Modecollectie voor Gemeentemuseum
voorpost van de hedendaagse cultuur
De grote namen en de 'straat'
ment. Maar die anti-mode bleek net
zo rigide en gereguleerd te zijn als de
traditionele mode waartegen men
zich af dacht te zetten. Wat als non-
conformistisch gold werd al snel net
zozeer een uniform als de blauwe
blazer en de stropdas. ”Er was een
tijd dat je bijna verplicht in spijker
broek naar het theater ging”, vertelt
letse Meij. ’’Gelukkig is die tijd voor
bij en kleden de mensen zich weer
wat. mooier. Tegenwoordig weet ie
dereen toch wel een aantal belangrij
ke mode-ontwerpers te noemen.
Mensen permitteren zich mode, niet
alleen vanwege de status, maar ook
omdat kwaliteit weer gewaardeerd
wordt. Het is ook een logische reac
tie op die armoede-look. Mode be
staat nu eenmaal bij de gratie van
verandering.”
■KI
11 Ij
V
IK
I
I
Trends en tradities in nieuwe Kostuumkelder
1
Ini.
tee
far
uui
WA/!
na;
fien
I na;
Illy
^'*3
jf
r
door Willem van Altena
i
Jfi
Niet alleen de grote namen vinden
een plaatsje in de collectie van de
Kostuumafdeling van het Gemeen
temuseum. Ook de ’straatmode’
wordt net zo nauwlettend gevolgd
door conservator letse Meij. ’’Ze
ker uit periodes dat ’de straat’ be
langrijk was, zoals de hippietijd en
de punk-periode.” Grappig is, om
te zien hoe de straat vervolgens de
ontwerpers inspireert. ”Wij heb
ben bijvoorbeeld een heel typerend
mantelpak in de collectie van Zan
dra Rhodes, met enorme veilig
heidsspelden in plaats van kno
pen.” Maar ook een man als Jean-
Paui Gaultier is er groot mee ge
worden.
DEN HAAG - ”De Kostuumgalerij
is speciaal voor onze collectie ge
bouwd. Dan spreekt het dus vanzelf
dat je dan niet meteen begint met
het tonen van bruiklenen.” Aan het
woord is letse Meij, de conservator
van de Kostuumafdeling van het
Gemeentemuseum. Dat vanaf 29
oktober de ondergrondse Modega-
lerij dan ook gevuld zal zijn met
Topstukken uit de verzameling is
dan ook niet meer dan vanzelfspre
kend.
Een ’body-conscious creatie van
Azzedine Alaïa; het andere uiterste
in mode. Foto: Erik en Petra Hes
me rg)
Bi
Te
Al
ei
Alt
H
Noi
Tel
gn. I
•o
Een prominente rol in de hedendi
se mode wordt toegedicht aan de>
Wie letse Meij’s woorden bevestigd
wil zien hoeft maar naar de Hoog
straat of het Noordeinde te gaan.
Jong en oud uit alle milieus hullen
zich tegenwoordig in dure merkkle
ding. En namen als Ralph Lauren,
Gianni Versace, Dolce Gabbana
en Donna Karan zijn bij de school
jeugd populairder dan bij de traditio
nele yuppen-markt. Mode is dan ook
vaak een statement, een bewuste keu
ze voor het image dat men wil pro
jecteren. Een image, dat altijd beïn
vloed is door factoren van buitenaf.
Of dat nu een modeblad of MTV is.
De magnetische aantrekkingskracht
van de mode lijkt universeel en inter
nationaal te zijn. ’’Onlangs nog was
ik in Bulgarije. Geweldig, die enor
me dikke plateauzolen waarop de
meisjes daar liepen! Veel extremer
nog dan in Nederland zelfs. Maar ze
zijn zó blij dat ze het kunnen doen.”
