Geintergreerd Europa heeft niet aan kracht en noodzaak ingeboet Juli-pakket lijkt slechts doelmatig Een kwaliteits motor heeft recht op kwaliteits service. 5% extra verstandig met energie móet toch haalbaar zijn: rij eens met een ander mee. Europese verkiezingen dingen toch om Europa ZATERDAG 16 JUNI 1979 Voor 4 miljoen kies gerechtigden in ons land was de verkie zing van 25 Euro parlementariërs een „Ver van mijn bed"-show. Una niem werd met droe fenis van dit feit kennis genomen. De consequenties hier van gaven echter tot verschillende ge moedstoestanden aanleiding. Het CDA was blij. Mijn oud collega van het CDA- presidium, Jim Jan sen van Raay, kan nu in ieder geval als tiende lid aan de CDA delegatie wor den toegevoegd. Daarentegen was volgens verslagge ving in de Leeuwar der Courant Anne Vondeling verbit terd, vooral omdat zijn politieke vrien den van de Labour- partij het vrijwel ge heel lieten afwe ten. D'66 juicht; terecht, zij zet im mers haar politieke opmars met kracht voort. Achter het vaan del van hot redelijk alternatief worden haar politieke regimen ten hoe langer hoe sterker, op komst of geen opkomst. En de WD blijft wat timide sukkelen. Euro-Kees heeft toch meer de aandacht getrokken dan de stemmen. Maar goed. De nationale voor deur open. De vrouwen en kin deren in Midwolda, St. Anna Parochie, Oldeholtpade, Ulrum en Jezus Eik gekust en de 25 man sterke delegatie voegt zich in Straatsburg in andere blok ken. In dit direct gekozen parlement van 410 gedelegeerden zullen zich alras nieuwe krachtenvel den aftekenen. Vele nieuwe le den zullen onwennig tegen hun nieuwe politieke bindingen aankijken, zullen ook aan de schaal van de problemen moe ten wennen, terwijl in het men selijk vlak allerlei nieuwe rela ties zullen worden gelegd. En dan aan het werk. De partij politieke aanduidingen sugge- Door drs. Rinse Zijlstra reren meer eenheid dan de wer kelijkheid zal laten zien. Von deling en Barbara Castle zijn beiden het socialisme toege daan, maar als straks „het ge heel van de betrekkingen tus sen de lidstaten omgezet moet worden in een Europese Unie" zoals de regeringsleiders en staatshoofden op 21 oktober 1972 overeenkwamen, en in 1974 nog eens bevestigden, dan zal van die socialistische ge meenschappelijkheid niet veel heel blijven. Of wanneer Bouke Beumer met Otto Habsburg de Europese de fensiepolitiek tot een standpunt moet herleiden, zullen zich boeiende discussies voordoen, waarbij de EVP weinig bind middel zal blijken te bezit ten. Er doen zich ongetwijfeld ook bizarre situaties voor. De Denen immers hebben kans gezien 6 van de 16 Europarlementariërs te kiezen die als mandaat mee gekregen hebben de EG te tor pederen. Een vreemde verkiezing; een wat zwak uitgevallen mandaat; een parlement dat nog geen goede bevoegdheden heeft. En toch een direct gekozen parle ment, dat elf landen moet om smeden tot een politieke fede ratie; de vorming van een Euro pese Unie moet bevorderen; de integratie moet versnellen. Het gaat immers niet alleen om een gemeenschappelijke markt of een gemeenschappelijke handelspolitiek. De sociale om standigheden, de verantwoor delijkheid voor de Derde We reld en niet als minst belangrij ke de verhouding met de Oostbloklanden. Zij zullen in de komende 5 jaar het politieke gezicht van de Eu ropese Gemeenschap bepalen. Ze hebben het tij niet mee. Het ideaal van de Europese een wording heeft duidelijk aan daadkracht en overtuigings kracht ingeboet. Soms hebben ze zelfs zichzelf niet mee, nl. als ze gekozen zijn om de Europese samenwerking te blokke- Toen Max van der Stoel op 8 mei 1974 als minister van bui tenlandse zaken de advies commissie Europese Unie in stalleerde, waarvan ik ook deel mocht uitmaken, beschreef hij het proces van haperingen en vertragingen als volgt: „De Eu ropese integratie is blijven ste ken in dorre techniek, zij is niet gevoed vanuit de politieke rea liteit en omdat de aansluiting met de