Extra
Guardian Angels waken over Londense metro
De Fransen gaan uit hun bol van 'pins'
Slachtoffer van een te perfekte wereld
Vrijdag 4 oktober 1991
vormgeving ralph kilinhout
FRANSE SPELDJES-VERZAMELRAGE Gilles Bertoni, de marke-
ting-directeur van Roland Garros, zou de aanstichter zijn. Ter ge
legenheid van het toernooi van 1988 bracht hij een serie van ze
ven zeer fraaie speldjes uit. Pins (zeg: piens), zoals ze in geleend
Frans heten. Kleinoodjes die binnen enkele dagen de meest be
geerde hebbedingetjes van Frankrijk werden. Het begin van een
rage.
26
De omzet van 'pins',
zoals deze vliegtuig-
speljes, overschrijdt
in Frankrijk dit jaar
100 miljoen gulden.
Opleiding van drie maanden in vechttechnieken, wetskennis en psychologie
De duisternis is juist ingevallen'als de metro tot stilstand komt op het station
Ladbroke Grove in West-Londen. Het perron is verlaten, op twaalf luidruchti
ge jongeren na. Vanachter het raam kijken de passagiers ongerust naar bui
ten. Als de bende naar binnen komt, doen zij er misschien verstandig aan het
treinstel te verlaten. Maar de jongeren maken geen aanstalten om in te stap
pen, hoewel de automatische deuren nu open staan. Er gaat een zucht van
verlichting door de metro. Dan, als de deuren dichtgaan, gooit een van de
jongeren zich er plotseling tussen. In een oogwenk staat de hele jeugdbende
alsnog binnen. De passagiers zitten in de val.
londen cees van zweeden
correspondent
„Ik verzeker je dat die knapen allemaal
messen bij zich hebben", zegt Colin Hat
cher (32) kalm. Als patrouille-leider van de
Guardian Angels kent Colin zijn pappenhei
mers. De Metropolitan Line tussen Ladbro
ke Grove en Hammersmith is een berucht
stukje van de Londense ondergrondse. Hier
wordt veel geroofd, verkracht en gemoles
teerd, voord na 10 uur 's avonds. Maar op
dit traject wordt ook vaak gepatrouilleerd -
door de Guardian Angels, een burgerwacht
die metro-passagiers beschermt tegen mis
daad.
De patrouille bestaat deze avond uit drie le
den, maar Colin neemt niet eens de moeite
om zijn twee collega's bij zich te roepen als
de bende 'zijn' rijtuig binnenkomt. „Dat
zou als een teken van zwakte worden opge
vat", zegt hij later.
De agressiefste van de jongeren stelt zich
provocerend voor hem op en spuugt hem
in het gelaat. Colin vertrekt geen spier. „Je
mag me uitschelden en je mag naar me
spugen", zegt hij bedaard. „Maar probeer
niet mij of een van de passagiers aan te ra
ken."
Mond en hersenen
De bendeleden kennen de regels - de Gu
ardian Angels bederven al 2,5 jaar hun
avondjes uit op de Londense ondergrondse.
Ze weten dat de Angels ongewapend zijn en
verbaal geweld nooit beantwoorden. Ze we
ten ook dat ze die grens niet moeten over-
Guardian Angels Colin.
cees van zwee-
schrijden. Bij de volgende halte stappen ze
uit. „God zij dank dat jullie hier waren",
zegt een van de passagiers. „Anders waren
er zeker slachtoffers gevallen."
„Onze sterkste wapens zijn onze mond en
onze hersenen", verklaart Colin laconiek.
„Maar daarnaast zijn we ook getraind in
vechttechnieken, vooral worstelen. Crimi
nelen weten dat, en ze weten ook dat we al
tijd in groepsverband opereren. Een van
ons hoeft maar zijn of haar rode baret af te
nemen, een teken dat gevaar dreigt, en al
de andere leden van de patrouille komen
aangestormd."
De Angels - in Londen zijn er 76 - opereren
in groepjes van drie of vier. Voordat ze de
straat op gaan, hebben ze eerst een oplei
ding van drie maanden gevolgd. Behalve
vechttechnieken wordt hen wetskennis en
psychologie geleerd.