Natuurlijk, de historische kleding is
en blijft heel belangrijk. ”Van sommi
ge dingen hoop ik al heel lang dat we
die kunnen verkrijgen, maar dat lukt
gewoon nooit. Ik zou bijvoorbeeld
dolgraag een echte panier uit de acht
tiende eeuw willen hebben.” (Een pa
nier -letterlijk ’’mand”- is het onder
stel dat een hoepelrok in model hield,
red.) Of zo’n krankzinnige hoed uit
die tijd. Maar er is zo veel verdwenen.
Toch blijft het heerlijk als je ineens
een Aha-erlebnis voelt. Je moet altijd
heel blij zijn als er iets uit het verle
den bewaard is gebleven.” Als dat al
zo is, dan zijn het meestal pronkge
waden. Die waren van ontstellend
kostbare stoffen gemaakt, soms bezet
met edelstenen en borduurwerk, en
die werden zuinig bewaard. ”In de ar
beidskosten zat ’m de kostbaarheid
niet.”
’’Morgen komt hij pas, een kanten
jurk van de Tsjechische ontwerpster
Eva Fialova. Echt wat je noemt ’heet
van de klos’.” De jurk is door Fialova
speciaal voor het museum op bestel
ling gemaakt van drie soorten zijde,
en met sluitingen van granaat met zil
ver. Het is een geschenk van de dit
voorjaar overleden Haagse couturier
Ernst-Jan Beeuwkes. ’’Voor zijn
vijfenzestigste verjaardag heeft hij
een inzameling gehouden om de col
lectie van het museum te verrijken.
Hij vroeg me: ’Wat wil je graag heb
ben’. Ik dacht meteen aan zo’n unieke
kanten jurk van Eva Fialova. En die
hebben we nu gekregen.”
naar het verleden voor inspiratie.
Hofculturen, grote ontwerpers; ze
worden allemaal geciteerd” vertelt
letse Meij geestdriftig. ’’Maar wel
worden dingen in een eigen context
geplaatst die uniek is voor elke tijd.
Neem nou bijvoorbeeld een materiaal
als kant, dat op zich zestiende-eeuws
van oorsprong is. Vroeger zou men
daar een voering achter dragen, te
genwoordig wordt het juist transpa-
rartt gehouden. De mode van nu volgt
heel erg de contouren van het
lichaam; vroeger werd een gestileerd
silhouet nagestreefd.” De wespentail
les, de queues, de ’bust improvers’;
na de Eerste Wereldoorlog behoorden
die allemaal tot het verleden.
werpers uit het Land van de RT-W;
Zon. ”A1 in de jaren ’70 zijn
gonnen met Japanse ontwerpen
Kenzo- te verzamelen. En daar g|
we nog steeds meer door. Een hek
cente aanwinst is bijvoorbeeld ee<|
pon van Yoshiki Hishinuma, di£|
toonaangevend aan het worden ij
die showt in Parijs. Een hele M
zinnige ontwerper, die zich op
Japanse decoratietechnieken bas]
zoals tie-dye. Maar dat doet hij
met reliëfs.”
De openingsexpositie toont een aantal
topstukken allemaal met een toepas
selijk feestelijke noot. Historische
kledij, zoals een prachtig geborduurd
galapak uit de Louis Seize-periode
zal er te zien zijn, maar ook een bal
jurk van Frank Govers. Een hele bij
zondere plek is op de openingsexpo
sitie ingeruimd voor de allerjongste
aanwinst van de collectie. Zó jong,
dat hij op het moment van dit inter
view nog niet eens was gearriveerd.
”In de hippietijd raakte de starre een
vormigheid uit de mode; het publiek
voelde zich vrij om te dragen wat zij
wilden.” Het resulteerde in een soort
anti-fashion waarin men zich door
middel van een bepaalde stijl kleding
af wilde zetten tegen het establish-
TENTOONSTELLINGEN
Topstukken uit de verzameM\
de Modegalerij, 29-10 tot en m£l
2.
Vionnet, 6-3 tot en met 6-6.
