No. 15541.
BBÏSSSwSÏ SA5BLAD, Donderslag4 Catcher. Bsrdè Blad.'
Anno 1910.
Gemeenteraad van Leiden.
Ttrgadering van hedennamiddag t$ S uren.
Voorzitter: de Burgemeester.
'Aanwezig bij den aanvang 27 leden.
Er is veel belangstelling op de publie
ke tribune.
De Voorzitter opent de vergadering.
Afwezig zijn met kennisgeving de heer
Roem wegens verhindering en de heer,
(Timp wegens uitstedigheid.
De notulen der vorige vergadering wor
sen goedgekeurd.
De Voorzitter doet mededeelingvan
Éie volgende ingekomen stukken:
Mededeeling van J. A. Zuidhoff, dat hij
fcijn benoeming tot onderwijzer met ver
plichte hoofdakte aan de school 3de kl.
No. 5 aanneemt..
Dankbetuiging van den hoofd-inspecteur
van politie voor de gunstige regeling zijner
jaarwedde.
Dankbetuiging van de adjunct-inspec
teurs van politie voor de toegekende yer-
Jiooging van wedde.
Een en ander aangenomen voor ken
nisgeving.
Overgelegd worden:
Adhaesiebetuiging van den Kerkeraad
jder Geref. Kerk aan het voorstel-Briët c.s,
tot afschaffing der kermis.
Verzoek van de afd. Leiden van den
Ned. Bond van Koffiehuis-, Sociëteits- en
Restaurantshouders en Slijters „Vergun
ning" om niet over te gaan tot afschaf
fing van de Kermis.
Te behandelen bij punt 13.
Verzoek van mej. N. Klaassen om eer-
>ol ontslag als leerares aan de H, B.-S^
yoor Meisjes.
In handen van B. en ,Ws.
Verzoek van de wed. J.' H. H. Bot-
gerding e.a. om niet over te gaan tot
ifschaffing van de Kermis.
Te behandelen bij punt 13.
Verzoek van de afd. Leiden en Omstre
ken van den Ned. Bond van Horlogema
kers om den electrischen klokkendienst
niet ter beschikking te stellen van de in
gezetenen.
Te behandelen bij punt 15.
Verzoek van H. M. Starrenburg om het
yischrecht in de Vroomwateren in het
jppenbaar te verpachten.
Te behandelen bij punt 7è
Nog wordt voorgesteld:
de jaarwedde van mej,. S. Hofker, leera-
Xes aan de H. B.-S. voor Meisjes vast te
Btellen op f 1600 en den pensioensgrond-
plag, evenals te Groningen, op f 1700
den pensioensgrondslag van M. B. Hoo-
geveen, directeur der Kweekschool yoor
Onderwijzers op f 3200
de jaarwedde van P. Persant Snoep,
leeraar aan de H. B.-S. voor Jongens, op
f 2235 en den pensioensgrondslag, even
als te Gorkum, op f 2450.
Aan de orde zijn thans,
lo. Suppletoire staat van begrooting,
dienst 1910, van het Geref. Minne- of Arme
Oude Mannen- en Vrouwenhuis (316)
2o. Begrooting, dienst 1911, van het Ge
ref. Minne- of Arme Oude Mannen- en
Vrouwenhuis. (316)
3o. Staat van af- en overschrijving op de
begrooting, dienst 1909, van het R.-Kath.
Armbestuur. (317)
4o. Staat van af- en overschrijving op de
begrooting, dienst 1909, van het R.-Kath.
Wees- en Oudeliedenhuis. (317)
5o. Suppletoire staat van begrooting,
dienst 1909, van het R.-Kath. Wees- en
Oudeliedenhuis. (317)
Worden alle goedgekeurd.
6o. Verzoek van de Hoogere Burgerscho
lieren-vereeniging „Emtégéëe", om het ge
bruik van het gymnastieklokaal aan de Pie
terskerkgracht. (312)
Wordt ingewilligd.
7o. Voorstel tot verpachting van het
visohrecht in de Vroonwateren, aan J. O.
Spaargaren. (313)
Hierbij komt in behandeling het adriss-
Starrenburg (zie hiervóór).
