HONDERD JAAR LICHT EN NOG AAN BEGIN Veel bij mannen van middelbare leeftijd ZATERDAG 16 JUNI 1979 EXTRA PAGINA 29 Van een medische medewerker) Het zien of ruiken van voedsel bevordert de afscheiding van speeksel in de mond; vandaar de uitdrukkingen „wa tertanden" en „het water in de mond lopen". Het in de mond fijngekauwde voedsel gaat via de slokdarm naar de maag. Deze wordt door de maagzenuw geprikkeld, zodat er maagsap wordt gemaakt. Het meeste maagsap wordt ongeveer een uur na de maaltijd geproduceerd. Hoe voller de maag, hoe meer maagsap er wordt afgescheiden. Niet onderdrukken Patient kiest dikwijls de gemakkelijkste weg: tabletten Op het spreekuur van de dok ter komen vaak mensen met klachten die worden gebracht als schijnbaar losstaande fei ten. Bij veel ziekten en klach ten blijkt er duidelijk sprake van wederzijdse beïnvloeding tussen lichamelijke en psychi sche factoren. Voorbeeld: ie mand vraagt aan de dokter tabletten voor zijn hoofdpijn, terwijl hij weet dat onenigheid met de baas wel eens de oor zaak zou kunnen zijn. Hij kiest nu de makkelijkste weg van onderdrukking van de symp tomen en niet de wat moeilij ker weg van het oplossen van het probleem en de uiteinde lijke genezing. Bij verschillende ziektebeel den kan er een duidelijk ver band gelegd worden tussen spanning en lichamelijke ver schijnselen. Bijvoorbeeld wanneer er sprake is van maagklachten, hoofdpijn, astma, wisselende bloeddruk en sommige huidafwijkingen. In dit artikel willen we nader ingaan op de maagproble- Maagklachten: In het algemeen zijn maaglij ders rustige, beheerste, plichtsgetrouwe, harde wer kers, die niet gauw klagen, een groot eerlijkheids- en recht- schapenheidsgevoel hebbenen zich moeilijk uiten. Deze men sen verwachten voor hun ge drag en prestaties een belo ning in de vorm van waarde ring en bewondering van hun medewerkers en familieleden. Frustraties in de werksfeer enj of weinig bevredigende fami liesituaties zullen de klachten doen ontstaan of vererge ren. Er ontstaan nogal eens maag- bezwaren bij mannen van middelbare leeftijd. Een moge lijke verklaring hiervoor is de tendens in onze samenleving om steeds hoger op de maat schappelijke ladder te willen klimmen (en steeds meer te verdienen, daardoor meer aanzien te krijgen en op deze manier bewondering af te dwineen van de medemens). Hierdoor worden ze uiteinde lijk gedwongen op hun tenen te gaan lopen. Dit is moeilijk lang vol te houden en zal op den duur leiden tot overspan nenheid. Een van de daarbij optredende verschijnselen kan maagpijn zijn. Het maagsap bevat o.a. zoutzuur, dat door cellen van de maagwand wordt gemaakt. Het maagsap doodt ziektekiemen die mogelijk in het voedsel zitten en het sti muleert de stof pepsine, dat door andere maagcellen wordt ge maakt. Pepsine begint met de af braak van de in het eten aanwezi ge eiwitten. Ook wordt in de maag slijm geproduceerd, dat als glijmiddel aan het voedsel wordt toegevoegd. Tevens beschermt het slijm de maagwand tegen het maagsap. Zo ontstaat er een gedeeltelijk ver teerde voedselbrij, die in kleine porties door maagsamentrekkin gen naar de dunne darm worden vervoerd, waar het zuur weer wordt geneutraliseerd. Klachten Er komen pas klachten als er te veel maagsap wordt gemaakt. Deze overmaat aan maagsap kan op den duur de maag- en dunne- darmwand beschadigen. Op deze manier kan men zichzelf als het ware opeten van de zenuwen. Men merkt dan een onaange naam, gespannen, drukkend ge voel in de bovenbuik. Vandaar de uitdrukking „ergens mee in de maag zitten". Ook klachten als pijn, ophoeren, zuurbranden, misselijkheid en veel speeksel (dat is het z.g. maagwater) komen veel voor. De maagklachten treden vooral op bij nervositeit. Bij sommige men sen veroorzaakt gespannenheid een sterkere werking van de maagzenuw, zodat er te veel maagzuur wordt geproduceerd. Hierbij is dus duidelijk dat psy chische problemen lichamelijke klachten kunnen geven. Overi gens kunnen deze klachten ook weer de geestelijke moeilijkhe den verergeren. Zo kan er dus een wisselwerking ontstaan. Een voorbeeld: iemand heeft problemen, wordt daar humeurig van en