De dagen van het woonerf zijn geteld
1
I
vis
sport
Nieuwe woonwijken vol ,tuttigheid', ,blokhutrococo' en .volksbedrog en flauwekul'
emty-
Viswedstrijd voor de jeugd
ZATERDAG 16 JUNI 1979
EXTRA
PAGINA 23
Het woonerf: disco-architectuur, gericht op de onmiddellijke bevrediging van de behoefte.
DELFT - De dagen van het
woonerf zijn geteld. De pe
riode van kleinschaligheid
en herbergzaamheid met
„de architect als padvin
der" loopt ten einde, voor
spelt architect prof. Carel
Weeber. Over vijf jaar zal
de nu studerende genera
tie architecten aan de slag
gaan en een eind maken
aan de huidige knutsela
rij.
Weeber was een van de inleiders op
het tweedaags congres over ar
chitectuur in Nederland. Een bij
zonder congres, want het was
voor het eerst sinds 1961 dat er
weer over architectuur werd ge
praat. Sinds inspraak en sociale
wetenschappen architectuur
meenamen in hun stroomver
snelling, is het ook in de vakbla
den stil geweest rond het wezen
lijke van architectuur de vorm
geving. Ieder werkte voor zich.
Nu heerst het gevoel dat men in
een hopeloze impasse zit.
De inleiders op het congres spaar
den hun kritiek dan ook niet. Met
verwijzingen naar vooral de
nieuwbouwwijken, die overal op
dezelfde wijze worden volge
stouwd met bonte eengezinswo
ningen langs kronkelige
straatjes, werd de huidige archi
tectuur bestempeld als „tuttig
heid", „blokhuttenrococo",
„volksbedrog en flauwekul". De
meer dan 100 architecten die de
studiedagen bezochten, hoorden
zo.nder veel protest hun vonnis
aan.
Aquarium
Ook de twee inleiders van buiten
het vakgebied, de televisie-grafi
cus Jaap Drupsteen en de bioloog
Dick Hillenius, toonden weinig
ontzag voor het werk van de ar
chitecten. Drupsteen verweet
hen naast kneuterigheid ook
saaiheid, en pleitte voor „vrien
delijke versiering", ornamentiek.
Vroeger had je stationsgebouwen
die in opzet hetzelfde waren,
maar door hun aankleding vol
komen verschillend en aantrek
kelijk werden. „Als je nu in een
modern gebouw moet wachten,
kun je beter je eigen posters en
aquarium meenemen, anders
verveel je je te pletter".
Hillenius meende dat de dieren
tuin-architecten verder zijn met
hun vak dan de mensenwereld-
architecten. De eersten hebben
nauwkeurig het gedrag van die
ren bestudeerd en zich gericht op
hun behoeften. De chimpansees
in Burgers Dierenpark in Arn
hem vertonen bijna hetzelfde ge
drag als hun soortgenoten in het
wild in Afrika, ze voelen zich dus
thuis. Dat is te danken aan de uit
gekiende architectuur, waardoor
de apen niet steeds merken hoe
zij, met vele andere dieren rond
hen, opgesloten zitten. Zo wordt
hun agressiviteit binnen de per
ken gehouden. Mensen leven ook
veel te dicht op elkaar en zijn
daarom gebouwen gaan maken
om elkaar niet steeds te hoeven
zien. Architecten zouden aan dat
soort biologische mechanismen
meer aandacht moeten besteden,
merkte Hillenius op. „Architec
ten zijn vaak dictatoriaal en im
perialistisch: ze maken kunst
waar ze mensen dwingen in te
wonen".
Hasj
Wat is er de afgelopen 15 jaar ge
beurd dat architecten nu zo op
hun gezicht krijgen? Weeber gaf
enige geschiedschrijving.
Aan het begin van de jaren '60 werd
gesteld dat de architect verant
woordelijk is voor de maat
schappij. Zo kwam bijvoorbeeld
de opvatting naar voren dat be
paalde ontwerpen democratische
ontwikkelingen zouden kunnen
voortbrengen. Er kwam een on
derscheid tussen mensenlijke en
onmenselijke architectuur.