politieke basis onvol doende tot stand is gekomen, hebben de regeringen van de leden-landen de neiging niet kunnen tegengaan nationale belangen te laten prevaleren boven het belang van de ge meenschap als geheel". Het is nu aan de gekozen Euro parlementariërs om deze aan sluiting te bewerkstelligen, nieuw elan te bevorderen, in dien nodig doorbraken te force ren, ook met behulp van hun thuisfront. Naar mijn mening kan dit werk niet in een ander perspectief plaatsvinden dan dat van een geïntegreerd Euro pa. Dit ideaal mag dan wat van de glans hebben verloren, aan kracht en noodzaak heeft dit nog in genen dele ingeboet. Het zogenaamde juli- pakket waarop de rege ring het Nederlandse volk heeft verrast, heeft de nodige deining op geroepen. Om het ge heugen op te frissen, zij vermeld dat de belang rijkste bestanddelen bestaan uit een aftop ping van de prijscom pensatie van de hogere inkomens, (een maxi mum in de prijscom pensatie) een korting van de salarissen van ambtenaren en de so ciale uitkeringen en, niet te vergeten, een wetsontwerp waarin wordt voorgesteld de cao's voor de zoge naamde ,,k wartaire sec tor" (bejaardenhulp, ziekenverpleging, enz.) open te breken en de desbetreffende werk nemers te dwingen de zelfde correcties te aan vaarden die ook op de ambtenarensalarissen en sociale uitkeringen zijn aangebracht. Dit pakket heeft het nodige ver- zet opgeroepen en de vakbe weging heeft al een brief naar het parlement gestuurd met Getrainde service- technici Speciaal gereed schap Alle benodigde on derdelen Jachthaven Poelgeest Haarlemmertrekvaart 16A, Oegstgeest Tel. 071-154054. b.g.g. 156755 een wereld van vers<hil "CJahnsan de mededeling dat hierdoor de verhouding tussen rege ring en vakbeweging zal wor den „vergiftigd". Wie zich herinnert dat de vakbewe ging destijds het kabinet-Den Uyl meedeelde dat de toen genomen loonmaatregel „een breuk" vormde tussen rege ring en vakbeweging, raakt van het woeste FNV-jargon niet bijster onder de in druk. Er zijn voor het regeringsvoor stel zeker een aantal redelijke argumenten te vinden. Al ja ren geleden is uitdrukkelijk afgesproken dat de werkne mers in de kwartaire sector de trend zouden volgen van de ambtenarensalarissen. Zo is in de ziekenhuis-cao voor 1978 uitdrukkelijk vastgelegd dat de incidentele matiging van de topsalarissen bij het Rijk ook in de ziekenhuizen automatisch wordt gevolgd. Het is in deze lijn dus logisch dat de kwartaire sector nu ook de incidentele matiging van de lagere ambtenarensa larissen volgt. Groei Een forse salarismatiging in de kwartaire sector is nodig om de groei van die kwartaire sector te kunnen financieren. Het zijn juist de werknemers in de kwartaire sector ge weest die vonden dat de eco nomische crisis moet worden bestreden met uitbreiding van arbeidsplaatsen in de publieke „s.ector. Het onder wijs kwam met een arbeids plaatsenplan, de werknemers in de ziekenhuizen eisten een drastische uitbreiding van het aantal verplegers. De fi nanciering van al deze ar beidsplaatsen kan echter al leen worden veiliggesteld als de ambtenaren en de em ployés in de kwartaire sector (de zogenaamde trendvol gers) een stapje terug doen. Een dergelijk stapje terug is niet alleen uit financieel oog punt doelmatig, maar ook uit ethisch oogpunt rechtvaar dig. Vrijwel de gehele Sociaal Economische Raad, de werk nemers voorop, heeft het cri terium van Tinbergen aan vaard als een grondslag voor het beoordelen van een rechtvaardige inkomensver deling. Dit criterium gaat uit van de compensatie-gedach te. Als iemand een relatief slechte arbeidsplaats heeft, mag dat met een extra hoog salaris worden gecompen seerd. Maar als iemand ver houdingsgewijs prettig werk heeft, behoort hij te' worden gecompenseerd met een rela tieve verlaging van zijn loon. Per saldo is dan iedereen even gelukkig. Als wij dit criterium van Tin bergen eens toepassen op de salarissen in de kwartaire sec tor, zit de regering