No. 15541. BBÏSSSwSÏ SA5BLAD, Donderslag4 Catcher. Bsrdè Blad.' Anno 1910. Gemeenteraad van Leiden. Ttrgadering van hedennamiddag t$ S uren. Voorzitter: de Burgemeester. 'Aanwezig bij den aanvang 27 leden. Er is veel belangstelling op de publie ke tribune. De Voorzitter opent de vergadering. Afwezig zijn met kennisgeving de heer Roem wegens verhindering en de heer, (Timp wegens uitstedigheid. De notulen der vorige vergadering wor sen goedgekeurd. De Voorzitter doet mededeelingvan Éie volgende ingekomen stukken: Mededeeling van J. A. Zuidhoff, dat hij fcijn benoeming tot onderwijzer met ver plichte hoofdakte aan de school 3de kl. No. 5 aanneemt.. Dankbetuiging van den hoofd-inspecteur van politie voor de gunstige regeling zijner jaarwedde. Dankbetuiging van de adjunct-inspec teurs van politie voor de toegekende yer- Jiooging van wedde. Een en ander aangenomen voor ken nisgeving. Overgelegd worden: Adhaesiebetuiging van den Kerkeraad jder Geref. Kerk aan het voorstel-Briët c.s, tot afschaffing der kermis. Verzoek van de afd. Leiden van den Ned. Bond van Koffiehuis-, Sociëteits- en Restaurantshouders en Slijters „Vergun ning" om niet over te gaan tot afschaf fing van de Kermis. Te behandelen bij punt 13. Verzoek van mej. N. Klaassen om eer- >ol ontslag als leerares aan de H, B.-S^ yoor Meisjes. In handen van B. en ,Ws. Verzoek van de wed. J.' H. H. Bot- gerding e.a. om niet over te gaan tot ifschaffing van de Kermis. Te behandelen bij punt 13. Verzoek van de afd. Leiden en Omstre ken van den Ned. Bond van Horlogema kers om den electrischen klokkendienst niet ter beschikking te stellen van de in gezetenen. Te behandelen bij punt 15. Verzoek van H. M. Starrenburg om het yischrecht in de Vroomwateren in het jppenbaar te verpachten. Te behandelen bij punt 7è Nog wordt voorgesteld: de jaarwedde van mej,. S. Hofker, leera- Xes aan de H. B.-S. voor Meisjes vast te Btellen op f 1600 en den pensioensgrond- plag, evenals te Groningen, op f 1700 den pensioensgrondslag van M. B. Hoo- geveen, directeur der Kweekschool yoor Onderwijzers op f 3200 de jaarwedde van P. Persant Snoep, leeraar aan de H. B.-S. voor Jongens, op f 2235 en den pensioensgrondslag, even als te Gorkum, op f 2450. Aan de orde zijn thans, lo. Suppletoire staat van begrooting, dienst 1910, van het Geref. Minne- of Arme Oude Mannen- en Vrouwenhuis (316) 2o. Begrooting, dienst 1911, van het Ge ref. Minne- of Arme Oude Mannen- en Vrouwenhuis. (316) 3o. Staat van af- en overschrijving op de begrooting, dienst 1909, van het R.-Kath. Armbestuur. (317) 4o. Staat van af- en overschrijving op de begrooting, dienst 1909, van het R.-Kath. Wees- en Oudeliedenhuis. (317) 5o. Suppletoire staat van begrooting, dienst 1909, van het R.-Kath. Wees- en Oudeliedenhuis. (317) Worden alle goedgekeurd. 6o. Verzoek van de Hoogere Burgerscho lieren-vereeniging „Emtégéëe", om het ge bruik van het gymnastieklokaal aan de Pie terskerkgracht. (312) Wordt ingewilligd. 