De he^r Fokker zou liever een openbare
verpachting zien; ook in het belong van
het vischwater zou spr. meonen, dat ver
pachting en bloc niet wenschelijk is, maar
Hovor in peroerien. Niet alleen zou het fi
nancieel voordeel-en opleveren, maar ook de
strooperij beperken. Nu is ongeveer alle visch-
water in handen van don heer Spaargaren.
De hoer P er a is het met den heer Fokker
niet ©ens; en gaat geheel acooord met het
praeadvio3. Spr. deelt mede, dat adressant
Starrenburg zeide, dat hot water reeds dood-
gevischt is. Erger kan het dus niet. Daar
om is liet in het belang der gemeente, al
les aan den hoer Spaargaren te laten, om
dat hij dan zelf belang hoeft bij don goe
den toestand van het vischwater.
De heer S ij t s m a zou liever den weg
van den heer Fokker inslaan en openbare
verpachting wensehen. Vijf jaar geleden heeft
dat de gemeente een voordeel van f 500 op
geleverd. Bovendien, als men bij pero?e>l©ii
kan «koopen, zal de strooperij verminderen.
Spr. zegt, dat de heer Spaargaren niet zelf
vischt, maar laat visschen door onderaan
nemers, en hij heeft dus geen toezicht op
het zoogenaamde „doodvisschen." Beter is
ieder in de gelegenheid te stollen een bol
to doen.
De hoer A. Mulder gaat met den heer
PeriL meo en zou het contract met den heer
Spaargaren willen zien bevestigd. Dat duurt
nu al 35 jaar; het gaat goed en blijkt nog
niet te zijn doodgevischt. Misschien zouden
we nu meer kunnen krijgen, maar als tien
jaar later alles is doodgevischt, zou dab
weer schade meebrengen.
De Vcorzitter deelt mee, dat, toen
de pachter voor 35 jaar hot water kreeg, hij
f 300 betaalde.4 Het water is dus ond-er zijn
beliceT sterk vooruitgegaan. Daarom zou spr.
het aan den heer Spaargaren willen la.ten.
De lieer Van Hamel zou willen mee
deden, dat B. cn Ws. met den heer Spaar
garen ernstig overlegd hebben om de pacht
to verhoogen. Maar dat kon de hoer Spa&r-
garen niet doen. Toch hebben B. en "Ws.
gemeend hot contract met den pachter te
moeten vernieuwen, omdat zij dit het beste
fechton.
De hoer Fokker verwondert zich, dat
nu B. en Ws. heel anders over éen openbare
verpachting denken dan vroeger, 5 jaar go-
leden. Spr. is echter overtuigd, dat er mo»
uit te Jialen is. Spr. heeft niets tegen dm
lieer Spaargaren, maar. komt op voor de
gemeentefin ancien.
Spr. stelt voor het vischwater in het open
baar in 2 perceelen te verpachten.
De heer Van Hamel rectificeert naJor,
dat het hier natuuriyk alleen gaat om het
belang der gemeente.
,Spr. verwacht van openbare verpachting
weinig heil.
De discussie wordt gesloten.
Met 14 tegen 13 stemmen wordt het voor
stel van B. en Ws. aangenomen.
Vóór stemden de heeren Bosch, Briët,
Fockema Andreae, Van Hamel,-Van Hoeken,
Eerstens, Korevaar, Van der Lip, A. Mulder,
Pera, Reimeringer, Van Tol, Vergouwen en
Wildeboer.
(De heeren Meuleman en Aalberse zyn,
ovenals de reeds genoemde heeren Timp en
Roem, niet aanwezig).
8o. Voorstel tot kostelooze overnam© in
eigendom en onderhoud bij de gemeente van
een gedeelte van de Groonhovenstraat. (315)
9o. Verordening op het rijden over de
hulpbrug tusschen de Steenstraat en de
Turfmarkt. (310)
lOo. Verordening, houdende wijziging van-
de verordening op de Markten van 26 Mei
1898 (Gem.blad no. 10), laatstelijk gewijzigd
bij verordening van 6 Februari 1908 (Gem.-
blad no. 3). (311,)
Alle drie zonder hoofdelijke stemming aan
genomen.
llo. Voorstel tot verhooging van de loo-
nen der gemeente-werklieden. (287)
De hoer Sy t s m a herinnert aan de ver
hooging der politie-8alarisseu en meent, dat in
dit verband de verhooging der stadswerkliedon
oen poorer figuur maakt. De toestand hier
is in vergelyking met andere steden onvol
doende.
