Met de trein door India: een belevenis ZATERDAG 16 JUN. 1979 Vc' d Straatventers stallen hun India is een land dat ons ver stand te boven gaat. Het heeft een cultuur die zo verschillend is van de on ze, dat het moeilijk is je er op je gemak te voelen. Contact met Indiërs geeft je vaak een hopeloos ge voel van onbegrip. Daarbij komt dat het land zo gigan tisch is en zo overbevolkt (600 miljoen mensen op 3,3 miljoen km2) dat alleen al het denken over Indiaas problemen ons, kleinschalig denkende Hollan ders, in grote verwarring brengt. Je weet tevoren dat je in India veel armoe aan zal treffen, maar het is een complete verrassing in India twee werelden naast elkaar te vinden: een van bittere armoe en ellende en een wereld van wel doorvoede goedgeschoolde men sen die meedraaien in een soepel producerende welvaartsmachi- Hindoeïsme Het is opmerkelijk hoe in Azië de sfeer in een land bepaald wordt door de religie. Na drie maanden reizen door Moslimlanden maakt het Hindoeïstische India een vrije indruk. Overal zie je vrou wen, ongesluierd en opvallend in hun kleurige saree en korte hes jes, die het middenrif bloot laten, ongeacht de omvang hiervan. De eerste Indiase tempel is een aangename verrassing. The Gol den Temple in Amritsar is van een ongelofelijke schoonheid. Het goud van de tempel weer spiegelt zich in de vijver er om heen en zeer melodieuze klanken komen je vanuit de tempel tege moet. Binnen wordt volop mu ziek gemaakt; iedereen, man, vrouw, jong en oud is welkom en zoekt een plaatsje op de grond om rustig van de sfeer te genieten. Bij de ingang worden je offerbloe- men aangeboden en bij het verla ten'van de tempel krijg je een soort schuimpjes toegestopt. La ter horen we dat je ook gratis in de tempel mag slapen. Wat een versclhl met de vestin gachtige moskeeën, waar je als westerling zelden toegang hebt. Het Hindoeïsme is dan ook de godsdienst van de verdraag zaamheid. Andere godsdiensten en culturen worden in hun waar de gelaten als zij dat ook doen ten opzichte van het Hindoeïsme. Dit is een prettige kant van de godsdienst, maar de keerzijde is de fundamentele ongelijkheid waar het Hindoeïsme vanuit gaat. Kaste Arm geboren worden in India be tekent meer dan alleen maar domme pech. Je wordt in een be paalde kaste geboren op grond van daden in je voorgaand leven. Daar heb je je maór bij neer te leggen en misschien kan je, als je een goed leven leidt, nog in een hogere kaste komen in een vol gend leven. Het verklaart wel iets van de gelaten houding van de kastelozen, de allerarmsten van de bevolking, en ook iets van de zelfgenoegzame houding van de rijken die weinig consideratie lij ken te hebben met de horden be delaars. Het systeem van wedergeboorte werkt weinig inspirerend om veranderingen tot stand te bren gen in de Indiase maatschappij. Toch zijn er sinds de onafhanke lijkheid in 1947 wel dingen ver anderd; er zijn wetten aangeno men, die tot doel hadden het kas tensysteem op te heffen. Maar het gevoel is zo ingeworteld in de maatschappij dat een wet daar niet veel aan kan veranderen. Slechts enkelingen lukt het door de ongelijkheid heen te breken. Een grote groep kastelozen heeft zich enkele jaren geleden be keerd tot het Boedhisme om op deze manier aan het kastesys- teem te ontkomen. Armoe Je bereidt je voor op alle armoe die je in India zal tegenkomen; des ondanks is het een schok als je ermee wordt geconfronteerd. Je wordt door bedelaars bestormd als je het station uitloopt. Blank zijn betekent rijk zijn en geen be delaar zal je dan ook met rust la ten. Je ziet blote kindertjes dikke hongerbuiken, met ellendige verminkingen afwijkingen, moeders met pas geboren baby'tjes op de arm. Je weet niet hoe je houding te be palen; moet je wel of niet