Van alle afdelingen van het museum
is dit misschien wel de meest tot de
verbeelding sprekende. En ook de af
deling, waarnaar het meest reikhal
zend wordt uitgezien. Want sinds de
sluiting van het kleine Kostuummu
seum aan de Lange Vijverberg heeft
Den Haag de immense modecollectie
moeten missen. Soms doken er stuk-
uit. Het Is namelijk al gekreukt. BL
ressant is het contrast met de
van Azzedine Alaïa, die juist hel]
punt van ’body-conscious I
Vloeiende jurken van rekbare stol
die als een tweede huid om het lij1
goten zitten en waaronder je eitfj
geen ondergoed kunt dragen. AM
Miyake: twee gelijktijdige uiM
in mode, en toch allebei zeer trel
Nergens komt de veel vormigL’ j
de hedendaagse mode beter tol
drukking. I
F
Een andere beroemde Japanner
Meij zeer bewondert is Issey Mi)1
Van zijn hand bezit het Gemeentt
seum een aantal signatuur’-oM
pen. Allemaal is het kleding, R
vorm van het lichaam helemaal!
volgt, maar die juist veel ruimte I
laat tussen het lijf en de stof
complexe geplisseerde creaties]
er soms ondraagbaar uit. Maar M
minder waar. ”Het is de ideale]
ding voor op reis. Je kunt het zo 1
koffer gooien, en het komt er pi
”Het modebeeld van de jaren ’90
richt zich heel sterk op bepaalde doel
groepen. Dat is pas in de zestiger ja
ren opgekomen. Vroeger, toen volg
de iedereen gewoon Dior. Maar de
laatste decennia is er een hele kalei-
doscoop van ontwerpers die allemaal
op hun manier ’in’ zijn.” De tijd dat
’Parijs’ de mode dicteerde is al lang
voorbij. Wie tegenwoordig een mo
deblad opslaat om daarin te lezen
welke kleuren zij dient te drógen, hoe
lang de rokken zijn, en hoe breed de
stropdas, komt bedrogen uit. Ook de
'total look’ behoort tot het verleden.
Mensen combineren nu een jasje van
Yves Saint-Laurent rustig met een
broek van een andere ontwerper. Of
zelfs gewoon een spijkerbroek. Ook
die zijn in de collectie terug te vin
den.
Een prachtige japon uit de lentecol
lectie van 1997 van de Japanse ont
werper Yoshiki Hishinuma. Foto:
Erik en Petra Hesmerg)
Uit 1790 dateert deze 'habit a la frangaise’ van zijde, met applicaties van tu
le, en borduursels in zijde en zilverdraad. Coll. Gemeentemuseum Den
Haag)
watching gaan hand in hand. Het be
wuste focus op de periode 1850-1950,
zoals dat bij de Beeldende Kunst en
de Kunstnijverheid zo hoog in het
vaandel staat, kent de mode-afdeling
niet. Integendeel. De bladen worden
bijgehouden, modeshows bezocht.
Alles, om de collectie maar up to da
te te houden. ’’Deze collectie zet zich
De modecollectie is een beetje een echt voort! Al kijkt de mode wel altijd
buitenbeentje binnen het Gemeente-' -u~* ,~'1-
museum. Niet alleen heeft letse Meij
een gloednieuwe, daglichtloze ruimte
tot haar beschikking; maar zij is ook
veel meer dan haar collega-conserva-
toren bezig met de hedendaagse
kunst. Cultuurgeschiedenis en trend-
ken op, tijdens presentaties in het Ge
meentemuseum, dan weer in Mu
seum Het Paleis. Tentoonstellingen
als De Dandy en Den Haag rond
1900 zouden er zonder de prachtige
bijdragen uit de Kostuumcollectie
een stuk minder spannend uit hebben
gezien.
Een galajapon van satijn, met de hand geborduurd en bezet met prachüm
applicaties van satijn en Chinese zijde. Arbeidsloon was in de jaren roffid
1750 nauwelijks een kostenfactor... (Coll. Gemeentemuseum Den Haag)
’UI
i