nog zo gek niet met haar voorstel. De employés in de kwartaire sec tor hebben immers het voor deel boven de arbeiders in de industrie, dat zij werken in een groeiende bedrijfstak. Dat betekent niet alleen min der kans op ontslag, maar ook meer kans op promotie of op het vinden van een passende baan. Wanneer je werkt in een instel ling die steeds nieuwe ar beidsplaatsen krijgt toegewe zen, kun je snel doorstromen naar die functie die precies bij je past. De arbeiders in de in dustrie hebben dat voordeel niet. Hun arbeidsplaats staat op de tocht en hun bedrijfstak krimpt in. Er is wat voor te zeggen om het voordeel van de groei, dat de werknemers in de kwartaire sector genie ten, te compenseren met een korting op het salaris. Failliet Toch geloof ik dat het wetsont werp van het kabinet-Van Agt niet had moeten worden in- Door prof. Hans van den Doel gediend. Het wetsontwerp betekent het grote failliet van de zogenaamde vrije loonpo litiek, zoals die door de toen malige professor Albeda en de econoom van de Indus triebond van de FNV, drs. P. Vos, in een gezamenlijk op stel voor de Vereniging voor Staathuishoudkunde, (dat de beide heren broederlijk ver dedigden op de algemene vergadering van 10 december 1977) werd geschreven. Albeda en Vos hadden een prachtige besluitvormings methode ontwikkeld, die be stond in drie fasen. In de eer ste fase geeft de regering aan bevelingen aan het bedrijfs leven over, bijvoorbeeld, de omvang van de loonsom. In de tweede fase ontstaan er zo genaamde vrije onderhande lingen tussen werkgevers en werknemers. En in de derde fase bekijkt de overheid of de uitkomst haar bevalt. Zo niet, dan grijpt zij in. Op de algemene vergadering heb ik toen tegen dit plan ge opponeerd. De vrije onder handelingen in de tweede fa se zullen uitkomen op een te grote loonstijging, zo betoog de ik. Uiteindelijk zal de overheid toch in de derde fase moeten ingrijpen. Is het dan niet beter om direct maar met geleide loonpolitiek te begin nen? De methode Albeda-Vos kwam, zo meende ik, er alleen maar op neer dat eerst de zwarte Piet van het ingrijpen aan de vakbeweging wordt toegespeeld. Eerst moet iedereen zien hoe verkeerd de vakbeweging het doet en dan kunnen Albeda en Vos, wederom gebroeder lijk, zeggen: „Tsjonge, tsjon- ge, wat vinden wij dat nu ver velend, we zijn eigenlijk voor vrije lonen, maar nu de vak beweging het niet goed heeft gedaan, nu moeten wij wel ingrijpen". Schuldig Eerst moet de vakbeweging de schuld krijgen van het over heidsingrijpen dat toch nood zakelijk is. Een schuld die de vakbeweging echter niet heeft verdiend. Want in een economisch systeem waarin iedereen graait wat er te graaien valt, kun je niet van de vakbeweging verlangen dat zij zich in haar eentje ma tigt. Het voorstel-Albeda-Vos is on- middellitk door Albeda in praktijk gebracht toen bij mi nister van sociale zaken werd. En we zien nu de gevolgen: een ingreep in contracten achteraf, waarbij het inko menscriterium van Tinber gen wél wordt toegepast op de trendvolgers in de kwar taire sector, maar niet op de hoge inkomens in de indus trie en de vrije beroepen. Al leen de hoge inkomens die onder een cao vallen, worden immers door het aftoppings- voorstel getroffen. Maar de meeste hoge inkomens vallen niet onder een cao. Op het eerste gezicht lijkt het beleid van Van Agt rechtvaardig en doelmatig, maar bij nader inzien is het juist onrechtvaardig en on doelmatig. Onrechtmatig, omdat het inkomenscrite rium van Tinbergen uitslui tend wordt toegepast op de kleine groep van de ambtena ren, de trendvolgers en de trekkers van sociale uitkerin gen, terwijl tal van anderen buiten schot blijven. On doelmatig, omdat deze wijze van loonpolitiek door het Ne derlandse volk zal worden af gewezen, waardoor het ge hele matigingsklimaat verder zal worden bedorven. Alleen de weg van een alle catego rieën omvattend inkomens beleid is begaanbaar voor een land dat geen dictatuur