1.1 Bewoningsgeschiedenis van het gebied In de Romeinse tijd werd de Roomburgerpolder intensief bewoond. Het castellum Matilo en de bijbehorende burgerlijke nederzetting (vicus) maakten deel uit van de Limes. De Limes bestond uit een reeks versterkingen, die van circa 50 tot 270 n.Chr. de noordgrens van het Romeinse Rijk markeerde. In 47 n.Chr. werd een scheepvaartverbinding aangelegd tussen de rivieren Rijn en Maas. Voor de aanleg hiervan is gebruik gemaakt van bestaande waterlopen, zijkreken van de Oude Rijn en de Ganthel (een in de Maas uitmondend krekensteisel). Deze waterlopen zijn gekanaliseerd en met elkaar verbonden. In het onderzoeksgebied vormt de Vliet de basis voor dit kanaal van Corbulo. Het kanaal heeft tot circa 150 n.Chr. gefunctioneerd, maar de getijdegeul bij het castellum Matilo heeft tot het einde van de 3e eeuw gediend als haven en verbinding met het achterland. Ook in de vroege Middeleeuwen was het onderzoeksgebied bewoond. Nederzettingen en grafvelden uit de vroege Middeleeuwen zijn opgegraven in onder meer Valkenburg, Rijnsburg, Oestgeest en Leiderdorp. Daarnaast zijn vlak buiten de onderzoekslocatie aan weerszijden van het kanaal van Corbulo vondsten uit deze periode gedaan. Beschoeiingen in het kanaal van Corbulo dateren uit de 7e en 8e eeuw, waaruit we kunnen opmaken dat deze waterloop ook in de vroege Middeleeuwen nog een functie had.2 In de eeuwen daarna werd het gebied steeds intensiever in gebruik genomen. De gehele Roomburgerpolder is daardoor doorsneden door verkavelingssloten en greppels van middeleeuwse tot (sub-) recente ouderdom. Het voormalige kanaal van Corbulo was in die tijd nog maar een smalle geul. Vanaf de 14e eeuw zijn uit historische bronnen gegevens bekend over het gebruik van dit gebied. In de 14e eeuw waren boerennederzettingen aanwezig. De grond was in die tijd eigendom van de kasteelheer van Rodenburg. Dit kasteel lag direct ten noorden van het onderzoeksgebied. In de 15e en 16e eeuw behoorde het onderzoeksgebied tot de landerijen van het St. Margarethaconvent. In 1572 werd dit kloostercomplex verlaten als gevolg van de politiek- religieuze omwenteling in die tijd. In het recente verleden is de Roomburgerpolder voornamelijk gebruikt voor de tuinbouw en de veeteelt. 1.2 Landschappelijke context De ondergrond van het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied wordt gekenmerkt door afwisselend zandige en kleiige sedimenten (zware zavel), die kunnen worden toegeschreven aan de verschillende transgressiefasen in het gebied. Rond 300 v.Chr. hebben er overstromingen plaatsgevonden. De afzettingen die hiervan het gevolg waren, vormden een goede ondergrond voor bewoning in de Romeinse tijd. In de Middeleeuwen zijn deze resten afgedekt door een nieuwe overstromingsperiode. Deze afzettingen waren echter kleiner van omvang. De geleidelijke ontwikkeling naar een meer gesloten kust, de relatief hoge ligging van het gebied tegen de Rijnoever en de afname van de invloed van de Rijnoever zelf zorgden voor een steeds lagere overstromingsfrequentie.2 Het zuidelijke deel van het onderzoeksgebied kan in geomorfologisch opzicht worden omschreven als een rivier-inversierug. Dit zijn zandige rivierafzettingen, die door oxidatie en inklinking van het omringende veen relatief hoger zijn komen te liggen. Dit maakte deze plaatsen geschikt voor bewoning. In het noordelijke deel van het onderzoeksgebied bevindt zich een natuurlijke waterloop, die de basis vormde voor het kanaal van Corbulo. 2 Hazenberg 2000, 7. 3 Berendsen 1997, 169; Deunhouwer 2003, 12. 4 Hazenberg 2000, 10-16. 5 Oude Rengerink 1994. 1.3 Vooronderzoek In de omgeving van het onderzoeksgebied is in het verleden veelvuldig archeologisch bodemonderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek concentreerde zich op de directe omgeving van het Romeinse castellum Matilo. Ook werden bewoningssporen aangetroffen uit de vroege- en late Middeleeuwen. Een uitgebreid overzicht van het onderzoek tot 1994 is beschreven door Hazenberg.4 Voorafgaand aan de geplande bouwwerkzaamheden in de Roomburgerpolder is in 1994 in opdracht van de Gemeente Leiden door RAAP Archeologisch Adviesbureau bv een archeologische kartering uitgevoerd van het te ontwikkelen terrein.5 Aansluitend hieraan is 7

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2008 | | pagina 9