Korte epiloog in 1637 getrouwd met Gillis van Heussen Steffensz., die samen met haar op 16 april 1643 een octrooi van de Staten van Holland kreeg om bij testament over hun leengoederen te mogen beschikken (31). Wellicht voorzagen zij ai dat zij geen kinderen zouden nalaten. Na haar dood in 1650 werd krachtens haar testament haar man volledig eigenaar van zowel Steneveld als het kasteel Torenvliet onder Valkenburg, waar Gillis zijn buitenverblijf had (32) - aan nog een buiten, een kasteel Steneveld, zal zeker hij geen behoefte gehad hebben. Gillis overleed op 31 oktober 1660. In zijn olografisch (eigenhandig, geheim) testament van 1 december 1650, opgemaakt kort na het overlijden van zijn vrouw, had hij het volgende bepaald: "legatere ende bespreecke noch bij desen aen Gerrit van Heussen, soone van de voornomde Johan van Heussen, de hofstede Stenevelt met sijne chingelen ende wateren, thuyn ende laen, alsoock alle de landen daeraen behorende, gelegen in Leyderdorp omtrent de Zijlbrugge, sulx deselve mij de voorschreve mijne huysvrouwe aen mij gemaeckt ende besproocken sijn". Verder legateerde hij aan mr. Dirck van Heussen, een broer van genoemde Gerrit, het "huys Thorenvliet tot Valckenburch", aan hun vader Johan van Heussen het huis op de Breestraat bij Rijnlandshuis en afkomstig van zijn schoonmoeder, eventueel onder betaling van 20.000 aan de familieleden van die kant, enz. enz. (33). Van belang is vervolgens het testament van de volgende eigenaar, genoemde verre verwant Gerrit van Heussen d.d. 25 april 1662, verleden voor notaris Arend Raven te Leiden (34). Hij legateert aan zijn enige zoon Steffen van Heussen "'t Huys genaemt Stienevelt gelegen ontrent de Zijlbrugge in den ambochte van Leyderdorp ende dat met alle de singelen, plantachie ende landen daeraen behorende, niets uytgesondert". Hij bepaalt dat het huis moet vererven op de nakomelingen van zijn zoon en zo die mochten ontbreken op de naaste familieleden, zodat het huis nooit uit de familie zou worden vervreemd. Tussen 1650 en 1662 verandert de benaming duidelijk van hofstede in huis, zodat mag worden aangenomen dat er inderdaad herbouw heeft plaats gevonden. Gezien de bewering van Hugo van Heussen dat de herbouw door Gerrit van Heussen gerealiseerd is, kan deze op de periode 1660-1662 gesteld worden. Na het overlijden van Steffen Gerritsz. van Heussen kwam het huis aan zijn enig kind Maria Cor nelia van Heussen, die in mei 1681 kinderloos overleed. Het vererfde daarop aan de kinderen van mr. Dirk van Heussen, een broer van de hiervoor genoemde Gerrit van Heussen, namelijk mr. Hugo en zijn zusters Weynina en Agatha van Heussen. Na het overlijden van beide zusters was mr. Hugo van Heussen de enige eigenaar. Hij was priester en stierf op 14 februari 1719. Zijn erfgenamen mr. Hugo Gaal, Johanna van den Velde, Maria Theresia van den Velde, Eva van den Velde, Hugo van den Velde en Johanna Schouten verkochten op 4 juli 1722 het dan weer hofstede genoemde Steneveld, bestaande uit een huis c.a., singels, plantages, weilanden en wateren, groot 12 morgen en 246 roeden, met alles wat aard- en nagelvast was "en gevolgelijk niet de bomen staande op de brug waar het voorhuys mede staat, welke alle den huurder toe behoren, uitgezonderd de 4 zware perebomen, die den heer koper zullen volgen", voor f. 6100,- aan mr. Pieter Versijden. Deze bezat reeds het aan de overzijde van de Zijl gelegen Zijlhof en was mogelijk bang voor ongewenste activiteiten die zijn uitzicht zouden kunnen bederven. Het geheel blijft in het bezit van de familie Versijden van Varick en hun nazaten nl. baron d'A- nethan te Brussel. In 1806 worden ais eigenaren van "de hofstede Steenveld" genoemd Jean Jacques Victor, Maria Cornelia en Appolline Josephina Versijden van Varick, van wie de laatste getrouwd was met de Belgische baron d'Anethan. (35) In 1854 wordt het openbaar verkocht en wordt eigenaar de Haagse rentenier Dirck Lammers. Na zijn dood spreekt men in 1875 van een bouwmanswoning, enige bijgebouwen en landen. Op de kadastrale minuut van 1835 is evenwel nog slechts een klein gebouwtje te zien in het grachtenvierkant, zodat het in de zeventiende eeuw weer opgebouwde huis toen al verdwenen moet zijn geweest. Wanneer de hofstede in de achttiende eeuw nog enige allure zou hebben gehad, zou het ongetwijfeld in één van de vele atlassen zijn afgebeeld. Nergens is echter een afbeelding teruggevonden. Slechts de opgravingen en opmetingen gedaan in 1989 kunnen ons een beeld geven van wat er eens stond, daar langs de Zijl; zie hiervoor het artikel van L. Barendregt en H. Suurmond-van Leeuwen op p. 105. (36). 97

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 99