krijgt maagpijnen. Van deze "maagpijnen wordt hy nog humeuriger en krijgt nog meer maagpijn. Ook pijnen elders in het lichaam kunnen maag problemen veroorzaken. Behandeling De behandeling zal in de eerste plaats bestaan uit voorlichting over het verband tussen span ning en maagpijn. Hierdoor wordt de patient gedwongen zijn spanningsbron op te sporen en onder woorden te brengen. In het begin kan het erg moeilijk zijn om erover te praten. Er zullen emoties worden gevoeld, maar geleidelijk aan zal het makkelij ker gaan. Met andere woorden: door erover te praten verdwij nt er langzamerhand een stuk span ning (en maagpijn) dat gewoon lijk bij dat probleem wordt ge voeld. Door het minder worden van die spanning zal men beter in staat zijn het probleem (dat er na tuurlijk nog wel degelijk is) te hanteren en er een oplossing voor te zoeken. Daarnaast is het van belang dieet te houden. Dat wil zeggen: dikwijls eten, maar met kleine beetjes te gelijk. Geen scherpe spijzen, kof fie, sigaretten, alcohol. Warme melk helpt meestal goed. Kar nemelk, aangezuurde melk en yoghurt verminderen de klach ten doordat ze de stof pepsine kunnen neutraliseren. Gevaarlijk zijn de populaire pijnstillers. De ze kunnen de toch al gevoelige maagwand nog meer beschadi gen en een maagbloeding veroor zaken. Medicijnen Eventueel kunnen er ook medicij nen worden gebruikt. De meest gebruikte medicijnen bij maagklachten zijn de stoffen die de hoeveelheid maagzuur ver minderen. De hinderlijke pijn- verschiinselen zullen met derge lijke zuurneutraliserende stoffen voor een groot gedeelte worden weggenomen. Het „zuiverings zout" of natriumcarbonaat geeft bij veel mensen een prompte verlichting. Toch kleeft er een aantal bezwaren aan deze stof. Gebleken is dat na een snelle, maar korte werking de hoeveelheid maagzuur weer in versnelde mate toeneemt (terug slageffect). Verder kan het zuive ringszout een verhoging van de bloeddruk geven. Het terugslageffect treedt ook op bij een aantal populaire middel tjes tegen maagzuur, zoals: Dige stief Rennie, Neutroses, Roter en Rabro. Genoemd bezwaar wordt minder gezien bij middelen waar alumi- niumhydroxide en magnesium silicaat in verwerkt zijn. Naast de zuurbindende eigenschappen hebben deze stoffen het vermo gen om pepsine te birjden. Voor beelden zijn: Aluminox, Gelusil, Novalucol, Regla-Ph en Ulta- cit. De meest bekende bijwerking van deze stoffen is de verstoring van de stoelgang (diarree of verstop ping). De zuurbindende stoffen worden meestal in vloeibare vorm gebruikt. Ze werken het best als ze een uur na de maaltijd worden ingenomen, dus op het moment dat er veel maagzuur* aanwezig is. Een veel gebruikt medicijn is Mu- thesa. Dit bevat, behalve zuur bindende stoffen, ook een middel dat de maagwand verdooft. Het symptoom pijn, waarmee het li chaam aangeeft dat het maagsap schade aanricht, wordt op deze manier wel uitgeschakeld. Een genezende werking heeft deze verdovende stof echter niet. Soms worden ook middelen ge bruikt die moeten voorkomen dat een hinderlijke hoeveelheid maagzuur wordt gevormd: de maagzenuwremmers. Voorbeel den zijn: antrenyl, pro-banthine en nactate. Doordat de maagze nuw de maag minder stimuleert, zal er minder sap worden ge maakt en geeft de maag zijn zure inhoud langzamer door aan de dunne darm, zodat deze minder te lijden heeft van het zuur. Het nadeel van deze middelen is, dat ze niet alleen op de maagze nuw, maar ook op andere zenu- - wen werken. Daardoor ontstaan: droge mond, wijde pupillen (ver oorzaakt wazig zien) en moeilij ker plassen. De maagzenuw remmers moeten reeds werken voordat de maagzuurproduktie op gang komt; ze worden dus voor het eten ingenomen. De maagwand-beschermende stof fen moeten ook voor de maaltijd worden ingenomen. Zij voorko men dat het maagsap de maag wand irriteert. Het enige dat ge beurt is, dat een dun laagje van de beschermende stof zich hecht aan de wand van de slokdarm en maag. Ook aan drop wordt nogal eens een heilzame invloed bij maagklach ten toegedicht. Een bezwaar is echter dat de bloeddruk zodanig verhoogd kan worden, dat we ons kunnen afvragen of het