„Vooral de psychologie is belangrijk", weet
Colin. „Je moet zelfvertrouwen uitstralen,
over de juiste krijgsgeest beschikken. We lo
pen nooit weg van iemand die in moeilijk
heden verkeert, en daaraan ontlenen we
ons gezag. Pas geleden hebben we op
King's Cross zelfs een einde gemaakt aan
een gevecht dat een dodelijke afloop had
kunnen hebben. Twee mannen stonden te
genover elkaar, de een met een pistool de
ander met een mes. We spongen tussen
hen in en konden de mannen overreden
weg te gaan."
Vast patroon
Deel van de psychologie vormt het geüni
formeerde en georganiseerde optreden. De
Angels werken volgens een vast patroon.
Voor ze op pad gaan, fouilleren ze elkaar op
wapenbezit. Na terugkeer verzamelen de
verschillende patrouilles op een vaste plek
en wisselen ervaringen uit. Als een jeugd
bende moet worden geneutraliseerd, ope
reert de patrouille in V-formatie waarbij de
voorste Angel tot taak heeft de agressiefste
vechtersbaas uit te schakelen.
Maar eigenlijk is de criminaliteit in de Lon
dense ondergrondse tamelijk laag. Afgaan
de op de officiële cijfers, moet een gemid
delde passagier tweemaal per dag 200 jaar
lang een reis met de metro maken voor hij
of zij wordt aangevallen. Vorig jaar waren er
tweeduizend aangiftes van 'ondergrondse'
misdrijven.
De Guardian Angels schatten het werkelijke
aantal gewelddaden driemaal zo hoog,
maar ook zij erkennen dat de gevaren niet
bijster groot zijn. Vorig jaar daalde het aan
tal aangiftes met 38 procent.Alleen den-
Olievlek
In 1979 verschenen de Guardian
Angels voor het eerst op straat, in
New York. Sindsdien heeft het fe
nomeen zich als een olievlek ver
spreid. Burgerwachten schoten als
paddestoelen uit de grond en aan
het begin van dit jaar waren de An
gels al in 67 Amerikaanse steden
werkzaam. In 1989 sloeg de vonk
over naar Londen en andere Eu
ropese hoofdsteden zullen volgen.
In New York wordt een groep
Fransen opgeleid om de fakkel
binnenkort naar Parijs te dragen
en in maart van dit jaar peilde een W§
tweetal Londense Angels de be- mï
hoefte aan een burgerswacht in É|j
Amsterdam.
Volgens Colin zijn de Guardian
Angels in Londen uiterst succesvol.
De afgelopen 2,5 jaar traden zij 400
keer op tegen lieden die, al of niet
in groepsverband, passagiers aan
vielen. In dertig procent van die
gevallen waren de aanvallers ge
wapend met messen of stukgesla
gen flessen, in twee gevallen zelfs
met vuurwapens. Twintig keer
maakten de Angels gebruik van
hun recht om een arrestatie te ver
richten (een recht dat in Engeland
iedere burger heeft) en de ver
dachte over te leveren aan de poli
tie.
„Maar dat getal van 400 zegt wei
nig over het werkelijke effect van
ons werk", legt Colin uit. „Van on
ze aanwezigheid in de treinen gaat
op de eerste plaats een afschrik
kende werking uit. Eigenlijk hoe-
wij r
zelden in actie te ko- De An8e,s °P patrouille in de Londense metro. Spugen mag, aanraken niet.
Dit is een mening die fotograaf Giovanni
met enige spijt in zijn stem onderschrijft. Al
drie maanden lang volgt hij de Guardian
Angels op hun patrouilles door de tochtige
metrogangen en -treinen, zeven avonden
per week. Giovanni wil een foto schieten
van een Angel die daadwerkelijk in actie
komt tegen een crimineel. „Maar ik heb
nog nooit een gewelddadig incident meege
maakt", zegt hij somber. „Ik zit eraan te
denken om mijn werkterrein maar te ver
plaatsen naar de New Yorkse subway."
Speldjes-verzamelrage neemt vorm nationale gekte aan
hans certsen
correspondent
Wanneer het begonnen is? In 1988, zeggen de deskundigen. Ten tij
de van Roland Garros, het Parijse tennistoernooi dat de afgelopen
jaren is uitgegroeid tot de Franse society-gebeurtenis van het jaar.
En Gilles Bertoni, de marketing-directeur van Roland Garros, zou
de aanstichter van alles zijn.
