46 te garandeeren, zelf een contract af te sluiten en de stroom- levering ter hand te nemen, indien Noord wijk met den betreffenden grootverbruiker geen overeenkomst tot electri- citeitslevering heeft gesloten. In dit geval doet Leiden aan Noordwijk een afschrift van het door hem afgesloten contract toekomen. 4. Leiden zal van de bevoegdheid, hem krachtens het voorgaande lid toegekend, eerst gebruik maken, wanneer aan Leiden en Noordwijk overtuigend gebleken is, dat de groot verbruiker en Noordwijk na herhaald overleg niet op redelijken grondslag tot een voor beiden aannemelijke stroomleveriugs- overeenkomst hebben kunnen geraken. Artikel 3. Vergunningen Concessie aan derden. 1. Noordwijk verleent aan Leiden, zonder dat daarvoor eenige vergoeding of recognitie, hoe ook genaamd, door Leiden aan Noordwijk te betalen is, gedurende den duur dezer overeenkomst vergunning tot het leggen, hebben en onderhouden in en over zijne wegen, straten, pleinen, enz. van electrische kabels en geleidingen en tot het plaatsen van de benoodigde hoogspanningsstations, zoowel ten behoeve van de electriciteitsvoorziening van Noordwijk als ter voor ziening van gemeenten (waaronder begrepen buurtschappen), andere publiekrechtelijke lichamen of particulieren enz. buiten de grenzen van Noordwijk, alsmede van een gasbuizennet met toebehooren ten behoeve van eventueele gasvoorziening van gemeenten (waaronder begrepen buurtschappen), andere publiekrechtelijke lichamen of particulieren enz. buiten de grenzen van Noordwijk. 2. Uit de in het voorgaande lid bedoelde vergunning mag voor Noordwijk geen hinder of schade, waaronder ook be grepen zulke van aesthetischen aard, voortvloeien. Indien dit volgens Noordwijk wel het geval is en daarover na gemeen schappelijk overleg tusschen contractanten verschil van meening blijft bestaan, zal hieromtrent worden beslist door drie deskundigen, benoemd op de wijze als in artikel 16 voor scheidsrechters is aangegeven. 3. Noordwijk verbindt zich gedurende den duur dezer overeenkomst aan derden geen concessie te verleenen tot het leveren van electriciteit, noch zelf gedurende dien tijd elec- triciteit op te wekken ten behoeve van zijne eigendommen, publiekrechtelijke lichamen, particulieren of straatverlichting en eveneens niet toe te laten dat derden aan particulieren of publiekrechtelijke lichamen electriciteit leveren. 4. De bepalingen van het vorige lid gelden niet voor kabels en geleidingen, dienende voor stroomoverbrenging door parti culieren naar hun eigen bedrijf. Artikel 4. Hoogspanningsnet en Hoogspanningsstations. 1. Leiden draagt zorg voor aanleg, onderhoud en ver nieuwing van het hoogspanningsnet, met inbegrip van de inrichting van de hoogspanningsstations, in welke de stroom wordt afgeleverd en welke op de bij deze overeenkomst ge voegde gewaarmerkte teekening is aangegeven. 2. Wordt later door Noordwijk aflevering van de electri citeit in meer hoogspanningsstations gewenscht, dan kan dat in gemeenschappelijk overleg op nader overeen te komen voorwaarden geschieden, waarbij rekening zal worden gehouden met het in artikel 8, lid 1 sub a, bepaalde. 3. Hoogspanningsnet, inrichting vari de hoogspannings stations en transformatoren zijn en blijven het eigendom van Leiden, dat bevoegd is hiervan gebruik te maken voor stroomievering aan derden. 4. Door Noordwijk zal geen vergoeding voor het gebruik van den ondergrond ten behoeve van kabels en hoogspan ningsstations, noch eenige andere recognitie, hoe ook genaamd, van Leiden gevorderd mogen worden. De benoodigde onder grond voor de door Leiden te plaatsen hoogspanuingsstations, zoowel als de steenen gebouwtjes zelve (te bouwen ten ge noegen van Leiden) worden door Noordwijk kosteloos in gebruik afgestaan, voor zoover deze ondergrond en steenen gebouwtjes niet reeds door de eventueel aangeslotenen recht streeks aan Leiden beschikbaar worden gesteld. Deze bepaling geldt niet voor hoogspanningsstations, welke uitsluitend moeten dienen voor de stroomlevering buiten de grenzen van Noordwijk en zonder dat hiermede Noordwijksche belan gen worden gediend. Artikel 5. Leggen en verleggen van kabels. 