Extra Drie eeuwen kaapvaart Op de fiets van Den Haag naar Enschede over recreatieve paden Redactie; 023-150239 FRANS VISSER Vomigeving: JAKEUEN PAULUS Een Zeeuwse kaper in gevecht met een Oostindiëvaarder. foto cpd Standbeelden hebben ze nooit gekregen. Isaac Rochussen, Willem Credo, Comelis Gerrits, Pieter Hamers, Pierre Ie Turc en Nicolas Jarry: het valt zelfs niet mee een schil derij of tekening van hen te vinden. Ooit waren ze gevierde kapers, tijdens de zeven tiende en achttiende eeuw behaalden ze rijke buit op de wereldzeeën. Hun aandeel in de geschiedenis van Nederland als grote mogendheid is lange tijd naar de achtergrond gedrongen. Kaapvaart kapers... wie haalt het in zijn hoofd om een straat of een plein naar een rover te vernoemen? 200 tot 350 man) en kanonnen en trokken erop uit. Veroverde schepen moesten wor den overgedragen aan de officiële prijzen- gerechten in de havensteden. Na een uitvoerige juridische procedure werd bepaald of de buit rechtsgeldig was. Als dat het geval was, konden schip en la ding worden geveild. Nadat de admiraliteit, het gewestelijk college voor zeezaken, een flinke portie van de opbrengst had opge streken, mocht de rederij de winst- en ver liesrekening opmaken en de aandeelhou ders uitkeren. Natuurlijk werden de voorschriften lang niet altijd letterlijk genomen. Een kaper had het recht neutrale schepen op contrabande te controleren. De kapende zeevaarder ont popte zich maar al te graag als douanier, die namens de bewindhebbers in de Repu bliek de letter van de wet diende na te le ven. Dat er al gauw verdachte waar aan boord werd gevonden, zodat het schip kon worden opgebracht, laat zich raden. Tijdens de Spaanse Successieoorlog (1702-1713) protesteerden Denemarken en Zweden meerdere keren tegen schending van hun neutraliteit. Plundering van opgebrachte schepen was geen uitzondering. De verlei ding was groot: waarom de vangst aan de Admiraliteit overdragen, als de buit al bin nen was? In Vlissingen en Middelburg is een be gin gemaakt met het eerherstel van de ondernemende kapers, die - ook omdat ze dat zelf wilden altijd op de achter grond van het historische toneel figu reerden. Na uitgebreid speurwerk heb ben het Nederlands Scheepvaartmuse um in Amsterdam en het Stedelijk Mu seum Vlissingen voldoende materiaal bijeen weten te brengen om een over zichtsexpositie in te richten. In Vlissin gen is derhalve onlangs een tentoon stelling geopend: 'Kapers op de kust, over kaapvaart en kapers in Nederland van 1500 tot 1800'. Van 11 oktober tot en met 5 januari is de expositie in Am sterdam te zien. Na bijna twee eeuwen windstilte mag Zee land zich weer het centrum van de vader landse, zelfs internationale kaapvaart wa nen. Al is het maar tot oktober. De inbeslag name van buitenlandse schepen was lange tijd een teer onderwerp in de politiek van de Republiek der Verenigde Nederlanden. Tussen Holland en Zeeland wilde het niet boteren. Kooplui in Amsterdam maakten in de zeventiende en achttiende eeuw fortuin, de vrijhandel was voor hen een groot goed. Ondernemers in Zeeland opereerden in de schaduw van het tijdens de Republiek toon aangevende Holland. Kaapvaart bracht in tijden van oorlog een goed belegde boter ham op de plank. Daar lag de basis van de onenigheid nissen de twee provincies: Hol land was gebaat bij orde en rust. De vrij handel moest geen beperkingen worden opgelegd. In Middelburg en Vlissingen werd het sein voor de zoveelste oorlog tegen de Engelsen en Fransen met instemming be groet, op zee wachtte dan immers rijke buit. Kruitdamp De bloedvlag in het topje van de mast, kruitdamp en kanongebulder, enterhaken en tussen de tanden