Afb. 2 Uitsnede uit de kaart van Pieter Sluyter 1550 1541, waarin Gerryt Jan Kerstantsz. van Steenevelt ten overstaan van schepenen van Leiden de rente/pacht van zes karolusguldens schenkt aan "Beatris Gerrytsdochter, meester Vranck Paed- sen huysvrouwe, zijn dochter". De volgende vermelding is een indirecte en komt voor in de transportakte van de hofstede Ste- neveld d.d. 4 juli 1722 in het transportregister van Leiderdorp (13). Onder de in deze akte ge noemde herkomsttitels komt als oudste waarbrief voor die van 20 januari 1542, toen het goed door Floris van Stieneveld werd overgedragen aan Mr. Vrank Paats, de man van zijn zuster Beatrix van Stieneveld. Dit gegeven wordt bevestigd door de vermelding in het oudste morgen- boek van Leiderdorp uit 1543 waar als eigenaar wordt genoemd "Mr. Vranck Paedts die het huys selver gebruyckt met den uyterdyck" (14). De kort daarop volgende akte (15) van 28 augustus 1543 is een heel belangrijke: schepenen van Leiden verklaren dat Floris van Stienevelt ontvangen heeft van mr. Vranck Paeds, zijn zwager, gehuwd met Beatris van Stienevelt, 5000 karolusguldens in volle betaling van 8000 karolusgul dens, "roerende de coepe van de hofstede ende huysinge van Stienevelt mitten huysraet daerin- ne wezende ende mitte laenen, boomgaerden ende potinge dairtoe behoerende, mitsgaders omtrent 21 morgen lants, bij den hoep sonder maet, an deselve hofstede behoerende, gelegen in den ambochte van Leyderdorp, mit noch dat stienplaetshuys mitte stienoven, loedzen, schuy- ren ende oick daertoe al 'tgeen dat totte selve stienplaetse behoerende is, al 'twelck Paeds van Floris van Stienevelt gecoft heeft, breder blijckende bij de wairbrieve daervan wezende onder beding dat de losrenten van 50 resp. 18 karolusguldens, die Gerryt Jan Kerstantsz. heeft, zullen komen ten laste van Vranck en Beatrix. Hieruit valt te concluderen dat Gerryt Jan Kerstantsz. op dat moment nog leefde, maar de rekening van het Catharinagasthuis (16) van het boekjaar febr. 1543 tot febr. 1544 meldt de ontvangst van een legaat op 28 januari [1544] van Geryt Jan Korstenzz. ter waarde van het kapitale bedrag van 80 Philippusguldens. Blijkens een speciale vermelding was dat geld in feite al enkele jaren geleden ontvangen (17). Dit alles doet de gedachte opkomen dat Gerryt rond 1539 begonnen is zijn erfeniszaken te regelen. Dit vindt een extra bevestiging in het testament dat hij op 14 februari 1541 voor schepenen van Leiden maakte (18). Ook uit de rekeningen van de kerkmeesters van de St. Pietersparochie in Leiden, afgesloten in 1543, vernemen we dat geld is ontvangen wegens een testament van Gerrit Jan Kerstantszz (19). Hij moet dus nog tijdens zijn leven de verkoop van Steneveld c.a. aan eerst zijn zoon Floris geregeld hebben en daarna er mee ingestemd hebben dat deze dit weer over deed aan schoonzoon Paets. Beatrix en Floris zijn dus kinderen van Gerrit Jan Kerstantszz., die in 1515 onder de naam Gerrit Jansz. van Steeneveld werd benoemd tot hoogheemraad van Rijnland (20). Hij bleef dat tot zijn afstand in 1518. Dit is volgens de huidige stand van het onderzoek de eerste keer dat de naam 91

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 93