S/orden energiebesparende uitvindingen wel serieus genomen
1
Een paradijsje
i dankzij afval
m^VERDAG 16 JUNI 1979 ill, M
Pj II Til F Tr^i
grsi
Benzine op de bon? Televisieloze avonden? Extra belasting voor energieverslinders? Het
dreigt. Want de crisis naakt. De ministeries worden overstroomd met vindingen ter bestrijding
van het Grote Tekort. Zijn die vindingen serieus? Worden ze serieus bekeken? Pieter van de
Vliet sprak met drie uitvinders.
Door
Pieter v. d. Vliet
per dag wordt gestort. Je zou
kunnen zeggen dat per dag daar
ter waarde van 150.000 liter olie
wordt weggegooid. Dat is per jaar
45 miljoen liter.
„Er kan ruimschoots meer energie
worden bespaard dan -vijf pro
cent. Als het afvalhout wordt ge
bruikt is de besparing tenminste
twintig procent en vermoedelijk
meer aldus Kennis in een rap
port dat het volgens hem bij di
verse ministeries al ver heeft ge
bracht.
Hij vindt dat er in Nederland net als
in Denemarken voorschriften
moeten komen waardoor het ver
spillen van hout dwingend wordt
voorkomen.
Er zouden centrale stookplaatsen
moeten komen waar byvoor-
beeld de containerbedrijven te
recht kunnen. De stortkosten zijn
nu nog hoog en de rijafstanden
lang. wat het klandestiene stor
ten in de hand werkt. Het hout
dat de gemeentelijke reinigi-
gingsdienst gescheiden ophaalt
en eventueel oud papier, alsmede
hout van de plantsoenendienst,
zou ook naar die centrale stook
plaats moeten worden ver
voerd.
Volgens Kennis is er in Nederland
zoveel overtollig hout voorhan
den. dat het verzameld een hui
zenhoge berg ter grootte van de
provincie Utrecht zou opleve
ren.
We wandelen tot slot langs zijn
kustlijn. ..Kijk", zegt hij, „dat is
mijn buurman". Hij wijst naar er
gens aan de einder. Ondanks de
afstand is te zien dat het ook om
een comfortabel optrekje gaat.
Zwolsman woont daar. Kennis
constateert tevreden dat Zwols
man slechts met de golven mee
kijkt. Hij zelf kijkt er tegen in.
Zulke dingen teUen in die con
treien.
Vooral voor Kennis. Niet alleen
vanwege de status. Ook niet al
leen uit oogpunt van natuur
schoon. Maar vooral ook doordat
zo heel wat afvalhout aan
spoelt.
OOSDRECHT - Een
paradijsje. Dankzij
afval. Een fiks eiland
in de Loosdrechtse
Plassen. Goud waard.
Eigenaar en bewoner
is C. M. F. Kennis.
rjk geworden door alles te doen
wat de wegwerpmaatschappij
niet leert. Ongeveer met zijn ei
gen handen - en in ieder geval
met zijn eigen handigheid - heeft
hij kort voor de komst van het
terecht regelende Plassenschap
het met betrekkelijk weinig geld
verkregen eiland vertienvou
digd. Duur was dat niet. In zijn
water gestorte „beren" kon hij
fuilen voor flinke hoeveelheden
^«juin. Die beren waren nog een
MWIioop waard doordat de Duitsers
.zo'n haast hadden een verloren
^^goorlog te winnen dat ze het eerst
onvoldoende lieten uitlekken. Er
zat dus nog heel wat ijzer in die
grillige klompen,
moet het maar weten, je moet het
maar zien. Kennis zag hoe de man
die het zand opspoot er van
proefde. Het smaakte naar geld.
Want het bleek bijna honderd
I procent kwarts te zijn. Een
kwartsader in de Loosdrechtse
Plassen. Uniek voor Neder
land.
De NV Fijnzand Exploitatie Maat
schappij was snel opgericht.
