OEKEM Ons Vlaamse zusje maakt zich breed De bijbel is hoorbaar als een tijdbom Een afkeer van het bereikbare NICO SCHEEPMAKER Vakantiehuisje Jan Wolkers blaast met Tarzan in Arles' essay nieuw leven in Groentje als 'undercover' DINSDAG 19 MAART 1991 samenstelling Cees Hoore 'De afwezige' van Dirk Ayelt Kooi man verscheen ruim acht jaar na zijn laatste boek, 'Montyn.' Dat was lang wachten voor de lezer die Kooi man wilde blijven volgen. Gelukkig wordt hij niet teleurgesteld: 'De af wezige' is een uitstekend boek dat sterk aansluit bij 'Een Romance' en 'De grote stilte'. Boeken uit het be gin van Kooimans carrière, waarin hij speelde met constructie, vertel lersstandpunten en waarnemingen. In geen enkel opzicht lijkt het op het toch wat traditionele 'Montyn', een documentaire roman over oor log en geweld die vooral erg popu lair is onder scholieren. Kooiman heeft 'De afwezige' op gebouwd uit twee delen. Eert ge concentreerd rond een aantal the ma's die sterk met elkaar verbon den zijn. Het onvermogen van de jongen om te 'deugen' en de relatie tot zijn vader springen er het meest uit. Hij heeft problemen op de mid delbare school, voor baantjes is hij te onhandig en hij zakt voor zijn staatsexamen. Zijn leeftijdsgenoten zien hem als een buitenstaander en een oudere vriend, die hij achteraf als zijn geestelijke vader zal be schouwen, overlijdt. Door de ge schiedenis van de ambachten en de ongelukken heen loopt de ziekte van de 'biologische vader', tot ook deze man sterft. Die vader, maatschappelijk ge slaagd als hoogleraar en predikant, is in veel opzichten een tegenpool van de zoon. Bovendien is het leef tijdsverschil tussen beiden veel gro ter dan gebruikelijk (de jongen was een nakomertje). Toch verklaren deze verschillen niet geheel waar om de jongen en hij steeds een om trekkende beweging om elkaar ma ken. Het lijkt alsof het onvermogen van de zoon om maatschappelijke prestaties te leveren parallel loopt met het onvermogen om met zijn vader te communiceren. Hij is dom noch contactgestoord, maar laat al lerlei prestaties achterwege omd^t hij het gevoel heeft dat hij het toch wel zou kunnen, als hij maar zou be slissen om het te doen. Dit soort overwegingen spelen zich regelma tig in het hoofd van de verteller af en de manier waarop Kooiman tus sen de waarnemingen van zijn ou dere en jongere incarnatie heenped- delt is bijzonder. Simpel, en afstan delijk, indirect en fragmentarisch zet Kooiman zijn verhaal neer. De functionele anekdotes die het vertelde symboliseren zijn vaak niet zonder humor. Vooral het ver haal waarin de onhandige jongen een heel filmnegatief verspeelt, waardoor het land de week daarop van het Polygoon-journaal versto ken blijft. Het tweede deel van 'De afwezige', dat twintig jaar na de dood van de vader speelt, lijkt wat ernstiger. De verteller herinnert zich, maar deze keer in de derde persoon, hoe ook het laatste contact met zijn vader geen toenadering bracht. De situa tie die deze herinneringen oproept, geeft daar alle aanleiding toe: in de Amsterdamse Nieuwe Kerk wordt een herdenkingsdienst gehouden voor een 'voormalig socialistisch 1'. Uiteraard passeert ook herinneringen aan deze le revue. Om te beginnen uit de jaren zestig, toen de verteller elk jaar drie maanden met hem in de auto naar Den Haag werd ver voerd omdat hij een baantje bij de fractie had. Nooit voerden ze een ge sprek. Maar anders dan zijn vader heeft hij de man later wel persoon lijker en emotioneler leren kennen. Ook over deze politicus dist Kooi man een aantal functionele anekdo tes op. Zeer aannemelijk, voelbaar bijna, weet Kooiman te maken dat er met de dood van de socialistische voorman een nieuwe fase in het le ven van de verteller is ingetreden: het vaderloze tijdperk. Gaat dat niet over Joop den Uyl, denkt de lezer die op zoek is naar autobiografische details. Natuurlijk verwijst Kooiman naar deze overle den politicus, maar wordt 'De afwe zige' er interessanter door? En is de