Bij elke aardewerkcategorie zal een aantal aspecten aan de orde komen: hoeveelheden waarin het materiaal voorkomt binnen de opgraving, het vormenspectrum, de bijzonderheden en de datering die deze aardewerkcategorie geeft aan het opgegraven gedeelte van de vindplaats. Datering van het aardewerk vindt voornamelijk plaats aan de hand van vormen (op basis van randfragmenten) en versieringen. Voor elke afzonderlijke categorie kunnen hiernaast andere aspecten van belang zijn voor de datering, zoals de categorie. 2.1 Handgevormd aardewerk Bij de determinatie van het materiaal is een aantal aspecten van belang: is het materiaal oxiderend of reducerend gebakken of betreft het briquetageaardewerk? magering potgeleding afwerking versiering Of het materiaal reducerend of oxiderend is gebakken, is in de database aangegeven in de kolom 'categorie': Oxiderend. Aardewerk met een rode of lichte kleur, die is ontstaan door de toevoer van zuurstof tijdens de bakprocedure. Wanneer het een reducerende scherf met een lichte buitenzijde betreft, is deze onder de categorie oxiderend meegerekend. Reducerend. Aardewerk met een grijze tot zwarte kleur, die is ontstaan door het ontbreken van zuurstof tijdens de bakprocedure. Briquetageaardewerk. Dit zacht gebakken aardewerk met een lichte kleur is verschraald met plantaardig materiaal en werd waarschijnlijk gebruikt voor het vervoer van zeezout.4 Een tweede categorie briquetageaardewerk is dun met een zwarte kern en oranjerode buitenzijde.5 Dit morini-aardewerk is in dit complex niet aangetroffen. Op basis van de magering en de potgeleding van de handgevormde scherven kan het aardewerk grof gedateerd worden.6 Het handgevormde materiaal kan tevens iets zeggen over de aard van de bevolking. Om dit te bepalen kan worden volstaan met het kwantificeren van het materiaal. Door middel van het 'scannen' van de magering en potgeleding van de fragmenten, kon een algemeen beeld van dit materiaal worden gevormd. Bij de determinatie van de potvormen is gebruik gemaakt van de publicatie van BloemersV In totaal zijn 201 scherven handgevormd aardewerk aangetroffen, waaronder 32 randen. Van de randen waren 24 stuks te periodiseren, behorend tot 16 exemplaren. Deze konden op één na allen worden gedetermineerd (zie tabel 1). 17 Wanden konden worden toegewezen aan het zgn. briquetageaardewerk, waarvan zoutcylinders werden vervaardigd. Aan deze objecten, waarin zout werd vervoerd, kan slechts de ruime datering worden toegekend van de eerste tot het einde van de derde eeuw. Tabel I. Handgevormd aardewerk in vorm, datering en aantal. i Van den Broeke 1986. 5 Idem. 6 Een exacte datering kan aan de hand van het handgevomde materiaal niet worden gegeven. Het betreft slechts een periodisering in de bronstijd, ijzertijd of Romeinse tijd. 7 Bloemers 1978. t^£erin^_ vorm datering aantal Blm. I B pot 50-200 1 Blm. I B nr. 571/5536 pot 50-200 1 Blm. I D pot 1e eeuw - 3e eeuw 2 Blm. I D nr. 303 pot 1e eeuw - 3e eeuw 1 Blm. I D nr. 347/5432 pot 1e eeuw - 3e eeuw 1 Blm. I D nr. 530/5630 pot 1 e eeuw - 3e eeuw 3 Blm. II pot 1e eeuw - 3e eeuw 1 Blm. IV A 1.1.1a nr. 897/6002 pot 1e eeuw - 3e eeuw 1 Blm. IV A1.1.1b pot 1e eeuw - 3e eeuw 5 Blm. IV A 1.1.1b nr. 64 pot 1e eeuw - 3e eeuw 4 Blm. IV A 1.2.1a nr. 355/5250 pot 1 e eeuw - 3e eeuw 1 Blm. IV A1.2.3 nr. 744/5786 pot 1e eeuw - 3e eeuw 1 Blm. IX pot 1 e eeuw - 3e eeuw 2 23

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 25