VERSLAG OVER DE JAREN 1988 EN 1989 Organisatie Taak en huisvesting Medewerkers H. Suurmond-van Leeuwen Het oudheidkundig bodemonderzoek in Leiden is als taak toegevoegd aan de Directie Civiele Werken. De doelstellingen kunnen globaal als volgt worden samengevat: het, in overleg met de provinciaal archeoloog, initiëren en uitvoeren van archeologisch bodemonderzoek (het betreft hier steeds noodonderzoek op die plaatsen waar het bodem archief verstoord dan wel vernietigd dreigt te worden) binnen de grenzen van de gemeente Leiden; het publiceren van onderzoeksresultaten in de vorm van een jaarverslag; het bewerken/conserveren en restaureren van mobiele vondsten; het zoveel mogelijk in de bodem behouden van belangrijke resten en/of ter plaatse op enigerlei wijze markeren van gevonden constructies. Het archeologisch bodemonderzoek is gehuisvest in de Stadswerk Willem Barentszstraat 12, Leiden, telefoon 071-254710 Bij besluit van burgemeester en wethouders d.d. 15 september 1989 werd de formatie van de Directie Civiele Werken tijdelijk, voor de periode van 5 jaar, uitgebreid met de functie van mede werker archeologisch bodemonderzoek te verdelen over 2 part-time functies. Deze functie wordt thans vervuld door: mevr. drs. E.V. Henry-Buitenhuis (kunsthistorica) die per 1 november 1989 in dienst trad (en die reeds vanaf december 1984 bij de sectie Oudheidkundig Bodemonderzoek in een andere rechtspositie werkzaam was) en mevr. drs. M. Smit (middeleeuws archeologe) die per 5 juni 1990 werd aangesteld. Mevrouw drs. E.V. Henry-Buitenhuis hield zich bezig met het bewerken van vondstcomplexen, het exposeren van bodemvondsten en de voorbereiding van publicaties. De heer drs. A.D.P. van Peursen begeleidde tot mei 1988 de werkzaamheden in de stad. Na die datum verliet hij de gemeente Leiden en aanvaardde een vaste aanstelling elders. De sectie ABO betreurde dit ten zeerste maar de gemeente Leiden kon geen enkel uitzicht op een (vaste) ver bintenis bieden. Een "gelukkige" bijkomstigheid was het feit dat 1988 qua "grondwerken" een zeer rustig jaar was. De teruglopende financiën weerspiegelden zich ook in het archeologisch bodemonderzoek. De dames P. Breda en I. Maschkow alsmede de heer J. Boogerd waren in 1988 weer behulp zaam bij het restaureren van mobiele vondsten. De heer W. Benning verrichtte op free-lance basis wederom fotowerkzaamheden. De heer drs. J.L. Nederlof werd bereid gevonden om mobiele vondsten - met name messche den - te tekenen. Aan de archeoloog drs. P. Bitter werd in 1988 een opdracht verstrekt tot het opgraven van de resten van "kasteel" Coebel, die door binnenkort aan te vangen bebouwing van het terrein waar schijnlijk verloren zullen gaan. In 1989 werd drs. Bitter enige maanden aangetrokken voor het uitvoeren van verkenningen. Zie voor de resultaten hiervan blz.41 Mevrouw H. Suurmond belastte zich met het management en de administratie. De uitgave van de 10de jaargang van Bodemonderzoek in Leiden vergde in 1988 veel tijd, o.a. door het opne men van registers.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 9