7o. Voorstel tot verpachting van het visohrecht in de Vroonwateren, aan J. O. Spaargaren. (313) Hierbij komt in behandeling het adriss- Starrenburg (zie hiervóór). De he^r Fokker zou liever een openbare verpachting zien; ook in het belong van het vischwater zou spr. meonen, dat ver pachting en bloc niet wenschelijk is, maar Hovor in peroerien. Niet alleen zou het fi nancieel voordeel-en opleveren, maar ook de strooperij beperken. Nu is ongeveer alle visch- water in handen van don heer Spaargaren. De hoer P er a is het met den heer Fokker niet ©ens; en gaat geheel acooord met het praeadvio3. Spr. deelt mede, dat adressant Starrenburg zeide, dat hot water reeds dood- gevischt is. Erger kan het dus niet. Daar om is liet in het belang der gemeente, al les aan den hoer Spaargaren te laten, om dat hij dan zelf belang hoeft bij don goe den toestand van het vischwater. De heer S ij t s m a zou liever den weg van den heer Fokker inslaan en openbare verpachting wensehen. Vijf jaar geleden heeft dat de gemeente een voordeel van f 500 op geleverd. Bovendien, als men bij pero?e>l©ii kan «koopen, zal de strooperij verminderen. Spr. zegt, dat de heer Spaargaren niet zelf vischt, maar laat visschen door onderaan nemers, en hij heeft dus geen toezicht op het zoogenaamde „doodvisschen." Beter is ieder in de gelegenheid te stollen een bol to doen. De hoer A. Mulder gaat met den heer PeriL meo en zou het contract met den heer Spaargaren willen zien bevestigd. Dat duurt nu al 35 jaar; het gaat goed en blijkt nog niet te zijn doodgevischt. Misschien zouden we nu meer kunnen krijgen, maar als tien jaar later alles is doodgevischt, zou dab weer schade meebrengen. De Vcorzitter deelt mee, dat, toen de pachter voor 35 jaar hot water kreeg, hij f 300 betaalde.4 Het water is dus ond-er zijn beliceT sterk vooruitgegaan. Daarom zou spr. het aan den heer Spaargaren willen la.ten. De lieer Van Hamel zou willen mee deden, dat B. cn Ws. met den heer Spaar garen ernstig overlegd hebben om de pacht to verhoogen. Maar dat kon de hoer Spa&r- garen niet doen. Toch hebben B. en "Ws. gemeend hot contract met den pachter te moeten vernieuwen, omdat zij dit het beste fechton. De hoer Fokker verwondert zich, dat nu B. en Ws. heel anders over éen openbare verpachting denken dan vroeger, 5 jaar go- leden. Spr. is echter overtuigd, dat er mo» uit te Jialen is. Spr. heeft niets tegen dm lieer Spaargaren, maar. komt op voor de gemeentefin ancien. Spr. stelt voor het vischwater in het open baar in 2 perceelen te verpachten. De heer Van Hamel rectificeert naJor, dat het hier natuuriyk alleen gaat om het belang der gemeente. ,Spr. verwacht van openbare verpachting weinig heil. De discussie wordt gesloten. Met 14 tegen 13 stemmen wordt het voor stel van B. en Ws. aangenomen. Vóór stemden de heeren Bosch, Briët, Fockema Andreae, Van Hamel,-Van Hoeken, Eerstens, Korevaar, Van der Lip, A. Mulder, Pera, Reimeringer, Van Tol, Vergouwen en Wildeboer. (De heeren Meuleman en Aalberse zyn, ovenals de reeds genoemde heeren Timp en Roem, niet aanwezig). 8o. Voorstel tot kostelooze overnam© in eigendom en onderhoud bij de gemeente van een gedeelte van de Groonhovenstraat. (315) 9o. Verordening op het rijden over de hulpbrug tusschen de Steenstraat en de Turfmarkt. (310) lOo. Verordening, houdende wijziging van- de verordening op de Markten van 26 Mei 1898 (Gem.blad no. 10), laatstelijk gewijzigd bij verordening van 6 Februari 1908 (Gem.