Kennis bedacht dat je met die
kwarts een heel leuk produkt kon
maken. Je zakken vullen met een
vulmiddel. Met dat Porion haalde
hij als eerste Nederlander de En
gelse blauwe wimpel (Blue Rib
bon).
Het droogstoken van het gouden
zand gebeurde aanvankelijk op
het eiland. Eerst met olie. Later
met afvalhout. Dat kon hij volop
krijgen. Want de chauffeurs wa
ren de inhoud van hun containers
liever kwijt dan rijk. In plaats van
geld voor het storten te moeten
betalen kregen ze geld toe. Al was
dat niet veel. Vijf gulden. Toch
waren ze blij met dat fooitje. Er
ontstond een lawine van hout.
Genoeg voor wel tien zanddroog-
trommels.
Het acht hectaren metende eiland
ligt onaantastbaar in de land vre
tende plassen. Een paar duizend
enorme vrachtautobanden die de
Utrechtse fabriek UBO maar al te
graag voor een paar kwartjes per
stuk afstond omdat ze er geen
raad mee wist, zorgen voor een
perfecte waterkering. De banden
zitten na al die jaren nog onwrik
baar op hun plaats met klauw-
achtige strippen staal. In elke
band steekt een tak wilgenhout
dat daar wel groeien wil.
Kennis bezorgde een kennis even
eens een waterdichte beschoei
ing: een partij oude schoenen die
hij voor een prik kocht. De Am
sterdamse Westertoren is tenslot
te ook op koeienhuiden ge
bouwd, wist hij.
Er is nog steeds gouden zand op het
eiland. Konijnen hebben er on
telbare holen in. De fabriek in
Hilversum, waar het vulmidddel
nog steeds wordt gemaakt, is in
middels in Duitse handen over
gegaan.
Op de tegels voor de werkplaats op
het eigenhandig gemaakte eiland
zitten vlekkerige plakken ge
morst vulmiddel. Gedenkstenen.
Zijn beeldhouwende, boetseren
de, tuinierende vrouw heeft een
monument voor de vinding van
haar man opgericht. Enorme
slakken en ganzen, grotendeels
vervaardigd van vulmiddel.
In de tuin groeit een zeldzame uit
Californië afkomstige boom. Een
Meto Sequoia. Die bomen kun
nen zo groot worden dat je in de
stam een poort kunt uithouwen
waardoor een auto kan rij
den.
„Het is geen kunst om maar te be
stellen", zegt Kennis. De
staalglazen deur, die naar de ver
anda van zijn landhuis De Turf
Rijk geworden door alles te doen wat de wegwerpmaatschappij niet leert..
schuur leidt, is van Hunkemöller
Lexis. Die deur kost nieuw zeker
duizend gulden en zou op de
vuilnishoop zijn gekomen als
Kennis niet zijn oog erop had la
ten vallen. Hetzelfde geldt voor
tl-buizen van het vernieuwde
Nieuw Engeland in Amsterdam.
Hij bezit ook het Amsterdamse
Rokin-pontje dat in Loenen werd
gebruikt toen de brug daar kapot
was. Kennis kocht dat stukje an
tiek verval voor vijfentwintig
gulden. Hij heeft meer van die
ogenschijnlijke waardeloze din
gen: aftands ogende stofzuigers
die het nog wonderwel doen, een
tiental bestofte koffers uit
grootmoeders tijd, houten lok
eenden, muurijzers van het
stadhuis in Bussum waar hij
trouwde.
Met een aan de sloop ontsnapte,
nog perfect rijdende auto rijdt hij
op het eiland rond, versleept hij
de zelfgemaakte tent naar de ei
genhandig vervaardigde barbe
cue met de volgens het kruiwa
genprincipe verrijdbare tafels en
sioelen, of voert hij het huisvuil af
naar een oude stoomketel. Met
die energie zou hij gemakkelijk
het huis kunnen verwarmen. Met
het drijfhout dat aanspoelt op zijn
meer dan tweehonderd meter
lange kust kan dat nog beter.
Het hout ligt voor het oprapen.