Toen tien jaar geleden aan de Delft-
se Technische Hogeschool (waar
Weeber les geeft) de democratise-
ringsstrijd begon, hield men op
met ontwerpen en ging het alleen
nog maar om de maatschappelij
ke kant van het bouwen. De so
ciale wetenschappen werden in
huis gehaald en de vormgeving
werd voortaan verkocht met
woorden als herbergzaamheid,
beleving, ontmoeting en partici
patie.
In de woningbouw sloegen de ar
chitecten ineens om van hoog
bouw naar laagbouw; in de
stadsuitbreidingen wordt de
maat van een huis zowel grootste
als kleinste maat; bouwblokken
bestaan niet meer. Domineerden
vroeger „collectieve vormen", nu
komt de nadruk te liggen op het
aparte van ieder individu. In feite
werd daarbij het beeld van de
nieuwbouw eentoniger dan ooit,
aldus Weeber.
In de nieuwbouw zijn het altijd
dingen die je ziet, objecten, nooit
ervaar je ruimte. Terwijl de kunst
van het bouwen en van stede-
bouw juist is om de ruimte die er
is groter te laten lijken. „Sinds de
formele willekeur - verspringen
de korte bouwblokken, daken in
alle mogelijke en onmogelijke
richtingen, natuurlijke aardse
kleuren en materialen, toegedekt
door inspraak - is de architec
tuurpraktijk gereduceerd tot een
vorm van hasj: de verdoofde en
verdovende architect als dealer
voor toekomstige gebruikers laat
zijn produkt via de opbouwwer
ker bezorgen".
Kookboek
Ondanks de wirwar van vormen
komen er zelden aantrekkelijke
stedelijke ruimtes tot stand. De
stedebouw is in het slop geraakt.
Van de architect wordt verwacht
dat hij met zijn gebouwen ook de
stad vorm zal geven, en dat, vol
gens Weeber, is op niets uitgelo
pen. Hij pleitte voor de oude ste
debouwer als vormgever van
openbare ruimtes (parken, plei
nen, straten) die het kader aange
ven voor de architect.
Hoe moet dat? „In de nieuwe wij
ken van Alphen, Apeldoorn,
Heerhugowaard en Almere heb
ben de stedebouwers hijgend ge
probeerd beleving uit te druk
ken; het zijn zeer verschillende
plattegronden geworden, maar
volkomen identieke wijken. Je
ontwerpt geen stad door de bele
ving ervan te ontwerpen, zoals
ook een kookboek waardeloos is
als het zou bestaan uit beschrij
vingen van smaken van gerech
ten in plaats van uit recep
ten,,
Een neutrale, functionele platte
grond zoals van New York (met
een stratenpatroon als een
ruitjesschrift) heeft geleid tot een
aantal heel verschillende steden.
Weeber wilde weer objectieve
normen vinden voor stedebouw.
Alleen dan ook kan er tussen de
vele mensen die betrokken zijn
bij het opstellen en gebruiken
van stedebouwkundige plannen
een feitelijk gesprek komen en
kan overeenstemming worden
bereikt.
Met het noemen van objectieve
normen als basis voor een ge
sprek raakte Weeber een
probleem dat ook steeds bij an
dere inleiders doorklonk.
Vormentaal
Ook prof. W. G. Quist was op zoek
naar een objectieve „taal". Als
rijksbouwmeester ziet hij toe op
alles wat het Rijk vertimmert en
werkt zodoende samen met veel
architecten door heel Nederland.
Hij vroeg zich af: „Wat gebeurt er
op de essentiële momenten van
het ontwerpen, dat je iets wel of
niet doet? Wat maakt iets tot ar
chitectuur?" Hij merkte op dat er
net als met kunst niet over valt te
praten. Maar architectuur gaat
velen aan, er móet over zijn te
praten.