Ter gelegenheid van het toernooi van 1988 bracht hij een serie van
zeven zeer fraaie speldjes uit. Pins (zeg: piens), zoals ze in geleend
Frans heten. Kleinoodjes die binnen enkele dagen de meest be
geerde hebbedingetjes van Frankrijk werden. Het begin van een ra
ge die de afgelopen maanden een voor een nuchtere buitenstaan
der ongelooflijke omvang heeft aangenomen.
Medio 1991 lijkt heel Frankrijk stapelgek te
zijn op speldjes. Het aantal verzamelaars
loopt in de miljoenen en fabrikanten krij
gen ze nauwelijks aangesleept. De pin is
een commerciële hit zonder weerga gewor
den. En het onderwerp van een verzamelra-
ge die alle voorgaande in de schaduw stelt.
„Het is een nationale gekte geworden", zegt
mevrouw Bons, directeur van Tosca, een
Parijse fabrikant van publiciteitsmiddelen.
Tosca maakt medailles, pennen en sleutel
hangers, maar vooral heel veel pins. Speld
jes met allerlei mogelijke reclameteksten en
logo's in oplages van enkele honderden tot
Chef-kelner Jean-
Michel Pujac showt
zijn favoriete jasje.
foto ap
vele tienduizenden per serie. In opdrachten
van bedrijven, sportverenigingen en organi
satoren van beurzen en toernooien.
Pins zijn momenteel goed voor ruim zeven
tig procent van Tosca's jaaromzet; zo'n vijf
tien miljoen gulden. En Tosca is niet eens
de grootste fabrikant. Bons schat dat de to
tale omzet in Frankrijk dit jaar dik boven de
honderd miljoen gulden uitkomt
Hebzucht
De fabrikanten houden aan de rage een
goed belegde boterham over, maar de echte
winsten worden gemaakt in het grijze cir
cuit. Lepe handelaren verdienen fortuinen
aan de hebzucht van de verzamelaars. Zeld
zame pins gaan van de hand voor ongeloof
lijke bedragen. De complete serie Roland
Garros 1988 bijvoorbeeld, 'doet' minimaal
2000 gulden. Een serie zeer fraaie speldjes
van Lacoste, uitgevoerd in edele metalen,
kan zelfs het dubbele opbrengen. Gewone,
simpele speldjes, made in Taiwan, gaan
voor bescheidener bedragen van de hand.
Van drie tot twintig gulden.
Maar een beetje een verzamelaar haalt zijn
neus op voor dat werk. Echte verzamelaars
willen kwaliteit, bij voorkeur speldjes uit de
fabriek van de Parijse juwelier Arthus-Ber-
Japanse passie voor orde en regelmaat
a jackson the
De Japanse passie voor orde en regelmaat is
niet alleen esthetisch, maar ook pure nood
zaak. Het ongelooflijk drukke verkeer in de
straten van Tokyo zou onherroepelijk tot
stilstand komen zonder de instinctieve ge
hoorzaamheid van de verkeersdeelnemers
en zonder het legertje verkeersregelaars, dat
tot taak heeft de mensen met fluitjes, licht
gevende stokken en megafoons te dirigeren.
Maar eens in de zoveel tijd word je het
slachtoffer van het Japanse spreekwoord de
spijker die uitsteekt wordt platgehamerd'.
Dan zou je willen dat alles niet zo in vaste
banen werd geleid.
Onlangs trof dit ongeluk mij in de Dai-Ichi
Kangyo Bank, de grootste bank ter wereld,
maar niet de beste. Voor de ingang van de
bank staan buigende werknemers die spe
ciaal zijn ingehuurd om de hele dag bij de
deur te staan en iedere klant ^Irasshaimase'
(welkom) te heten. Toch mist deze bank het
straffe regime dat Japanse ondernemingen
tot een toonbeeld van efficiency maakt.
Op een meest ongunstig moment kreeg het
bankpersoneel een aanval van 'Japanisme'.
Toen ik binnenstapte om mijn gemeente
belasting te betalen, merkte de man achter
het loket dat de betalingsdatum was over
schreden.
„Maakt u zich geen zorgen", zei ik. „Dat re
gel ik wel met de belastinginspecteur."
Maar de man liet zich niet overtuigen. Hij
stond op om met zijn supervisor te overleg
gen, die op haar beurt het belastingkantoor
opbelde. Vervolgens stelde ze haar chef op
de hoogte van het telefoongesprek. En al
mijn verwoede protesten ten spijt dat de
betalingsdatum een zaak was tussen mijzelf
en de belastinginspecteur, weigerde de chef
vierkant zijn fiat te verlenen voor de beta
lingstransactie. „Sorry", zei hij. „Dat zijn de
regels."
