Archeologische verwachting op basis van het vooronderzoek Aard en ouderdom van de vindplaats Het archeologisch monument Roomburg bevat de overblijfselen van het Romeinse castellum Matilo, een (groot) deel van de bijbehorende burgerlijke nederzetting en een deel van het Corbuiokanaal. De staat waarin de archeologische resten verkeren is op sommige plaatsen goed vastgesteld. Opgravingen in het westelijk deel van de vicus (1995-1997 en 2003) hebben aangetoond dat de top van het Romeinse niveau in dit deel van de vicus verdwenen is. Alleen de diepere sporen zijn bewaard gebleven. Over de conserveringscondities van de archeologische resten op het monument is weinig bekend. Na de Romeinse tijd lijkt het gebied nog steeds (in weliswaar minder mate) in gebruik te zijn gebleven. Vondsten uit de 5e t/m 9e eeuw en nieuwe beschoeiingen in het voormalige Corbuiokanaal bevestigen de aanwezigheid van mensen in het gebied. Aannemelijk is dat de vroeg-middeleeuwse bewoners zich op het voormalige castellumterrein vestigden. Het noordelijk deel van Roomburg is vervolgens in de 11e tot 14e eeuw in eigendom geweest van de kasteelheren van Rodenburg. Resten van een boerenerf uit de 14e eeuw zijn tijdens onderzoek in 2003 aangetroffen. Vanaf 1464 tot 1572 was het St. Margarethaconvent in Roomburg gevestigd. De hoofdgebouwen van dit convent liggen op de plaats van het archeologisch monument. De bijgebouwen zijn in 2003 opgegraven en lagen ten westen hiervan. Gaafheid en conservering (structuren, sporen, vondsten, paleo- ecologische resten) De gaafheid en conservering is mede gezien de grootte van het monumentterrein wisselend. Inventariserend onderzoek op het monument heeft aangetoond dat de bouwvoor sterk in dikte verschilt en dat plaatselijk verschillen aanwezig kunnen zijn in de gaafheid van de sporen en vondsten (Polak e.a. 2005) Begrenzing en oppervlakte van de totale vindplaats (dus ook buiten het plangebied - De Romeinse vindplaats had een omvang van 400 x 400 m. Het grootste deel hiervan valt binnen de grenzen van het archeologisch monument. In de afgelopen jaren zijn de westelijke delen yan de vindplaats die buiten het monument vallen al opgegraven. Begrenzing en oppervlakte van (het deel van) de vindplaats binnen het plangebied n.v.t. het plangebied valt volledig binnen de vindplaats. Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen Binnen het plangebied heeft de bouwvoor een dikte van 30 - 50 cm. Gezien de beperkte mate van verstoring (ca. 10 cm vanaf maaiveld) wordt het onderliggende niveau van vondstlaag, sporen en structuren niet aangetast. Structuren en sporen Zie Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen Artefacten: anorganisch Zie Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen. In de bouwvoor kan zich vondstmateriaal bevinden met een ouderdom vanaf de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe Tijd. Verwacht worden: aardewerk, bouwmateriaal, metaalvondsten, natuursteen, kleipijp. Artefacten: organisch Zie Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen. In de bouwvoor kan zich vondstmateriaal bevinden met een ouderdom vanaf de Romeinse tijd tot en met de Nieuwe Tijd. Verwacht worden: houtskool, verbrand organisch materiaal, botmateriaal. Paleo-ecologische resten Zie Archeologische stratigrafie en diepte van vondstlagen. In de bouwvoor kunnen zich verbrande paleo-ecologische resten bevinden. Zie Hazenberg 2000. 19

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2008 | | pagina 21