- blad no. 3). (311,) Alle drie zonder hoofdelijke stemming aan genomen. llo. Voorstel tot verhooging van de loo- nen der gemeente-werklieden. (287) De hoer Sy t s m a herinnert aan de ver hooging der politie-8alarisseu en meent, dat in dit verband de verhooging der stadswerkliedon oen poorer figuur maakt. De toestand hier is in vergelyking met andere steden onvol doende. Toch waagde spr. het niet het uurloon met 1 cent te verhoogen, ofschoon het niot te veel zou zyn. Hot is verder, meent spr niet goed aan verschillende vaklieden eon ver schillend salaris toe te kennen Een goed timmerman moet evenveol verdienen als een goed smid. Dat had spreker liever zien voor gesteld. Spr. volstaat met deze opmerkingen. Een voorstel zal hy niet doen. Hy beveelc echter een en ander ln de belangstelling van B. en Ws. aan. De heer Pera wil ook een enkel woord er by voegen. Spr. erkent de moeilijkheid van de regeling dezer materie. Hy wyst er op, hoe mon algemeen do werklieden, althans een deel er van, noemt met minder vleiende namen, als „stadsrenteniertjes," enz. Te wen- schen ware, dat er moer toezicht was en dat zy, die meer doen, ook meer verdienden. Maar er zyo zoo laksche menschen onder, dat men er voor schrikt om het loon te ver hoogen. Spr. hsiinnert aan de sneeuwoprui ming. Dat gaat zoo ergoriyk langzaam, dat Spr. weinig voor hen voelt. Spr. vraagt of het niet mogeiyk is, dat er over don arbeid dor stadswerklieden wat meer toezicht komt en dan zou hy gaarne hen, die goed werken, ook in salaris willen verhoogen De heer V ergouwen juicht het voor stel in zijn algemoene strekking toe. In de gelijkstelling van vaklieden e*n niet-vaklie- den vindt spr. echter een onbillijkheidvoor ■hem, dde 8 cents verdient, is 1 oent verhoo- ging veel meer dan voor hem, die 14 cents verdient. Spr. vraagt: Is die kwestie onder de oogen gezien? Gelijkstelling van vaklieden zou spr. gaar ne zien; waarom zijn B. en Ws. daar niot op ingegaan? (D© heer Meuleman komt ter vergadering). De hoer S ij t s m a herinnert er aan, dat wie aan don weg timmert, veel bekijks heeft. Maar wiens schuld is dat? Dat ligt aan het toezicht. Is werkelijk die luiheid zoo groot, dan moeten zulke men- schen er uit! Het bezwaar van den heer Vergouwen om trent de gelijke verhooging der vaklieden en niet-vaklieden gaat wat te ver. Wij zouden dan in gedeelten van oenton moeten ver vallen. En de niet-vaklioden hebben het het meest noodig. De heer V ergouwen houdt vol, dat de evenredigheid, die er thans bestaat, niefc in acht genomen wordt in dit voorstel. Spr. herhaalt zijn vraag: Waarom die gelijkë ver- hooging De heer Korevaar verklaart, dat het strijdt met zij-n principe om een korps amb tenaren te hoog te verheffen, maar ook om ze te vertrappen. Wat de heer Pera heeft gezegd, zou een verontschuldiging vragen, maar spr. zal dit niet doen. Alleen ten aan zien van de sneeuwopraiming zou spr. iets willen zeggen. Die opruimers doen dan heel ander werk dan hun vakwerk en dat gaat maar zoo gemakkelijk niet. Daarom moeten we niet allen over óén kam scheren. Meer opzicht zou spr. ook wenschen; maar dat gaat niet zoo maar. In antwoord op den heer Sijtsma zegt spr., dat deze verh'ooging genoeg is. De ge meente-werkman is in een gunstige positie: vast werk, pensioen en doorgaan van loon op feestdagen. Daarom behoeft het salaris niet zoo sterk verhoogd te worden. Gelijk heid van vaklieden is misschien in de toe komst gewenscht, maar thans staat een timmerman hooger bijv. dan een metselaar in de algemeen© opvatting. Hij heeft meer opleiding noodig. Verandering hiervan lijkt spr. niet noodig. Spr. beantwoordt de an dere vrager en