Extra
Landsgrenzen vallen weg, taalbarrières niet
v
Privé-chauffeur
studentenbaan
met toekomst
Vrijdag 4 oktober 1991
Redactie: 023-150239 FRANS VISSER Vormgeving: RALPH KLEINHOUT
21
ALS JE DE TAAL maar spreekt gaan in
het buitenland alle deuren voor je
open, denken ondernemers en ze
melden en masse hun personeel aan
bij de opbloeiende taaiinstituten.
Niet alleen voor de paar bekende we
reldtalen. Ook de meest-exotische
taalfamilies horen na kostbare
stoomcursussen tot de geestelijke
bagage van avontuurlijke zakenlie
den. Het resultaat: vloeiend buiten
lands in een paar weken.
Met het opengooien van de bin
nengrenzen van de Europese Ge
meenschap zien ook nieuwe, trendy
taleninstituten het grote geld lonken,
want de klanten verdringen zich op
de stoep, ledereen kan een taleninsti
tuut beginnen. Het is voor de cursist
vooral bij de beginnende, kleine in
stellingen nog vaak een gok of hij
voor zijn geld goed onderricht krijgt.
Taleninstuten rijzen als paddestoelen uit de grond
PIET ARP-CPD
Zelfs in de verste buitenlanden zijn met wat goede wil prachtige, winstgevende opdrachten binnen te
slepen. Wie handel drijft moet zorgen dat hij met zijn klanten kan praten. Het nadeel van de Nederland
se taal is, dat je er in bijna geen enkel buitenland mee terecht kunt. Nu schakelen we in onze externe
contacten soepel over naar het Engels of in mindere mate naar Duits, Frans of Spaans. Veel bedrijven la
ten medewerkers hun talenkennis bijspijkeren, nu '1992' voor de deur staat en de import en export gro
tere afstanden moeten overbruggen voor een leuke winstmarge. Daarnaast zorgt het toenemende aan
tal internationale fusies van middelgrote bedrijven voor Babylonische taferelen in directies en raden van
commissarissen. De talenkennis opgedaan op de middelbare school is in die kringen niet voldoende.
Nuances komen onvoldoende uit de verf. De directeur en de commissaris laten zich een stoomcursus in
een luxe slot voorschrijven en de gemeenschappelijke bedrijfstaal kent voor hen daarna geen geheimen
meer.
v 1 'V
*TJ*-S««ue e,
a* Trv.-vl.?., ■hi.iti
Door dezelfde internationalisering van het
bedrijfsleven komen buitenlandse mana
gers naar ons land. Mensen die graag met
hun Nederlandstalig personeel willen kun
nen praten. Een intensieve spoedcursus
Nederlands slecht de eerste barrières. Aan
de onderkant van de talenmarkt maken
toeristen de dienst uit: mensen die in hun
vakantiebestemming de plaatselijke taal
willen verstaan en spreken. Ook hier is goed
geld aan te verdienen. Ondernemende lera
ren zien het gat in de markt en beginnen
een eigen talenbedrijfje. Vaak zijn het een
persoons-onderneminkjes, die tegen een
gering bedrag privéles leveren tijdens de
vrije uren. Twintig gulden per uur is niet zo
veel voor het bijspijkeren van Engelse
spreekvaardigheid of Franse conversatie.
Als zwart inkomen zijn die paar tientjes
toch aardig meegenomen.
Bij een meer gevestigd instituut moet al
snel zestig, zeventig gulden of meer op tafel
gelegd worden voor een uur intensief les.