informatie relevant dat de oudere vriend die in de jaren zestig stierf, verwijst naar de 'informele' schilder Wim de Haan, en de vader tenslotte naar professor dr. G.C. Kooiman? Niet voor niets gebruikt Kooiman geen achternamen en bijna geen En of de schilder en la ter de politicus vervangende vaders zijn geweest voor de kerkelijke hoogleraar, lijkt me eveneens een veel te simpele verklaring. De biolo gische vader blijft immers de be langrijkste antagonist van de vertel ler, hij is de 'afwezige; naar wie de ti tel verwijst. Dat zien we in een cru ciale scène die de verteller zich tij dens de herdenkingsdienst herin nert. Toen hij zijn ouders de dood van de oudere vriend kwam mel den, wist zijn vader zich geen raad met zijn houding op dat moment. Een emotionele ervaring die mis schien schokkender was dan de dood van de vriend. 'De afwezige' is een uitstekend boek, toch heb ik een bezwaar. Grotendeels is het na melijk al in de jaren zeventig ver schenen. Vrijwel driekwart stond als 'De onbekende' in 1973 al in de verhalenbundel 'Souvenirs', vol gens de uitgever gaat het om een kwart. Bovendien werd 'De onbe kende' zes jaar later in de verzamel bundel 'Niets gebeurt' opgenomen. O ja, de stukjes zijn nu iets anders geordend, beter ook, maar feit blijft dat de Kooiman-liefhebber een groot deel van 'De afwezige' al in de kast heeft staan. Norse recensenten vermelden er nog bij dat het slot deel ruim een jaar geleden al in het tijdschrift 'De Revisor' te vinden was. Dat is echter geen bezwaar: li teratuur van dit niveau vindt zijn definitieve bestemming nu eenmaal in een boek. En als boek heeft de combinatie van de twee delen, oude en nieuwe fragmenten, het effect alsof het altijd al zo is geweest. AUGUST HANS DEN BOEF Vakantie is voor slome duikelaars een welhaast ideale tijdpassering. Ze hoeven maar een drietal weken 's jaars en 't is ook iets dat mag van de regering. Het is een leven zonder veel gemaars, al is het niet verstoken van ontbering* het licht komt om dé avond van een kaars en het matras is zonder binnenvering. Maar och, wat zul je in den vreemde klagen? De ligstoel is een wonder van vernuft en daarin slijt je toch de meeste dagen die in zo'n huisje worden weggesuft. ''V-A 7; God heeft de mens zijn vrije tijd gegeven om iets terug te pakken van zijn leven. Uit: 'Met mijn valies vol dromen', een bloemlezing mer reisgedichten t Ernst van Altena. Uitgegeven door Vroom Dreesmann, 1991. x Nederlandse dichters. Samenstelling Op het bankje van de nederlandsta- lige letterkunde zit het Vlaamse zusje zich onopvallend, maar vast beraden steeds breder te maken. De Noordnederlandse broer, een vad sig ventje, al te overtuigd van zijn vaste plek, moet opschikken. Nog een klein stukje en de sukkel stort schreiend ter aarde. Dan heeft zus lief de bank helemaal voor zichzelf alleen. Tot de nieuwe Vlaamse auteurs die met kracht helpen duwen, hoort zeker ook Rita Demeester, die het succes van haar debuut 'Stampvoe ten in het donker' (1989) voortzet met 'Droomjager', een verse bundel prachtverhalen. Deze verzameling van tien zeer gevarieerde vertellin gen hebben gemeen, aldus de flap tekst, de thematiek van "ouders en kinderen, man en vrouw, broertjes en zusjes, die dromen over de toe komst maar hun dromen vaak in rook zien opgaan." Deze noemer dekt de lading maar ten dele. Er gaat een reeks uiterst levendige, qua onderwerp heel uiteenlopende verhalen schuil, die Demeester meteen een vaste stek geven aan de smalle top van de Nederlandse ver telkunst. Veel verhalen in 'Droom jager' zijn in de ik-vorm geschreven, overigens zonder aanwijsbaar auto biografisch verband. In het ope ningsverhaal 'De grote sprong voor waarts' zorgt de 13-jarige vertelster met de voordracht van het gedicht 'Dinska Bronska' voor een - helaas tijdelijke - opleving van de mislukte buurman Goeminne, die heel even grootse dromen koestert over een nieuwe toekomst. In een heel andere entourage, die van wetenschappers, speelt