126 DONDERDAG 16 DECEMBER 1807. wegen verkeeren in een deplorabelen toestand. Of dat te wijten is aan de wijze, waarop zij worden behandeld, durf ik niet zeggen, maar ik vind de singels niettegenstaande dat wat er voor gedaan wordt, niet in voldoenden toestand. Vooral wat de begrinding betreft; het grind zakt in de wegen weg. Nu doet zich naar aanleiding van wat u medegedeeld hebt bij mij de vraag voor, of onder deze voorgedragen personen iemand is, die werkelijk daarvan verstand heeft. De heer De Ridder maakt een zeer goeden indruk, maai' voor zoover ik weet heeft hij nog geen andere werken uitgevoerd dan toezicht gehouden bij den bouw van groote werken hier en vroeger ook te Delft gedurende acht a lien jaren. Gelooft u. dat inderdaad deze heeren zulke wegen kunnen aanleggen? Wanneer dat het geval was. geloof ik dat er veel gewonnen zou zijn. De Voorzitter. Omtrent de technische bekwaamheden van een aan te stellen opzichter moeten D. en W. natuurlijk af gaan op de technische ontwikkeling en de ondervinding van den directeur der gemeentewerken, dien wij eenmaal hebben aangesteld. Evenzoo is dat met, de commissie van fabricage. Die is door den Raad benoemd en in haar advies moet de Raad dus vertrouwen stellenwaar nu de leden dezer commissie van deskundigen met den directeur van gemeentewerken una niem, na omtrent de sollitanten een grondig onderzoek te hebben ingesteld, tot het resultaat komen welke personen op de aanbevelingslijst moeten worden geplaatst, daar bestaat vooi' B en W. geen reden van dat advies af te wijken. Wij hebben geen enkele reden om te vermoeden, dat de personen, die op de aanbeveling staan, geen verstand zouden hebben van den aanleg en onderhoud van buitenwegen. B. en W. kunnen niet van alles verstand hebben, allerminst van bouw kundige vakken. De heer Zillesen. Ik dank u voor het gegeven antwoord M. d. V,, maar het bevredigt mij niet. Ik wil aannemen, en het is ook best mogelijk, dat deze heeren verstand hebben van het aanleggen van wegen. Maar de bedoeling mijner vraag was: of B. en W. ons dat nader kunnen verzekeren of misschien een lid der Commissie van fabricage daarop antwoord geven kan De heer De Goeje. Ik had plat» gehad, M. d. V., dezelfde opmerking te maken als de heer Pera. Ik zal mij na het door u gegeven antwoord gaarne bij de voordracht neerleggen. Er is evenwel eene zaak, die ik in hei'innering wensch te brengen, nl. de belofte door den voorzitter dezer vergadering gedaan, dat de hulp van deskundigen zou worden ingeroepen i»i de quaestie van het rooien van boomen en het planten van nieuwe boomen. Ik zou gaarne zien, dat dat niet uit betoog verloren werd. Ik had mij eenigszins gevleid, dat daarin door deze benoeming zou worden voorzien. Dat wij het op dat punt niet, zonder advies kunnen doen, is dikwijls bij de discussion in den Raad gebleken. Ik neem de vrijheid dat punt in de aandacht van B. en W. opnieuw aan te bevelen. De Voorzitter. Wij zullen zeer gaarne op uwen wenk letten. De Voorzitter. Indien niemand meer het woord verlangt, verzoek ik den heeren De Vries, De Goeje en Zaayer met mij het stembureau te willen uitmaken. Achtereenvolgens worden nu benoemd de heeren: a. F. J. De Ridder met 19 stemmen, terwijl1 5 stemmen zijn uitgebracht op den heer De Goederen. b. G. L. De Goederen met '18 stemmen, terwijl 6 stemmen zijn uitgebracht op den heer Splinter. II. Het nemen van een besluit, over het amendement van den heer Pera op punt n°. 3 van het voorstel van Burge meester en Wethouders omtrent de opheffing van de betrek king van Rooimeesters enz., omtrent welk amendement in de raadszitting van 9 December jl de stemmen hebben gestaakt en eindstemming omtrent het geheele voorstel. (Zie Ing. St. n°. 