2I Van de 15 "meetbare" gebitsformaties (maxilla en mandibula) is in ieder geval tweederde afkomstig van dieren met een volwassen gebit 24 maanden). Gezien de verregaande slijtage van veel gebitselementen is zeker de helft daarvan veel ouder geworden. Zeker 30 van de dieren is ouder geworden dan 3 jaar. De leeftijdsverdeling gebaseerd op de epifysiaire vergroeiingen (n=11) komt hiermee overeen; bijna tweederde is minimaal circa 24 maanden oud geworden, 25% zeker ouder dan drie jaar en ca. 25 is voor het eerste jaar gestorven. Van geen van de elementen kon het geslacht met zekerheid worden bepaald. Ca. 14% van het skeletmateriaal van rund heeft aantoonbare bewerkingssporen (tabel 6). Het meest voorkomend zijn slachtsporen in de vorm van haksporen aan wervelkolom (t.b.v het in de lengte doorhakken van het karkas) en elleboog- en kniegewrichten (schuin doorhakken). Er zijn geen pathologieën aangetroffen. Tabel 6. Rund: bijzondere sporen. bijzonderheden aantal aantal% haksporen 24 13.9 haksporen snijsporen 4 2.3 haksporen vraat 1 0.6 vraat 3 1.7 Tabel 7. Rund: schofthoogte in cm op basis van de grootste lengte (GL) van het skeletelement in mm. herkomst element lengte mm schofthoogte cm [put 1 04RMBV010005 1 metatarsale 21l] 115 Van één rund kon op basis van de totale lengte van het middenvoetsbeen een schatting worden gemaakt van de schofthoogte (tabel 7). Deze valt binnen de waarden zoals verwacht voor het inheems Romeinse ijzertijdrund. 3.2 Paard (Equus caballus) In aantallen maar ca. 3% en in gewicht net iets meer dan 10% van het materiaal is afkomstig van paarden. Het materiaal is afkomstig van minimaal 2 individuen en van volwassen dieren (alle epifysen vergroeid.) Op twee elementen zijn haksporen aangetroffen die wijzen op het los- of doorhakken van de gewrichten (tabel 9). De fragmentatie van het materiaal is duidelijk kleiner (cq. het gemiddeld fragmentgewicht is groter) dan bij runderen bij vergelijkbare afmetingen van de skeletelementen. De paarden vallen in de categorie middelgrote (132cm-158cm) tot grote paarden (tabel 10). Tabel 8. Paard: verdeling van de vondsten over het skelet. element groep totaal aantal totaal gewicht gr aantal gewicht gem gewicht metapodia 4 464.5 44.4 47 116.1 scapula,pelvis 3 304.3 33.3 30.8 101.4: radius, ulna, tibia,fibula 2 220.5 22.2 22.3 110.2. Totaal 9 989.3 100 100 109.9 Tabel 9 Paard. Bijzondere sporen. bijzonderheden Aantal I aantal% Haksporen 0.62; Tabel 10. Paard: schofthoogte in cm op basis van de Grootste lengte (GL) van het skeletelement. Herkomst element lengte mm schoflhooglc cm put 9 04RMBV09000 lI metacarpale 2 18 140 3.3 Schaap/geit (Ovis aries/ Capra hircus) 15% in aantallen en 3% in gewicht van het tot op soort gedetermineerde materiaal kan worden toegewezen aan schaap/geit (minimaal 3 individuen waarvan minstens 1 schaap). Op basis van de leeftijdsverdeling van de gebitselementen is het grootste deel afkomstig van volwassen dieren (compleet gebit). Er is één partieel foetaal/neonaat skeletje gevonden (put 10 spoor 37, 04RMBV100019). Eén fragment, een hielbotje, vertoont sporen van hondenvraat. 47

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 49