry, tot slot: „Een clown is een gevoelsmens, die weet wat peilloos verdriet en torenhoge vreugde is." Peilloos verdriet. Berry kent het uit erva ring. Hij groeide op in verschillende kinderte huizen. Een donkere jeugd. „In zo'n tehuis overleef je öf als je heel sterk öf als je heel mooi öf als je heel grappig bent. En ik speel de de clown." Op zeventienjarige leeftijd trouwde hij. Hij werd een serieuze huisvader die op partijtjes vaak de lachers op zijn hand kreeg. „Een deel van mijn kennissen had zoiets van: 'Ha, Berry is er, dat wordt la chen'. Maar of ze echt belang stelling voor me hadden? Een an der deel had meer iets van: 'Man, sloof je niet zo uit, doe gewoon'. En ik draafde door hè. Alsof ik me bewijzen moest." Hij kreeg drie kinderen, van wie er twee snel na de geboorte overleden. Om in zijn levenson derhoud te voorzien, werkte hij als fotograaf, kippeslachter, bouwvakker, vrachtwagenchauf feur en bankemployé. Maar bo venal was hij clown. „Die bank. Aardige mensen in keurige pakken. Ze waren an ders. Of nee, ik voelde me an ders. Soms moest ik, uit een soort innerlijke drang, een voor stelling geven. De clown achter de computers. Dat gevoel wie je werkelijk bent en wie je in deze wereld moet zijn, het valt zo moeilijk uit te leggen", zegt hij onzeker. Meermalen zat hij in de put, als hij zijn toekomst weer eens als een lange reeks vol zinloze ja ren zag. „Ik trad wel op en ge noot er ook met volle teugen van, maar steun van mijn vrouw had ik niet." Soms kwam hij in zijn clownspak thuis. „Dan zei ze: 'Doe die kleren uit.'.Zat ik in dat pak ongelukkig en chagrijnig te wezen. De tragiek hè. Mijn hu welijk is over. Ik heb een vrien din. Als ik nu wel eens in dat pak thuiskom, krijgt ze traantjes in d'r ogen. Zij is ook verliefd op die clown, dat is het grote verschil." Een paar clowns aan één tafel. Geen grappen, geen olijke ge zichten, geen schaterende lach. Ze ogen zo ernstig, alsof ze zich onbegrepen voelen door de boze buitenwereld. Ze zijn zo anders dan hun vrolijkste clownsgezicht, dat op hun visitekaart staat afge drukt. Berry: „Mensen moeten niet het idee krijgen dat clowns te pas en te pas vrolijk zijn. Een lood gieter duikt als hij op visite is toch ook niet gelijk het goot steenkastje in?" Favorieten Thuis werkt Berry in alle rust aan de vervolmaking van zijn act en aan nieuwe goocheltrucs, die hij of verkoopt of zelf gebruikt. „Ik heb zelfs din gen voor Tommy Cooper gemaakt", zegt hij. Soms maakt het publiek hem boos. „Als mensen bijvoorbeeld met eikeltjes naar me gooien. Dat is gebeurd. Daar erger ik me mateloos aan. Maar ik heb gelukkig de keuze in eigen hand: ik kan blijven of zo opstappen. Het zijn er maar weinig mensen die me dat kunnen nazeggen." Berry bevindt zich in de riante situatie dat hij optredens kan weigeren. Maar hij heeft ook tijden gekend dat hij werkelijk alles aan pakte wat op zijn weg kwam. „Ik had het geld toen broodnodig." Hij glimlacht flauwtjes. „Ik heb me wel eens als kerstman verhuurt. Ik voelde me beschimpt, bespot, gekleineerd. Zo erg dat ik na afloop huilend in mijn auto zat." Als hij nu na een geslaagd optreden achter het stuur kruipt, grijpt hij gelijk naar zijn totelefoon. „Om was. Ik zou wel graag zelfs. Maar ik kan riiet lang van huis. Ik moet elke dag wel een paar keer horen dat ze thuis van me houden." Het mooiste compliment kreeg hij ooit van Pipo, (de overleden) Cor Witschge. Emotio neel: „Ik kreeg .een dikke kus. En hij zei: 'Ber ry, ik ben een praatclown, ik kan geen men sen aan het lachen maken. Maar jij, jij bent een echte clown.' Cor voelde zich geen clown, maar acteur. Ken je Herman Korte- kaas, acteur in Zeg 