82 MAANDAG 28 OCTOBER 1895. regeling te ontwerpen, dat den agenten één vrije Zondag in de maand wordt verzekerd. Nu wij echter van u, M. d. V., hebben ver nomen. dat u geen nadere inlichtingen zult kunnen geven dan reeds door u verstrekt zijn, zal ieder, die in principe wil wat de heer Fockema Andreae voorstelt, niets anders kunnen doen dan zjjn voor stel aannemen. Door eene motie of een verzoek oin nadere inlich tingen kunnen wij niets meer verkrijgen dan het materiaal dat wij nu reeds voor ons hebben. De heer Van Kempen vraagt en verkrijgt voor de derde maal het woord. M. d. V.! Ik begrijp niet dat een van de leden tegen het voorstel van den heer Fockema Andreae kan zijn. De Raad geeft eenvoudig een crcdiet van f 0000 aan het hoofd van de politie, die zelf aange vangen is met de verklaring dat hij er naar streeft om het gehalte van de politie te verbeteren. Dat hoofd van de politic nu is een volkomen vertrouwbaar man. Wanneer het crediet, zijns inziens, niet noodig blijkt, welnu! dan zullen de gelden gedeponeerd blijven, dan worden zij niet uitgegeven. Wat is er dan tegen om die f 6000 be schikbaar te stellen. De heer Jota. M. d. V.! Het argument van de betrouwbaarheid van den Burgemeester, zooeven door den heer Van Kempen aange voerd verbaast mij niet alleen maar het spijt mij dat hij het heeft gebezigd. Is dit nu een argument? Wij allen stellen de betrouw baarheid van den Voorzitter volstrekt niet lager dan de heer Van Kempen; maar welke gevolgtrekkine zoude men nu kunnen maken? Dat zij die tegen het voorstel van den heer Fockema Andreae stem men, minder vertrouwen stellen in het hoofd der gemeente. Wan neer de meerderheid die 6000 voteert, weten wij allen dat de Burgemeester daarvan een alleszins vertrouwbaar gebruik zal maken. En wat nu de wenschlijkheid van de zaak betreft, ja er zijn zoo vele zaken die wenschelijk zijn. Men moet maar eens zitting hebben in het College van Dag. Bestuur om te weten hoe in bijna elke ver gadering van het College zaken voorkomen die zeer wenschelijk zijn. Demping van het Levcndaal zeer wenschelijk; demping ook van andere grachten zeer wenschelijk. Maar als wij al die wensche- lyke zaken gingen behandelen, zooals nu bij de politie geschiedt, met gevoelsargumenten en ze wilden uitvoeren dan houd ik het er voor dat de uittocht van belastingschuldigen uit Leiden nog veel grooter zoude worden. Daarom is door u, M. d. V., ook zeer terecht opgemerkt dat wij gaande weg en op zijn tijd elke wenschelijke zaak moeten zien uit te voeren, maar niet alles op eens. Waar de Voorzitter zelf heeft verklaard nog wel een jaar te kunnen wachten met vermeerdering van het getal agenten en eerst de grensuitbrei- ding te willen afwachten, daar vind ik het voorbarig, thans reeds de gelden voor die uitbreiding van politie te voteeren; wij moeten ook rekening houden met de beschikbare geldmiddelen. De beraadslaging wordt gesloten. De Voorzitteb. Ik zou den heer Fockema Andreae wel in over weging willen geven om zijn voorstel te splitsen en van de f 6000 1000 te brengen op Volgn. 108: «Kleeding en wapening der politie dienaars en veldwachters." De heer Fockema Andbeae. Gaarne voldoe ik aan uw wcnsch M. d. V. Het voorstel van den heer Fockema Andreae wordt in stemming gebracht en 15 tegen 8 stemmen aangenomen. Voor stemden de heeren: Pera, De Vries, Verster van Wulverhorst, Van Hamel, Kerstens, Siegenbeek van Heukelom, Verhey van Wijk, Zaaijer, Van Kempen, Drucker, Van Dissel, Kroon, Stadhouder, Zillesen en Fockema Andreae. Tegen stemden de heeren: Du Rieu, Cock, Van Hoeken, Hasselbach, Dekhuyzen, De Sturler, Van Rhijn en Jula. Volgn. 