acht een verhooging van 1 oent voldoende, ook goed voor allen. Om voor niet vaklieden met halve en kwarteen ten te werken, lijkt hem te lastig en on- noodig. Spr. herinnert er nog aan, dat deze rege ling alleen geldt voor de werklieden in dienst van fabricage en dus niet voor hen, die aan de gasfabriek verbonden zijn. De heer Pera verklaart nader zijn mee- ming. Hij blijft er bij, da de publieke opinie denkt over de werklieden evenals hij. Spr. geeft staaltjes van het langzame werken der sneeuwopruimers. Spr. had graag wat meer energie bij hen. De discussie wordt gesloten. Het voorstel van. B. en Ws. wordt zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 12o. Mededeeling van Burg. en Weths. naar aanleiding van het ingetrokken voor stel van den heer Meuleman in zake de ver pleging van armlastige patiënten, (238) De Voorzitter deelt mede, in ver band met het ingekomen stuk over het ver zoek van den heer Meuleman, dat B. en Ws. waar de nood het ergst is armlastige patiënten als gewone 3de-kla&se-patiënten in particuliere ziekenhuizen zouden willen opnemen. Spr. vraagt, hoe de Raai daarover oor deelt. Het voorstel wordt onder applaus zonder hoofdelijke stemming aangenomen. 13o. Voorstel van de heeren Briët e.g. tot- af schaffingvan de kermis. (302) De heer Briët, namens de voorstellers hot woord voerende, herinnert cr aan hoe de kermis ©en gezochte aanleiding is voor uit spattingen. 'Nu zegt de minderheid van B. cn Ws.„Dat is zoo oerg niet" Maar spr. stelt daartegenover het oordeel van anderen. Hij citeert het cordod van den schrijver van do „Brieven vsn een Leidcnaar" in het „Leidsch Dagblad". Ook prof. Groenawe- gen is er zeer tegen. Spr. citeert ook oen uitspraak van dezen over de kermis. Ook het oordeel van d© heeren Blooker, Tea* Laan en anderen wordt door spr. aange haald. Aan het oordeel van deze menschen is juist te meer waarde te hechten, omdat zij niet behooren tot de partij van spr. en de zijnen. Ook de hear Sijtsma heeft vijf jaren geleden togen de kermis gcspToken cn spr. hoopt," dat hij nu evenzoo zal denken. Do voorstanders van de kermis vinden haar goed genoeg voor de lagere klassen. Zelf gaan ze er niet heen. Daarom is het gean al gemeen volksfeest. Bovendien er is weinig artistiek of aesthetisch genot op zoo'n ker mis. Waarom geven wij dan geen betere genoegens? Spr. herinnert, dat de Grieken aan het volk het beet© in dit opzicht ga ven Het voorstel gaat niet tegeg vreugde en pret, maar legen do uitspattingen hiervan. En als wij zien hoe het verenigingsleven toeneemt en ook feesten viert, waarom is dan nog een karmis noodig? De bezwaren tegen het voorstel zijn bijna zuiver van finaneioelen aard. Vooraf, ga do verklaring, dat deze bozwaron alléén nooit een gemeente mogen bewegen ongewenselite in/steil i n gen te h an dh av en Spr. gaat de verdere bezwaren en op merkingen na. De minderheid zegt„De kermis gaat Van zelf dood. Waarom dit proces te verhaasten." Deze opvatting verheugt s pr. eensdeels, maar geheel waar is het niot. De kermis gaat ni-yt zoo sterk achteruit. Spr. citeert hot adres der kermisvakgonooten en ingezonden stuk kon in het ,,Loidsch Dagblad," die juist zeggen, dat de kermis lang niet achteruit gaat. Elk jaar komen of mooiere etablissemen ten bij. En afschaffing van de kermis zou zijn in het nadeel van den m ddenstand Dat beaamt