Toch waagde spr. het niet het uurloon met
1 cent te verhoogen, ofschoon het niot te
veel zou zyn. Hot is verder, meent spr niet
goed aan verschillende vaklieden eon ver
schillend salaris toe te kennen Een goed
timmerman moet evenveol verdienen als een
goed smid. Dat had spreker liever zien voor
gesteld.
Spr. volstaat met deze opmerkingen. Een
voorstel zal hy niet doen. Hy beveelc echter
een en ander ln de belangstelling van B. en
Ws. aan.
De heer Pera wil ook een enkel woord
er by voegen. Spr. erkent de moeilijkheid
van de regeling dezer materie. Hy wyst er
op, hoe mon algemeen do werklieden, althans
een deel er van, noemt met minder vleiende
namen, als „stadsrenteniertjes," enz. Te wen-
schen ware, dat er moer toezicht was en dat
zy, die meer doen, ook meer verdienden.
Maar er zyo zoo laksche menschen onder,
dat men er voor schrikt om het loon te ver
hoogen. Spr. hsiinnert aan de sneeuwoprui
ming. Dat gaat zoo ergoriyk langzaam, dat
Spr. weinig voor hen voelt. Spr. vraagt of
het niet mogeiyk is, dat er over don arbeid
dor stadswerklieden wat meer toezicht komt
en dan zou hy gaarne hen, die goed werken,
ook in salaris willen verhoogen
De heer V ergouwen juicht het voor
stel in zijn algemoene strekking toe. In de
gelijkstelling van vaklieden e*n niet-vaklie-
den vindt spr. echter een onbillijkheidvoor
■hem, dde 8 cents verdient, is 1 oent verhoo-
ging veel meer dan voor hem, die 14 cents
verdient. Spr. vraagt: Is die kwestie onder
de oogen gezien?
Gelijkstelling van vaklieden zou spr. gaar
ne zien; waarom zijn B. en Ws. daar niot
op ingegaan?
(D© heer Meuleman komt ter vergadering).
De hoer S ij t s m a herinnert er aan, dat
wie aan don weg timmert, veel bekijks heeft.
Maar wiens schuld is dat?
Dat ligt aan het toezicht. Is werkelijk die
luiheid zoo groot, dan moeten zulke men-
schen er uit!
Het bezwaar van den heer Vergouwen om
trent de gelijke verhooging der vaklieden en
niet-vaklieden gaat wat te ver. Wij zouden
dan in gedeelten van oenton moeten ver
vallen. En de niet-vaklioden hebben het het
meest noodig.
De heer V ergouwen houdt vol, dat
de evenredigheid, die er thans bestaat, niefc
in acht genomen wordt in dit voorstel. Spr.
herhaalt zijn vraag: Waarom die gelijkë ver-
hooging
De heer Korevaar verklaart, dat het
strijdt met zij-n principe om een korps amb
tenaren te hoog te verheffen, maar ook om
ze te vertrappen. Wat de heer Pera heeft
gezegd, zou een verontschuldiging vragen,
maar spr. zal dit niet doen. Alleen ten aan
zien van de sneeuwopraiming zou spr. iets
willen zeggen. Die opruimers doen dan heel
ander werk dan hun vakwerk en dat gaat
maar zoo gemakkelijk niet. Daarom moeten
we niet allen over óén kam scheren. Meer
opzicht zou spr. ook wenschen; maar dat
gaat niet zoo maar.