Dergelijke talen academies houden het
hoofd bij de les en de prijzen hoog. Kwali
teit moet nu eenmaal betaald worden, ze
ker als je belooft 'cursussen in alle talen' te
kunnen bieden. De namen laten vaak wei
nig aan de verbeelding over. 'Direct Dutch',
'Babel, meer dan 40 talen', 'Aapeha, spoed
en stoomcursussen in alle talen', 'Elseviers
Talen', 'Interlingua functiegerichte taalvaar
digheid', Eurolinguist, individuele mul
timediale cursussen', 'Linguaphone Insti
tuut, natuurlijk talen leren', Linguarama
executive language institute', 'Regina Coeli
T alenpracticum
Taal als belegging
„Ach, laat die kleine grijze muizen maar
een uurtje of wat beunhazen", zegt Pierre
de Hesselle. Hij is directeur van Aapeha,
een talenacademie met de hoofdvestiging
in Breda. Hij vraagt 70 gulden per uur.
„Mensen die niet meer dan twintig gulden
voor een uur les over hebben komen toch
niet bij mij terecht. Ik richt me vooral op
het bedrijfsleven, op ondernemers die echt
willen investeren in een goede taalvaardig
heid". Of, zoals concurrent Linguarama het
omschrijft, talenkennis wordt voor het be
drijfsleven in toenemende mate een beleg
ging-
De Hesselle: „Videobanden of geluidcasset
tes? Nee, daar werk ik niet mee. Cursisten
kunnen dat gebruiken als extraatje, na de
intensieve lessen. Thuis of in de auto. Taal
is een communicatievak, je moet dus veel
praten met je docent. Praktijkgericht, liefst
over je eigen vakgebied. Die banden bieden
alleen maar een standaard-eenrichtingver-
keer. Bij zo'n lespakket met bandjes is er
geen stok achter de deur, al snel ontbreekt
de motivatie om door te zetten. Als je het
hebt over beunhazen, dan moet je ze vooral
in die hoek zoeken, de instituten die met
banden werken. Lekker makkelijk, ook voor
de docent. Maar zonder docent erbij liggen
de nooit beluisterde platen en bandjes al
snel te verstoffen. Weggegooid geld".
Discipline
L. Stiensma van uitgeverij Sitas in Oudemir-
dum (Friesland) is dat helemaal niet met
De Hesselle eens. Zijn bedrijf levert voor
een paar honderd gulden een cursusboek
met cassettes van zo ongeveer elke ge
wenste taal. „Dit systeem heeft natuurlijk
voor- en nadelen. Je moet veel zelfdiscipli
ne en doorzettingsvermogen hebben, maar
J. Aniba van instuut
Linguarama uit Den
Haag: "Nederlands
voor buitenlanders
het belangrijkst voor
mijn instituut."
foto gpd
dan studeer je wel in je eigen tempo. Dat
instituten zweren bij docenten is nogal wie
des, ze beschermen hun eigen markt".
Volgens drs. J. Aniba van Linguarama Ne
derland in Den Haag is Nederlandse taal
voor buitenlanders bij zijn instituut het
meest gevraagd. Aanvankelijk vooral voor
personeel van grote multinationals, zoals
IBM, Shell en Unilever. De afgelopen jaren
zijn ook nationale ondernemingen de gren
zen gaan verleggen, terwijl de middelgrote
en kleine bedrijven evenmin achter willen
blijven. Ook de overheid laat zich graag ho
ren in het buitenland.
Aniba: „Voor het lobbywerk in Brussel is het
nodig dat ambtenaren Engels, Frans en
Duits spreken. De Zuideuropese landen
overleggen veel onderling, in het Frans, de
noordelijke landen houden het in hun re
gionale clubjes vooral op Engels en Duits.
Nederlanders en Vlamingen zijn de enigen
die in alledrie de circuits actief meedoen.
Ze zijn van alle ontwikkelingen goed op de
-Wfeïs F~*n*f
P&Pistt
Dijoa.StuttSM*»
hoogte. Dat heeft grote voordelen'
Schaalgrootte
Een vreemde taal leren en op redelijk ni
veau beheersen is nooit makkelijk, zegt De
Hesselle van Aapeha. „Het blijft nu eenmaal
bloed, zweet en tranen. De taleninstituten
gebruiken voor de intensieve lessen en
stoomcursussen liefst 'native speakers' als
docent. „Wil je Thais leren spreken?
