Bewaarplaats van vondsten en documentatie Resultaten: landschappelijke en aardwetenschappelijke context Resultaten: perioden en sites Uitvoeringsmethode Archeologische opgraving Publicatie Hazenberg, T., 2000: Leiden-Roomburg 1995-1997: Archeologisch onderzoek naar het Kanaal van Corbulo en de vicus van het castellum Matilo, Amersfoort (Rapportage Archeologische Monumentenzorg 77) De documentatie van het uitgevoerde onderzoek bevindt zich te RACM, Kerkstraat 1, 2811 CV Amersfoort en het Archeologisch Centrum van de gemeente Leiden, Langebrug 56, Leiden. De vondsten van het uitgevoerde onderzoek bevinden zich in het Archeologisch Centrum van de gemeente Leiden, Langebrug 56, Leiden en het Provinciaal Bodemdepot Zuid-Holland, Kalkovenweg 23, 2401 LJ Alphen a/d Rijn. Huidig grondgebruik; (sub) recente ingrepen en verstoringen In het huidige grondgebruik is Leiden Roomburg een wettelijk beschermd rijksmonument. Verstoringen in het grondgebruik hebben alleen plaatsgevonden door het uitvoeren van archeologisch onderzoek (zie bijlage 1). NAP-hoogte maaiveld Ca. o.oo m +NAP Grondwatertrap (continu op 60 cm -NAP) Fysiek-landschappelijke, geologische, geomorfologische en bodemkundige kenmerken Het onderzoeksgebied ligt net buiten de stroomgordel van de Rijn. Ter hoogte van het onderzoeksgebied lag in het verleden een zijtak van de Rijn. De stroomgordel van deze zijtak ligt nu, door het inklinken van de omgeving, hoger en wordt ook wel een rivierinversierug genoemd. Tot ver in de Nieuwe tijd is het hoogteverschil tussen de rivierinversierug en het omliggende gebied voelbaar geweest. Het hoger gelegen gebied is gedurende de afgelopen eeuwen voortdurend in gebruik geweest. Dit deel kon m.b.v. greppels ontwaterd worden en staat op oude kaarten aangeduid als boezemgebied van de Rijn. Pas in de loop van de 17e eeuw werd het omliggende land ingepolderd en ontgonnen. In geologisch opzicht wordt het gebied gekenmerkt door de aanwezigheid van mariene en fluviatiele afzettingen in de diepere ondergrond. Deze sedimenten zijn afgezet o.i.v. de toegenomen activiteiten van de zee. Cultuurlandschappelijke en historisch- geografische kenmerken Het plangebied bevindt zich ver buiten de grenzen van de 17eeeuwse vestingstad Leiden. Oorspronkelijk behoorde dit gebied tot Zoeterwoude, pas in 1966 werd het bij de gemeente Leiden gevoegd. Wanneer het gebied in gebruik is genomen is niet bekend. Vanaf de 17e eeuw staat het op kaarten aangeduid als warmoes- en grasland. Voor die tijd zal het gezien de geomorfologische kenmerken ook tot het drogere gebied behoord hebben en dus geschikt zijn geweest voor het grazen van vee. Kaarten uit de late middeleeuwen zijn voor dit gebied echter niet voorhanden. De bebouwing die in de afgelopen eeuwen her en der verrees was kleinschalig en had een agrarisch karakter. De huidige verkavelingsstructuur vormt een van de tastbare overblijfselen van de 17eeeuwse inrichting. Regionale archeologische context De oudste archeologische resten in de directe omgeving dateren uit de Romeinse tijd. Oudere bewoningssporen zijn wel aangetroffen in andere delen van Leiden (Oostvlietpolder, Stevenshof) maar tot heden is hiervan in Roomburg geen spoor gevonden. Na de Romeinse tijd lijkt het gebied nog steeds (in weliswaar minder mate) in gebruik te zijn gebleven. Aannemelijk is dat de vroeg-middeleeuwse bewoners zich op het voormalige castellumterrein vestigden. Het noordelijk deel van Roomburg is vervolgens in de 11e tot 14e eeuw in eigendom geweest van de kasteelheren van Rodenburg, een kasteel direct buiten de Roomburgerpolder. 18

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2008 | | pagina 20