In antwoord op den heer Sijtsma zegt
spr., dat deze verh'ooging genoeg is. De ge
meente-werkman is in een gunstige positie:
vast werk, pensioen en doorgaan van loon
op feestdagen. Daarom behoeft het salaris
niet zoo sterk verhoogd te worden. Gelijk
heid van vaklieden is misschien in de toe
komst gewenscht, maar thans staat een
timmerman hooger bijv. dan een metselaar
in de algemeen© opvatting. Hij heeft meer
opleiding noodig. Verandering hiervan lijkt
spr. niet noodig. Spr. beantwoordt de an
dere vrager en acht een verhooging van 1
oent voldoende, ook goed voor allen. Om
voor niet vaklieden met halve en kwarteen
ten te werken, lijkt hem te lastig en on-
noodig.
Spr. herinnert er nog aan, dat deze rege
ling alleen geldt voor de werklieden in
dienst van fabricage en dus niet voor hen,
die aan de gasfabriek verbonden zijn.
De heer Pera verklaart nader zijn mee-
ming. Hij blijft er bij, da de publieke opinie
denkt over de werklieden evenals hij. Spr.
geeft staaltjes van het langzame werken
der sneeuwopruimers. Spr. had graag wat
meer energie bij hen.
De discussie wordt gesloten.
Het voorstel van. B. en Ws. wordt zonder
hoofdelijke stemming aangenomen.
12o. Mededeeling van Burg. en Weths.
naar aanleiding van het ingetrokken voor
stel van den heer Meuleman in zake de ver
pleging van armlastige patiënten, (238)
De Voorzitter deelt mede, in ver
band met het ingekomen stuk over het ver
zoek van den heer Meuleman, dat B. en
Ws. waar de nood het ergst is armlastige
patiënten als gewone 3de-kla&se-patiënten
in particuliere ziekenhuizen zouden willen
opnemen.
Spr. vraagt, hoe de Raai daarover oor
deelt.
Het voorstel wordt onder applaus zonder
hoofdelijke stemming aangenomen.
13o. Voorstel van de heeren Briët e.g. tot-
af schaffingvan de kermis. (302)
De heer Briët, namens de voorstellers hot
woord voerende, herinnert cr aan hoe de
kermis ©en gezochte aanleiding is voor uit
spattingen. 'Nu zegt de minderheid van B.
cn Ws.„Dat is zoo oerg niet" Maar spr.
stelt daartegenover het oordeel van anderen.
Hij citeert het cordod van den schrijver
van do „Brieven vsn een Leidcnaar" in het
„Leidsch Dagblad". Ook prof. Groenawe-
gen is er zeer tegen. Spr. citeert ook oen
uitspraak van dezen over de kermis. Ook
het oordeel van d© heeren Blooker, Tea*
Laan en anderen wordt door spr. aange
haald. Aan het oordeel van deze menschen
is juist te meer waarde te hechten, omdat
zij niet behooren tot de partij van spr. en
de zijnen. Ook de hear Sijtsma heeft vijf
jaren geleden togen de kermis gcspToken cn
spr. hoopt," dat hij nu evenzoo zal denken.
Do voorstanders van de kermis vinden haar
goed genoeg voor de lagere klassen. Zelf
gaan ze er niet heen. Daarom is het gean al
gemeen volksfeest. Bovendien er is weinig
artistiek of aesthetisch genot op zoo'n ker
mis. Waarom geven wij dan geen betere
genoegens? Spr. herinnert, dat de Grieken
aan het volk het beet© in dit opzicht ga
ven Het voorstel gaat niet tegeg vreugde
en pret, maar legen do uitspattingen hiervan.
En als wij zien hoe het verenigingsleven
toeneemt en ook feesten viert, waarom is
dan nog een karmis noodig?
De bezwaren tegen het voorstel zijn bijna
zuiver van finaneioelen aard. Vooraf, ga do
verklaring, dat deze bozwaron alléén nooit
een gemeente mogen bewegen ongewenselite
in/steil i n gen te h an dh av en
Spr. gaat de verdere bezwaren en op
merkingen na.
De minderheid zegt„De kermis gaat Van
zelf dood. Waarom dit proces te verhaasten."
Deze opvatting verheugt s pr. eensdeels, maar
geheel waar is het niot. De kermis gaat ni-yt
zoo sterk achteruit. Spr. citeert hot adres
der kermisvakgonooten en ingezonden stuk
kon in het ,,Loidsch Dagblad," die juist
zeggen, dat de kermis lang niet achteruit
gaat. Elk jaar komen of mooiere etablissemen
ten bij.