Hij trok een vergelijking met de
taalwetenschap: zoals daar de
taal met zijn tekens uiteengera
feld wordt als systeem van bete
kenissen, zo zou ook de architec
tuur met haar vormen ontleed
moeten worden. De regels van
het functioneren van de architec
tuur moeten zichtbaar worden
gemaakt.
Daarmee was het congres op een
wel heel abstract en theoretisch
niveau gekomen. Toch is het een
heel concreet probleem: boven
genoemde objectieve ontleding
moet architectuur bespreekbaar
en controleerbaar maken. Terwijl
in de discussies tijdens de twee
studiedagen de onvrede over de
stand van zaken voelbaar was, de
onvrede over de eindeloze reeks
cliché's die in nieuwe gebouwen
zijn te vinden, kon er toch nau
welijks over gepraat worden
zonder gelijk weer te vervallen in
stoplappen en subjectieve ter
men als gevoel en ervaring. Ooit
in vroeger eeuwen heeft de archi
tectuur vanzelfsprekende voor
schriften gekend die haar alge
meen, objectief maakten. Zoals
Weeber opmerkte, leven we nu
met de idealen van het roman
tisch kunstenaarschap: originali
teit, losstaan van algemene vor
men. Daarmee is bouwkunst niet
meer bespreekbaar.
Disco
In een cultuur-filosofisch kader
had ook een andere inleider al
gewezen op de geschiedenis:
prof. A. Tzonis, uit Griekenland
afkomstig en vorig jaar gastdo
cent aan de TH in Eindhoven,
merkte op hoe de maatschappij is
uiteengevallen. Er is geen weder
zijds vertrouwen meer. men richt
zich op zichzelf. In deze crisis
neemt men zijn toevlucht tot
vluchtige genoegens zoals in dis
co's. Ook de architectuur is het
spoor bijster. Tzonis sprak over
„disCo-architectuur": gericht op
onmiddellijke bevrediging van
behoeften. De bielzen op het
woonerf moeten zogezegd gezel
ligheid suggereren.
In de stedebouw zou tegenover de
heersende individualiteit juist ui
ting gegeven moeten worden aan
het gevoel van verbondenheid
tussen mensen: de openbare
ruimte zou die algemene noemer
moeten uitdrukken. Weeber
haakte daarop in: „Als ik op zo n
woonerf loop, vind ik dat dood
eng. Inderdaad is daar misschien
de uitdrukking van het openbare
te weinig aanwezig".
Met bezweringen en raadgevingen
van alle mogelijke soort gingen
de verzamelde architecten zo na
twee dagen stilletjes naar huis.
Een zware steen is geworpen in
een rimpelloze vijver. In de dis
cussies wist men zich met de
frontale kritiek geen raad en
werd er snel uitgeweken naar on
gevaarlijke vraag- en antwoord
spelletjes over ornamentiek en de
biologie van de mens.
Als troost is er nog een relativeren
de opmerking genotuleerd van
een andere inleider, de architect
Theo Bosch; „De Pijp is een
dooie architectuur, slechte ste
debouw ook, toch is de Albert
Cuyp met de markt een bruisen
de straat". Architecten moeten
niet te veel pretenties heb
ben.
Vorige week beloofde ik u in
deze rubriek aandacht te be
steden aan een visserijkundig
onderzoek dat werd ingesteld
in het Oegstgeester kanaal,
een vrij druk bevaren en be
viste verbinding tussen de
Kagerplassen en de Leidse
Rijn. Het kanaal vervult een
belangrijke rol bij de wateraf
voer in Rijnland naar de uit
wateringssluizen in Katwijk
aan Zee. Het onderzoek werd
in februari vorig jaar uitge
voerd met een kuilnet en via
electro visserij.
De resultaten daarvan werden
pas zeer recentelijk ter kennis
gebracht van de bezitter van
het visrecht in dit water, de
Hengelaarsbond voor Leiden
en omstreken. Dat gebeurde
door de visserijkundig amb
tenaar in Zuid-Holland ing.
N.C. van Doorn.