geven en als je gaat geven, waar is het einde? Besluit je om niet te ge ven, omdat je er toch niets mee verandert dan blijft er toch iets knagen. Later geef je toch aan iemand die er gruwelijk mis vormd uitziet en je baalt ervan als je achteraf hoort dat veel van deze lichamelijke afwijkingen moed willig zijn aangebracht. Het geeft je een gevoel van grote hulpe loosheid. Een van de eerste dagen in Amrit sar ligt er een dode man op de stoep van het station; een vrouw zit er naast te huilen. Buiten gaat het leven gewoon door; een vrij moderne stad met een druk ver keer. Ook Delhi is een stad van contras ten. New Delhi is ruim opgezet met grote brede wegen, luxe winkels, goede restaurants. Het geeft je een gevoel van herken ning; je beweeg je gemakkelijk door de stad: je hoeft je even niet voortdurend aan te passen en zorgen te maken over hygiëne. De mensen, die je om je heen ziet, zien er welvarend uit. Toch, hier en daar op hoeken van de straat staan bedelaars, 's Avonds strui kel je bijna over mensen, die op straat liggen te slapen. In Delhi zag ik een groot reclamebord voor een vermageringsinstituut en eronder lag een magere bede laar te slapen. Old Delhi lijkt meer op een oosterse stad met Het straatbeeld in een Indiaanse stad. zijn bazaar van zeer smalle straatjes. Het is er overvol; de mensen krioelen door de straten. Je ziet meer dan je verstand kan verwerken. Duidelijk is wel dat hier het armere deel van de be volking leeft. In Delhi zagen we niet veel echte sloppen wijken, maar er zijn ont zettend veel daklozen, die 's nachts gewoon op straat slapen. Een dag, tijdens ons verblijf, re gende het in Delhi en dan dringt plotseling tot je door wat dat voor deze mensen betekent. Met de laatste overstromingen nog in gedachte besef je ook dat dit be paald niet zelden voorkomt. Sloppen zagen we wel volop in Bhopal. Waar wij logeerden in de stationswijk, was armoe troef. Hutten opgebouwd van platge slagen blikken, oude lappen en ander afval. Mensen zaten zich ervoor te wassen in vies bruin wa ter; schamel geklede kindertjes speelden in de modder. Deze mensen vormen geen uitzon dering in India, volgens officiële schattingen leeft 40% onder de armoedegrens. Waarschijnlijk zijn deze cijfers geflatteerd en komt 60% dichter bij de waar heid. Rijkdom Naast schrijnende armoe is er in India ook ongelofelijke rijkdom te vinden. Elke grote stad heeft wel een wijk met mooie brede la nen en veel groen. De villa's wor den meestal goed bewaakt en zowel binnen als buiten het huis vind je volop personeel. Opval lend is dat de rijkere mensen weigeren hun eigen taal te spre ken; Engels is de taal voor de be tere kringen. India heeft een flo rerende toeristenindustrie die niet - zoals wij dachten - alleen draait op westerlingen maar voornamelijk op beter gesitueer de Indiërs. In Bangalore besloten we een toe ristische bustoer te maken. We bleken de enige westerlingen te zijn; alle anderen waren Indiërs, echtparen en gezinnen mooi op gedoft voor een dagje uit. De gids sprak alleen Engels maar dat bleek voor niemand een probleem. De bus bracht ons bij meerdere prachtige paleizen, ongelofelijk opgesmukt met goud, ivoor en fraaie kunstschatten. Deze palei zen behoorden toe aan de maha- radja's, de vorsten van India, die ook nog tijdens het Britse kolo niale bewind - wanneer ze de En gelsen goed gezind waren - veel macht hadden in India. Tot op heden zijn vele maharadjafami- lies nog ongelofelijk rijk. Het paleis van Mysore benam je de adem met al haar goud, kristal, marmer, prachtig houtsnijwerk en edelstenen. Een gedeelte van het paleis is museum, een ander gedeelte wordt nog bewoond. Het is nog niet zo lang geleden, in 1936, gebouwd. Sommige van dit soort paleizen zijn opengesteld