De collectie in Leiden De beeldjes en reliëfs die in Leiden gevonden zijn geven een gevarieerd beeld van de middeleeuwse pijpaardenindustrie, waarbij bijzonderheden op zowel stilistisch als iconogra fisch gebied zijn aan te tonen. De voorstellingen die Maria uitbeelden zijn het talrijkst. Hiervan is een bijzonder exemplaar een Maria-voorstelling, die de Vlucht naar Egypte uitbeeldt. Maria zit zijwaarts op een ezel en houdt in haar armen het kind vast. Het beeldje is nog redelijk intact, alleen het hoofd van Maria en dat van de ezel ontbreken (cat.nr. 1) (7). Duidelijk is te zien dat het beeldje uit twee delen bestaat, waarbij de achterkant vlak en nauwelijks uitgewerkt is. In de plooien van het kleed zijn op de witte klei restanten van polychromie te zien, wat er op duidt dat het beeldje beschilderd is geweest. Een reliëf van roodgekleurde klei toont het prototype van een Maria met Kind-voorstelling: Maria draagt in haar rechterarm het Kind, in haar linkerhand houdt zij een appel (cat. nr. 2). Haar kleed is uitvoerig geplooid en met een ceintuur om haar middel samengebonden; daaroverheen een mantel die met een band versierd is. Op het beeldje zijn nog sporen van een witte engobe te zien. Waarschijnlijk heeft het beeldje, dat in de Vestestraat gevonden werd (cat. nr. 6) oorspron kelijk eenzelfde Maria met Kind voorgesteld. Houding en kleed komen namelijk sterk over een. Aangezien een deel van het bovenlichaam ontbreekt is dit echter niet met zekerheid vast te stellen. Een bijzondere Maria-voorstelling is een klein grijskleurig reliëf dat Maria staande op een maansikkel uitbeeldt (cat. nr. 3). De figuur is omgeven door een achtergrond van stralen. De voorstelling moet teruggaan op een tekst uit de Bijbel: Openbaring 12, waarin een vrouw, door middeleeuwers als Maria beschouwd, aan de hemel verschijnt: met de zon bekleed, met de maan onder haar voeten (8). Wat betreft de kleine Christusbeeldjes (tot ca. 5 cm) die overal in groten getale gevonden worden (zie bijvoorbeeld de collectie in het Catharijneconvent in Utrecht en die in het Rijksmuseum van Oudheden in Leiden) kent Leiden slechts één min of meer volledig exemplaar (cat. nr. 8). Hoewel het hoofd en het rechterbeen ontbreken is het Christuskind duidelijk te herkennen; op zijn borst houdt hij in beide handen een duif vast. Dergelijke "miniatuur"-beeldjes werden waarschijnlijk als een soort talisman of amulet meegedragen (9). Een fragment van een voetstuk, voorstellende een rotsachtige bodem met daarop een paar blote voeten heeft vermoedelijk behoord tot een beeldje dat Christus op de koude steen voorstelt: in afwachting van de kruisiging zit Christus op een steen, gekleed in een lenden doek, met de doornenkroon op zijn hoofd (cat. nr. 17). Een volledig exemplaar is te zien in het Catharijneconvent in Utrecht. Tot slot moet in deze reeks van Mariavoorstellingen een Piëta-groep genoemd worden, die zich thans in de collectie van de heer Van Beuningen bevindt (cat. nr. 4). Op een aman delvormig voetstuk zijn Maria en Christus afgebeeld. Het lichaam van de gekruisigde Chris tus rust op de schoot van Maria. Beide figuren dragen een nimbus. Een dergelijke groep werd slechts zelden in pijpaarde uitgevoerd. Naast deze Maria- en Christusvoorstellingen komt een grote verscheidenheid aan heiligenfi guren voor, die, zoals reeds eerder gemeld, aan hun attributen merendeels te herkennen zijn. Zo stelt een vrij gaaf beeldje in grijsbruine klei (cat. nr. 21) Maria Magdalena voor: zij draagt een zalfpot in haar linkerhand en een boek in haar rechterhand. Ook de kleding zou typisch de dracht van Maria Magdalena zijn: een wijd gedrapeerde mantel en een band rol op haar hoofd. Een groot reliëf (ca. 18 cm) (cat. nr. 24) toont een vrouwenfiguur in een rijk versierd kleed met een toren aan haar linkerzijde. Zij stelt de Heilige Barbara voor, die door haar vader in een toren werd opgesloten omdat zij zich tot het Christendom wilde bekeren. Soms draagt zij een model van een toren in haar hand, zoals bij een van de beeldjes in het Rijksmuseum in Amsterdam (cat. nr. 574). Een andere heilige die vaak voorkomt is de Heilige Catharina, die als martelares met één van haar martelwerktuigen wordt uitgebeeld. In de Leidse verzameling komt een Catharina- figuur voor met een zwaard (cat. nr. 22). Zij steunt met haar rechterhand met het zwaard op de grond, terwijl ze in haar linkerhand een opengeslagen boek heeft. Haar kleed is rijk geplooid en bezet met edelstenen. Resten van polychromie tonen dat het beeldje oor spronkelijk beschilderd was. Ook hier is duidelijk te zien dat het beeldje uit twee delen bestaat: aan weerszijden is de naad nog voelbaar.

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 69