301). De heer Aan Kempen. M. d. V., mag ik var» u weten wat dit amendement is? De Voorzitter. Heeft een van de leden bezwaar, dat de discussie heropend wordt, ten einde den heer Van Kempen gelegenheid te geven een vraag te doen? Be beer Van Kempen. M. d. V., het is geen heropening der discussie, maar alvorens mijne stem uit te brengen dien ik toch 1e weten waarover gestemd moet worden. De Voorzitter. In punt 3° van het voorstel van B. en W. wordt voorgesteld de benoeming van den bouw-inspecteur alsmede de vaststelling van zijne instructie, te doen plaats hebben door B. en W., terwijl de heer Pera heeft voorgesteld de benoeming te doen geschieden door den Raad en de vast stelling der instructie te laten aan B. en VY. De heer Van Kempen. Dank u, M. d. V. In stemming gebracht, wordt het amendement Pera geacht te zijn verworpen, daar andermaal de stemmen staken. Voor stemmen de heeren: Zillesen, De Goeje, Van Kem pen, Van Rhijn, Van Lidth de Jende, P. J. Van Hoeken, A. J. Van Hoeken, ,T. P. ,1. Driessen, Stadhouder, Kerstens, Pera en Van Hamel. Tegen stemmen de heeren: Korevaar. L. Driessen, Riegen- beek van Heukelom, Kaiser, Dekhuijzen, Hasselbach, De Vries, Van Dissel, Kroon, Zaayer, Fockema Andreae en Juta. Punt 3 wordt daarna zonder hoofdelijke stemming goed gekeurd gelijk het is voorgesteld door B. en W., evenals daarna het voorstel in zijn geheel. III. V oorstel van de Gedeputeerde Staten tot nadere regeling van de jaarwedden van den Burgemeester en den Secretaris, medegedeeld in de Raadszitting van 9 December jl. De lieer De Goeje. M. d. V. Ik stel vooi', alvorens deze zaak in openbare zitting te behandelen, eene zitting met ge sloten deuren te hebben. De Voorzitter. Aangezien de heer De Goeje eene verga dering met gesloten deuren verlangt, schors ik deze veiga- dering en verander de openbare in eene vergadering met gesloten deuren. De openbare zitting wordt heropend. De Voorzitter. Ik wensch het voorstel van Ged._ Staten te splitsen en in de eerste plaats aan de orde te stellen het voorstel betreflende de nadere regeling der jaarwedde van den burgemeester. Mag ik aannemen dat van dat voorstel met algemeene in stemming is kennis genomen De heer Van Kempen. M. d. V. U kunt wel aannemendat dit met algemeene stemmen wordt goedgekeurd en dat het traktement van den burgemeester van Leiden in het vervolg tot dit bedrag zal worden uitgetrokken, maar het doet mij genoegen dat dit besluit juist valt in een tijd dat de tegen woordige titularis, waaraan de gemeente zooveel verplichting heeft, aan het bestuur is. Het voorstel van Ged. St., wat betreft het eerste gedeelte, wordt daarna zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. De Voorzitter. Alsnu is aan de orde het voorstel van Ged. St. betredende de nadere regeling van de jaarwedde van den Secretaris. De heer Van Kempen. Het is bekend, M. d. V., dat ik de verdiensten van onzen tegen woord igen secretaris zeer waardeer, die op loffelijke wijze zijnen arbeid vervult. Evenwel moeten wij bedenken dat de Secretaris een assistent heeft gekregen, die voor die betrekking zeer geschikt blijkt te zijn en die hem dan ook voor een belangrijk deel zijn arbeid verlicht, ik meen dat zijn tractement niet moet worden verhoogd, omdat door die aanzienlijke assistentie zijn arbeid, ook na de uit breiding der stadniet zooveel is vermeerderd. Een trakte ment van f 3600,is voldoende om fatsoenlijk van te leven, en omdat wij hier te beschikken hebben niet over eigen fondsen maar over de fondsen van de gemeente, komt mij dit niet wenschelijk voor. Daar, waar het nu dringend noodig is het traktement van den burgemeester te verhoogen, omdat die zooveel arbeid meer heeft gekregen, zie ik de noodzakelijk heid om het traktement van den secretaris te verhoogen met alle appreciatie van zijn persoon op dit oogenblik niet in. De Voorzitter. Indien niemand meer het woord verlangt, wensch ik alleen mee te deelendat het gevoelen van R. en W. in deze zaak isdat zij een traktement van f 4000, een voor deze gemeente passend traktement voor de betrek king van secretaris achten. In stemming gebracht, wordt dit gedeelte van het voorstel van Ged. St. aangenomen met 16 tegen 8 stemmen. Vóór stemmen de heeren Zillesen, Korevaar, L. Driessen, Siegenbeek van Heukelom, De Goeje, Van Lidth de Jende, Kaiser, Dekhuyzen, Hasselbach. De Vries, Van Dissel, Kroon, Van Hamel, Zaaijer, Fockema Andre® en Juta. Tegen stemmen de heeren: Van Kempen, Van Rhijn, A J. Van Hoeken J.Jzn., P. J. Van Hoeken, J.P. J. Driessen, Stad houder, Kerstens en Pera. Niets meer aan de orde zijnde, wordt de Vergadering gesloten. Te Leiden ter Boekdrukkerij van J. J. Groen Zoon.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Handelingen van de Raad | 1897 | | pagina 2