Het Romeinse aardewerk van Roomburg. De opgraving 04RMB-fase 1 K.M. van Domburg 1. Inleiding In dit rapport wordt het Romeinse aardewerk van de opgraving Roomburg 2004 - fase 1 (04RMB-fase 1) besproken. In het rapport zal als eerste enige achtergrondinformatie worden gegeven over de opgraving. Bovendien komen in dit eerste hoofdstuk de doelstellingen van het onderzoek en de methoden van onderzoek en registratie aan bod. Vervolgens wordt het aardewerkspectrum besproken om meer duidelijkheid te scheppen omtrent de gehanteerde indeling, waarna de resultaten zullen worden behandeld. 1.1 De opgraving Bij het archeologisch onderzoek 04RMB - fase 1 dat is uitgevoerd in de periode 28 juni t/m 9 juli 2004 zijn bewoningssporen en vondsten aangetroffen daterend uit de Romeinse tijd. De vondsten zijn afkomstig uit het kanaal van Corbulo, de oeverzone en een deel van de vicus. De opgravingsput was ca. 55 meter lang en maximaal 3 meter breed. De sleuf is opgedeeld in stukken van 5 meter, waarbij elk segment een eigen putnummer heeft gekregen.1 In totaal zijn 2384 fragmenten Romeins aardewerk aangetroffen, met een gewicht van circa 75 kilo. 1.2 Doelstellingen aardewerkonderzoek Voorafgaande aan de determinatie van het aardewerk is een aantal doelstellingen geformuleerd: 1Het dateren van de vondsten (en daarmee de aangetroffen sporen en lagen). 2. Het verkrijgen van een overzicht van: de aanwezige aardewerktypen. de aanwezige functies. het aanwezige handgevormde aardewerk. overige aspecten van het aardewerk, zoals gebruikssporen, graffito, versieringen, etc. de verschillen tussen het aardewerk dat afkomstig is uit het kanaal van Corbulo, de oeverzone en de vicus, ten aanzien van aardewerktypen en functies. 1.3 Methoden van onderzoek en registratie Methoden van onderzoek Gedurende de opgraving zijn de vondsten zoveel mogelijk per put, vlak en spoor verzameld. Het aardewerk is genummerd. Bovendien is reeds onderscheid gemaakt tussen het importaardewerk en het handgevormde materiaal. Het importaardewerk is per spoor in verschillende materiaalcategorie├źn gescheiden, geteld en gewogen. Het aardewerk is gedetermineerd en gedateerd aan de hand van de bestaande literatuur. De analyse is uitgevoerd door K.M. van Domburg met medewerking van C. Wiepking. De gegevens zijn (per vondstnummer en volgnummer) in de opgestelde determinatielijst verwerkt (zie cd-rom). Hierbij is gebruik gemaakt van de database van het Archeologisch Centrum van de gemeente Leiden. Het bijzondere materiaal is gefotografeerd of getekend. Het betreft hier aardewerk waarvan in de literatuur geen parallellen zijn aangetroffen (handgevormd materiaal), bijzondere voorwerpen, aardewerk met een stempel, graffito of een versiering. i Het betreft de putnummers 1 t/m 11 21

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 2004 | | pagina 23