Nog zo'n voorbeeld van Japanse regelvast
heid voltrok zich om 23.30 uur, toen de
laatste exprestrein uit Tokyo het station van
de duizend kilometer verder gelegen haven
stad Kobe binnenreed. Ik had net even to
lang op mijn kleine computer zitten'typen
en moest daarom overhaast de trein verla
ten. Vijf stappen later realiseerde ik me dat
mijn treinkaartjes nog in het raamkozijn la
gen.
Instinctief deed ik precies het verkeerde: ik
zette mijn computer neer op het perron,
riep naar de perronchef dat ik iets was ver
geten en dook de trein weer in. Maar voor
dat ik de trein kon verlaten, gleden de elec-
trische deuren geruisloos dicht en zette de
trein zich langzaam in beweging.
Door paniek bevangen, bonsde ik onbe
leefd op het raam om de aandacht van de
perronchef te trekken. Deze staarde me on
bewogen aan, zoals je een imbeciel of een
losgebroken circusdier beziet.
Achteraf begreep ik waarom. Want in Japan
mag niemand, maar dan ook niemand een
ultrasnelle trein ophouden. Tijdens de ver
kiezingscampagne van juli 1989 was een so
cialistisch parlementslid in de verkeerde
snelle trein gestapt. Hij slaagde erin de trein
een niet geplande tussenstop te laten ma
ken. Maar toen de volgende dag bekend
werd dat de trein door zijn toedoen twee
minuten te laat in Tokyo was gearriveerd,
werd de man gedwongen af te treden.
Nog geen minuut later kwam de conduc
teur langs, gekleed in een smetteloos
crèmekleurig linnen zomeruniform dat zó
uit een Gilbert en Sullivan operette leek te
komen. Hij hoorde mijn verhaal glimla
chend aan, schreef wat op het kaartje, op
dat ik in het volgende station kon uitstap
pen zonder een extra toeslag te betalen
voor mijn vergissing, en legde me uit hoe ik
weer naar Kobe terug kon komen.
Ik had geluk. Het volgende station was
slechts tien minuten verder. En dat bete
kende dat ik nog net de laatste langzame
trein terug naar Kobe kon pakken. Het was
een stoptrein vol dronken forensen, die
meer dan twaalf stations aandeed en pas
even voor één uur 's nachts in Kobe aan
kwam. Maar ik kon tenminste in Kobe over
nachten, zoals gepland. „Ik wist dat de snel
le trein maar kort stopt", zei ik tegen de
conducteur, „maar ik verwachtte niet dat
hij maar één minuut zou wachten".
De conducteur haalde een groot zakhorloge
tevoorschijn en glimlachte weer. „Vijf-en-
veertig seconden om precies te zijn", zei hij.
trand. Speldjes die in beperkte oplages wor
den vervaardigd van (edele) metalen en die
doorgaans met de hand worden beschil
derd en geemailleerd. Een echte Arthus-
Bertrand is vaak genummerd en altijd aan
de achterzijde van het kwaliteitskenmerk
'AB' voorzien. Een AB brengt mini
maal 400 frank op, ruim 130 gul
den. Met hele hoge uitschieters
naar boven.
Vanwaar die plotselinge gekte?
Jean-Michel Pujoc, een perfect
Vlaams sprekende Spanjaard van
origine, heeft daar wel een paar
ideeën over. Jean-Michel is chef
kelner in het Parijse café Montpar-
nasse, een pins-kenner en een ver
woed verzamelaar, in het gelukki
ge bezit van een collectie van zo'n
2000 speldjes. Al is het woord
'speldjes' in zijn geval haast mis
plaatst. 'Juweeltjes' komt dichter in de
buurt. Ook wat waarde betreft. Hij schat
zijn verzameling op zo'n kleine ton. Of nog
iets meer. De absolute top van zijn collectie,
zo'n honderd zeer zeldzame en fraaie pins,
sieren zijn kelnersjas. Een jas die hij alleen
bij zeer speciale gelegenheden, zoals televi
sie-optredens, aandoet. De rest van de tijd
hangt de jas in de kluis van zijn baas. Dank
zij zijn pins heeft Jean-Michel het tot Zeer
Bekende Fransman geschopt.
