Verhouding functiecategorieën kanaal Verhouding functiecategorieën oever Voor de indeling van de verschillende functies in categorieën is de volgende indeling aangehouden 24; I. Tafelaardewerk: terra sigillata (m.u.v. wrijfschalen), bekers, borden (m.u.v. ruwwandige borden), kruiken en kommen (m.u.v. ruwwandige kommen). II. Transportaardewerk: amforen, kruikamforen, voorraadpotten en dolia. III. Keukenaardewerk: kookpotten, potten, wrijfschalen, deksels, ruwwandige borden en ruwwandige kommen. De vrijwel gelijke verdeling van het materiaal over de drie categorieën laat een normaal nederzettingspatroon zien. 3.3 Algemene datering vindplaats De datering van de opgegraven gedeelten van de vicus kan, aan de hand van het aardewerk worden gesteld op de periode 70-260. Vormen en aardewerk van voor het jaar 70 zijn niet aangetroffen. Terra nigra komt vrijwel niet voor en de relatief kleine hoeveelheid Zuid- Gallische terra sigillata kan ook pas aan het einde van de productietijd of zelfs later in de grond zijn terechtgekomen. Gezien de aanwezige vormen en het aardewerk (geverfde beker Stuart 2 in brunsting a, de kruik Hofheim 50/51 en de vormen Hofheim 86 en 89) kan een datering vanaf circa 70 worden aangenomen. De nadruk van de bewoning heeft in de tweede eeuw gelegen, gezien het voorkomen van veel blauwgrijs aardewerk, veel Midden Oost-Gallische terra sigillata en het aanwezige vormenspectrum dat voornamelijk in deze periode gedateerd kan worden. Dat de bewoning tot in de derde eeuw heeft voortgeduurd, is zeker. Onder meer het voorkomen van het rode Waaslandse aardewerk en geverfde waar brunsting c draagt bij aan deze datering. De kleine hoeveelheden van dit materiaal en het kleine percentage vormen dat aan het einde van de tweede en de derde eeuw gedateerd kan worden, wijst er echter op dat van bewoning op grote schaal en tot ver in de derde eeuw geen sprake kan zijn geweest. 3.4 Vergelijking van het aardewerkspectrum in de drie zones Zoals reeds in paragraaf 1.1 is aangegeven, kan de opgraving in drie zones worden onderverdeeld: het kanaal van Corbulo (werkput 1 2, m.u.v. spoor 12), de oever (werkput 3 t/m 8) en de vicus (werkput 9 t/m 11). Grafiek 6. De verhouding van de aardewerkvormen in de te onderscheiden zones, te weten kanaal, oever en vicus. 39% 53% tafelaardewerk H transportaardewerk keukenaardewerk 8% 24 naar Van Enckevort et al. 2000, 144. 16% 19% 11 tafelaardewerk transportaardewerk keukenaardewerk 65% 33

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 35