middel niet erger is dan de kwaal. Tot voor kort moest men het met medicijnen uit bovengenoemde groepen doen om de maagklach ten te kunnen verlichten. Recent is het geneesmiddel Tagamet op de markt gebracht, waarvan is aangetoond dat het een genezen de werking heeft bij maagzwe ren. Jammer genoeg wordt steeds meer duidelijk dat, indien het (dure) middel niet meer wordt gebruikt, de maagzweer weer te rugkeert. Ook van bijwerkingen is het middel uiteraard niet vrij. Deze zijn: diarree, spierpijnen en bij langdurig gebruik stoornissen in de bloedaanmaak. Kalmeringsmiddelen worden voor dit doel ook wel gebruikt. Span ningen en angsten zullen dan als minder erg worden beleefd, waardoor de maagzenuw minder wordt geprikkeld. De nadelen zijn: sufheid en de geneigdheid om de problemen onopgelost te laten, zodat men op den duur moeilijk meer buiten deze mid delen kan. Bij alle medicijnen geldt dat als men niets aan de grondoorzaak doet, men tot Sint Juttemis deze geneesmiddelen moet blijven gebruiken om de symptomen te onderdrukken. Mocht het allemaal niet helpen, dan kan er, vaak pas na verloop van tyd, een maagzweer ontstaan. Soms kan hy ook plotseling ont staan. Bijvoorbeeld tijdens de bombardementen op Londen in de Tweede Wereldoorlog, kregen veel inwoners acuut een maag zweer. De pijn staat dan meestal op de voorgrond, maar alle eerder genoemde verschijnselen kun nen in ergere mate voorko- Een maagzweer kan worden aange toond door een röntgenfoto. Te genwoordig kan men ook met een slangvormige kijker, die via de mond naar binnen wordt ge bracht, de maagwand direct zien en er zonodig foto's van maken of er een klein stukje weefsel mee uithalen dat onder de microscoop wordt onderzocht. Blijkt er een maagzweer te zyn, dan worden de al eerder genoemde behandelin gen nog strenger toegepast. Soms wordt een rustkuur geadviseerd. Het eventuele effect hiervan wordt waarschijnlijk veroorzaakt door het verminderen van de spanningen. Als dit allemaal geen effect heeft, en vooral wanneer er complica ties van de maagzweer ontstaan, zal een operatie vaak niet meer te vermijden zijn. Maagpijn is dus een duidelijk voorbeeld van li chamelijke klachten ten gevolge van psychische spanningen. Door het op tyd signaleren van psychische problemen en het oplossen daarvan zouden we duidelijk gezonder leven en ons het leven minder zuur ma ken. We „vieren" op het ogenblik het eeuwfeest van de gloeilamp In 1879 werd dat elektrische wonder door Edison gepresenteerd... en de wereld hield van stomme ver bazing de adem in. Aan een knopje draaien en pats, daar was licht! Na het schamele licht van het houtvuur, kaarsen, olie en gas (om even heel snel door een handvol eeuwen heen te fietsen) deed plotseling het elektrische licht zijn intrede in een naar vooruitgang snakkende maat schappij. Om dat wonder van een eeuw gele den mogen we nu gerust een beetje glimlachen. Na duizenden jaren van tobben heeft de mens heid in steeds sneller tempo zijn schade ingehaald. Aan het basi sprincipe van elektrisch licht is nauwelijks iets veranderd. Met de introductie van de gloeilamp is echter wel een volkomen nieuwe wetenschap op stapel ge zet. Die eerste kooldraadlamp van Edi son hield het zo'n 45 uur ol; dan was het draadje in de vacuum ge zogen glazen ballon aan het eind van zijn latijn. En wat gaf zo'n lamp van honderd jaar geleden aan „lichtopbrengst'? Per Watt zo'n 2 „lumen" (lichtrendement- eenheid) en dat betekent dat zo'n lamp letterlijk stroom vrat. Maar goed, toen bekommerde de mens zich nog niet om energieproble men en de betekenis van goed licht voor werken, wonen en le ven was nog volslagen onbe kend. Wanneer we nu nog op het techno logisch niveau van het jaar 1879 zouden staan (een onzinnige ver onderstelling overigens) dan zouden we om onze huidige be-' hoefte aan licht te dekken een 40 a 50 maal grotere aanslag op de beschikbare energie moeten ma ken. De energie die wij, althans voor wat betreft de technologisch ontwikkelde landen, voor ver lichtingsdoeleinden verbruiken maakt 1 a 2 procent van het bruto energieverbruik uit. Als er dus op het gebied van licht- techniek