zich het anecdotische 'Een detail uit Picas so' af, waarin een dochter wordt ge ruild voor vijf zeldzame slakken. Even speels, maar met een licht onheilspellende ondertoon, is 'Amerikaan tussen Eskimo's', een mooi en triest verhaal over vier vrouwen, die met behulp van ex pressietherapie hun neuroses te lijf gaan. Nog weer schrijnender is 'Ju te', waarin de ik vertelt over haar in tegere vader, meesterknecht in een Rita Demeester: inventieve ideeën en nuchtere, speelse toon van vertellen. jutefabriek, die zijn strijd tegen mo dernisering en inkrimping met het verlies van zijn eigenwaarde moet bekopen. Ook in 'Duikers' hebben we te ma ken met verliezers. Arent is jaloers op zijn jongere, populaire broertje Evert en probeert hem de loef af te steken met zijn duikkunst in het zwembad. De strijd leidt onont koombaar tot een tragedie: "Hij sprong, en in dat ene moment van gewichtloosheid leek het gejoel in het water alleen voor hem bedoeld, een oorverdovende ovatie was het en hij genoot. Hij landde wijdbeens boven op zijn broer, in de buurt van zijn heupen. En ook terwijl Evert kreunend onderging bleef hij recht op zitten, zijn knieën in zijn flanken gedrukt, als een ruiter op een wil loos paard." Evert blijkt voor het le ven gehandicapt, maar eigent zich Arent toe "als een mandarijn die door zijn lievelingsleerling op een afschuwelijke manier in de steek is gelaten". Als terloops - maar dat maakt haar verhalen zo aardig en af wisselend - knoopt Demeester aan dit gegeven het geheim vast van de bezeten badmeester, die in het ver leden een kind heeft aangereden. DrOmen, maar vooral ook mach teloze strijd zijn de thema's die de lotgevallen van de personages in 'Droomjager' verenigen, al is het fa tum niet altijd onafwendbaar. Zo wordt in het titelverhaal het jonge huwelijk van Linda en Tom be dreigd door de gehorigheid van hun flat. Het stel krijgt ruzie, maar als Linda, kwaad weggelopen, in een café een bizarre discussie aanhoort over de verlamde geleerde Haw king en zich voorstelt "dat ze naast een man in bed lag die stom en on beweeglijk was en over wie ze zich midden in de nacht ongerust zou buigen, omdat zijn adem het enige bewijs was dat hij nog leefde", haast ze zich terug naar de veilige huiselij ke haven. Met haar inventieve ideeén. nuch tere en speelse toon van vertellen en suggestieve pointes weet Rita De meester haar verhalen een kracht te geven, die naar komend werk doet uitzien. Een meeslepend vertelster. Van het literaire bankje zie ik haar voorlopig niet aftuimelen. ROB VOOREN Gewoonlijk klinkt een Nederlands essay ongeveer zo: "Des Pudels Kern van het debat is inderdaad de vraag of in het geschiedkundig on derzoek plaats is voor begrippen als waarheid en ethiek, het erfgoed van de Amsterdamse joodse filosoof Spinoza en de Verlichtingsfilosofen in het algemeen. Het gaat daarbij onder meer om universele waarden en mensenrechten zoals die door Alain Finkelkraut in 'De ondergang van het denken' en in Nederland door Stephan Sanders zijn verde digd tegenover het relativisme. In zijn Gemengde ervaring, gemengde gevoelens, het strijd-schrift dat hij schreef naar aanleiding van de Rus hdie-affaire, bekritiseert Sanders de popularisering van de antropologie tot de visie dat 'elke cultuur in zijn eigen context' moet worden beoor deeld, hetgeen inderdaad tot een re lativering van waarden leidt". Heel erg dus. In de bundel 'Tar zan in Arles' met lezingen en essays van Jan Wolkers gaat het er niet zo aan toe. Hij kan bijvoorbeeld schrij ven: "Frans Hals, als rechtgeaard pessimist, had wel honderden tin ten zwart tot zijn beschikking. Zelfs zijn helderste wit, in volants, man chetten en kragen, dat vaak als een schuimende branding over de som bere tonen spoelt, is zwart, alleen met zo min mogelijk zwart erin. Hij was een magiër die zich bediende van vleermuisdrekachtige verven die hij op het linnen omtoverde tot laken, bombazijn en fluweel, dat hij als het zwarte vlees der