Srilankaans? Nepalees of Armeens?" De
academies hebben de bijbehorende docen
ten in hun medewerkersbestand. Sommi
gen worden slechts een of enkele keren per
jaar ingeschakeld. Anderen hebben hun
hoofdinkomen uit dit werk. De meeste do
centen werken op parttime-basis voor een
of meerdere instituten.
Frits Hubbeling zweert juist bij de kleine
schaal van zijn instelling, het Nelson taai
centrum in Delft. Hubbeling richt zich uit
sluitend op het geven van Engelse les. Daar
heeft hij vier Engelstalige docenten voor be
schikbaar. Een spoedcursus in groepsver
band vergt minimaal twee weken, privéles
kan in een korter tijdsbestek. Vooral als het
eigenlijk alleen om het ophalen van eerder
verworven kennis gaat. „Als je het vervol
gens niet bijhoudt, zakt het daarna weer
snel weg".
Luxe kasteel
Linguarama, onderdeel van een internatio
nale instelling, heeft in Frankrijk en Enge
land zelfs heel exclusieve studiekastelen,
waar voor zes mille per week beheersing
van Frans of Engels naar een aanvaardbaar
niveau gebracht kan worden. Meer luxe,
dus meer betalen. De gewone cursisten be
talen veel minder, tijdens de trainingen in
normale kantoren. Aniba heeft weinig zicht
op de vele instituten die er elk jaar bijko
men. „Per jaar toch zeker tien. En zoveel
vallen er ook wel weer af, in diezelfde perio
de. Omdat de overheadkosten te laag zijn
ingeschat, bijvoorbeeld. De kwaliteit loopt
terug als je geen continuïteit kunt bieden".
De kleintjes schieten als paddestoelen uit
de grond, merkt ook mevrouw Vincent van
Regina Coeli Talenpracticum in Vught. „Ze
zijn vaak ook even snel weer verdwenen".
Regina Coeli, „het talencentrum van de
nonnetjes van Vught", is ooit opgezet als
experimentele scholing voor meisjes in het
klooster. Later richtte de taaiopleiding van
de zusters Kanunnikessen zich op de mis
sionarissen die naar verre landen werden
uitgezonden. De opleiding groeide uitein
delijk uit tot een wereldlijke onderneming,
met docenten in vaste dienst en eigen les
materiaal nadat Waalse diplomaten in Bel
gië verplicht werden tevens Nederlands te.
leren. Dat gebeurde in Vught. Ook het be
drijfsleven heeft deze weg ontdekt om snel
een basiskennis op te bouwen, die later in
de praktijk verdiept wordt.
Klachten
De grotere instituten hebben zich net ge
bundeld in een eigen belangenvereniging.
De eerste zes zijn door de ballotage voor het
keurmerk. Een aantal anderen wacht nog
op toelating in deze eliteclub, de sectie ta
leninstituten van Vetron. Die geeft ook mi
nimale kwaliteitsnormen aan, waaraan de
leden op zijn minst moeten voldoen. Zo
moeten minstens twee docenten in dienst
zijn. Dat zegt al iets over dc grootte, terwijl
bovendien de professionaliteit van de cur
sussen wordt beoordeeld. Klachten van cur
sisten kunnen worden onderzocht. „Dit al
les is nog heel vers. Iets van de afgelopen
weken", vertelt Aniba van Linguarama. „Wij
hebben ons ook aangemeld als lid. Het is
duidelijk dat de wereld van dc taleninstitu
ten behoorlijk in beweging is. Door de roep
om kwaliteit, en door de opgeleefde belang
stelling voor goed taalonderwijs".
Want daaraan schort het tegenwoordig in
het voortgezet onderwijs, vindt De Hesselle.
„Frans en Duits zijn als examenvak nauwe
lijks populair. Later, in het bedrijfsleven,
blijkt dan dat een gedegen kennis van die
talen onontbeerlijk is". Hoe dc academies
ook op kwaliteit hameren, het onmogelijke
kan niet worden bereikt. „Laatst had ik een
Amerikaanse directeur, die in drie weken
even Nederlands wilde leren. Het was de
eerste keer in zijn leven dat hij een zichzelf
gesteld doel niet heeft bereikt, vertelde hij
me".