En afschaffing van de kermis zou zijn in
het nadeel van den m ddenstand Dat
beaamt spr. niet. Integendeel, het is juist
ïn diens belang. In Rotterdam is een
enquèto over dit punt gehouden. Van d©
1100 antwoorden waren er maar 200, dio van
dv* afschaffing nadeel meenden te zullen on
dorvinden. Andere eategor.eón, o.a. huis
eigenaren, hebben wel degelijk sohade van
de kermis.
Spr. begrijpt ook niet hoe de middenstand
een kermis wil behouden, die eigenlijk een
verzameling js van vliegend© winkels, en
daar is die stand juist tegen. Spr. citeert
een woord van den heer Witmans, clat de
bewoners van de straten, waar kramen
staan, hiervan juist seinde onder/ n len.
Schade voor het hotelleven, dat begrijot spr
niet.
Itesumeerende meent spr., dat de mid
denstand voordeel heeft van de afschaffing
van. de ke-rmis. Alleen misschien zullen som
mige herbergiers schade lijden, maar ande
re weer juichen. Bij eiken maatregel zijn
altijd enkelen, «die schade lijden. Spr. licht
dit met voorbeelden toe; maar daar mag
het algemeen belang niet onder lijden. Spr.
wijst op de weinig waarde, die het onder
teekenen van zulke adressen heeft; bijv. een
apotheker op de Steenstraat zou er ook
schade van hebben. Dat begrijpt spr. niet,
behalve misschien als ©r verbandmiddelen
noodig zijn. (Gelach.)
Nu zegt men... men ontneemt den armen
een vermaak. Hun leven is toch al zoo dor.
Gaarne zou spr. daaraan willen te gemoet
komen. Maar niettemin moet de overheid
afschaffen wat zij al echt acht.
Een partij voorstel is dit niet. Spr. toont
dit nader aan. Hij is overtuigd van het
slechte van de kermis, die bandeloosheid,
uitspatting en ander kwaad meebrengt.
Daarom moeten we haar afschaffen. Spr.
hoopt, dat de Raad er ovenzoo over denkt.
De heer Fockema Andrea© zal
tegen dit voorstel stemmen en wenscht dit
kortelijk toe te lichten. Ah gij plan hebt
een dergelijk voorstel te doen, heeft spr. in
dertijd gezegd tot de voorstellers, wacht
dan tot wij een modus vivendi hebben ge
vonden om daar eens wat aan te doen.
Maak er geen partijvoorstel van.
Spr. zou nl. ook gaarne iets anders zien
in plaats van de kermis. Maar als we niets
anders geven, zou spr. liever de kermis
handhaven, omdat er wel degelijk eenig
goeds in is, en dat is dë vroolijkhdd, de
pret, die tooh lang niet altijd uitspatting is.
Spr. wijst het verwijt, dat de menschen,
die vóór de kermis zijn, er nooit heengaan,
van de hand.
Spr. iou alleen dan de kermis willen af
schaffen, als men er iets anders voor in de
plaats geeft. De kermis komt vanzelf en gaat
vanzelf. In zyn jeugd heeft spr. gaarne kei mis
gehouden. En die uitspatting nu ja. Myn
heer de Voorzitter, er zyn altyd menschen,
die op een gelegenheid wachten om uit te
spatten 1 En als ze dat niet met kermis doen,
gebeurt het met 8 October of Pinkster Drie,
Spr. wil den heer Briët gaarne gelooven.
dat bij de vroolykhei i niet ongenegen is, maai
als men ziet van welke zyde het bezwaar
tegen de kermis komt, dan meent Spr., dat
dat komt van een zijde, waar men vrooiyk-
he-id en pret het minst genegen is. In
Katholieke landen heeft men daar byna nooit
bezwaar tegen.
Spr. zal steeds misbruik keeren, maar wil
niet het kind met het badwater weggooien
en de goede zeden zyn sterk genoeg, om
met de kermis #6n stoot te kunnen velen.
Omdat dit voorstel alleen negatief is, zal
Spr. dus tegen stemmen.