Twee kilo geeft evenveel energie
als een kubieke meter aardgas of
een liter olie. Er gaat zoveel hout
verloren, dat dit jaarlijks neer
komt op zo'n twee miljard liter
olie. „En dan ben ik nog aan de
voorzichtige kant geweest", zegt
Kennis.
Hij berekende dat alleen al op de
stortplaatsen Naarden en Wilnis
driehonderdduizend kilo hout
5KEREN - De vette walm, die het
leven in het vlak bij de Neder
landse grens gelegen Belgische
dorpje Hoogstraten soms on
draaglijk maakte, is verdwenen.
Slechts een wittfe rookpluim is
nog te zien boven de schoorsteen
van de voormalige boosdoener.
Toch wordt in het Nederlandse
bedrijf Spanplank net als voor
heen isolatiemateriaal vervaar
digd. En net als vroeger wordt de
dagelijkse tweehonderd kilo af
val, voornamelijk piepschuim en
asfalt, verbrand.
)at de mensen in Hoogstraten op
gelucht kunnen ademhalen is te
danken aan een vinding van de in
het naburige Ekeren wonende 42-
jarige Raf Jegers. Hij laat een
piepklein stukje pijp met een mi
nuscuul sproeiertje zien. Onder
zeer hoge druk wordt er ruim
twintig liter water per minuut
doorgeperst. Met dodelijke
kracht. Wie het zou wagen zijn
hand voor het sproeistuk te hou
den kan wel dag met het handje
zeggen. „Ge wordt in enkele se
conden uitgebeend", zegt
Raf.
Het door het sproeiertje geperste
water explodeert als het ware.
Het spat uiteen in ontelbare, on
zichtbare druppeltjes. „Door het
grote aantal druppeltjes is het
contactoppervlakte van het wa
ter enorm. Doordat de druppels
zo klein zijn is de oppervlaktes
panning uiterst gering. De ver
brandingsgassen worden zo ge
makkelijk in het water opge
lost".
Ongelovige Thomassen laat hij de
schoorsteen beklimmen, opdat
ze het met eigen ogen zien en rui
ken. Niemand is tot nu toe als een
beroete meeuw omlaag ge-
stoort.
Jegers zegt dat zijn installatie niet
alleen effectiever maar vooral
ook heel wat minder ingewikkeld
is dan de „erkende" produkfen.
Hij heeft geen dure filters nodig,
omdat het water zijn filter is. Hij
heeft ook geen elektriciteit nodig
om de stofdeeltjes te laden en zo
neer te laten slaan, omdat het stof
in water oplost. Een pomp met
een motor van 13 PK is voldoen
de.
De zuivere lucht is niet het enige
voordeel van zijn vinding. Ener
gie noch water worden verspild.
De energie die vrijkomt bij het
verbranden van het asfalt wordt
gebruikt om de fabriek te ver
warmen. Met hetzelfde water kan
zeker een maand worden gefil
terd. En zelfs het vuil dat uit de
verbrandingsgassen wordt ge
haald, carbonzwart, wordt ge
bruikt voor het maken van inkt of
autobanden.
„Met mijn boerenverstand maak ik
gebruik van een natuurwet, die
zegt dat elk gas in water oplost.
Zo logisch en eenvoudig, dat ik in
wetenschaps- en overheidskrin
gen voor gek wordt versleten. Al
is het wel zo dat uit het bedrijfsle
ven steeds meer vraag naar mijn
vinding komt. Deze week moet ik
zo'n installatie bij een varkens
slachterij aanleggen. Tweehon
derd procent zeker ben ik dat het
ook daar werkt".
„Het enige perpetuum mobile is het
ministerie", zegt hij spottend.
„Mijn kruistocht langs al die
overheidsgebouwen heeft me
geen frank opgeleverd". Het
heeft hem alleen maar geld ge
kost. Honderdduizenden franks-
kes. „Als uitvinder moet ge kun
nen afzien", zegt hij.