Bredanaars Robert Cappetti (1) en Barend Groote Schaarsberg: Van student-chauffeur tot ondernemer. fotq opd j
Dirk de Moor «GPD
Privé-chauffeur is een studentenbaan met
toekomst, zo ervoeren, in een jaar tijds twee
Bredase studenten. Ze begonnen er mee als
bijverdienste, maar nu ze zijn afgestudeerd
hebben ze zelfs een firma opgezet, met een
goed geoutilleerd kantoor, autotelefoon en
een landelijk netwerk van studenten die
voldoende rij-ervaring bezitten en repre
sentatief genoeg zijn om voor 25 gulden per
uur de auto's van captains of industry te be
sturen.
„Steeds meer bedrijven zien in dat het geld
bespaart als de directeur niet zelf chauf-
feurswerk hoeft te doen en tijdens de rit ge
woon kan doorwerken. En door de strenge
alcohol-controles krijgen we ook veel klan
dizie van particulieren, die naar recepties,
diners of op visite gaan", zegt een der fir
manten, Barend J. H. Groote Schaarsberg.
Het bedrijf, dat hij samen met Robert Th.
M. Cappetti als vennootschap onder firma
heeft opgezet, heet 'Easy Way'. Het beschikt
nu over zo'n zeventig chauffeurs, studenten
in Breda, Eindhoven, Tilburg, Den Bosch,
Middelburg, Nijmegen en Utrecht die op
afroep beschikbaar zijn. Veel ritten gaan
naar Schiphol. De klant wordt er afgezet en
de auto wordt vervolgens teruggebracht
naar zijn woning. „Als je uitrekent wat je
aan parkeergeld bij de luchthaven kwijt
bent, is dat een goedkope oplossing", zegt
Cappetti. „Het succes van onze diensten zit
'm natuurlijk vooral in het sterk concurre
rende tarief'.
Strenge eisen
„We begonnen een jaar geleden met zijn
tweeën en nadat we in een plaatselijke
krant wat publiciteit hadden gekregen, kon
den we de vraag al gauw niet meer aan. We
riepen de hulp in van mede-studenten,
maar het hlppk rvn aan de vraag te
voldoen, ook een goede kantoorbezetting
moesten hebben. Een antwoordapparaat
werkt nu eenmaal afstotend. Tenslotte be
sloten we de zaak professioneel op te zet
ten. Vijftig uur per week zijn we hier te be
reiken en anders via de autotelefoon. We
rijden nu al heel veel naar het buitenland -
Duitland, Zwitserland, Oostenrijk en Frank
rijk vooral - en daarom gaan we op korte
termijn proberen onze diensten in de hele
Benelux aan te bieden en ook in de noorde
lijke provincies van ons land".
Lang niet iedere student rhet een rijbewijs
komt in aanmerking voor de job, zo bena
drukt het tweetal, dat aan de meao studeer
de. „Onze eisen zijn streng. Allereerst een
zeer ruime en door middel van referenties
aantoonbare rij-ervaring, bij voorbeeld als
werkstudent opgedaan in het weekend als
taxichauffeur of als part-time-chauffeur
voor de PTT of Van Gend Loos. Verder
moet de man of vrouw - we hebben vijf da
mes beschikbaar - representatief zijn, en
over uitstekende omgangsvormen en over
talenkennis beschikken. Tenslotte zijn de
chauffeurs ons visitekaartje", zegt Cappetti.