'ns Aa? Hij is als Peppi voor mij de beste clown van Nederland. En dan Popov, natuurlijk. Ik vind het waanzin nig knap wat hij doet, maar het is gemaakt Denkwijzer Berry Merlin: „Clown zijn is een manier van leven." Kortekaas", zegt Haarlemmer Han van Lent, die als de onhandige Hannes het land door trekt. Op de donderdagavond is hij bijna al tijd op de clubavond van de GOA. „Ik treed op met mijn zoon Danny en alleen als ik zin heb. Het is zo moeilijk om te zeggen: ik ben clown. Van kinds af aan zeiden ze wel tegen me: jij moet clown worden. Nou, dat is ge beurd." Clown Hannes heeft het gevoel dat hij al genoeg van zichzelf heeft blootgegeven. „Ik help m'n zoon af en toe. Meer niet. Ik werk liever op de achtergrond." Op familiefeestjes hangt Hannes nooit de clown uit. Verschrikt: „Oh nee, bewaar me." Jan (Hoky Poky): „On der vrienden en bekenden ga ik niet de lol broek uithangen. Ik zou me ongemakkelijk voelen." Dankbaar thuis te vertellen hoe het Berry voelt zich op zijn beurt ongemakkelijk willen werken, als hij met een bord met eten bijvoorbeeld door een restaurant moet lopen. „De Hema in Amsterdam, ken je dat? Dan met een vol bord een tafeltje zoeken. Brrr. Doodeng." Clownerie en goochelkunst doceren aan een klas van de kleinkunst-academie, kost hem weer geen enkele moeite. „Heb ik vaak gedaan. Weet je wat echt moeilijk is", zegt hij op samenzweerderige toon, „dat is optreden voor kinderen èn grote mensen. Over de hoofden van die kinderen probeer ik dan de ouders te bespelen. Optreden in Amsterdam kan moeilijk zijn. Als je daar toverwater de zaal in spuugt, loop je grote kans dat ze te- rugspuwen. Maar in Noord-Brabant zijn ze hè." weer zo mak. Wat ik fantastisch vind om te „Mijn favorieten zijn Enrico en Herman doen, is optreden voor mongooltjes en ande- De manifestatie van de Goochel- en Ont- spanningsverening Amsterdam is een must voor aanko mende en gearri veerde goochelaars, clowns, jongleurs en andere kunstenaars en artiesten. Hon derden mensen uit de variëté-wereld worden morgen ver wacht in scholenge meenschap Nieuwer Amstel aan de Start baan 12 in Amstel veen, 's Ochtends is er een beurs, alleen voor de vakbroeders. In de middaguren mag ook het hooggeëer de publiek naar bin nen. Bijna zeker lo pen ze dan de clowns Tony Presto lino (Theo Schilder), Berry Merlin (Berry van Wijk), Hannes (Han van Lent) en Hoky Poky (Jan Wil helmus) tegen het lijf. FOTO United Photos De Boer POPPE DE BOER re geestelijk gehandicapten. Het klinkt als een cliché, maar echt waar, die kinderen zijn zo oprecht, zo dankbaar." Buurthuizen, ziekenhuizen, gevangenis sen, speeltuinen, sjieke theaters, braderieën, een zaaltje vol met Marokkaanse kinderen, Berry treedt overal op. „Ik heb zelfs Marok kaanse les. Want die kinderen moeten me kunnen verstaan. Het is wel mijn publiek van straks. Laten we eerlijk zijn, ik werk ook voor het geld. Alleen, clown spelen is voor sommi gen geen volwaardig beroep hè." Hij legt uit: „Laatst komt er een man van een speeltuinvereniging naar me toe. Hij zegt: „U kunt toch zo leuk met kinderen om gaan, komt u dan even optreden. Geld? Hoe bedoelt u?" Zo gaat dat. Voor een loodgieter of een timmerman wordt grif betaald. Wat er overblijft is voor de leukigheid, de clown. Dat is zo typisch Nederlands." „In landen als Duitsland en Frankrijk word je met égards behandeld. Daar is het een ge accepteerd vak. Het is ook een geambieerde professie. Bij ons op de club hebben we een man, die, als je hem diep in zijn hart kijkt, full-time clown zou willen zijn. Maar hij durft niet: zijn baan, zijn salaris, zijn zekerheid." Theo, ook tapdanser, trampoline-springer, goochelaar en koordanser: „Ik heb een kof fieshop, daar leef ik van. De clownerie doe ik er bij. Beroeps, ik weet het niet." Jan (Hoky Poky): „Ik ben chef bij een handelsfirma. Clown zijn is mijn uitlaadklep. Eigenlijk leid ik twee levens." Beny: „Ik heb de knoop doorgehakt en ben beroeps geworden. Ge lukkig. Want ik ben een goochelclown en niets anders. Ik heb het zelfs in mijn paspoort laten zetten." 