geklemde messen: de twintigste eeuw heeft de kaper tot een kari katuur gemaakt. Alleen al het feit dat kaap vaart en piraterij door elkaar worden ge haald, is veelzeggend. Zeeroof of piraterij was ook in vroeger tijden streng verboden. Wie zonder toestemming van hogerhand schepen belaagde, wachtte de strop. De kaapvaart daarentegen was een volstrekt gelegaliseerd bedrijf. Doel van de onderne ming was de handels en oorlogsvloot van de vijand zo veel mogelijk schade toe te brengen Om dat te bereiken kregen reders vergunning de zogenaamde commissie- brief om vijandelijke schepen in te nemen. De respectabele handelaars voorzagen hun schepen van extra manschappen (in totaal De beruchte maar ook beroemde Zeeuwse kaper van Franse afkomst Pierre Ie Turc Vechtersbazen De Zeeuwen waren de kampioenkapers van de Lage Landen. In Zuid-Europa hadden de Pechelingues of Pixaringos zoals de Vlis- singers genoemd werden een slechte naam. Als fanatieke vechtersbazen en uit stekende zeilers waren zij de schrik van de zee. Vergeleken met Amsterdam, toch ver reweg de grootste handelsstad van de Re publiek, werden er in de Zeeuwse havenste den veel kaperbrieven uitgeschreven. Tij dens de Tweede Engelse Oorlog (1665- 1667) voeren er vanuit Vlissingen en Mid delburg 93 kapers. Amsterdam had niet meer dan 37 kaperschepen in de vaart. De Spaanse Successieoorlog brak alle records: uit Zeeland vertrokken 429 kapers, uit Am sterdam 100. Afhankelijk van het aantal buitgemaakte schepen kon de kaapvaart zeer winstgi zijn. De verovering van een vijandelijk logsbodem was riskant maar financieel aanlokkelijk. Op de veiling kon zo'n schip een half miljoen gulden of meer opbrengen. Voor koopvaardijschepen werd beduidend minder gebeurd. In de Derde Engelse Oor log (1672-1674) werden in Amsterdam 111 buitgemaakte schepen publiekelijk ver kocht. de opbrengst lag rond anderhalf mil joen gulden. De Zeeuwen boekten in het begin van de achttiende eeuw record winsten, tijdens het internationale conflict om de Spaanse troon kon er ruim 22 mil joen gulden in de boeken worden bijge schreven. Overzichtsexpositie in Vlissingen en Amsterdam De geschiedenis van de kaapvaart, zoals die in archieven en prentenverzamelingen be waard is gebleven, is het levensverhaal van een handvol zeelieden. Hoewel tijdgenoten de daden van succesvolle kapers op waarde wisten te schatten, ging de meeste aan dacht uit naar de marine. De Ruyter en zijn volgelingen werden dikwijls geportretteerd, hun overwinningen waren een bron van in spiratie voor de grote zeeschilders. Kaperkapiteins kwamen veel minder op het witte doek terecht. Wel gebeurde het dat bekende admiraals en vlootkapiteins in de vrije nering de kaapvaart actief waren. Zoals Piet Hein (1577-1629), die als kaper voor de West-Indische Compagnie voer. In 1628 maakte hij naam met de verovering van een Spaanse zilvervloot. Een jaar later werd hij bevorderd tot luitenant-admiraal bij de marine, datzelfde jaar sneuvelde hij in de strijd tegen kapers uit Oostende. Erepenning De Vlissinger Isaac Rochussen was wat men een volbloed kaper zou kunnen noemen. In 1672 veroverde hij bij de Scilly-eilanden de Engelse Oostindiëvaarder Falcon. De buit was zo bijzonder, dat Rochussen van zijn reder een gouden erepenning kreeg. Later werd de kapitein zelf kaapvaartreder, een bewijs dat zijn activiteiten op zee hem geen windeieren hadden gelegd. De uit Veere afkomstige Willem Credo werd tussen 1689 en 1713 een van de succesvol ste kapers aller tijden. Hij veroverde 200 vij andelijke schepen, goed voor een bedrag van ruim 3 miljoen gulden. In de Amster damse Courant werd tot 1713 maandelijks melding gemaakt