De Vlaamse jaren van 't Leidse vuil BIJVOEGSEL De Leidse vuilverbranding verwerkte elk jaar 100.000 ton huisvuil uit de gemeenten Leiden, Oegstgeest, Zoeterwoude, Voorschoten, Leiderdorp, Alkemade, Wassenaar, Sassenheim en Warmond, verenigd in de Gevulei. Daarvan bleef 30.000 ton slakken en nog eens 3000 ton vliegas over, die werden afgevoerd door de firma Omtzigt uit Boskoop, eigendom van Jacob Omtzigt. Omtzigt haalde het 'residu' soms zelf op bij de vuilverbranding, maar liet de klus meestal over aan het transportbedrijf Westdijk uit Alphen aan den Rijn die het afval naar België bracht. In de juridische contructie die daarvoor was verzonnen werd de centrale plaats ingeno men door Eurotrans in Papendrecht, die officieel als 'exporteur' van het afval te boek stond. Im porteur was Vanimco in Rijkevorsel, dat was gelieerd aan De Kempen, de exploitant van de af valhoop bij Steenfabriek Brimo/De Volharding. a w Deze zomer baarde milieu-wethouder Hans de la Mar opzien met de onthulling dat Leiden zich net als andere Zuidhollandse gemeenten in de jaren tachtig schuldig had gemaakt aan de illegale stort van giftig afval in het inmiddels beruchte Wallonië. Het boetekleed ('Eens maar nooit weer') stond de Leidse politiek uitstekend en er ging zand over de afvalhoop. In de jaren daarvoor is echter ook Vlaanderen illegaal volgestort met vuil uit onder meer de Leidse vuilverbrandingsoven, die het afval uit de regio verwerkte. Op 23 stortplaatsen in de landelijke Antwerpse Kempen liggen giftige slakken en vliegas in stilte de bodem en het grondwater te verontreinigen. Een reportage over een vuilnisbelt in de klèiputten. „Eens komt de dag dat ook Leiden de rekening krijgt van de scnoonmaak." 'Eens komt de dag dat ook de Sleutelstad de rekening gepresenteerd krijgt' RUKEVORSEL KAREL BERKHOUT De enorme hallen van de steenfa briek Brimo voorheen De Volharding staan grotendeels leeg; alleen in een klein kantoorgebouwtje worden op het graf van de gesloten fabriek herfstbloemen gekweekt met de verkoop van tegels. De rails waarover vroeger wagons de klei uit de afgravingen naar de ovens reden, zijn overwoekerd met onkruid. In een kleiput heeft zich een meertje gevormd met een riet kraag, een zomerhuisje en enkele bootjes. Voorbij een omgevallen bordje 'verboden toegang' en roestig prikkeldraad ligt een zwarte asfalt-achtige massa, die her en der nog wat riet en restjes klei zichtbaar heeft ge laten. „Illegale stortplaats '(verbrandingsasse af komstig van Leiden)... De verbrandingsasse werd naast de steenfabriek gestort op illegale wijze... De gestorte asse ligt op plus minus 100 m van een visvijver (gewezen kleiput van de steenbakkerij)... Het water blijkt sterk ver ontreinigd te zijn zowel organisch als anorga nisch", schreef een politieagent uit het Belgi sche Rijkevorsel in zijn rapport na een be zoek op 19 mei 1982 aan de stortplaats. Uit een laboratoriumonderzoek van het Provin ciaal Instituut voor Hygiëne was eerder al ge bleken dat de gestorte slakken en vliegas 'een hoog gehalte' aan zink en lood bevatten. Rijkevorsel ligt enkele kilometers ten zui den van Wuustwezel en de Nederlandse grens in de Antwerpse Kempen, een gebied zo groot als de Leidse regio en de bollen streek bij elkaar. Het dprpje is er één zoals er daar tientallen zijn met een kerk. een krediet bank en enkele cafés. Op het plein hangt een Christusbeeld aan een kruis dat smartelijk neerkijkt op een stervende soldaat in brons, die moet herinneren aan de Eerste Wereld oorlog. Van 1980 tot 1982 werd ongeveer 20.000 ton aan slakken cn vliegas uit de Leidse vuil verbranding illegaal gestort bij Rijkevorsel, waarheen de Boskoopse transportfirma Omt zigt uitweek omdat de stortplaats in Alphen den Rijn op 1 juli 1981 defintief werd gesloten. Jacob Omt zigt die het echte vervoerswerk groten deels overliet aan transporteur West- dijk uit Alphen aan den Rijn was de sleu telfiguur in deze 'Vlaamse connectie'. De transporten ver liepen langs een in gewikkelde keten van bv'tjes van Omtzigt (zie kader), waarin de Papendrechtse firma Euro trans 'handel in bouwmaterialen...in de ruimste zin des woords' zoals het handelsre gister meldt centraal stond. Rijkevorsel is één van de 23 plaatsen in de Kempen waar begin jaren tachtig afval werd gestort uit Nederland en Duitsland, bij elkaar honderdduizenden tonnen. Zoals in het na bijgelegen dorpje Malle, waar nu nog naast een steenfabriek aluminiumslakken uit Duitsland worden gestort, terwijl de koeien