V 7 ff/ ML Verhouding functiecategorieën vicus 0% 21>K l J --si Verhouding aardewerkvormen per zone w// functie gracht EJ oever vicus tafel aardewerk a transportaardewerk keukenaardewerk CD Wanneer de aardewerktypen per zone tegen elkaar worden uitgezet (grafiek 6), springt er eigenlijk één aspect uit. Op de oever lijkt meer dikwandig materiaal te zijn aangetroffen. Dit is onder meer te verklaren door het voorkomen van 93 fragmenten die waarschijnlijk tot één amfoor behoren. Opvallend is bovendien de grote hoeveelheid handgevormd aardewerk in de vicus. Mogelijk dat op die plaats een vroegere nederzetting heeft gelegen. De geverfde waar is aanzienlijk meer vertegenwoordigd in het kanaal. Kijkend naar het onderscheid ten aanzien van de categorieën (grafiek 7), valt de categorie 'transportaardewerk' uit de toon. Terwijl deze categorie bij de oever de overhand heeft (wat deels ook weer verklaard kan worden door de 93 fragmenten die tot één exemplaar behoren), is hij bij de vicus en het kanaal ondervertegenwoordigd.25 Een verklaring hiervoor zou kunnen zijn dat het dikke aardewerk gebruikt is om de oevers te verstevigen of vernatting van de oevers tegen te gaan. Een tweede aannemelijke verklaring is dat het aardewerk te log is om in de vicus als afval te bewaren. Het zou logischer zijn dit op te ruimen en vlak naast het kanaal van Corbulo, buiten de vicus, te deponeren. De beide overige categorieën, keukenaardewerk en tafelwaar, zijn bij de drie zones vergelijkbaar verdeeld. 40 35 30 0 5P 25 20 H O 0 15 Q. 10 Tl ,n n 6* 5°\<f V .s& Grafiek 7. De verhouding van de vormcategorieën in de drie te onderscheiden zones. 25 Vicus: 1093 fragmenten, oever: 574 fragmenten, gracht: 399 fragmenten. 34

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 36