als hotel en hier kan je als een vorst verblijven in suites met gro te ronde bedden, grote kristallen kronen en spiegels met gouden lijsten. De badkamers hebben ongetwijfeld gouden kranen en bedienden staan elk moment voor je klaar. intensief wordt gebruikt. Reizen per trein ligt dan ook voor de hand in India. Het is misschien geen onverdeeld aangename, maar wel een heel bijzondere er varing. Vele uren en dagen heb ben we op stations en in treinen doorgebracht. Als je wil kan je je hele reis in en om de trein leven. Elk station heeft zijn zgn. ritiring- rooms waar je kan overnachten, er zijn wachtkamers met douches en er zijn altijd twee restauraties, een vegetarisch en een niet-vege- tarisch. Verder is er van alles te koop op het station; venters lo pen rond met thee, koffie, vruch ten, speelgoed en allerlei zeer pit tige snacks, verpakt in bladeren. Soms heb je een dag nodig om een trein te reserveren. Je staat in lange rijen te wachten en bent overgeleverd aan de ambtenaar achter het loket, die zijn machts positie wel eens aardig kan mis bruiken. Lukt het je te reserveren dan vind je je naam op de lijst die aan de trein hangt en kan je op je gemak in de trein stappen. Lukt het je niet, dan moet je meedoen aan de grote bestorming en dat is geen feest. Wanneer de trein bin nenkomt stort iedereen zich niets of niemand ontziend op de soms nog rijdende trein. Mensen dui ken door raampjes naar binnen, kruipen over eikaars rug en zijn in staat elkaar volkomen plat te drukken. Dragers met grote kof fers en zware kisten op hun hoofd maken onderdeel uit van deze strijd. Daar komt nog bij dat de mensen in de trein dezelfde haast hebben om de trein te verlaten. Het geheel is dan ook een waar slagveld. Dringen is Indiërs ken nelijk aangeboren; soms staat een trein een kwartier stil op een station, maar desondanks wil ie dereen er tegelijk uit. Bij bushal tes kan je rare dingen zien; ze hebben van de Engelse het keu rig in de rij staan overgenomen en er zijn dan ook rekken waar je een voor een aan kan sluiten. Indiërs staan dan wel in de rij, maar plat gedrukt tegen elkaar; ze blijven dringen zonder enig resultaat. Reizen per trein zonder reservering is een ramp. In wagons, bedoeld voor 40 mensen, zitten er vaak wel honderd. Er zitten er acht op een bank van vier; er zitten men sen op de grond of in het bagage rek. Heel wat minder vermoeiend is zo'n reis, die al gauw 24 uur duurt, als je een bed in de vorm van een houten bank hebt kun nen reserveren. Eten en drinken is nooit een probleem. Als alle passagiers zijn ingestapt, wordt de trein vanuit de restauratie gefourageerd. Sta pels bladen met maaltijden wor den naar binnen gedragen; de maaltijd bestaat uit rijst met en kele curry's en als je eenmaal ge wend bent aan de kruiden smaakt het prima en het is zeer goedkoop. In de trein probeer je wat contacten te leggen, hier en daar een visje uit te gooien over politiek. Niet gauw zullen we de reisgenoot vergeten die ons al heel snel en zonder schroom vertelde: "Ik ben een dichter en heel beroemd in India". Politiek Pratend met mensen in de trein hoorde je je vaak de mening dat er tijdens de noodtoestand van Indira Gandhi tenminste orde en rust was in het land. En zelf moe ten we het eerlijk bekennen; als je geconfronteerd wordt met alle barre ellende zou je ook het liefst de noodtoestand af willen kondi gen. Indira Gandhi's noodtoe stand heeft er weinig goeds ge bracht en Desais coalitiepartijen hadden niet veel meer met elkaar gemeen dan de wil om Indira te laten vallen. De situatie in India is nu weer dezelfde als voor de noodtoestand. De coalitiepartij en hebben het te druk met elkaar onderling te bevechten om nog iets zinnigs tot stand te kunnen brengen. Over en weer