„De pins hebben een enorme communica
tiefunctie. Via pins leer je heel gemakkelijk
mensen kennen. In een stad als Parijs zijn
de mensen normaal gesproken koel en
moeilijk toegankelijk. Heb je een paar fraaie
pins op je revers, dan spreekt in
eens iedereen je aan. Ik heb mijn
buren pas leren kennen toen ze er
achter kwamen dat ik verzamel
de", zegt Jean-Michel.
huis voor mijn neus. Dankzij mijn enige pin
ben ik ineens van anonieme klant doorge
stoten tot een vriend van de patron.
Is de pins-rage net als voorgaande verza-
melmodes (sleutelhangers, luciferdoosjes,
voetbalplaatjes) vroeg of laat tot verdwijnen
gedoemd? Nogal wat 'pinologen'
denken van niet. „Het zal mis
schien wel wat minder worden,
Dp nin it PPn maar de Pin is een blijvertje", zeP
ue pin IA een mevrouw Bons. „De pin heeft een
commerciële aantal kwaliteiten die al die andere
j dingen missen. Een sleutelhanger
hit ZOnaer steek je in je zak, die ziet niemand.
xvppren De kracht van de Pin is de commu'
rv cc/5u nicatieve functie."
geworden Het einde van de rage is nog niet
in zicht, meent ze. Een gloednieuw
'vakblad voor verzamelaars heeft
nu al een oplage van ruim 100.000
exemplaren per veertien dagen.
Een advertentie van fabrikant Tosca in dat
vakblad leverde maar liefst 9000 reacties op.
'Zoiets hebben we nog nooit meegemaakt',
aldus mevrouw Bons.
'Amerikanisering'
Niet iedereen is overigens zo gecharmeerd
van de nieuwe rage in Frankrijk. Voor Do
minique Claudet, de president van de Fran
se beroepsvereniging voor sociologen, is het
een teken aan de wand. „De snelle opmars
van de pins valt niet toevallig samen met de
opmars van McDonald's in Frankrijk. Voor
mij is het uit Amerika overgewaaide succes
van de pins het bewijs dat de Franse sa
menleving en de Franse cultuur
steeds meer open staan voor Ame
rikaanse invloeden."
Maar daarmee is de omvang van
'De speldjes de Sekle, noS met verklaard. Die
f. heeft volgens Claudet alles te ma-
hebben ken met het feit dat Fransen nu
een enorme eenmaal van huis uilverwoede
verzamelaars zijn. „Wij Fransen
Een theorie waar iets in zit, zoals ik communicatie- houden er enorm
Blijvertje
amper een uur later aan den lijve
ondervind. Met een zojuist gekre
gen pin van café Montparnasse op
mijn revers, een echte, zeer fraaie
'AB', stap ik het café op de hoek
van mijn straat binnen. Een café waar ik al
geruime tijd vrijwel dagelijks even binnen
loop voor een 'café au lait' of om een pakje
sigaretten te kopen, zonder ooit met de ei
genaar of zijn personeel in gesprek te zijn
geraakt. Vanaf het moment dat de eigenaar
zijn blik op mijn revers laat vallen, is alles
ineens anders. 'Een echte Arthus Bertrand',
zegt hij met kennersblik. Hij wil meteen we
ten waar ik dat kleinood vandaan heb en of
ik het niet wil ruilen. Op slag zijn alle ande
re klanten vergeten. Hij trekt een fraaie vi
trinedoos onder de toog vandaan en laat
me zijn collectie-in-wording zien. Even la
ter staat er ongevraagd een Pastis van het
junctie
melmarkten te schuimen, te han
delen en te onderhandelen. Pins
lenen zich daar uitstekend voor. Er
is een gigantische zwarte markt
ontstaan. Vooral de duurdere
speldjes van allerlei bedrijven zijn in trek.
Wie een mooie verzameling op weet te
bouwen, bewijst daarmee ofwel over een
uitgebreid netwerk van relaties te beschik
ken, ofwel erg handig te zijn".
„Het lijkt allemaal leuk en aardig, maar er
zit een verschrikkelijke hoop stress en pres
tatiedwang achter. Wij Fransen zijn erg ge
hecht aan vrijheid, broederschap en gelijk
heid. Vooral dat laatste is belangrijk. Als ie
dereen verzamelt, kun je niet achterblijven,
ledereen wil zich onderscheiden, maar dan
wel liefst op dezelfde manier."