'Hoe voelde je je toen de dokter zei dat je waar schijnlijk opgenomen moest worden?" „Nou, wat denk je? Leuk is anders. A. 1 i\ atuurlijk was leuk. Maar hoe voel de je je?" „Ja, hoe voel je je op zo'n mo ment? Gespannen natuurlijk." „Geef eens met een enkel woord aan wat voor spanning het was. Was het boosheid, was het ver driet of angst of...?" „Ik denk het laatste." „Zeg dat hier nou eens gewoon: 'ik voelde me angstig'." Terwijl zijn onderlip begint te trillen en er tranen in zijn ogen komen, zegt hij heel zachtjes: „Ja, ik ben bang ja." Drr gesprek vond plaats in een therapiegroep voor mannen. Ge wone mannen die overdag naar hun werk gaan en 's avonds en in het weekend met hun partner of hun gezin bezig zijn. Maar die als gevolg van steeds hoger oplo pende innerlijke spanningen of stress allerlei lichamelijke en psy chische klachten hebben. Die stress kan een heleboel oorzaken hebben, maar bij de meeste mannen spelen twee dingen vrij wel altijd een belangrijke rol, na melijk hun negatieve zelfbeeld en hun gebrekkige vaardigheid in het communiceren met anderen; vooral het communiceren over eigen gevoelens en ervaringen. Zo ook de man uit het gespreks- fragment, een boom van een ke rel met wie je het niet graag aan de stok zou krijgen. Maar on danks zijn imponerende uiterlijk is hij heel bang voor (en heel slecht in) het uiten van wat er in hem omgaat. Ook als overduide lijk is dat iets hem geraakt heeft, dan krijg je, als je hem vraagt wat hij voelt, in eerste instantie toch altijd boot-afhoudende antwoor den als: „Och, gaat wel" cf „Niet zo lekker" of „Laat me natuurlijk niet helemaal onverschillig." Maar als je hem uitlokt, zoals in het voorbeeld, om directe 'ge voelige' woorden te gebruiken voor wat er in hem omgaat, dan lukt het hem niet goed meer zijn gevoelens eronder te houden en wordt hij op een haast vertede rende manier emotioneel. In het begin voelde hij zich daar bij ontzettend kwetsbaar en 'bloot'. Hij dorst ons dan haast niet aan te kijken, ook niet na af loop van de groep bij het naar huis gaan. Als je hem daarop at tent maakte, zei hij dingen als: „Nou, jullie zullen ook wel den ken: da's ook een huilebalk! Ook een slaphannes! Zit daar te grie nen als een griet. Ik moet er niet aan denken dat ze me thuis of op mijn werk zo zouden zien." Als een lid van de groep daar te genin bracht dat juist de mo menten waarop hij zijn gevoe lens liet blijken, grote en sympa thieke indnik maakten, reageer de hij met: „Ja, dat zeggen jullie gewoon uit medelijden, gewoon om me gerust te stellen." Het heeft heel wat werk gekost voor hij zo ver was dat hij het compli ment ook echt als een compli ment kon aanvaarden. Een van de belangrijkste psycho logische obstakels in de ontwik keling van sociale relaties is dat nogal wat (vermoedelijk min stens 1 op 3) mensen aan die re laties beginnen met een beeld van zichzelf dat als gevolg van hun temperament, opvoedings ervaringen of het milieu waaruit ze afkomstig zijn, overheersend negatief is. Als je mensen met een negatief zelfbeeld en mensen met een po sitief zelfbeeld 'je waardeloos voelen' of juist 'je waardevol voe len') met elkaar vergelijkt op het punt van hoe ze oppikken wat ze van anderen te horen krijgen, dan zie je indrukwekkende