De heer Bosch zal na de woorden van
4en heer Briët kort zQn. Spr. wil nog iets
aanvullen. Zoo dacht Spr-i dat de sociaal
democraten tegen de kermis zyn, maar hy
vond onder do adressanten ook den naam
van den heer Dubbeldeman. De sociaal
democraten zfin dus niet tegen do kermis.
De heer Reimeringer hesft dit jaar
de kermis bezocht en niets van ongebonden
heid .gemerkt. Spr. is het mot den hear Briët
niet ©ons. Wanneer nu blijkt, dat er zoo
veel menschen genoegen in hebben, waarom
hun dat te ontnemen? Bovendien, de kermis
is zoo iets ingeroests, dat zij onder alLarlei
vormen herleeft. Spr. herinnert aan tentoon
stellingen en andere feesten. Schaffen wij
de kermis af, dan herleaft zij onder anderen
vorm. Maar dan mist men de baten voor
de gemeentekas. Spr. is dus tegen het voor
stel.
De heer Fokker wil zijn stem moiivee-
ron tegen het voorstel. Als spr. overtuigd
was, dat de karmis een zedelijk kwaad was,
zou f 10,000 verlies voor hem geen be
zwaar zijn. Maar die overtuiging heeft hij
niet. Spr. gaat het proeadvies van B. ion Ws.
na. Het kermisvermaak is van slecht al
looi. Maar het 3-Ootober-feest dan? Dat is
precies hetzelfde. En dan die losbandigheid
en uitspattingenDie zijn niet zoo erg en
.bovendien, we hebben toeh de politie, die
daarvoor waken kan! Spr. citeert de sta-
'tistiek der onwettige geboorten en dan blijkt
niet, dat deze door de kermis bijzonder toe
nemen.
Ook de andere bezwaren tegen de kermis
worden door spr. bestreden.
Het oordeel, uitgesproken door hen, die
de heer Briët citeerde, is dat wel met be
trekking tot de Leidsche kermis uitgespro
ken? En dan het nadeel voor de gemeen
tekas.
Spr. bestrijdt den lieer Briët en wijst er
op hoe do gTOote trek van buiten bij de
kermis den middenstand zeer ten goede
komt.
Spr. is dus tegen het voorstel.
De heer Meuleman, mede namens de
katholieke raadsleden sprekende, zal stem
men vóór het voorstel, voornamelijk omdat
de kermis uit den tijd is.
De kermis, die van kerkelijken oorsprong
is, is ontaard. Wie eventjes kan, ontvliedt
de kermis. Spr. meent, dat de kermis een
bezwaar is voor het volksgeluk. En zij, die
er iete anders in de plaats voor willen heb
ben, dfie kunnen dat natuurlijk doen. Zij
hebben toch het reoht van initiatief.
Wat de statistieken betreft van den heer
Fokker, die zijn niet betrouwbaar. Spr. zal
er niet meer aan toevoegen. Hij en de zij
nen zijn vóór de afschaffing.
Do heer S ij t s m a zal ook veor de af
schaffing stemmen. Spr. herinnert er aan,
dat hij er indertijd reeds voor was, maar
teen o.a. tegenstand ontmoette bij anti
revolutionairen als wijlen de heer Yan Kem
pen. Geef er wat voer in de plaats, zeiden
zij.
Spr. wyst er op dat de kermis let6 min
der goeds la en nu moeten we beginnen haar
af te schaffen, opdat er iets anders voor in de
plaats kan komen, niaar oeno behoeft het
andere niet uit te sluiten. Het verliee voor
de gemeentekas erkent spr. waar die f 6000
komt uit de zakken van hen, die het minst
kunnen betalen. Juist wat anders voor levens
middelen, enz. wordt be6teod wordt dan
besteed aan kermiscenten. Spr. staat nog
geheel op zyn vroeger standpunt en zou daar
om het toejuichen als de kermis werd afga
schaft;
De heer Fokker houdt tegenover den
heer Meuleman vol dat zyn statistieken juist
zyn.
De heer Briët beantwoordt de bezwaren.