„Een uitvinder is gevaarlijk. Omdat
hij denkt, zoekt, kijkt. Omdat de
meeste mensen weten zonder
onderzocht te hebben, kijken
zonder gezien te hebben. Een uit
vinder is een bedreiging van
prestige, relaties, functies. Een
bedreiging van met boekenwijs
heid volgstampte knappe bollen.
in wier computergeheugens geen
plaats meer is voor twijfel, ge
voel, creativiteit. Ik heb eens op
een ministerie het verwijt te ho
ren gekregen dat ik te individua
listisch ben. Dat beschouw ik als
een compliment. Het is het te
genovergestelde van de vervlak
king, de vergrijzing, de bureau
cratie. Ge zoudt in Holland spre
ken van de vertrossing."
Met vermoedelijk dezelfde druk die
achter zijn vinding steekt, stort
hij de stroom bittere woorden
over de toehoorders uit. Woorden
die terug te vinden zij in zijn boek
„Lauw water doet braken".
„Met lauw water karakteriseer ik de
mensen die niet zich zelf durven
te zijn. Die dood zijn voor ze ge
leefd hebben. Die geëindigd zijn
omdat ze nooit aan beginnen
dachten. Aan zulke mensen heb
ben wij ons einde te danken als er
niet snel iets verandert. Want die
mensen zijn bereid ter wille van
Sproeiertje veel effectiever dan dure filters..
hun prestige, relaties, functies,
het leven te vernietigen. Ze over
schrijden de natuurwetten. Ze
doen de oerprincipes geweld aan.
Dat zijn de mensen die de atomen
afbreken. Die ons slachtofferen
ter wille van de macht".
Jegers is zaakvoerder geweest in
een supermarkt. Hij heeft een
transportbedrijf met vijf vracht
wagens gehad. „Die camions zou
ik gemakkelijk kunnen vullen
met de correspondentie die ik
met de verschillende ministeries
heb gevoerd". Hoe vaak heb ik
daar niet gehoord dat ik ongelijk
had omdat ik geen formules ken
en zij wel. Hoe lang zal het nog
duren voor theorie en praktijk
hand in hand gaan in plaats van
met elkaar te botsen?".
„Want oordeel zelf. In de praktijk
werkt mijn vinding toch. En al zal
ik straatarm sterven, mijn vol
doening ligt niet in geld maar in
wat ik met mijn eigen hoofd en
handen heb gemaakt. De voldoe
ning van die mensen in Hoogstra-
te is mij meer waard dan een
miljoen franks".
Van ambachtsman tot uitvinder
HAAMSTEDE - Een gigantische
wc-vlotter in de Oosterschelde.
Bij springvloed komt de vlotter
omhoog en duwt de schuiven
dicht. Het had zo mooi kunnen
zijn - en bovenal drie miljard gul
den goedkoper dan het plan dat
nu wordt uitgevoerd.
Uitvinder Gerrit de Groot (70) uit
Haamstede treurt nooit lang.
Want dan is hij al weer bezig met
zijn volgende plan. Eén daarvan
bevindt zich in het energiestu
diecentrum in Petten. Al zo'n
maand of twee. Uit die tijdsduur
put de Zeeuw hoop.
Het is het ontwerp voor een water
krachtcentrale. Eén voor diep en
een voor ondiep water, geschikt
voor onze rivieren. Het is toch te
gek, vindt hij, dat Nederlanders
alles met en in water kunnen be
halve er energie uithalen.
Het nieuwe van zijn plan is dat het
met grote kracht en snelheid naar
beneden stortende water hulp-
turbines aan energie helpt om het
water later weer weg te kunnen
pompen. Windmolens kunnen de
pompen wat dat betreft een
beetje helpen.
Ir. Potman van de SVEN gelooft
daar niet zo in, hetgeen blijkt uit
een briefje van zijn hand dat De
Groot in zijn bezit heeft. „De
energie die het water opwekt bij
de val naar beneden is altijd klei
ner dan de energie nodig om het
weer naar boven te pompen",
schrijft de ingenieur. Zelfs het
onderstreepte woord „kleiner" is
niet in staat om de uitvinder te
demoraliseren.