reformatie om de zondige aan het vergankelijk leven klevende lichamen van zijn modellen drapeerde. Alsof uit het afgrijzenwekkende koloriet van de op de brandstapels tot houtskool geblakerde lichamen hunner voor ouders, de martelaren des geloofs, een erekleed was vervaardigd". Uitbundig Dat is heel andere taal! Het be schouwend proza van Wolkers is niet saai, maar bruist van vitaliteit. Zijn stijl is niet benepen, doch uit bundig. De essays zijn even plas tisch geschreven als de romans. Er zijn vele verbazende wendingen, nieuwgevormde woorden, gedurf de vergelijkingen. De veilige weg van de academische aanpak waar de meeste essayisten in onze litera tuur bij zweren is hem geheel vreemd. In plaats daarvan kiest hij steeds voor het ongebaande pad van de autobiografie. Waarom raakt dit uitgerekend mij? Wat is het ver- de schilder wijdt. Een glimlicht in een oog. gesuggereerd met een spel- deprikje wit, staat er in zijn woor den "zo zeker als een ster aan het fir mament Wie dit niet gaat zien in Haarlem is een dief van zijn eigen ogen". Al even trefzeker maakt hij duidelijk waarom iedereen Johnny Weissmuller zou moeten bewonde ren en waarom Multatuli zich als "een paradijsvogel verheft boven het doodgespoten benepen aardap pelloof van de ranzige roddel". Met prachtige woorden eert hij Marilyn Monroe, zijn stuk over Van Gogh klinkt niet minder hartstoch telijk. Zo zou altijd geschreven moeten worden, maar het is weini gen gegeven zo te schrijven. Zo geestdriftig, zo waarachtig, zo mooi Daarom is het verschijnen van Tar zan in Arles een belangrijke gebeur tenis. Een genre dat zo'n kwijnend bestaan leidt, wordt nieuw leven in geblazen. Een essay kan wel dege lijk sprankelende literatuur zijn. De verrassing wordt vooral veroor zaakt door hóe er geschreven is, veel minder door waarover geschre- Jan Wolkers: schuimende branding. band met mijzelf? Dat zijn de vra gen die aan Wolkers' artikelen ten grondslag liggen. Wanneer hij schrijft over Multatu li, begint hij met te vertellen over zijn oom Henk, "een vurig multatu- liaan, die regelmatig als stuurman de koloniën in de Oost bezocht had". Als het gaat over Marilyn Monroe geeft hij aan een intieme ontboezeming de voorkeur boven een algehele bespiegeling: "Natuur lijk heb ik gehuild toen het bericht van Marilyn Monroe's dood over de radio kwam. Ik bleef als aan de grond genageld staan en terwijl mijn rug ijskoud werd alsof ik door hagel gegeseld werd stroomden de tranen langs mijn gezicht". Een stuk over Edgar Allen Poe opent met een herinnering. De beschou wing over Herman Gorter wordt in gezet met opmerkingen over een buurman. Een stuk over primitieve kunst begint met een verwijzing naar 'huiselijke omstandigheden. Het essay over Van Gogh bestaat voor een niet onaanzienlijk deel uit het verhaal van Wolkers' kennisma king met zijn kunst. Godsdienst Rode draad in deze confessies Het begrip 'undercover' laat zich moeilijk in het Nederlands vertalen. Er wordt een politieman of -vrouw mee bedoeld die in het misdadig milieu binnendringt om daar be wijslast te kunnen vergaren. Een sterk omstreden methode. Niet in het minst om het gevaar dat zo'n fi guur loopt. Ontdekking van de ware identiteit is veelal dodelijk. zijn opgelaaid na het verschijnen van het relaas van Kim Wozencraft. Onder de titel 'Undercover' schreef zij over de belevenissen van een agente bij de narcoticabrigade. Maar de notities voor haar boek maakte Kim Wozencraft wel in de gevangenis. De basis voor de auto biografisch roman werd daar ge legd. Want Kim vertelde haar eigen verhaal. Hoe zij zelf als undercover bij de narcoticabrigade aan de drugs en in de vernieling raakte. In het boek heet zij Kristen Cates. Een aardige sportieve jonge vrouw, die zich eigenlijk laat overhalen om in dienst te treden bij de politie. Je moét toch iets doen. Maar het groentje is als undercover al op weg naar kroegen en dealers als zij de politie-academie nog niet eens van binnen heeft gezien. Van