van de nieuwste succes sen van de kaper en zijn schip de Peerl. De Franse koning zond zelfs een oorlogsschip erop uit, om de schavuit de grond in te bo ren. Zover kwam het niet, na de Successie oorlog kon Credo gaan rentenieren. Comelis Gerrits en Pieter Hamers verover den in 1707 de Bourbon, een groot Frans oorloggschip met 54 stukken geschut. Hun aankomst op de rede van Rammekens werd zeven jaar later geschilderd door Comelis Louw. De Zeeuwse kapers hadden een 'he- roïque' daad verricht, die aan het doek toe vertrouwd mocht worden. Tegen het eind van de achttiende eeuw waren het de uit Frankrijk afkomstige Pierre le Turc en Nico las Jarry die Walcheren als thuisbasis had den. Omdat de oorlogsvloot het in die tijd liet af weten de Engelse suprematie op zee was onaantastbaar - kregen zij relatief veel aan dacht van de annaalschrijvers en couran tiers. Het publiek moest helden voorge schoteld krijgen. Als er geen marine-kapi teins waren die tot de verbeelding spraken, dein werd de schijnwerper op de kapers ge richt. Held Le Turc leerde het vak onder de beroemde Amerikaanse kaperkapitein John Paul Jo nes. Vanaf 1781 koos hij Vlissingen als thuishaven. De zeeslag met vier bewapende Engelse loggers voor de Engelse kust op 2 maart 1782 bezorgde hem onsterfelijke roem. Bij het binnenlopen van de Vlissingse haven werd de kaper met saluutschoten verwelkomd. Zijn reder Nortier schonk Le Turc als dank een sabel rhet zilveren gevest, hangend aan een met het stadswapen ver sierde koppelplaat. Afgezien van die korte opleving tussen 1780 en 1784 was de achttiende eeuw na de Spaanse Successieoorlog een rustige perio de. De Republiek raakte laat betrokken in de Oostenrijkse Successieoorlog (1740- 1748), zodat er onvoldoende gelegenheid was om actief aan de kaapvaart deel te ne men. De Middelburgse Commercie Com pagnie heeft in het laatste half jaar van de oorlog nog een poging ondernomen, maar de vrede werd getekend voordat de schepen bemand en bewapend waren. Belangrijk punt was dat de Amsterdammers waar mo gelijk het belang van de vrijhandel lieten voorgaan. Na de voor handel en nijverheid desastreuze Franse Tijd was het helemaal gedaan met de onder overheidsbescher ming uitgevoerde strooptochten. Nadat rond 1850 de Europese kaapvaart ge smoord werd in een diplomatiek offensief van de belangrijkste zeevarende naties, nam de piraterij in de Aziatische wateren een hoge vlucht. Nog altijd is de Sulu-archi- pel van de Filipijnen berucht, de bevolking leeft daar van de georganiseerde zeeroof. Ook Nederlandse schepen moeten in die regio en voor de Afrikaanse kust nog altijd rekening houden met ongewenst nachtelijk bezoek. De moderne zeevaarders zijn niet meer berekend op buitbeluste kapers. Leg de brandslang klaar en spuit de onverlaten van boord, dat schijnt tegenwoordig de bes te verdediging te zijn. UTRECHT «CPD Fietsen van Den Haag naar En schede (en andersom) kan van af nu over mooie recreatieve paden en wegen. De mooiste toeristische route vinden is geen probleem meer, want die is deze maand met groene fiets- borden en paddestoelen aange geven langs de hele 250 kilome ter lange route. Wie nog verder wenst te rijden kan bij de Nederlandse grens (bij Zwilbroek) de wegwijzers volgen van de Duitse fietsroute Rl, die 275 mooie kilometers verder eindigt in Höxten aan de Weser, op de grens van Westfa- len en Neder-Saksen. Vanwege die Duits-Nederlandse fietssamenwerking was ook een grote Duitse delegatie aanwe zig, toen in Bunnik de laatste wegwijzer op het Nederlandse traject werd onthuld. Dat kar wei werd geklaard door voorzit ter drs J. Borgman van het Lan delijke Fietsplatform en de Duitse