Gevonden voorwerpen Naast de westgevel bleken alleen bakstenen uit de 2de (en 1ste) fase voor te komen zodat kan worden aangenomen dat in de 3de bouwfase grote delen van het oude gebouw zijn gehandhaafd. In de gracht ten zuiden van het gebouw werd in het puin een brok muurwerk van alleen stenen van 18/18,5x9x4/4,5 cm gevonden zodat aan genomen kan worden dat behalve de noord- ook de zuidgevel geheel of gedeeltelijk in de 3de fase is herbouwd. Vlak naast het privaat uit de 2de bouwfase werd aan de buitenzijde een tweede privaat aangebouwd met stenen van 18/18,5x9x4/4,5 cm (spoor 4e). De opening van het oudere privaat werd in de 3de fase niet gedicht zodat het vermoedelijk is ge handhaafd. Het feit dat gelijktijdig de stortkokers van twee privaten zich zo dicht bij elkaar bevonden kan betekenen, dat één van de privaten zich op een verdieping be vond. Ten zuiden van het gebouw werden in 1975 de afgebroken stompen gevonden van enkele zware brugpalen. Hieraan zijn er nog een paar toegevoegd. De palen, in doorsnede rechthoekig met een afmeting van ongeveer 10 bij 15 cm, waren niet aangepunt en ingeheid maar hadden platte koppen en waren simpelweg in de grachtbodem gezet. Ze vormden een rij vlak langs de zuidgevel en een rij middenin de gracht. Mogelijk is het grondplan van de brug niet volledig doordat enkele palen kunnen zijn uitgetrokken. Na 1573 heeft men de ruïne nog enige tijd laten liggen, want er heeft zich in de gracht over de puinlaag heen een donkerbruine sliblaag met rietresten gevormd. De gracht moet nog jarenlang een ondiepe poel zijn geweest voordat men deze dempte met klei, zand en puingruis. Het merendeel van de 205 aardewerkfragmenten uit de opgraving is afkomstig uit de puin- en slibopvulling van de noord-zuid gerichte sloot aan de westkant (spoor 6a) en is dateer- baar in de tweede helft van de 16de of eerste helft van de 17de eeuw (8). Enkele relatief vroege potscherven kwamen uit de klei waarmee een sloot aan de zuidkant (spoor 1a) was gedempt, namelijk een 15de eeuwse bodemscherf van een rood aardewer ken kamerpot "met ziel" en een grijze steengoedscherf met radstempelversiering uit Langer- wehe. Verder kwamen er 11 fragmenten van rood aardewerk en 1 van grijsbruin steengoed uit. Van direct aan de bewoning van het huis toe te schrijven voorwerpen werd uiterst weinig gevonden. Vloerniveaus binnen het gebouw waren vergraven en er was geen beerput. Uit de puinlaag (3b) in de gracht, van de sloop in 1573, komen 3 scherven Duits steengoed met grijs/bruin zoutglazuur (twee platte bodems met voetring) (9) en 14 rood aardewerk fragmenten. Van de laatstgenoemde verdient een grote vrijwel complete zalfpot speciale vermelding. Deze heeft een platte bodem en een met een knik gemarkeerde iets uitgebo gen rand. Uitwendig is de pot versierd met een groengeglazuurde sliblaag. De ongewoon nadrukkelijke draairibbels inwendig, in het midden van de bodem tot een spitse punt ge draaid, kennen we niet uit het normale rode aardewerk en doen vermoeden dat het een import-artikel is. Onderin de gracht bevond zich een dunne sliblaag (spoor 3a) die in totaal slechts 1 scherf van Waldglas en 3 potscherven prijs gaf, namelijk 1 van grijs zoutgeglazuurd steen goed en 2 van rood aardewerk, 15de of 16de eeuws. Behalve leifragmenten van de dakbe dekking werden er ook stukken in gevonden van glas-in-lood vensters met sterk ven/veerd glas erin (afb. 6). Een van de stukken heeft het patroon van een wapen (een samenge steld wapen met twee of meer velden), helaas incompleet. Ook waren er losse fragmenten van allerlei rood, blauw en lichtgroen gekleurde ruitjes en enkele van gebrandschilderd kleurloos glas. In 1975 is bij de Coebel ook een fragment gevonden van een kacheloventegel, gemaakt van donkergroen geglazuurd witbakkend aardewerk en waarschijnlijk geproduceerd in of nabij Keulen. Het gaat om een stuk lijstwerk, dat is versierd met een fries waarin geblader te en een medaillon van een Januskop zijn verwerkt. Het dateert uit het tweede of derde kwart van de 16de eeuw (10). Het zal ofwel aan een ovenkachel, ofwel als afwerking van een schouw zijn gebruikt. 46

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 48