maar een democratie wil zijn. ADVERTENTIE DEN HAAG - Vanaf het begin werd verwacht dat de uitslag van de verkiezingen voor het Europese Parlement in be langrijke mate bepaald zou worden door nationale om standigheden. Dat kon ook niet anders, omdat bij deze eerste verkiezingen niet op echte Europese lijsten, maar alleen op nationale partijen en nationale kandidaten kon worden gestemd. Nationale omstandigheden hebben ook verder een belangrijke rol ge speeld. Zo is de progressieve Britse li berale partij niet door een ge brek aan Europese inzet zon der zetel gebleven. Integen deel, zij is de meest Europese van de drie grote partijen in het Verenigd Koninkrijk. Dat zij met 13,1 procent van de stemmen toch buiten het Eu ropese Parlement blijft, komt door het onrechtvaardige kiesstelsel dat in dit democra tisch land een redelijke ver deling van de relatieve krachtsverhoudingen in de weg staat. De „groene" mi lieupartijen in de Duitse Bondsrepubliek hebben ze ker een negatief effect gehad op de resultaten vn de SPD en FDP. De Belgische taaipartij en hebben de uitslag in ons buurland mede beinvloed. En in Italië was ook sprake van een doorwerking van de na tionale verkiezingen van een week geleden. Maar ondanks pogingen deze te „nationaliseren" is het in deze verkiezingen toch bovenal om Europa gegaan. In Ne derland is de leuze „het gaat voor of tegen het kabinet-Van Agt" door de kiezers terecht op de schroothoop van de po litieke drogredenen gegooid. In ieder geval heeft zij de PvdA die haar gelanceerd heeft geen winst opgele verd. Opvallend is dat vooral de par tijen die een nationalistische opstelling kozen, hebben verloren. Het sterke verlies in het Verenigd Koninkrijk van Labour is daaraan zeker voor een belangrijk gedeelte te wij ten. Men mag niet verwach ten dat men zijn kiezers tot groot enthousiasme weet te brengen, indien men de Eu ropese Gemeenschap beticht van al het kwaad dat er onge veer in de wereld te koop is. Jarenlang is de „Common Market" (typerend is dat men in Engeland nog steeds niet spreekt van de Europese Ge meenschap) verantwoorde lijk gesteld niet alleen voor hogere consumptieprijzen, maar ook voor de lage eco nomische groei, hoge inflatie en werkloosheid. Men heeft nooit de hand in ei gen boezem gestoken en zich afgevraagd of het nationale verval in Groot-Brittannië in de 30 jaar na de Tweede We reldoorlog misschien juist veroorzaakt is door het feit dat men zo lang buiten de Eu ropese Gemeenschap is gebleven en heeft nagelaten tijdig ontwikkelingen te sig naleren die een nieuwe natio nale rol hadden mogelijk ge maakt. Het spiegelbeeld van Labour wordt gevormd door de Fran se gaullisten van Chirac. Ook daar is het grote verlies op vallend. De gaullisten hebben zich met hand en tand verzet tegen de gedachte van een democratisering van de Eu ropese instellingen en zyn bij monde van oud-minister-pre- sident Michel Debré zelfs zo ver gegaan om de ondergang van de Franse natie te voor spellen, indien het Europese Parlement ooit werkelijk be voegdheden zou krijgen. De halfslachtige houding van de Nederlandse PvdA tegen over de Europese verkiezin gen heeft deze partij zeker ook veel stemmen gekost. Wanneer vooraanstaande partijleden spreken van „volksverlakkerij", „kiezers bedrog" en „aantasting van de democratie" en de Jong Socialisten de Europese Ge meenschap als een „kapitalis tisch complot" afwijzen, dan moet men niet verbaasd staan als de eigen kiezers deze uit spraken belonen met het wegbüjven van de stem bus. Daarentegen hebben de partij en die met een duidelijk Eu ropees profiel de verkiezin gen ingingen goede resulta ten behaald (m.u.v. de al ge noemde Liberal Party). Dat geldt zowel voor de partijen ter linker als ter rechter zijde van het politieke spectrum. Men kan dat zien aan de resul taten van de Socialisten en Giscardisten in Frankrijk, aan de Italiaanse Socialisten en kleinere middenpartijen, alsmede aan de winst