107 thans uitgetrokken tot een bedrag van 41850 wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. Volgn. 108 thans verhoogd met 1000 en gebracht op f 6350 wordt zonder beraadslaging of hoofdelijke stemming goedgekeurd. De Volgnrs. 109 en 110 worden achtereenvolgens zonder beraadsla ging of hoofdelijke stemming goedgekeurd. Beraadslaging over Volgnr. 111, luidende: Onderhoud der brand- spuiten 2320. De heer Van Kempen. Daar deze zaak verleden jaar aan mijne aan dacht ontgaan is en het afdeelingsverslag niet algemeen wordt ge lezen, wcnsch ik van deze gelegenheid gebruik te maken om een woord van hulde te brengen voor de wjjze waarop de brandweer werkt. In vroeger jaren was dat treurig, ik zeg niet welke daarvan de reden is. Ik wil alleen constateeren dat de organisatie van de brandweer zoo uitmuntend is dat wij er de beste resultaten van kunnen verwachten. Wij kunnen gerust zeggen dat, wanneer er brand komt in deze stad, alle maatregelen worden genomen om dien te blusschen. Ik geloof dat de Raad er zich mede zal vereenigen wanneer ik het Dag. Bestuur daarvoor dank breng. Van den Raad gaan telkens allerlei aanmerkiugen uit; wanneer nu echter daartoe reden is moet hij ook een woord van dank over hebben. De Voorzitter. Namens de brandweer dank ik den heer Van Kempen. Volgnr. 111 wordt zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. Beraadslaging over Volgnr. 112, luidende: Belooningën en premiën aan de brandspuillieden en beambten 3625. De Voorzitter. Burg. en Weth. stellen voor eene verhooging van f 25 voor den machinist van de stoomspuit n°. 2. Dit art. wordt dan op f 3650 gebracht. Het gewijzigd Volgnr. wordt zonder hoofdelijke stemming goed gekeurd. De Voorzitter. Volgn. 113: Kosten der Schutterij f 8696, moet worden verhoogd met 313 en alzoo gebracht op f 9009, Hierbij komt in behandeling de begrooting voor de Schutterij. De Voorzitter. De Schuttersraad heeft voorgesteld het tractement van den eersten luitenant-kwartiermeester te verhoogen, maar Burg. en Weth. stellen voor, overeenkomstig het verleden jaar genomen be sluit en het advies van de Commissie van Financiën die verhooging niet toe te slaan. De begrooting van den Schuttersraad wordt daarop voorloopig goedgekeurd op een bedrag van f 9334 en Volgn. 113 zonder hoof delijke stemming goedgekeurd. De Volgnrs, 114119 worden achtereenvolgens zonder beraadslaging of hoofdelijke stemming goedgekeurd. Beraadslaging over Volgnr. 120, luidende: Kosten voortvloeiende uit het nemen van maatregelen ten behoeve van den openbaren gezondheids- toestand f 2000. De lieer Drucker. M. d. V.! De Commissie van Rapporteurs die dit jaar het verslag heeft gesteld, heeft zich daarbij toegelegd op bij zondere kortheid; misschien is zij daarin wel wat ver gegaan. Bij dit art. werd in de afdoelingen eene quaeslie uitvoerig besproken, die mij voorkomt zeer belangrijk te zijn, maar waarvan de Commissie weinig heeft teruggegeven. Er staat: »Een lid vraagt wat de oor zaak is, dat men niet meer hoort van het onbewoonbaar verklaren van huizen: waarom aan de vastgestelde verordening geen uitvoering wordt gegeven. Hij is van oordeel dat de verordening niet goed werkt en zou haar herzien willen hebben". In de afdeeling, waarin ik de eer had tegenwoordig te zijn, is die wcnsch tot herziening niet zoo botweg uitgesproken. De zaak is daar ampel behandeld. Nu volgt in het Verslag: »en wenscht dat het rapport der deskundigen die volgens de verordening de al of niet bewoonbaarheid moeten onderzoeken, voor de leden ter visie zal gelegd worden". Burg. en Weth. antwoorden daarop met benijdenswaardige leukheid «Bij de voorstellen tot