„Iedereen leert dat op school", zegt
De Groot, „maar is dat dan ook
zo". Enthousiast: „Als mijn plan
werkt is het voor de hele wereld.
Voor meneer Carter ook. Maar
vooral voor de arme landen, voor
de kindertjes daar".
„Toen de oliekraan dicht ging sloeg
bij mij de vlam in de pan. Die oer-
gevaarlijke kernenergie moet
worden voorkomen, dacht ik.
Zo'n vermogen als dat van Bors-
sele, dat kan zo'n centrale van mij
toch ook leveren".
Zijn werkkamertje in de domme
lende nieuwbouwwijk is bezaaid
met ontwerpen. Eén wand blijft
echter op verzoek van de bij
voorkeur in die kamer logerende
kleinzoon gereserveerd voor ver
geelde foto's uit de tijd dat vlie
gen nog avontuur was. De ouwe
reuzen van de KLM, de Ples-
manjongens. Vliegeniers nog.
Stoer met vliegkappen en -brillen
uitgemonsterde mannen als
Smirnoff en Geisendorffer. Tus
sen al die mannelijke glamour
steekt kleintjes een pasfoto van
De Groot. Mecanicien toen. Maar
ook wel constructeur. Een bou
wer. In die voor de KLM wat glo
rieuzere periode dan de eigen
tijdse was voor een man met gou
den handen veel mogelijk.
Het was bijvoorbeeld gewoon dat je
als vakman experimenteerde,
improviseerde. Zo werd een am
bachtsman vanzelf een beetje een
uitvinder. „Doordat je bezig was
zag je watje moest verbeteren. In
1923 vond ik een kleppen-
schuurmechanisme uit. Daar
kreeg je geen geld voor. Wel
waardering. Het hoorde gewoon
bij je vak".
Eén uitvinding was meer geworden
als hij geld had gehad: de uit 1938
stammende verkeersbril voor
wielrijders en bestuurders van
motorfietsen. In die bril zit een
achteruitkijkspiegel zo inge
bouwd dat hij niet kan beslaan.
Het voordeel van de bril is dat je
niet hoeft om te kijken als je de
hoek om gaat. „Ik kwam op het
idee toen ik me realiseerde hoe
schutterig wielrijders deden.
Sommigen durfden hun hand
niet uit te steken omdat ze niet
met een hand aan het stuur kon
den fietsen".
Een lederwarenfabnek in Waalwijk
zag wat in de vinding. Ze wilden
het apparaat wel in produktie
nemen als De Groot zich maar ga
rant wilde stellen voor de eerste
vijfduizend exemplaren. Dat
wilde hij best. Maar geld had hij
niet. En in die tijd bestond het
zogenaamd „gemakkelijke kre
diet" nog niet.
De hoop van De Groot is op het
ogenblik mede gevestigd op een
treinennet voor containertrans
port. Hij wil ze boven de bestaan
de spoorlijnen bouwen. En intus
sen werkt hij, geïnspireerd door
de recente verkeersramp op de
Haringvlietbrug, een ander idee
uit Om rampzalige kettingbot
singen te voorkomen zou je au
to's van zend- en ontvangappara-
tuur moeten voorzien, die je bij
dichte mist moet inschakelen.
Als je te dicht bij je voorganger
komt, zendt de apparatuur een
geluid uit dat onaangenamer
wordt naarmate de afstand tus
sen beide voertuigen kleiner
wordt. „Als je nadenkt vindt je
van alles zegt De Groot.
Ook vindt hij datje moet nadenken
als het om bestaande zaken gaat.
Hij wijst naar de aangrenzende,
vriendelijk ogende, bejaarden
huizen. „Als ze er nou nog een
vloertje in hadden gezet en een
trap, dan hadden de mensen
meer ruimte gehad, hoefden ze
geen stookkosten te verspillen en
konden ze alles proper houden.
Want wat heeft het voor zin dat ze
tot in de nok naar de spinraggen
kijken die ze moeten laten zitten
omdat ze er niet bij kunnen"