va CDA en D'66 in Nederland. De Britse conservatieven heb ben eerder geprofiteerd van de volmaakte malaisestem- ming bij Labour dan van een sterke eigen Europese op stelling. Het is dan ook een te simplistische voorstelling van zaken de Europese ver kiezingen alleen als een „ruk naar rec hts" af te doen. De relatief lage opkomst bij de ze verkiezingen is vooral te wijten aan de stemmenper centages in het Verenigd Ko ninkrijk (32 procent), Dene marken (47 procent) en Ier land (waarschijnlijk rond 55 procent). Opvallend is dat de ze landen alle drie nieuwko mers in de Gemeenschap zijn. Hun toetreding (behalve in Ierland) is door de politici vooral verkocht op ecomi- sche gronden. De politieke doelstelling dat het ook ging om een keuze voor een staatkundige ontwikke ling in Europa is altijd ont kend. Ja sterker, verschillen de politici en partijen in En geland en Denemarken heb ben door hun anti-Europese opstelling aan nationaal pro fiel gewonnen. Te denken valt aan de Engelse landbouwmi nister John Silkin, aan Tony Benn (energie en industrie) en aan het anti-EG-front in Denemarken dat niet minder dan een kwart van de 16 zetels heeft veroverd. Op zich is het een goede zaak dat hierdoor nieuwe scheidslijnen worden getrokken. Zij zullen zeker hun invloed op de Europese ontwikkelingen hebben. In Nederland is een niet onaan zienlijke deuk toegebracht aan het Europese imago dat wij ons zelf jarenlang hebben opgespeld. Van de „oude" lidstaten is het opkomstper centage in ons land met nog geen 58 procent het laagste geweest. De Bondsrepubliek en Frankrijk met respectie velijk 66 procent en ruim 60 procent staken daar bovenuit evenals Italië waar de op komst verrassend hoog was (85,5 procent), ondanks de na tionale verkiezingen een week geleden, alsook België en Luxemburg met 82 pro cent en 94 procent. Zelfs als men rekening houdt met de opkomstplicht in Ita lië, België en Luxemburg is deze uitkomst nogal verras send voor degenen die Ne derland als „de beste Euro peanen" aanslaan. Er is wei nig reden om ons over onze Europese gezindheid nog langer op de borst te slaan. Alleen een veel geprofileer- der beleid van parlement en regering met betrekking tot de Europesie dimensie van veel vraagstukken kan daarin verandering brengen. Opvallend is verder het grote aantal verkozenen van partij en die niet bij een van de drie Europese federaties zijn aan gesloten. Niet alleen vormt dit het bewijs dat men het po litieke spectrum in Europa niet mag versmallen tot deze drie groeperingen, maar ook is het een aanduiding dat men pas aan het begin van een werkelijke Europese partij vorming staat. De politisering van Europa kan nu beginnen en zal de politie ke stromingen veel meer dan voorheen dwingen werkelij ke inhoudelijke keuzen te be palen. De spanningen binnen die stromingen zullen daarbij toenemen en tot nieuwe scheidslijnen moeten leiden. Juist nieuwe partijen die niet door historische vooroorde len zijn belast, kunnen daar toe een bijdrage leveren. D'66 zal aan dat proces actief mee doen en samenwerking zoe ken met pro-Europese en ver anderingsgezinde krachten in het Europese Parlement. Europa heeft de afgelopen 30 jaar praktisch alleen op het niveau van de regeringen be staan. Wat dat betreft zijn wij nog niet veel verder dan in de tyd van de Heilige Alliantie en het Weense Congres van 1815. De democratie in Europa staat in de kinderschoenen, maar de eerste structuur is geschapen door de recht streekse deelname van meer da 100 miljoen Europese bur gers. Door mr. L. J. Brinkhorst Tweede Kamerlid voor D'66 De Europese verkiezingen wa ren een voorwaarde voor het Europese Parlement om met de frustraties van het verle den te breken. Nu is de kans de strijd aan te gaan met Eu ropese Ministerraad en Euro pese Commissie teneinde en macht in Europa te democra tiseren. Europese politici ga aan de slag!

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1979 | | pagina 27