beschul digen ze elkaar van corruptie en de oppositie legt daar nog graag een schepje bovenop. Onrust is er genoeg in het land en Desai wordt geregeld verweten de situatie niet in de hand te hebben. Het vreemde is dat India oppervlak kig gezien er economisch hele maal niet slecht voorstaat. Het is de tiende industriële macht van de wereld. Het heeft het afgelo pen jaar zo'n goede oogst gehad dat het graan exporteert, de infla tie schijnt laag te zijn en het bruto nationaal produkt groeide in 1978 met 4% (Time Magazine 5-2-'79). Scheef Aan wie deze groei ten goede komt is daarmee natuurlijk niet ge zegd. Nog steeds leeft zeker de helft van de Indiase bevolking onder de armoedegrens. Sinds de onafhankelijkheid heeft de rege ring altijd prioriteit gegeven aan de industrie, terwijl slechts 12 miljoen mensen in de industrie werkzaam zijn en 130 miljoen in de landbouw. Zowel de Janata- partij van Desai als de Congres- partij van Indira Gandhi steunen dan ook voor het merendeel op groot industriëlen. Deze indus trieën zijn voornamelijk in han den van enkele vooraanstaande families. Ook de landbouwsector is in handen van een kleine groep. Grootgrondbezitters maken er de dienst uit. Bezitsverhoudingen op het platteland liggen behoor lijk scheef: 60% van de bevolking heeft slechts 9% van de grond. De laatste jaren zijn er wel veel po gingen gedaan om de landbouw sector te verbeteren. Met de "groene revolutie" werd gepoogd de produktie te verhogen door technologische vernieuwingen. Dit programma bood echter al leen perspectieven voor boeren die ofwel geld bezaten ofwel kre dietwaardig geacht werden. De meesten vielen daardoor al direct uit de boot en velen kwamen door de vooruitgang van rijkere boe ren nog verder achterop en zagen zich genoodzaakt hun land te verkopen. De groene revolutie was bovendien alleen mogelijk in enkele staten waar voldoende water aanwezig was, zodat ook regionaal ongelijkheid in de hand werd gewerkt. De regering is natuurlijk niet hele maal blind voor de positie van de allerarmsten en heeft via wetten wel pogingen gedaan om deze te verbeteren. Er bestaat een wette lijk minimumloon voor landar beiders, er is een maximum ge steld aan grondbezit en de rege ring probeert het vormen van coöperaties te bevorderen. De maatregelen komen echter niet veel verder dan het papier, er zijn geen sancties en degenen die het aangaan zijn ongeletterd en kun nen zich slecht weren. Ondertussen vind je berichten in de krant over grootgrondbezitters, die wreedheden begaan jegens de kastelozen. Hutten van kostelo- zen werden plat gebrand als straf voor het feit dat zij het gewaagd hadden van een openbare bron gebruik te maken. In de staat Bi- har werden een kasteloze alle vingers afgehakt omdat hij meer vroeg dan een kilo rijst voor een hele dag werk. Het Indiase ministerie van bin nenlandse zaken geeft in een rapport openlijk toe dat jaarlijks zo'n 200 paria's gedood worden door landheren. Die openheid is eigenlijk wel weer positief; India maakt geen geheim van haar problemen en misstanden. Afgelopen Altijd i 'el gelegenheid voor een praatje Dit is een andere kant van India en als toerist word je geacht al deze rijkdommen te bezoeken. Niet zelden word je op straat of in een restaurant aangesproken met de vraag of India je bevalt. Als je dan beleefd reageert volgt er een op sommingen van bezienswaar digheden van pracht en praal, die je beslist niet mag overslaan. Zeg je iets over de schrijnende armoe, die je onaangenaam getroffen heeft, dan is het gesprek altijd snel afgelopen. Tussen de rails India heeft 60.000 km rails, een gi gantisch spoorwegnet, dat zeer Een eenvoudige maaltijd onderweg.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1979 | | pagina 25