Afstand bewaren
Easy Way is gehuisvest op de hoogste ver
dieping van een statig herenhuis aan de
Sophiastraat in Breda. Een in strakke blau
we blazer, grijze broek en wit overhemd
met donkerblauwe stropdas geklede jonge
man betreedt het kantoor van Easy Way en
neemt behoedzaam plaats op het puntje
van een stoel: chauffeur Stefan Schuyle-
man, nu ruim een jaar in zijn vrije uren be
zig. Regelmatig zoeft hij in de Bentley van
een Brabantse industrieel naar Schiphol of
Brussel, soms naar Zürich. „Ik rij ook wel
rond met zijn relaties uit de Verenigde Sta
ten. Dan laat ik hen het land zien. Het werk
heeft interessante, avontuurlijke kanten,
maar ook nadelige. Het wachten is wel eens
geestdodend, al kun je in die uren natuur
lijk wel mooi studeren".
„Als de relatie ergens de nacht doorbrengt,
in het Hilton bij voorbeeld, dan slaap ik op
zijn kosten in een eenvoudiger hotel. Het
komt ook wel voor dat ze, als ze ergens
gaan dineren, mij in dat restaurant aan een
apart tafeltje of ergens in de buurt wat te
eten aanbieden. Ze vragen me soms om
aan tafel te komen zitten maar dat aanbod
sla ik zo beleefd mogelijk af. Je moet af
stand bewaren, vind ik".
Maximaal bedrag
Als de chauffeur zijn werk heeft gedaan, te
kent de klant een bon-in-drievoud: een
voor hem, een voor de student en een voor
de administratie van Easy Way. Hij krijgt
dan later een rekening. De vaste klanten
eens per maand. Van de 25 gulden per uur
ontvangt de student tien gulden. Als het
voor de studiefinanciering maximaal toe
laatbare bedrag is verdiend, krijgt de stu
dent het sein dat moet worden gestopt.
Chauffeur Stefan Schuyleman rijdt tien tot
twaalf uur per week.
De Easy Way-chauffeurs worden ook nogal
eens met 'de auto van de baas' naar Den
Haag gestuurd om formaliteiten op ambas
sades af te handelen, voor het verkrijgen
vap visa bij voorbeeld. Tot de neven-activi
teiten behoren koeriersdiensten en indien
gewenst kan een auto worden gehuurd,
eventueel met telefoon. „Maar dan huren
we de auto wel op naam van de klant, an
ders worden wij taxibedrijf en komen wc in
conflict met de overheid", zegt Barend
Groote Schaarsberg. Hij voorziet zonnige
perspectieven voor het bedrijfje. „De Eu
ropese eenwording zal het uiterste vergen
van de efficiency van het bedrijfsleven. Een
directeur die zelf rijdt verdient wel een top
salaris, maar levert in de uren die hij rijdt
geen gelijkwaardige tegenprestatie voor het
bedrijf. Hij kan intussen een vergadering
voorbereiden, valditeratuur doornemen of
ontspannen, zodat hij fris op de bestem
ming aankomt. Hij wordt keurig afgezet
waar hij zijn moet en daarna zoekt de
chauffeur een parkeerplaats".
Avondje uit
„De reserveringen moeten wel een dag te
voren bij ons worden gedaan. De centrale is
vijftig uur per week bezet. Maar het is lo
gisch dat we in de nacht onze beperkingen
hebben. Gisteren belde een huisarts om
twaalf uur 's nachts op. Hij was uit geweest
in Breda en wilde naar Zundert worden ge
reden. Nou, probeer dan op dat uur nog
maar eens snel een student te vinden die
dat klusje wil opknappen".
Grootste probleem voor Easy Way is dc
werving van geschikte studenten, met na
tne in de randstad. Robert Cappetti ver
zucht: „De vraag wordt met dc dag groter
en komt uit alle delen van het land. Maar
het probleem is dat je een student moeilijk
van Breda naar Groningen kunt laten reizen
om daar in de auto te stappen. Dat zou te
omslachtig worden en te duur. Dus probe
ren we overal steunpunten te krijgen. Tij
dens de vakantiemaanden verwachten wc
een topdrukte, omdat dan de personeelsbe
zetting op bedrijven klein is. Maar dan zijn.
vrees ik, ook veel studenten het land uit