honderd meter verderop staan te grazen. Deze stortplaats werd in het verleden ook aangedaan door Zegwaard, die nu in Neder land terecht staat voor milieumisdrijven. Steengroeven „Het vuil is grotendeels gestort in steengroe ven, zandgaten en kleiputten bij bedrijven die worden gekenmerkt door de afwisseling van vette en magere jarpn", zegt een ambtenaar van het Overleg Vlaamse Afvalstoffen Maat schappij (OVAM), de vuilcontroledienst van Vlaanderen. ..Het ging begin jaren tachtig heel slecht met de baksteen- en cementfabrieken en die waren maar wat graag bereid om geld binnen te halen met het openen van stort plaatsen op hun terrein Het storten van buitenlands afval was echter volstrekt verboden sinds de Vlaamse afvalstof fenwet op 2 juli 1981 in werking trad. „Ver branden van buiten lands huisvuil1 Vlaanderen toen nog wel toegestaan en Belgisch afval mocht ook worden gestort. Het Nederlandse af val .dat bedrijven in de Kempen stortten was wel illegaal", zegt een politiefunctiona ris van de Antwerpse justitie die anoniem wil blijven. De grens ging echter niet dicht en de transporten gingen door, in Rijkevorsel met een frequentie van drie maal per dag. Omtzigt bracht toen overigens een deel van de slakken (30.000 ton per jaar) wel al naar Wallonië. De gemeente Rijkevorsel besloot wel op te treden tegen de stortplaats die eigendom was van Omtzigt, de afvaltransporteur van de Leidse vuilverbranding. Op 26 maart 19Ó2 kreeg de exploitant De Kempen de opdracht van het stadsbestuur om de putten leeg te ha len cn de slakken met de as af te voeren. Toen dal niet hielp besloot Rijkevorsel tot een kort. geding (22 april) legen De Kempen en eiste stopzetting van de stort. Omdat Rijkevorsel de voorgeschreven termijnen had overschreden ging de rechtszaak uiteindelijk niet eens door. Rijkevorsel liet het er niet bij zitten en stuur de een maand later een brief naar de OVAM, die inderdaad een kijkje kwam nemen op de vuilhoop. Op 28 juni 1982 vaardigde de burge meester een bevelschrift tot sluiting en verze geling van de stortplaats, dat volledig werd ge negeerd. De politie die twee keer in de week langskwam, trad niet op tegen de aanvoer van afval. Hoe dat er toen ongeveer moet hebben uit gezien, valt nu nog te bezichtigen op de stort plaats in het nabijgelegen Malle. Naast een modem ogende steenfabriek ligt een stort plaats met glooiingen zover als het oog reikt, waarover vrachtwagens ongehinderd af en aan rijden. Bij de geopende slagboom staat een bord 'stortplaats van de OVAM' en een hokje met mannen die alleen oog voor elkaar hebben. Officieel wordt hier alleen Vlaams huisvuil gestort, maar uit het dossier van de Antwerpse politie blijkt dat de Venlose firma Petrans hier ook industrieel afval uit Duitsland dumpt, terwijl in het verleden AVR-slakken werden gestort. „De Nederlandse autoriteiten hebben al ja ren boter op het hoofd", klaagt de politieman. „Zolang het ministerie van vrom exportver gunningen voor afvalbedrijven blijft afgeven, heeft onze importstop geen enkele zin", zegt hij en laat zeer recente vergunningen zien. „Jullie Nationaal Milieu Beleidsplan is prach tig, ik citeer er geregeld uit. Maar in de praktijk geven de Nederlandse autoriteiten al jaren niets om afval dat hier terecht komt." Uit de verslagen van het toenmalige bestuur van de Leidse vuilverbranding blijkt inderdaad dat Leiden en de regiogemeenten zich in de Vlaamse jaren uitsluitend bekommerden om de hoogte van de stortprijzen. Op 8 april 1982 schreef directeur Overmeire een bezorgde brief aan het bestuur, waarin hij zijn vrees uit te dat de stort naar België wei niet lang meer zou duren en het vuil spoedig elders moest worden gedumpt voor meer geld. Veel eerder al (9 december 1980) had Leiden al per brief vernomen van de Vereniging van Zuidhol landse Gemeenten dat 'de grenzen voor Zuid- holandse afvalstoffen (kunnen) worden geslo ten' en dat 'een Belgisch gemeentebestuur' niet meer wilde dat het dorp als 'stortplaats fungeerde' Gestraft De opmerking sloeg op de toenmalige burge meester Van Beveren van Brecht. een plaatsje op 5 kilometer van het 'Leidse' Rijkevorsel. „Van Beveren heeft zijn best gedaan om de af valbazen weg te krijgen, maar hij is daarvoor gestraft door hogere instanties. Terwijl een burgemeester hier in Vlaanderen in principe zijn leven blijft zitten, is hij op een zijspoor ge zet", zegt de OVAM-ambtenaar over Van Be veren die op zijn woonadres geen sjoege geeft. Van Beveren ontwikkelde zich tot