kruikamforen. In minder grote hoeveelheden komen honingpotten voor. Kelkbakjes zijn zeldzamer.10 Deze categorie kan aan de hand van de kleur van het baksel in Roomburg in twee kleuren worden onderscheiden, te weten wit-geel en roodbruin. Hoewel 470 fragmenten van deze categorie zijn aangetroffen kon aan slechts 31 fragmenten een typering en datering worden toegekend. Het vormenspectrum beperkt zich voornamelijk tot kruiken en kruikamforen. Dikwijls komt aan de binnenzijde van kruiken en kruikamforen bruine engobe voor. Dit werd gebruikt als bescherming tegen het lekken van de vloeistof. De gladwandige wrijfschalen, dolia en amforen zijn allen onder het dikwandige aardewerk gerekend. Een fragment van een honingpot is aangetroffen. Eén fragment, 04RMBV100008 volgnr. 10 (afb. 11), bevatte graffito, wat uitzonderlijk is voor gladwandig materiaal. Het gladwandige aardewerk heeft een brede datering. De kruik Hofheim 50/51 dateert uit de eerste eeuw (40 - eind eerste eeuw), de kruik Stuart 109 dateert aan het begin van de tweede eeuw (105-125). De kruiken Stuart 129 en Stuart 130 hebben een bredere datering, resp. eind eerste eeuw - 260 en 150-begin derde eeuw. Afb. 11. 04RMBV100008 volgnr. 10. Gladwandig aardewerk met graffito. 2.5 Geverfde waar Onder geverfde waar wordt materiaal verstaan dat voorzien is van een gekleurde deklaag of engobe. De voorwerpen zijn voor het bakken ofwel in een kleipapje gedompeld, ofwel beschilderd.11 Een aantal verschillende technieken, die achtereenvolgens in gebruik zijn geweest, wordt onderscheideni2: a. Brunsting a: wit aardewerk met oranje deklaag. b. Brunsting b: wit aardewerk met een donkere deklaag. c. Brunsting c: rood aardewerk met doffe of matglanzende deklaag. d. Brunsting d: rood aardewerk met een metaalachtige, glanzende, zwarte deklaag, de zogenoemde Qualitatsware. Deze producten zijn dun en hard gebakken. De productiewijze is echter anders dan die van het overige geverfde aardewerk, waardoor deze categorie momenteel steeds meer onder een nieuwe categorie wordt geschaard, de metaalglanzende waar. Er komen eveneens vormen voor met zowel een oranje als een donkere deklaag op het witte aardewerk. Dit type aardewerk wordt gerepresenteerd door 283 fragmenten, verdeeld over de diverse technieken (zie grafiek 1). Het vormenspectrum wordt gedomineerd door de bekers. Techniek b is het meeste aangetroffen. Dit is echter een algemeen beeld dat op veel vindplaatsen in Zuid-Holland geconstateerd kan worden. Het lijkt erop dat deze techniek lang in gebruik is geweest.13 Deze techniek wordt voornamelijk in de tweede eeuw geproduceerd. Ook techniek A en C zijn aangetroffen. 1" Tijdens dit onderzoek zijn de wrijfschalen, dolia en amforen allen onder het dikwandige aardewerk gerekend, ook indien het gladwandige fragmenten betrof. 11 Blomsma Brouwer 1989. 12 Brunsting 1937. 13 De Bruin 2002, 5. 28

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 30