In vier trekken met de kuil op
verschillende punten in het
kanaal en via electrovisserij
bij de oevers en in een paar
aangrenzende watertjes wer
den in totaal 635 vissen ge
vangen met een totaal ge
wicht van 86.9 kilo. Zoals
reeds verondersteld werd
door de Leidse hengelaars-
bond bleek het Oegstgees-
terkanaal grote hoeveelheden
brasem te bevatten. Van de
totale vangst was niet minder
dan 31.8 kilo brasem (158
stuks)
Kolblei
De brasem die in de netten
kwam varieerde in lengte van
vijf tot zevenenveertig centi
meter. Op die maten kom ik
straks nog terug. Nauw ver
want met de brasem, en ook
veel voorkomend in het
Oegstgeesterkanaal is die
kolblei. Er werden er 152 ge
vangen met een gewicht van
13.4 kilo en in afmeting va
rieerden ze van 11 tot 38 cen
timeter.
De derde vissoort die in flinke
aantallen werd aangetroffen
was de voorn. Tijdens de
proef werden er 92 blank
voorns gevangen en 54 ruis-
voorns. De ruisvoorns bleken
gemiddeld veel groter van
stuk dan de blankvoorns
hoewel van beide soorten
geen grotere exemplaren
werden aangetroffen dan 28
centimeter.
Wat de roofvis betreft in het
kanaal en aangrenzende wa
teren bleken zowel snoek,
snoekbaars als baars rond te
zwemmen. Snoeken werden
er zestien gevangen met een
totaal gewicht van 10.7 kilo en
in lengte uiteenlopend van 19
tot 90 centimeter. De twaalf
snoekbaarsjes die gevangen
werden waren vrijwel alle
maal klein van stuk getuige
het gezamenlijke gewicht van
ruim één kilo. De grootste
was 45 centimeter. De gevan
gen baars (44 stuks) varieerde
in lengte tussen de 7 en 36
centimeter.
Gevarieerd
Dat het Oegstgeesterkanaal een
zeer gevarieerde visstand
heeft bewijzen de vangsten
van andere soorten als aal,
zeelt, boerenkarper. flink was
pos en zegge en schrijve één
i
i vele verschillende vissoorten rond. Alleen de groei van bepaalde
grondel. Karper werd er by de
proef niet veel gevangen:
slechts drie exemplaren. Dat
waren wel redelijk grote
exemplaren tussen de 41 en
55 centimeter. De geringe
karperbezitting is voor de vis
serijkundig ambtenaar aan
leiding geweest om te advise
ren tot het proefsgewijs uit
zetten van 250 kilo driezome-
rige karper.
Positief punt, dat uit het onder
zoek naar voren kwam, was
dat de kwaliteit en de conditie
van de gevangen vis over het
algemeen goed was. Minder
rooskleurig waren de resulta
ten van een onderzoek naar
de groei van de vis. Aan de
hand van een aantal schub-
monsters werd de leeftijd van
voorns en brasems bepaald
en daaruit bleek dat de beide
vissoorten in groei achterblij
ven by de groei van deze vis
sen onder gunstige omstan
digheden.
Een verklaring daarvoor kan
onder meer gevonden wor
den in het feit dat de vrij kale
bodem en de oever slechts
weinig visvoedsel. zoals
muggelarven en slakjes bleek
te bevatten. In het kanaal zelf
werd op de bodem geen be
groeiing aangetroffen en de
oeverzone was slechts plaat
selijk met planten begroeid.
Dit in tegenstelling tot de
aangrenzende wateren.
Slechte groei
Als we de cijfers van de blank
voorn nader bekyken dan
blijkt deze vissoort in het
Oegstgeesterkanaal tot in het
tweede levensjaar goed te
groeien. Daarna neemt de
groei sterk af. Zo blykt een
blankvoorn met een leeftyd
van vijf jaar een gemiddelde
lengte van 16.4 centimeter be
reikt te hebben. Was de vis
optimaal gegroeid dan had hij
al 21 centimeter moeten zijn.