anderen - en niet altijd de besten - komt zij echter alles van drugs te weten. Ook hoe zij ermee moet omgaan. Dan ligt de weg naar de verslaving en de ondergang open. Met de cel als eindstation. Kim Wozencraft is geen begena digd vertelster. Maar wat ze te zeg gen heeft zal een ieder tot in het diepste van zijn wezen raken. Dan is het hoe niet meer zo belangrijk. Dan gaat het alleen maar om het wat en waarom. Waarom zó in hemels- KOOS POST Kim Wozencraft, 'Undercover'. De Boekerij, f.27,50. Wolkers' verhouding tot de gods dienst. Menigmaal schrijft hij over 'het streng calvinistische milieu' waarin hij opgroeide. Zijn geloof raakte hij spoedig kwijt, maar aan de invloed van de bijbel ontworstel de hij zich nimmer. Vooral de ge welddadige verhalen uit het oude testament stempelden hem. Zijn va der was een voortreffelijk schriftle zer, daarom moet naar zijn zeggen 'het woord Gods al prenataal tot (hem) zijn doorgedrongen'. De voorbereiding op het schrijver schap is bij Wolkers wel zeer vroeg begonnen. Hij oppert overigens een interessante theorie over de bijbel: "voor wie oren heeft om te horen is het een tijdbom". Juist door veel vuldige bijbellezing, werden bij hem de eerste twijfels teweegge bracht. Haast even belangrijk als de jeugdjaren met hun geloofsstrijd is voor Wolkers de oorlogstijd ge weest. Er is nauwelijks een stuk waarin niet op een of andere wijze naar die periode wordt verwezen. De persoonlijke inslag is de grote kracht van deze essays. Wolkers schrijft niet plichtmatig, maar heeft het over kwesties die hem intens bezighouden. Vooral vraagt hij de aandacht van de lezer voor dingen waar hij veel van houdt. Hij beroept zich niet voort durend op inzichten van anderen, maar zet onomwonden zijn eigen opinie uiteen. Hij verschuilt zich niet achter eindeloze nuanceringen, maar getuigt bevlogen van zijn on verdeelde bewondering. Het kleine bestek staat hem niet aan, hij prefe- -eert het grote gebaar. Wolkers laat iich meeslepen door zijn enthou siasme en precies daarom brengt hij ons in de ban. We worden peld en overtuigd door zijn schrijvingen. Hoe flets steken al die geleerde handelingen over Frans Hals af geleken bi| de pagina's die hij De onderwerpen van twaalf be schouwingen in de bundel verschü- •n namelijk niet zoveel van de the ma's waar andere essayisten zich mee bezighouden. Het eerste stuk 'Anatomie van een held' handelt over Tarzan, volgens Wolkers alleen op passende wijze vertolkt door Weissmuller. Inderdaad, met die ac teur hebben slechts weinig Neder landse literatoren zich beziggehou den. Dat ligt heel anders bij Multa tuli, held van het tweede artikel in het boek. Dat woord held ifl hier be slist van toepassing. Wolkers neemt de schrijver van Max Havelaar in bescherming tegen ieder die zich sceptische kanttekeningen veroor loofde. "Er is geen schrijver die zo beïnvloed is door de Heilige Schrift als Douwes Dekker", vindt Wol kers. Een verklaring die verraadt dat zijn bewondering voor een deel op herkenning berust. Ook buitenlandse schrijvers krij gen aandacht. Er is een beschou wing over Dylan Thomas, vooral in teressant vanwege de uiteenzettin gen over waarheid en werkelijk heid. Verder speelt E. A. Poe een rol. Zowel in een stuk waarin hii met Multatuli vergeleken wordt (ze waren beiden 'geducht door de ta rantula van de romantiek gebeten'), alsook in een stuk over The Gold- Bug. waarin een literaire speurtocht wordt ondernomen. Heel boeiend zijn 'In de schaduw van het voorge slacht' over zijn leerjaren als schil der en beeldhouwer, en 'Van Ot| geest naar Orokolo' over |Un lief voor primitieve kunst. Hij vertelt aver de vreugde van het verzame len, over de bezetenheid een be paald stuk in je bezit te krijgen op de meest treffende wijze. In Tarzan in Arles' laat Jan Wol kers zich van zijn beste kant zien Schrijvend over zijn voorbeelden betoont hij zich een VOOrbetldl schrijver.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1991 | | pagina 21