niet het nodige zou zijn gebeurd, dan zouden we meer dan de helft of misschien alle be schikbare energie alleen al nodig hebben om onze huizen, fabrie ken, kantoren, winkels, wegen en straten te verlichten! Dan zouden we dus ook midden in een ener giecrisis hebben gezeten - louter ter wille van het vereiste licht - en er zou niets over zijn voor moto ren in fabrieken, voor autobenzi ne en de ontelbare andere ener- giebehoevende voorzieningen die thans samen zo'n 98 procent van het beschikbare wereldpo- tentieel aan energie opeisen. Meer opbrengst Het is een ietwat badinerende en dus ook onzinnige rekensom. Hij toont echter wel aan wat er in de ontwikkeling van de lichttech- niek is bereikt. We halen uit een Watt véél meer licht dan Edison ooit voor mogelijk had gehouden. Eerst door de ontwikkeling van gloeidraden, daarna in de fluo rescentielampen. De kunst is om uit een Watt elektrische energie zoveel mogelijk licht te halen. En dat is aardig gelukt. De vooruit gang in dit opzicht is eigenlijk nu pas goed op gang gekomen. Dat hebben we opgestoken uit een bezoek aan de Osram-lampenfa brieken en de AEG-Telefunken armaturenfabrieken in West- Duitsland. Die ene Watt produceerde in de tijd van Edison, zoals al gezegd, 2 „lumen" aan lichtopbrengst. Daar halen we nu, dankzij de ontwikkeling van de allermo dernste fluorescentiebuizen (TL- lampen) zo'n 90 lumen uit. Wanneer we aan het energiebespa ringsaspect denken, dan moeten we helaas concluderen dat we, door minder lampjes te laten branden, nauwelijks een meetba re bijdrage leveren tot de oplos sing van het probleem.oor slechts de helft van de thans verbruikte „lichtenergie" op te nemen (waarbij we dan voor ons gevoel zo ongeveer in het halfduister zouden zitten) zou onze „aanslag" op de totale wereldenergie rond de 1 a 2 procent verminderen. Veiligheid We zouden er dus het probleem niet mee oplossen en tegelijkertijd andere problemen scheppen. We hebben, sedert Edison anno 1879, ontdekt dat licht een pure le vensbehoefte van de mens is. Een lamp die per Watt 90 lumen aan licht opbrengt mag dan indruk wekkend lijken, de zon levert op het midden van een zomerse, on bewolkte dag, nog altijd zo'n 12.000 lumen op. Gratis en over dadig, dus zonnebril op. Een heel andere som: van alle elek triciteit die we in de huishouding verbruiken, wordt 8 procent voor verlichting opgeëist. Diezelfde verhouding geldt voor het aan deel verlichting in industriële sectoren, de openbare verkeers- voorzieningen enz. Dat onder streept opnieuw dat we, door wat lampjes uit te doen, geen wezen lijke bijdrage tot het oplossen van de energiecrisis kunnen leve- Het is ook duidelijk bewezen: een proef in Engeland, waarbij de openbare verlichting (wegen en straten) tot de helft werd terug gebracht, leverde een minimale energiebesparing op, terwijl de schade door ongevallen (duide lijk veroorzaakt door te weinig licht) tientallen malen hoger was. En dan nog afgezien van het daardoor veroorzaakte menselijk lijden. Onderbelicht Dat drukt ons dan weer met de neus op onze behoefte aan licht. Te weinig licht in het verkeer is on veilig, te weinig licht bij het werk veroorzaakt vermoeidheid, kan zelfs ziekten oproepen, te weinig licht doet onze hersens slechter functioneren en werkt negatief op ons prestatievermogen. Wetenschappelijk is aangetoond dat we voor het opnemen van alle voor de levensfuncties vereiste informatiestromen op ons ge zichtsvermogen zijn aangewe zen... voor niet minder dan 80 procent. Te weinig.licht kan ons nerveus maken, schrikachtig, onnauwkeurig, minder „lo gisch". Pogingen om door min der licht te consumeren iets aan het energieprobleem te doen, kunnen dus slechts een psycho logisch effect hebben: een aange scherpt verantwoordelijkheids besef t.a.v. onze wereldenergie- huishouding. Minder licht kan anderzijds gevaren opleveren. We zullen in de komende jaren veel méér licht nodig hebben. In vergelijking tot andere landen is Nederland nog steeds „onderbe licht", zowel in de woon- als werksfeer als in verkeerstech nisch opzicht.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1979 | | pagina 29