85
te wijzen op het gevaar, dat bij voortduring van den oorlog,
de aanvoer van steenkolen zoowel geringer als onregelmatiger
zal worden.
In het voorjaar van 1915, toen de contracten voor deleve
ring der benoodigde gaskolen werden afgesloten, was het
gevaar nog lange niet zoo dreigend als thans. De Nijverheids
commissie was toen van meening, dat aan alle behoeften
voorzien kon worden door den aankoop en de distributie van
alle verbruikers te centraliseeren. Daarvoor werd het z.g.
Kolenbureau opgericht.
De Stedelijke Gasfabriek heeft voor hare kolenvoorzieningover
het tijdvak 1 April 1915 tot 31 Maart 1916 de volgende con
tracten afgesloten
I. Contract met de Steenkolen-Handelsvereeniging te Utrecht
voor de levering van Duitsche gaskolen, loopende van 1 April
1913 tot 31 Maart 1916. Door vermindering van de productie
der Duitsche mijnen in het Rubrgebied werd het kwantum,
dat de Steenkolen-Handelsvereeniging over den tijd 1 April
1915 tot 31 Maart 1916 moest leveren, tot 60 gereduceerd.
Van de hoeveelheid ad 25.200 ton, die geleverd moest worden,
konden dus slechts rond 15.000 ton verwacht worden. (Mis
schien, dat door een procedure van de stad Leiden met de
Steenkolen-Handelsvereeniging de resteerende 40% nageleverd
zouden moeten worden, doch voordat een dergelijk proces,
waarvan de uitslag bovendien zeer twijfelachtig is, afgeloopen
zou zijn, zou de Gasfabriek reeds lang zonder kolen zitten.)
II. Contracten door bemiddeling van het genoemde Kolen-
bureau voor de levering van ruim 15.01)0 ton Engelsche
kolen over het tijdvak 1 April 1915 tot 31 Maart 1916.
Indien deze hoeveelheden ten volle geleverd werden, zou de
gasfabriek tot 1 April 1916 van kolen zijn voorzien geweest
en ook nog een voldoenden reserve-voorraad op haar terrein
hebben behouden.
Na het ingaan der contracten op 1 April 1915 zijn de
toestanden voor den invoer van gaskolen echter veel slechter
geworden.
Zoowel de Engelsche als de Duitsche regeering hebben in
de maanden April en Mei een verbod van uitvoer uitgevaar
digd en daarna den uitvoer van kolen zoodanig geregeld,
dat na aftrek van de binnenlandsche behoefte dier rijken,
van maand tot maand wordt vastgesteld hoeveel kolen naar
het buitenland mogen worden uitgevoerd. Het gevolg is ge
weest, dat de aanvoer gedurende de maanden April en Mei
slechts de helft heeft bedragen van het kwantum, waarop de
contracten aan de gasfabriek recht gaven. Het ontbrekende
gedeelte kan niet nageleverd worden.
Bovendien dreigt van maand tot maand het gevaar, dat
de uitvoer nog meer vermindert, resp. tijdelijk geheel stop
gezet wordt.
In het algemeen is het Kolenbureau en andere tot oor-
deelen bevoegde lichamen van meening, dat hoogstens mag
gerekend worden op eene leveling van 66% Duitsche kolen
en 50% Engelsche kolen, berekend naar de in Maart j.l. af
gesloten contracten.
Tot nog toe heeft de gasfabriek ieder tekort onmiddellijk
door nieuwen aankoop gedekt, zij het ook met vrij aanzien
lijke geldelijke offers. De gasvoorziening van de gemeente
Leiden en omstreken gedurende den winter 1915/16 is echter
nog niet voldoende verzekerd.
Volgens mededeeling van den Directeur der Stedelijke Fa
brieken van Gas en Electriciteit zou echter eene uitbreiding
van den reserve-voorraad met 2500 ton de kans om door den
winter te komen aanmerkelijk vermeerderen. Deze reserve-
voorraad zou verkregen moeten worden door deel te nemen
aan de in den aanvang van dit schrijven genoemde Onder
linge Kolenreserve-Maatschappij.