Zy, die zeggen, dat de kermis werkeiyk mot
zoo slecht is, hebben het mis. Spr. zal nu
citeeren wat een partygenoot van den heer
Fokker, nl. de heer Spiekman, van Rotter
dam (luid gelach), heelt gezegd togen de
kermis. Spr. wyst op de statistiek der on
wettige geboorten.
En mag de gemeente in het algemeen voor-
doel trekken uit dingen, die men meent, dat
verderfiyk zfin en ontedelyk? Spr. meent
uitdrukkelijk van met.
De heer Yan Hamel meent, dat de
minderheid van B. en Ws. het tegenover
den heer Briët verplicht is, even te zeg
gen, dat zij niettemin hun standpunt niet
heeft kunnen wijzigen, maar geheel meegaat
met de heeren Fockema Andreae en Fok
ker. Spr. becijfert, dat de financieele nadoe
len niet alleen bestaan uit gemis aan Btaan-
geld, maar ook de pacht van Gehoorzaal en
anderszins moet hierbij in acht genomen
worden.
De heer Pera deelt staaltjes mee hoe
juist de kermis een slechten invloed heeft.
Hoe menschen, die anders solide zijn ©n
hun vrouw en kindereu verzorgen, juist in
die dagen hun plicht verwaarloozeu. Spr.
bestrijdt de opmerking van den heer Focke
ma Andreae, dat het voorstel komt van hen,
die niet houden van vroolijkheid.
Toch stelt spr. er een eer in tot die partij
te behooren. Maar, zegt spr., niet tegen
vroolijkheid zijn wij, maar tegen d i e vroo
lijkheid. Daarom strijdt spr. tegen de
kermis.
De heer Fokker rectificeert, dat de
heer Spiekman geen partijgenoot van spr.
is. Deze is sociaal-democraat, spr. vrijzin
nig-democraat.
De discussie wordt gesloten.
Het voorstel Briët wordt met 17 tegen 11
stemmen aangenomen.
Yóór stemden de heeren Bosch, Bots,
Briët, Corts, Driessen, Yan der Eist, Van
Hoeken, Eerstens, Van der Lip, Meuleman,
A. Mulder, P. J. Mulder, Pera, Sijtsma,
Yan Tol, Vergouwen en Wildeboer.
14o. Voorstel tot het uitschrijven van een
gevelwedstrijd. (314)
De heer Vergouwen vraagt inlichtingen
of het hier geldt een ruime opvatting van
den gevelb uw met inbegrip nl. van het
gobeele complex van buis en huizen.
Do Voorzitter zogt, dat dit juist is.
De heer Hoogeboom vraagt waarom
„Vreemdelingenverkeer" dat derde lid zal
voorstellen.
De Voorzitter zegt, dat deze Vereeniging
er juist goed voor in staat is.
De heer Korevaar herinnert er aan, dat
het doel van Vreemdelingenverkeer" parallel
gaat m6t het hier booogde, nl de slai aan-
trekkeiyk te makon.
Het voorstel werJ zonder hoofdeiyks stem
ming aangenomen.
15o. Voorstel tot oprichting van een elec
trischen klokkendienst en tot beschikbaar
stelling van de voor die oprichting benoo-
digde gelden. (300 en 309)
De heer Z wiers heeft veel sympathie
vcor het voorstel, maar heeft enkele vragen
te doen. Welk systeem zal men daarbij vol
gen? Electrisch gedreven klokken dus zon
der veer, enz., of alleen electrisch geregeld,
zoodat ze godwongen wórden gelijk te loo-
pen met de moederklok? Dat kan finan
cieel verschil maken.
Is er verder, vraagt spr., een bekwaam
reparateur van klokken op de Centrale?
Hoe komt de Centraio zelf aan den tijd?
De heer 0 o r t s is tegen dit voorstel.
Wanneer men later do geschiedenis van
Leiden schrijft, zal men moeten erkennen
dat B. en Ws.', in dezen tijd zeer voortva
rend waren. Maar we moeten ook aan de
belastingschuld gen denken. Waar komt hot
geld vandaan? We hebben zooveel geld noo
dig voor noodzakelijke dingen I Daarom zou
spr. liever zien dat het voorstel van de
agenda werd afgvoerd of anders verworpen.