ver schillen. In een onderzoek bij een groep mensen die elkaar op pervlakkig kenden, kreeg ieder een van iemand anders iets over zichzelf te horen dat ofwel com plimenteus ofwel kritisch was. Daarna werd hen gevraagd te zeggen of degene die het compli ment of de kritiek had gegeven, zijn eigen eerlijke mening had geuit of gewoon maar in op dracht van de onderzoeksleider iets gezegd had. De mensen met een positief zelfbeeld zeiden in meerderheid dat het compliment 'de eerlijke mening' was en dat de kritiek 'in opdracht was gege ven'. De mensen met een nega tief zelfbeeld geloofden overwe gend het tegenovergestelde: de kritiek was echt gemeend en het compliment was gewoon een op dracht geweest. Dit effect van zelfbeeld op hoe je dingen 'oppakt', kan in het wer kelijke leven ver strekkende ge volgen hebben. Bijvoorbeeld, je bent op een kerst- of nieuwsjaarsreceptie met iemand aan het praten die zich op een gegeven moment excuseert en nog wat te drinken gaat halen. Hoe je je op dat moment gaat voelen, kan sterk afhangen van je zelfbeeld. Iemand met een posi tief zelfbeeld zal eerder aanne men dat zijn gesprekspartner dorstig was; iemand met een ne gatief zelfbeeld zal eerder aanne men dat de ander de conversatie oninteressant of zelfs vervelend begon te vinden. Mensen met een negatief zelf beeld staan vaak niet open voor andere interpretaties van het ge drag van hun medemensen dan die waarin een behoorlijke dosis zelfkastijding of zelfsabotage zit. Vandaar dat ze meestal gespan nen zijn in sociale contacten. Daarbij komt dat ze sterk de nei ging hebben zich steeds af te vra gen of wat ze (willen) doen of (willen) zeggen wel interessant is voor die ander en diens accepta tie of goedkeuring zal kunnen wegdragen. En omdat ze voor hun eigen ge voel vaak die 'magische' zin of opmerking niet kunnen vinden, komt er betrekkelijk weinig uit. Gevolg van het feit dat ze zozeer met zichzelf bezig zijn, is overi gens niet alleen dat ze geen open of vlotte gesprekspartners zijn, maar ook dat ze geen goede luis teraars zijn. Daardoor merken ze vaak ook niet dat anderen met dezelfde twijfels en (lastige) ge voelens worstelen als waar zij mee zitten, en ontdekken ze dus ook niet dat het helemaal niet zo gek is om die (kwetsbare) gevoe lens te hebben; en dat het hele maal niet zo gevaarlijk is om ze te uiten. Voor het geval u in uw omgeving te maken hebt met (of zelfs lijdt onder) een medemens met een negatief zelfbeeld, dan zou het wel eens voor beide partijen heel nuttig kunnen blijken u te oefe nen in wat conversatie-vaardig heden. Begin met minder over uzelf te praten, nodig vooral de ander uit om te praten en ont houd u van boude of stoere uit spraken over wat de ander zegt. Vat regelmatig samen wat de an der tegen u vertelt („Oké. ik be grijp dat jij denkt dat...."). Be steedt ook aandacht aan dingen die de ander al eerder heeft ge zegd („Ik herinner me dat je in derdaad een tijdje geleden al ge zegd hebt..."). Nodig de ander uit om over zijn ideeën of ervarin gen uit te weiden („Da's interes sant, daar wil ik wel eens wat meer over weten..."). U dwingt uzelf zo om u meer met de ander bezig te houden en u maakt de ander duidelijk dat hij of zij een persoon is die waard is om gehoord te worden. Maar het belangrijkste van alles: part ners die zich laten trainen om wederzijds zo met elkaar te con verseren, blijken samen en ieder voor zich minder vaak depres sief. Kortom: als u de feestdagen wat 'luister' bijzet, kan het toch nog een vrolijke boel worden. RENE DIEKSTRA hoogleraar klinische en gezondheidspsychologie

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1991 | | pagina 43