spr. niet. Integendeel, het is juist ïn diens belang. In Rotterdam is een enquèto over dit punt gehouden. Van d© 1100 antwoorden waren er maar 200, dio van dv* afschaffing nadeel meenden te zullen on dorvinden. Andere eategor.eón, o.a. huis eigenaren, hebben wel degelijk sohade van de kermis. Spr. begrijpt ook niet hoe de middenstand een kermis wil behouden, die eigenlijk een verzameling js van vliegend© winkels, en daar is die stand juist tegen. Spr. citeert een woord van den heer Witmans, clat de bewoners van de straten, waar kramen staan, hiervan juist seinde onder/ n len. Schade voor het hotelleven, dat begrijot spr niet. Itesumeerende meent spr., dat de mid denstand voordeel heeft van de afschaffing van. de ke-rmis. Alleen misschien zullen som mige herbergiers schade lijden, maar ande re weer juichen. Bij eiken maatregel zijn altijd enkelen, «die schade lijden. Spr. licht dit met voorbeelden toe; maar daar mag het algemeen belang niet onder lijden. Spr. wijst op de weinig waarde, die het onder teekenen van zulke adressen heeft; bijv. een apotheker op de Steenstraat zou er ook schade van hebben. Dat begrijpt spr. niet, behalve misschien als ©r verbandmiddelen noodig zijn. (Gelach.) Nu zegt men... men ontneemt den armen een vermaak. Hun leven is toch al zoo dor. Gaarne zou spr. daaraan willen te gemoet komen. Maar niettemin moet de overheid afschaffen wat zij al echt acht. Een partij voorstel is dit niet. Spr. toont dit nader aan. Hij is overtuigd van het slechte van de kermis, die bandeloosheid, uitspatting en ander kwaad meebrengt. Daarom moeten we haar afschaffen. Spr. hoopt, dat de Raad er ovenzoo over denkt. De heer Fockema Andrea© zal tegen dit voorstel stemmen en wenscht dit kortelijk toe te lichten. Ah gij plan hebt een dergelijk voorstel te doen, heeft spr. in dertijd gezegd tot de voorstellers, wacht dan tot wij een modus vivendi hebben ge vonden om daar eens wat aan te doen. Maak er geen partijvoorstel van. Spr. zou nl. ook gaarne iets anders zien in plaats van de kermis. Maar als we niets anders geven, zou spr. liever de kermis handhaven, omdat er wel degelijk eenig goeds in is, en dat is dë vroolijkhdd, de pret, die tooh lang niet altijd uitspatting is. Spr. wijst het verwijt, dat de menschen, die vóór de kermis zijn, er nooit heengaan, van de hand. Spr. iou alleen dan de kermis willen af schaffen, als men er iets anders voor in de plaats geeft. De kermis komt vanzelf en gaat vanzelf. In zyn jeugd heeft spr. gaarne kei mis gehouden. En die uitspatting nu ja. Myn heer de Voorzitter, er zyn altyd menschen, die op een gelegenheid wachten om uit te spatten 1 En als ze dat niet met kermis doen, gebeurt het met 8 October of Pinkster Drie, Spr. wil den heer Briët gaarne gelooven. dat bij de vroolykhei i niet ongenegen is, maai als men ziet van welke zyde het bezwaar tegen de kermis komt, dan meent Spr., dat dat komt van een zijde, waar men vrooiyk- he-id en pret het minst genegen is. In Katholieke landen heeft men daar byna nooit bezwaar tegen. Spr. zal steeds misbruik keeren, maar wil niet het kind met het badwater weggooien en de goede zeden zyn sterk genoeg, om met de kermis #6n stoot te kunnen velen. Omdat dit voorstel alleen negatief is, zal Spr. dus tegen stemmen. De heer Bosch zal na de woorden van 4en heer Briët kort zQn. Spr. wil nog iets aanvullen. Zoo dacht Spr-i