Landrat dr. K. Schneider van de Kreis Höxten. Ze moesten daarvoor wel een stukje fietsen, maar dit kennis makingstochtje voerde het Ne derlands-Duitse gezelschap wel even door en langs het fiets- vriendelijke landgoed Amelis- weerd, waar ooit de felle strijd tegen de snelweg A 27 Breda- Utrecht werd gevoerd. Dat was een vergeefse strijd, maar de fietsroute die nu onder deze rijksweg doorvoert, mag toch een beetje als de revanche gel den. De nieuwe landelijke fiets route, LF 4 gedoopt, is een aan sluiting op de al enkele iaren bestaande LF 1 -route, die van Den Helder langs de Neder landse kust naar de Belgische grens voert en daar verder zuid waarts trekt als een Belgische route. Het traject van de LF 4 loopt van Scheveningen via Stompwijk, Bodegraven, Woerden naar Utrecht en gaat verder via Maam, Ede, Arnhem, Brummen naar Barchem. Het is een zeer gevarieerd tracé, dat achtereenvolgens het Hol lands Utrechts veenweidege- bied passeert, de heuvels en bossen van de Utrechtse Heu velrug, de Gelderse Vallei, de Veluwe, de IJsselvallei, de Ach terhoek en eindigt in Twente. In Barchem vertakt de route zich noordoostelijk naar En schede om bij Gronau aanslui ting te geven op een regionale Duitse route en zuidoostelijk naar Zwilbroek, waar „geknüp- ft" wordt met de Duitse R 1- route tot aan Höxten. Onderhoudt en controle Er komen overigens heel wat overheden aan te pas om zo'n fietsroute te laten bewegwijze- ren. De ANWB zorgt dan wel Den Haag Stompwijk Woerden voor de groene bordjes, die aan de Openluchtrecreatie)de pro- bestaande ANWB-palen worden vincies Zuid-Holland, Utrecht, gehangen of de eveneens groe- Gelderland en Overijssel en de ne aanduidingen op de bekende recreatieschappen van de Velu- paddestoelen, maar de finan- we, Oost-Gelderland en de ciering komt van het ministerie Graafschap. Daarbij gaat het van landbouw (dat tekent voor niet alleen om het geld voor de bordjes, maar vooral om het onderhoud en de controle. Want de route moet minstens twee keer per jaar worden ge controleerd. De bedoeling is dat al die routes aansluiting gaan geven op fiets routes in de EG-landen, waarbij met alle recreatieve niveaus re kening wordt gehouden. Het moeten toeristische routes zijn en geen trajecten voor de super fietstrimmers. We zijn die mooie routes overi gens wel waard, want volgens voorzitter Borgman fietsen we met zijn allen in ons land per jaar 12,8 miljard kilometer. Dat is nog altijd 350.000 keer rond de aarde Een zesde deel daar van, ruim twee miljard kilome ter, fietsen we af voor het om metje in het weekeinde of op de mooie zomeravond. Fietsen in de vakantie Het fietsen tijdens de vakantie komt ook steeds meer in zwang. Vorig jaar werden een 600.000 korte en lange vakanties op de fiets doorgebracht, 4 procent van het totaal aan vakanties. De groei zit er nog steeds in. Daar hopen en gokken ook de ooster buren op, want die hebben de beschrijving van hun R 1 traject (Zwilbroek-Coesfeld-Münster- Warendorf-Detmold-Höxten) in een goed verzorgde Nederland se gids met 19 detailkaarten uit gegeven. Zowel de Fietsplat- form-gids voor de Midden Ne derland route (de LF 4 dus) als de Duitse gids geven veel bij zonderheden over bezienswaar digheden onderweg, informatie over trekkershutten, fietscam- pings, hotels, pensions en jeugdherbergen. De Duitsers hebben als bijzonderheid, dat ze de dichtstbijzijnde treinsta tions aangeven voor wie halver wege wenst af te haken of slechts een deel van de route wil volgen. Een gids van de De Midden- Nederlandroute, de LF 4, is verkrijgbaar bij de ANWB. De prijs bedraagt 10,-

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1991 | | pagina 14