lokale held door de aanvoer van afval krachtig aan te pakken. Hij wist de stortbazen te verdrijven. Bij de transporteurs begon de aftocht naar het zuiden: naar de Rupelstreek bij Mechelen en later verder naar Wallonië, waar zij tot 1986 konden blijven storten. „Uiteindelijk zijn zij vermoedelijk in Noord-Frankrijk terechtgeko men, maar daarvoor zijn nog geen bewijzen", zegt de OVAM-ambtenaar. Geïnspireerd door dit succes begon ook Rij kevorsel in 1983 met het aanpakken van de Leidse vuilstort door Jacob Omtzigt. Zijn stort plaats die als steenfabriek te boek stond, had van de provincie ondanks de verzegeling een vergunning gekregen voor het graven van nieuwe kleiputten. 'Een middel om op verdo ken wijze een stortplaats te openen' vond Rij kevorsel. „De steenfabriek werkte al nauwe- lijks meer. dus er was helemaal geen kleiput - nodig behalve dan voor de stort, later zijn die gebouwen ook gebruikt door andere afvalba- -r zen", zegt de OVAM-ambtenaar die voor een bezoek aan deze heren ,een kogelvrijvest advi- j seert. ZZ Toen Omtzigt ondanks talloze brieven van geen wijken wist, ging het dossier-Rijkevorse! in 1983 naar de justitie in Turnhout. De afval- transporteur van Leiden verlengde de afval- transporten van Vlaanderen naar Wallonië, wat begin dit jaar nogal wat stof deed opwaai en in de Leidse politiek. Inmiddels had Vlaan deren de grens al gesloten voor Nederlands af val, terwijl Wallonië in augustus zou volgen. Konijn In Leiden was het geweten intussen een beetje gaan knagen dat jaar. De inmiddels overleden directeur Overmeire van de vuilverbranding - bracht een bezoekje aan België en had daar een prachtige stortplaats gezien, waar het af val op zeer verantwoorde wijze in de kleiput ten was gegooid. Zijn enige vrees betrof weer de kans dat de importvergunning niet zou worden verlengd. De troep was echter wel degelijk schadelijk voor de bodem en de Vlaamse autoriteiten ga ven in 1984 de opdracht om de slakken af te- - voeren. Bij exploitant De Kempen kwam toen onmiddellijk een bekend konijn uit de hoge hoed: de slakken zouden worden gebruikt als bouwmateriaal, zoals betonnen palen, klin kers en de onderlaag van het asfalt. „Dat was - een bekende smoes van de afvalbazen, maar die slakken zijn daarvoor helemaal niet ge- schikt Na een aantal jaren gaat het beton 2 scheuren, zoals bij de lantaarnpalen langs de weg Gent-Antwerpen is gebeurd", legt de Z OVAM -ambtenaar uit. De vergunning daarvoor kwam dan ook niet - af. Merkwaardig genoeg stuurde de OVAM op 2 30 augustus 1984 maar liefst drie brieven aan Omtzigt. De inhoud was illustratief voor de 2 onduidelijke rol die de Vlaamse overheid zelf in deze zaak speelde. In de ene vroeg OVAM- ambtenaar Vandermeerschen wanneer de Z produktie van bouwmateriaal kon beginnen, in de andere weigerde hij een vergunning daarvoor en in de laatste beval hij de stort plaats onmiddellijk te ontruimen, anders zou 1 dat op kosten van De Kempen geschieden. Er gebeurde niets, maar de OVAM heeft geen behoefte aan commentaar. Krankzinnig De slakken liggen er nog steeds. In de Ant- - werpse Kempen staan her en der borden met doodshoofden en een oproep het storten van afval uit het buitenland te staken. Een actie voerder zegt: „Het is krankzinnig dat de stort - in dit landbouwgebied gewoon doorgaat, ter- wijl de overheid geen vinger uitsteekt. Dat ge beurt nu al jaren en de bevolking hier heeft er - genoeg van." Onder druk van de bevolking en de regiona le kranten is bij de Belgische autoriteiten het idee gerezen, dat in elk geval met de stort plaatsen in Vlaanderen iets moet gebeuren. Hoofdofficier van de Antwerpse justitie Gepts - heeft het onderzoek naar de jaren van stort - bijna afgerond en besluit één dezer dagen welke firma's zullen worden vervolgd. De ge meenten in de Kempen hebben plannen om de stortplaats voor miljoenen guldens te laten schoonmaken en voelen er veel voor de reke ning te presenteren aan hun Nederlandse col- legas. Volgens Europarlementariër P. Staes is de tijd van de afrekening gekomen. „De grote transporten zijn voorbij en nu wordt uitge zocht wie er moet gaan betalen. Met spanning kijken wij of de Nederlandse rechter in het proces tegen Zegwaard de overheid mede-ver- - antwoordelijk vindt. Als dat zo is, dan gaan wij - eerst de AVR aanpakken want ok die wisi heel goed wat er met hun slakken gebeurde. En dan komen wij daarna ook met de nota bij Leiden". J

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1991 | | pagina 39