dat de sociaal democraten tegen de kermis zyn, maar hy vond onder do adressanten ook den naam van den heer Dubbeldeman. De sociaal democraten zfin dus niet tegen do kermis. De heer Reimeringer hesft dit jaar de kermis bezocht en niets van ongebonden heid .gemerkt. Spr. is het mot den hear Briët niet ©ons. Wanneer nu blijkt, dat er zoo veel menschen genoegen in hebben, waarom hun dat te ontnemen? Bovendien, de kermis is zoo iets ingeroests, dat zij onder alLarlei vormen herleeft. Spr. herinnert aan tentoon stellingen en andere feesten. Schaffen wij de kermis af, dan herleaft zij onder anderen vorm. Maar dan mist men de baten voor de gemeentekas. Spr. is dus tegen het voor stel. De heer Fokker wil zijn stem moiivee- ron tegen het voorstel. Als spr. overtuigd was, dat de karmis een zedelijk kwaad was, zou f 10,000 verlies voor hem geen be zwaar zijn. Maar die overtuiging heeft hij niet. Spr. gaat het proeadvies van B. ion Ws. na. Het kermisvermaak is van slecht al looi. Maar het 3-Ootober-feest dan? Dat is precies hetzelfde. En dan die losbandigheid en uitspattingenDie zijn niet zoo erg en .bovendien, we hebben toeh de politie, die daarvoor waken kan! Spr. citeert de sta- 'tistiek der onwettige geboorten en dan blijkt niet, dat deze door de kermis bijzonder toe nemen. Ook de andere bezwaren tegen de kermis worden door spr. bestreden. Het oordeel, uitgesproken door hen, die de heer Briët citeerde, is dat wel met be trekking tot de Leidsche kermis uitgespro ken? En dan het nadeel voor de gemeen tekas. Spr. bestrijdt den lieer Briët en wijst er op hoe do gTOote trek van buiten bij de kermis den middenstand zeer ten goede komt. Spr. is dus tegen het voorstel. De heer Meuleman, mede namens de katholieke raadsleden sprekende, zal stem men vóór het voorstel, voornamelijk omdat de kermis uit den tijd is. De kermis, die van kerkelijken oorsprong is, is ontaard. Wie eventjes kan, ontvliedt de kermis. Spr. meent, dat de kermis een bezwaar is voor het volksgeluk. En zij, die er iete anders in de plaats voor willen heb ben, dfie kunnen dat natuurlijk doen. Zij hebben toch het reoht van initiatief. Wat de statistieken betreft van den heer Fokker, die zijn niet betrouwbaar. Spr. zal er niet meer aan toevoegen. Hij en de zij nen zijn vóór de afschaffing. Do heer S ij t s m a zal ook veor de af schaffing stemmen. Spr. herinnert er aan, dat hij er indertijd reeds voor was, maar teen o.a. tegenstand ontmoette bij anti revolutionairen als wijlen de heer Yan Kem pen. Geef er wat voer in de plaats, zeiden zij. Spr. wyst er op dat de kermis let6 min der goeds la en nu moeten we beginnen haar af te schaffen, opdat er iets anders voor in de plaats kan komen, niaar oeno behoeft het andere niet uit te sluiten. Het verliee voor de gemeentekas erkent spr. waar die f 6000 komt uit de zakken van hen, die het minst kunnen betalen. Juist wat anders voor levens middelen, enz. wordt be6teod wordt dan besteed aan kermiscenten. Spr. staat nog geheel op zyn vroeger standpunt en zou daar om het toejuichen als de kermis werd afga schaft; De heer Fokker houdt tegenover den heer Meuleman vol dat zyn statistieken juist zyn. De heer Briët beantwoordt de bezwaren. Zy, die zeggen, dat de kermis werkeiyk mot zoo slecht is, hebben het mis. Spr. zal nu citeeren wat een partygenoot van den heer Fokker, nl. de heer Spiekman, van