3. Catalogus Kan met één oor (tafelwaar) (Isings vorm 52 of 55) 1Fragment van een tweeledig oor. Lichtblauwgroen, verontreinigd, glas met inclusies en blazen. Breedte van het oor 2,6 cm. Hoogte fragm. 1,7 cm. Put 10, vlak 3. Vondstnr. 04RMBV100013. Vierkante fles (huishoudwaar) (Isings vorm 50) 2. Wandfragment. Lichtblauw glas. Hoogte fragm. 3,3 cm. Put 0. Vondstnr. 04RMBV000005. 3. Bodemfragment met een delen van twee zijden. Op de bodem twee concentrische cirkels en in het midden een punt. Lengte zijde bodem ca. 6,4 cm. Hoogte fragm. 4,4 cm. Lichtblauw glas. Put 10, vlak 2, spoornr. 37. Vondstnr. 04RMBV100007. Samen met een Dragendorff 31 met stempel: MARTIALFE (dat: 100-130 n.Chr. Vierkante, hexgonale of cylindrische fles met één oor (huishoudwaar) (Isings vorm 50 of 51) 4. Fragment van een glad oor van een grote fles. Dikte oor 0,7-0,9 cm. Hoogte fragm. 4,6 cm. Lichtblauw glas met groene verontreiniging en grote blazen. Put 0. Vondstnr. 04RMBV000002 Flesje (niet nader determineerbaar) 5. Bodemfragment van een flesje met een ziel. Hoogte fragm. 2,2 cm. Lichtblauwgroen glas met kleine blaasjes. Put 1Vondstnr. 04RMBV010019. Zalfflesje (niet nader determineerbaar) 6. Halsfragment met de aanzet van de schouder. De hals is ingesnoerd. Lichtblauwgroen glas. Put 10, vlak 3, spoornr. 13. Vondstnr. 04RMBV100013. Meloenkraal (faience) 7. Slordig gevormde meloenkraal met 17 ribjes. De ribjes lopen schuin over de kraal. Faience, donker turkoois. Diam. 1,5 cm. Diam. doorboring 0,8-0,9 cm. Hoogte kraal 0,9-1,3 cm. PutO. Vondstnr. 04RMBV000004. Meloenkralen worden op veel plaatsen gevonden, zowel in castella als in vici. Ook in graven worden ze regelmatig aangetroffen. Bij de opgravingen van Hofheim werd door Ritterling geopperd dat meloenkralen wellicht gebruikt werden bij de versiering van paardentuigen. Bevestiging hiervoor kwam o.a. van een grafsteen uit Keulen, waar een paard met een tuig werd afgebeeld die versierd was met meloenkralen (grafsteen van T.FIavius Bassus).6 Daarnaast werd in Valkenburg (Z.H.) een belletje voor aan een paardentuig gevonden met daarbij fragmenten van drie faience meloenkralen en acht meloenvormige kralen uit kobaltblauw glas.6 Veel meloenkralen zijn echter te klein om voor een paardentuig te zijn gebruikt, deze zullen door mensen als sieraad zijn gedragen. Vaak wordt net als in Roomburg slechts één of enkele meloenkralen gevonden. Ook in compleet opgegraven graven wordt vaak slechts één meloenkraal aangetroffen. Dit duidt er op dat een meloenkraal vaak niet als een kralensnoer werd gedragen, maar als één enkele kraal, net zoals een amulet.7 Gladde glazen kraal 8. Gladde kraal. Hoogte 0,85 cm. Diam 1,8 cm. Diam. doorboring 0,45 cm. Doorschijnend, kobaltblauw glas. Een groot aantal parallelen voor deze kraal zijn in Velsen I gevonden.8 Behalve in blauw, komen ze daar ook in bernsteenkleur, lichtblauwgroen en groen glas voor. Het gegeven dat deze kralen wel in Velsen I (15-40 n.Chr.), maar niet in Alphen a/d Rijn (40-270),9 Valkenburg (Z.H.) (40-260 n.Chr.),io Velsen II (40-55 n.Chr.)n of Zwammerdam (47-260 n.Chr.)i2 zijn gevonden, en het ontbreken van deze kralen in Romeinse vondstcomplexen in Engelandi3 pleit voor een datering van deze kralen voor 40 n.Chr. 5 Van Lith, 1978/79, 127. 6 Van Lith, 1978/79, 127. 7 Böhme, 1978, 288-289. 8 Van Lith, 1977b, 48-49, cat. nrs. 168-183). 9 Polak et al., 2004, 213-216. 10 Van Lith, 1978/79, 121-127. 11 Van Lith, 1977b. 12 Van Lith, 1977a. 13 Guido, 1978. 43

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 45