1. Van elke voorgenomen kabellegging resp. aanleg van een luchtleiding wordt ten minste veertien dagen vooraf, zoo mogelijk eerder, aan Noordwijk kennis gegeven, zoo noodig onder overlegging van een dispositieteekening. Tenzij Noordwijk zich met de voorgestelde dispositie niet kan vereenigen, kan Leiden onmiddellijk tot de kabellegging resp. het plaatsen der palen en het spannen der luchtlei- dingen overgaan, welke werkzaamheden geschieden met inachtneming van de politieverordeningen van Noordwijk volgens de bijzondere aanwijzingen of regelen door Noordwijk gesteld en onder voldoende toezicht van de zijde van Leiden. 2. Er zal door Leiden zorgvuldig voor gewaakt worden, dat het verkeer zoo min mogelijk belemmering ondergaat. Bij noodzakelijke stremming van de passage zal hiervan door Leiden, behoudens omstandigheden van zijnen wil on afhankelijk, telkens ten minste drie, zoo mogelijk vijf, dagen vooraf aan Noordwijk worden kennisgegeven. In dringende gevallen (als storingen aan bestaande kabels enz.) zal Leiden onmiddellijk de noodige werkzaamheden kunnen uitvoeren, mits de noodige veiligheidsmaatregelen worden in acht genomen en zoodra mogelijk aan Noordwijk van deze werk zaamheden wordt kennis gegeven. 3. De gelegde kabels worden in het plaveisel door een voldoend aantal merksteenen, ten minste één bij elke mof, aangeduid. 4. Wanneer dit door Noordwijk in het belang der gemeente wordt noodig geacht, is Leiden verplicht de leidingen met toebehooren, hetzij in haar geheel, hetzij gedeeltelijk, op te nemen en te verleggen. Noordwijk is alleen verplicht daar voor te vergoeden de werkelijk gemaakte kosten. Zijn door Leiden dergelijke werken uitgevoerd zonder aanvrage van Noordwijk, dan behoeft geen vergoeding te volgen. Artikel 6. Laagspanningsnet. 1. Voor rekening van Noordwijk komen de van de hoog spanningsstations uitgaande laagspanningsgeleidingen met hare schakelaars, zekeringen, alsmede alle bijbehoorende toestellen en de geleidingen, enz. voor de huisaansluitingen. Met het oog op de bedrijfszekerheid van den aanleg wordt omtrent de keuze van bovengenoemde leidingen, kabels, enz. met Leiden overleg gepleegd. 2. De installatie-voorschriften, door Noordwijk uit te vaardigen, zullen zooveel mogelijk gelijkluidend zijn aan die van Leiden. Artikel 7. Beschikbaar gestelde energie. 1. Het maximaal vermogen, dat Leiden voor Noordwijk beschikbaar moet houden, wordt vastgesteld op 200K.V.A., waarbij een gegarandeerde minimum-jaarafname (zie artikel 1 lid 2) behoort van 150.000 K.W.U. Op verzoek van Noordwijk kan het beschikbaar gestelde vermogen worden verhoogd tot ten hoogste 400 K.Y.A. op voorwaarde, dat alsdan tevens de minimum-jaarafname wordt verhoogd en wel als volgt: voor 250 K.V.A. een minimum-jaarafname van 200.000 K.W.U. Yerhooging van het vermogen boven 400 K.V.A. kan op nader overeen te komen voorwaarden plaats hebben. 2. Ter beoordeeling van het vermogen, dat gedurende een kalenderjaar door Noordwijk zal worden verbruikt, zal Noordwijk driemaandelijks en zoo noodig meermalen een opgave aan Leiden doen toekomen van het aantal aanslui tingen aan zijn electriciteitsnet en van de gezamenlijke aansluitwaarde in K.W. dezer aansluitingen. 3. De electriciteit naar Noordwijk wordt overgebracht als driephasenstroom met nominaal 10.000 Volt spanning bij 50 perioden per seconde (hoogspanning) en aan Noord wijk afgeleverd als draaistroom van 50 perioden per seconde bij een spanning van nominaal 380/220 of 220/127 Volt (laag- spanning). Deze spanning zal zoo constant worden gehou den als van eene naar de eischen des tijds ingerichte elec trische centrale mag worden verwacht. Artikel 8. Verschuldigde kosten voor de stroomlevering. 1. Het door Noordwijk verschuldigde voor de door Leiden geleverde electrische energie zal, onverminderd het bepaalde in artikel 9 en de verplichte meterhuur, als volgt worden berekend a. Voor rente, tegemoetkoming in de kosten van afschrij ving en bediening van het hoogspanningsnet volgens de bij deze overeenkomst gevoegde en gewaarmerkte teekening, bedoeld in art. 4, eerste lid, gedurende 30 jaren jaarlijks 2.190, (zegge: tweeduizend één honderd negentig gulden). Dit jaarlijks te betalen bedrag eventueel te verhoogen met 300 250.000 350 325.000 400 400.000

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Handelingen van de Raad | 1926 | | pagina 15