Rotter dam (luid gelach), heelt gezegd togen de kermis. Spr. wyst op de statistiek der on wettige geboorten. En mag de gemeente in het algemeen voor- doel trekken uit dingen, die men meent, dat verderfiyk zfin en ontedelyk? Spr. meent uitdrukkelijk van met. De heer Yan Hamel meent, dat de minderheid van B. en Ws. het tegenover den heer Briët verplicht is, even te zeg gen, dat zij niettemin hun standpunt niet heeft kunnen wijzigen, maar geheel meegaat met de heeren Fockema Andreae en Fok ker. Spr. becijfert, dat de financieele nadoe len niet alleen bestaan uit gemis aan Btaan- geld, maar ook de pacht van Gehoorzaal en anderszins moet hierbij in acht genomen worden. De heer Pera deelt staaltjes mee hoe juist de kermis een slechten invloed heeft. Hoe menschen, die anders solide zijn ©n hun vrouw en kindereu verzorgen, juist in die dagen hun plicht verwaarloozeu. Spr. bestrijdt de opmerking van den heer Focke ma Andreae, dat het voorstel komt van hen, die niet houden van vroolijkheid. Toch stelt spr. er een eer in tot die partij te behooren. Maar, zegt spr., niet tegen vroolijkheid zijn wij, maar tegen d i e vroo lijkheid. Daarom strijdt spr. tegen de kermis. De heer Fokker rectificeert, dat de heer Spiekman geen partijgenoot van spr. is. Deze is sociaal-democraat, spr. vrijzin nig-democraat. De discussie wordt gesloten. Het voorstel Briët wordt met 17 tegen 11 stemmen aangenomen. Yóór stemden de heeren Bosch, Bots, Briët, Corts, Driessen, Yan der Eist, Van Hoeken, Eerstens, Van der Lip, Meuleman, A. Mulder, P. J. Mulder, Pera, Sijtsma, Yan Tol, Vergouwen en Wildeboer. 14o. Voorstel tot het uitschrijven van een gevelwedstrijd. (314) De heer Vergouwen vraagt inlichtingen of het hier geldt een ruime opvatting van den gevelb uw met inbegrip nl. van het gobeele complex van buis en huizen. Do Voorzitter zogt, dat dit juist is. De heer Hoogeboom vraagt waarom „Vreemdelingenverkeer" dat derde lid zal voorstellen. De Voorzitter zegt, dat deze Vereeniging er juist goed voor in staat is. De heer Korevaar herinnert er aan, dat het doel van Vreemdelingenverkeer" parallel gaat m6t het hier booogde, nl de slai aan- trekkeiyk te makon. Het voorstel werJ zonder hoofdeiyks stem ming aangenomen. 15o. Voorstel tot oprichting van een elec trischen klokkendienst en tot beschikbaar stelling van de voor die oprichting benoo- digde gelden. (300 en 309) De heer Z wiers heeft veel sympathie vcor het voorstel, maar heeft enkele vragen te doen. Welk systeem zal men daarbij vol gen? Electrisch gedreven klokken dus zon der veer, enz., of alleen electrisch geregeld, zoodat ze godwongen wórden gelijk te loo- pen met de moederklok? Dat kan finan cieel verschil maken. Is er verder, vraagt spr., een bekwaam reparateur van klokken op de Centrale? Hoe komt de Centraio zelf aan den tijd? De heer 0 o r t s is tegen dit voorstel. Wanneer men later do geschiedenis van Leiden schrijft, zal men moeten erkennen dat B. en Ws.', in dezen tijd zeer voortva rend waren. Maar we moeten ook aan de belastingschuld gen denken. Waar komt hot geld vandaan? We hebben zooveel geld noo dig voor noodzakelijke dingen I Daarom zou spr. liever zien dat het voorstel van de agenda werd afgvoerd of anders verworpen. De heer Wildeboer meent ook dat we liier zuiver staan voor een weelde-uitga- ve. We moeten tooh mm of meer de tering, naar