De heer Wildeboer meent ook dat
we liier zuiver staan voor een weelde-uitga-
ve. We moeten tooh mm of meer de tering,
naar de nering zetten.
Spx. zal de loden eon becijfering byspar&n.
En als de gemeente het niet doet, zal de elec
trisch© tram. het wel doen. Daarom is het
puur een weeldeuitgave. Laten wc nog wat
wachten. Ei* is toch geen haast bij
De hoer Reimeringer vraagt wat is
het meest practiscbe: óf het zelf te do in
óf het aan een ander over te laten. Dan
doet de gemeente toch beter hot zelf ter hand
te nomen.
Do heer Fokker zou ook liever willen
wachten totflat do tijden wat gunstiger 'rijn.
De heer S j t s m a vraagt als er geen voor
deel is waarom zouden dan die twee con
cessionarissen het vragen. Spr. meent, dat
we zelf de zaak moeten aanpakken. D©
Centrale, de telephoon, altijd heeft men ge
zegd, dat is te duur. Spr. verwacht vau de
zen maatregel ook in de toekomst goode
resultaten.
De heer F okker zou gaarne nog eens
een opgave van afnemers willen zion. Tot
nu toe hangt de raming te veel in de luoht.
De heer Korevaar beantwoordt den
heer Zwiers. Bedoeld zijn klokken, die di
rect electrisch gedreven worden. Daarom is
een speciaal reperateur niet noodig. De tijd
zal worden geha.dd op het verificatie-bureau
voor Zeeinstrumenten alhier. De heeren zijn
bang voor uitgaven. Maar we moeten vra
gen*: Waar ie het voor? Voor al of niet pro
ductieve zaken? Nu geldt het bier slechts
f 20,000 en nog wel voor een productieve
zaak.
Een lijst aan te leggen, zooals de heer
Fokker wil, gaat niet aan, en flat bewijst
toch niete, zooals spr. met een voorbeeld
aantoont. Spr. wijst op het weinige risico,
dat hier ligt. Wij moeten toch ook eenig
vertrouwen hebben.
Toen Leiden de gasfabriek begon, was er
f 240,000 noodig. Toen de Centrale er moest
komen, was er toen geen vertrouwen noo
dig? Een kapitaal van 5 ton moost er zijn
en wie heeft er spijt van gehad 'l En hier
hebben we een beslist productieve zaak. Als
wij het nu doen, dan hebben wij dit voor
deel, dat het plaveisel nu nog in beweging
is en dan kan het Li één moeite door.
De heer C o r t s is niet bang voor do
goede werking van dit vooTstel in de toe
komst, maar we moeten kalm aan beginnen.
Dal is spr.'s bezwaar. We moeten eerst nog
eens beter onderzoeken. Spr. schijnt op d©
slechte klokken op de Zijlpoort en het Stad
huis.
Do lieer Korevaar verwondert ei- zich
over, dat de lieer Corts deze golegonluoid
om de financiën van de gemeente te var-
beteren wel negoeren, en hij meent toch'
cok, dat het goed zal gaan.
De hear Fokker vraagt nadere inlichtin
gen over de kosten.
De Voorzitter geeft d©ze. Volgens do
gemaakte berekening zal de winst zóó zijn,
dat de stad zelf haar eigen klokken vrij heeft.
De discussie wordt gesloten.
Het voorstel wordt aangenomen met 24
tegen 3 stemmen. Tegen stemden de hoe
ren Corts, Fokker en Wildeboer.
Niemand daarna moer het woord verlan
gende, wordt d© vergadering door den Voor
zitter gesloten.
Openingskoersen SHieuw-York
van heden.
Topeka 104%. Rock Islapd 34J. Erie 29%.
Southern Pacific 119. Southern Railway
2C%. Unioau 173J. Steels 76£. Stemming
vast.
Het plan bestaat om de loden der Eerste
Kamer op te roepen tegen Woensdagavond
2 November tot afdoening der nog aanhan
gige omtwerpen.
Kapitein CïiristoSfel.
De correspondent va-n het „Handelsblad"
te Batavia sednt, dat aan kapiteni Chris-
toffel ontslag uit den dienst is verleend.