De Directeur der Stedelijke Fabrieken van Gas en Elec
triciteit, daartoe, na overleg met onzen Voorzitter, gemachtigd
door Burgemeester en Wethouders, heeft aan de vergadering
van de sub-commissie voor de Nijverheid van het Koninklijk
Nationaal Steuncomité 1914 deelgenomen. Deze vergadering
is 28 Juni j.l. te 's-Gravenhage gehouden; een verslag van
deze vergadering komt voor in het Ochtendblad B. van de
N. Ilotterdamsche Courant van 29 Juni j.l. Voorloopig heeft
de Gasfabriek zich principieel verbonden voor 25 aandeelen
elk van f 100.in de Maatschappij deel te nemen. Elk vol
gestort aandeel van f 100.— heeft het recht op 100 ton kolen
in de reserve.
Naar aanleiding van het voorgaande hebben wij de eer Uw
College in overweging te geven aan den Raad voor te stellen
goed te keuren, dat door de Gemeente Leiden wordt deelge
nomen met 25 aandeelen a f 100.in de Onderlinge Kolen
reserve-Maatschappij.
De geldelijke gevolgen van deze verbintenis zullen zijn,
dat de Stedelijke Gasfabriek zich verplicht 2500 tongaskolen
van de Onderlinge Kolenreserve-Maatschappij af te nemen
tegen een prijs, die op f 30.— per ton f. o. b. Rotterdam ge
raamd wordt, in totaal dus f 75000.waarvan als waarborg
direct f 45000.gestort moeten worden.
Het is niet noodig, dat de Electriciteitsfabriek ook deel
neemt in de Onderlinge Kolenreserve-Maatschappij, daar deze
fabriek voldoende van brandstof verzekerd is en de schaarschte
aan gaskolen veel grooter is dan aan stoomkolen.
Commissarissen der Stedelijke Fabrieken
van Gas en Electriciteit,
N. C. de Gijselaar, Voorzitter.
J. Korevaar P.Azn.
Fokker.
Aan Heeren Burgemeester en Wethouders van Leiden.
N°. 139. Leiden, 10 Juli 1915.
Over het bedrag van f 400000. op de begrooting voor
1915 als tijdelijke kasgeldieening uitgetrokken, is thans voor
een bedrag van 362500.— beschikt.
Voor het geval, dat de gemeentekas tijdelijk geen vol
doende middelen mocht bezitten, om de vereischte betalingen
te doen, en dientengevolge tot het sluiten van een nieuwe
tijdelijke kasgeldieening zou moeten worden overgegaan, is
eene versterking van het op de begrooting uitgetrokken bedrag
derhalve noodig.
Wij geven mitsdien in overweging de begrootingsposten
dienst 1915, in ontvangst volgn. 62 „Tijdelijke geldleening
ter voorziening in de behoefte aan kasgeld" en in uitgaaf volgn.
232 Aflossing van tijdelijk ter voorziening in de behoefte
aan kasgeld opgenomen geld", ieder met f 300000.te
verhoogen.
In verband met het bovenstaande zal ook de post volgn.
213 »Rente van tijdelijk ter voorziening van kasgeld opge
nomen gelden moeten worden verhoogd. Deze post was slechts
geraamd op f 9000.Zoowel met het oog op den waar
schijnlijk langeren duur van ingebruikhouding der bereids
opgenomen gelden, als ten behoeve van eventueel latere
opnemingen, wrrdt eene verhooging van dezen post met
f 11000.raadzaam geacht. Deze verhooging kan worden
gevonden door afschrijving van gelijke som van den post
voor Onvoorziene Uitgaven, waarop nog f 43522.— beschik
baar zijn.
Wij geven U op grond van het bovenstaande in overwe
ging tot de daarbij bedoelde begrootingswijzigingen te besluiten,
door vaststelling van den hierbij overgelegden staat model C.
Aan den Gemeenteraad. Burg. en Weth. van Leiden.