de nering zetten. Spx. zal de loden eon becijfering byspar&n. En als de gemeente het niet doet, zal de elec trisch© tram. het wel doen. Daarom is het puur een weeldeuitgave. Laten wc nog wat wachten. Ei* is toch geen haast bij De hoer Reimeringer vraagt wat is het meest practiscbe: óf het zelf te do in óf het aan een ander over te laten. Dan doet de gemeente toch beter hot zelf ter hand te nomen. Do heer Fokker zou ook liever willen wachten totflat do tijden wat gunstiger 'rijn. De heer S j t s m a vraagt als er geen voor deel is waarom zouden dan die twee con cessionarissen het vragen. Spr. meent, dat we zelf de zaak moeten aanpakken. D© Centrale, de telephoon, altijd heeft men ge zegd, dat is te duur. Spr. verwacht vau de zen maatregel ook in de toekomst goode resultaten. De heer F okker zou gaarne nog eens een opgave van afnemers willen zion. Tot nu toe hangt de raming te veel in de luoht. De heer Korevaar beantwoordt den heer Zwiers. Bedoeld zijn klokken, die di rect electrisch gedreven worden. Daarom is een speciaal reperateur niet noodig. De tijd zal worden geha.dd op het verificatie-bureau voor Zeeinstrumenten alhier. De heeren zijn bang voor uitgaven. Maar we moeten vra gen*: Waar ie het voor? Voor al of niet pro ductieve zaken? Nu geldt het bier slechts f 20,000 en nog wel voor een productieve zaak. Een lijst aan te leggen, zooals de heer Fokker wil, gaat niet aan, en flat bewijst toch niete, zooals spr. met een voorbeeld aantoont. Spr. wijst op het weinige risico, dat hier ligt. Wij moeten toch ook eenig vertrouwen hebben. Toen Leiden de gasfabriek begon, was er f 240,000 noodig. Toen de Centrale er moest komen, was er toen geen vertrouwen noo dig? Een kapitaal van 5 ton moost er zijn en wie heeft er spijt van gehad 'l En hier hebben we een beslist productieve zaak. Als wij het nu doen, dan hebben wij dit voor deel, dat het plaveisel nu nog in beweging is en dan kan het Li één moeite door. De heer C o r t s is niet bang voor do goede werking van dit vooTstel in de toe komst, maar we moeten kalm aan beginnen. Dal is spr.'s bezwaar. We moeten eerst nog eens beter onderzoeken. Spr. schijnt op d© slechte klokken op de Zijlpoort en het Stad huis. Do lieer Korevaar verwondert ei- zich over, dat de lieer Corts deze golegonluoid om de financiën van de gemeente te var- beteren wel negoeren, en hij meent toch' cok, dat het goed zal gaan. De hear Fokker vraagt nadere inlichtin gen over de kosten. De Voorzitter geeft d©ze. Volgens do gemaakte berekening zal de winst zóó zijn, dat de stad zelf haar eigen klokken vrij heeft. De discussie wordt gesloten. Het voorstel wordt aangenomen met 24 tegen 3 stemmen. Tegen stemden de hoe ren Corts, Fokker en Wildeboer. Niemand daarna moer het woord verlan gende, wordt d© vergadering door den Voor zitter gesloten. Openingskoersen SHieuw-York van heden. Topeka 104%. Rock Islapd 34J. Erie 29%. Southern Pacific 119. Southern Railway 2C%. Unioau 173J. Steels 76£. Stemming vast. Het plan bestaat om de loden der Eerste Kamer op te roepen tegen Woensdagavond 2 November tot afdoening der nog aanhan gige omtwerpen. Kapitein CïiristoSfel. De correspondent va-n het „Handelsblad" te Batavia sednt, dat aan kapiteni Chris- toffel ontslag uit den dienst is verleend.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Leidsch Dagblad | 1910 | | pagina 5