Het achterblijven van de groei
is nog sterker op tieryarige
leeftijd. In het Oegstgees
terkanaal is de blankvoorn
dan gemiddeld 23.7 centime
ter. By een optimale groei 30
centimeter.
De groei van de brasem is zo
mogelijk nodig matiger. Een
vijfjarige brasem uit het
Oegstgeesterkanaal blijkt
bijvoorbeeld gemiddeld nog
geen 25 centimeter op de
meetlat te brengen. En dat is
in feite zeven centimeter te
weinig. Brasems van tien jaar
blyken nog sterker achter te
lopen: ruim 38 centimeter in
plaats van de 50 centimeter
die het eigenlyk zou moeten
zijn.
Pootsnoek
In het uiteindelijke advies aan
de Hengelaarsbond komt
men echter niet tot de conclu
sie dat de brasem in het water
uitgedund zou moeten om de
groeikansen te vergroten. Wel
bepleiten de visserijdeskun
digen het uitzetten van
pootsnoek om de aantrekke-
lykheid van het viswater voor
de sportvisser te vergroten.
Een andere "beheersmaatre
gel" die wordt gesuggereerd
is het verbeteren van de wa
terkwaliteit ter plaatse.
Dat laatste zal geen gemakke
lijke opgave zyn omdat het
Oegstgeesterkanaal aan het
einde van de route van het
boezemwater door Rynland
ligt en dus onderweg tal van
vervuilingsbronnen is gepas
seerd. Dat de waterkwaliteit
niet al te best is blykt uit het
feit dat de hoeveelheid zuur
stof. die in het water zit, nogal
matig is. Bovendien blykt het
water zeer grote hoeveelhe
den nitraten en fosfaten te
bevatten en daarnaast ook
nog een vry hoog promillage
ammonium.
In het algemeen wordt gecon
stateerd dat het water van
geen werkelijk beheer sprake
kan zyn omdat het in open
verbinding staat met een
groot aantal andere wateren.
Daarom zal van invloed zijn
welke maatregelen in deze
nabygelegen viswateren
worden genomen Een ding is
in elk geval duidelyk. Het
Oegstgeesterkanaal bevat
flink wat vis, in vele variëtei
ten.
Ik vermoed - maar meer dan
gissen is het natuurlyk niet -
dat de uitkomsten van het
onderzoek in het Oegstgees
terkanaal in grote lynen ook
zullen gelden voor een groot
aantal andere wateren in Lei
den en directe omgeving. Met
name het verschynsel van een
intensieve brasem- en
kolbleistand, die in groei dui
delijk achterblijft, is geen on
bekend verschynsel in het
ons omringende viswater.
'et is langzamerhand eeu tra
ditie geworden dat de Hen
gelaarsbond voor Leiden en
omstreken jaarlijks in de eer
ste maand van het nieuwe vis-
seizoen een grote hengelwed-
strijd organiseert voor de
jeugd uit Leiden en omgeving.
Dit jaar wordt de wedstrijd
gehouden op zaterdag 23 juni
Plaats van handeling is de
Witte Singel tussen het Noord-
einde en de Herenstraat
De wedstrijd staat open voor
jongens en meisjes van tien tot
vijftien jaar. Zij kunnen zich
tot en met dinsdag 19 juni
bi' hengelsport-
huil
het Le
vendaal 28 of bij het kan
van de hengelaarsbond aan
de Martwtg 1'34 De dad ne
ming aan het jeugdviscon-
cours is gratis
Deelnemertics vissen vanaf ne
gen uur 's ochtends gedurende
oiwMktK uur Hi t nmmmtr
van de visplaats kan men
vanaf kwart over acht cfha-
len bij het Leidsch Dagblad
aan rle WittCSm gel I |W Pf>
- ongeacht de maat - telt mee
voor het totaal De fraaie prij
zen die er te uunnen zijn zul
len later op de dag - 's mi
dags om een uur - worden u
gereikt tijdens een fcestelij
bijeenkomst in het Antnm
Clubhuis aan de Lange Mar