onbewoonbaarverklaring wordt het advies der bovenbedoelde Commissie ter inzage van de leden in de Lees kamer nedergelegd". M. d. V.! dat wist het vragende lid ook wel; dat volgt uit de verordening zelve; bij de zeer zeldzame gevallen dat voorstellen van dien aard aan den Raad gedaan zijn heeft het advies dan ook in de Leeskamer gelegen. De bedoeling van bet lid was echter deze, dat indien hel advies niet leidt tot een voorstel tot onbewoonbaarver klaring, speciaal in het geval van de Daniels- en Sanderspoorteu, het advies toch zal worden nedergelegd ter lezing. En waarom? Omdat het voor den Raad van belang kan zijn, ik voor mij acht het althans van belang, te kunnen nagaan, hoe de verordening werkt. Bij de werking van de verordening is toch een zeer belangrijke factor de wijze, waarop zij die het rapport opmaken hun taak opvatten. Daar om wenschte ik dat dit advies ter lezing zou worden gelegd, welken wcnsch ik nu zoo vrij ben te herhalen. Het komt mij voor, dat wij hier te doen hebben met eene van de belangrijkste punten van overheidszorg; dat als wij kunnen zorgen voor betere toestanden op het gebied van woningen, wij het peil der volksontwikkeling hooger zullen brengen dan het tegenwoordig is. De Raad heeft dit trouwens erkend door geldelijken steun te ver- leenen aan de bekende verecniging. Ik geloof echter dat de werk zaamheid van deze vereeniging alleen ons er niet zal brengen, en dat wjj meer afdoende verbetering slechts zullen verkrijgen, wanneer wij tegelijk hanteeren bel wapen van de onbewoonbaarverklaring. Door hetgeen daaromtrent door Burg. en Weth. is gezegd ben ik eenigszins teleurgesteld. Zij verklaren «Hoezeer nu na de onbewoonbaarverklaring van de Papegaai'spoort geene daartoe strekkende voorstellen ten aanzien van andere per- ceelen zijn ingediend, wordt toch herhaaldelijk verbetering in be staande woningen op aandrang van het gemeentebestuur, aangebracht waardoor eene onbewoonbaarverklaring kan worden voorkomen. De verordening werkt alzoo in vele opzichten eenigermate pre ventief". Dit, M. d. V., hoorden wij vroeger ook; toen werd gezegd: het ligt aan de oude verordening die niet deugt. Nu hebben wij eene nieuwe verordening, en wij krijgen dezelfde verklaring. ik kan op 't oogenblik niet anders doen dan te verzoeken het rap port der Commissie officieel ter lezing te bekomen; ondershands zoudt u mij wellicht de kennisneming toestaan, maar dit acht ik niet voldoende. Bij dit verzoek voeg ik dan den wcnsch, dat Burg. en Weth. toch telkens mogen overwegen, of er geene aanleiding be staat de verordening toe te passen. Het ligt voor de hand, dat men in het aanslaande winterseizoen niet gemakkelijk tot onbewoonbaar verklaring overgaat. Maar dit seizoen is zeer geschikt om te over wegen en voor te bereiden, zoodat tegen een beteren tijd die veror dening kunne worden toegepast op de gevallen, waarvoor zij is ge schreven. De Voorzitter. De heer Drucker verwjjt het Dag. Bestuur eene groote leukheid in het antwoord. Wij hebben gevolgd hetgeen de verordening daaromtrent zegt, omdat er bij Burg. en Weth. werkelijk groot bezwaar bestaat om officiéél inzage te geven van de rapporten, die niet leiden tot een voorstel van onbewoonbaarvcrklaring. ü'e verordening heeft het blijk baar niet gewild. Wij willen echter wel eenigszins aan het verzoek van den heer Drucker te geraoet komen. Wanneer een lid van den Raad zich tot Burg. en Weth. vervoegt om vertrouwelijk inzage van de rapporten te krijgen, zullen wij het nooit weigeren; maar ze officieel ter inzage

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Handelingen van de Raad | 1895 | | pagina 8