HET KASTEEL COEBEL ALIAS WADDINXVLIET BIJ LEIDEN Inleiding De morgenboeken van Zoeterwoude P.J.M. de Baar en I. Nuijten Waar van sommige kastelen in de verre omtrek van Leiden de geschiedenis vrij compleet of vrij gemakkelijk te achterhalen is, gaat onderzoek naar andere, met name minder belangrijke, kaste len erg moeizaam. Daartoe behoort zeker ook het buiten "Coebel" onder Zoeterwoude, sedert de grenswijziging van 1920 onder de gemeente Leiden vallend. Maar zoals soms van bekende kas telen nog weer belangwekkend materiaal op een onverwachte plaats opduikt (1), zo kan bij ieder onderzoek geluk een grote rol spelen en dit was bij het onderhavige ook het geval. In Rijnland zijn er heel wat overoude kastelen en daarmee gelijk te stellen bouwwerken gelegen direct aan een groot vaarwater. Onder Zoeterwoude waren dat bijvoorbeeld Meerburg, Roden burg, Cronestein, Rijnegom en Swieten aan de voornaamste zijriviertjes van de Rijn. Dat deze kastelen eertijds een militaire functie gehad hebben en mogelijk hun bestaan begonnen zijn als een eenvoudige versterking, een soort blokhuis, kan men zich wel voorstellen (2). Bij Coebel moet dit toch wat anders liggen, want dit stond niet onmiddellijk aan de Oude Vliet, zodat het in de tijd van pijl en boog wat onhandig geweest moet zijn om vanuit een kasteeltje dat niet aan het water stond, eventuele vijandelijke schepen onder vuur te nemen. Dit zou er op kunnen wijzen dat Coebel als kasteel pas uit een tijd stamde dat de militaire functie amper nog ter zake deed of bijvoorbeeld vuurwapens een grotere afstand tot het doel gemakkelijk konden overbrug gen. Het kasteel wordt door tal van geschiedschrijvers genoemd, maar zoals gebruikelijk schre ven de meesten de gegevens van voorgangers over, al dan niet inclusief de drukfouten en daar zelf weer nieuwe drukfouten aan toevoegend. Het kaartmateriaal van de omstreken (3) is over weldigend rijk en fraai van vormgeving (vooral landmeter Jacob van Banchem maakte van zijn kaarten ware kunststukjes, die een genoegen voor het oog zijn), maar laat nu net deze hoek op al dat kaartmateriaal niet afgebeeld zijn! In de stapel "Kaartboeken" van het Gemeente-archief Leiden wordt Coebel een enkele keer nog net op de rand van een kaart als een belendend perceel vermeld, maar de precieze vorm van dat perceel en gegevens over de eigenaars ervan worden niet meer de moeite van het vermelden waard gevonden. Dit is wel verklaarbaar door het feit dat dat stuk land altijd bezit van particulieren geweest is en niet van een instelling die zijn landbezit weer eens liet afbeelden. Als schrijfwijze is hier steeds de vorm "Coebel" aangehouden, behalve in citaten waarin een andere schrijfwijze gehanteerd werd. Zo schrijft de bekende stadsbeschrijver Jan Jansz. Orlers (4) in zijn lijst van kastelen rond Leiden: "Het Huys te KEVBEL, ofte Coebel, 't welck oock ghe- legen heeft buyten de Witte Poort aen de oude Vliedt, aen dees sijde daer nu den Tuyn van de Knotters leyt, alwaer in de Troublen anno 1566 de tweede openbare Predicatie gedaen is", waar bij de letter V als een U gelezen moet worden, dus "Keubei". Alles wat maar aan schrijfwijzen tussen die twee uitersten te bedenken valt, maar ook wel zonder e in de schrijfwijze "Cobel", kan men wel ooit ergens aantreffen. Aan een zekere standaardisering is dan niet te ontkomen en "Coebel" is per saldo toch wel de meest voorkomende vorm. Dankzij de 16de-eeuwse belastingen op grond en huizen kunnen we iets meer duidelijkheid over het kasteel "Coebel" krijgen. De vroegste vermelding is een post uit 1544 in het morgenboek van Zoeterwoude. Een morgen was een oppervlaktemaat, gelijk aan een stuk land dat in één mor gen geploegd kon worden. In de morgenboeken werden de eigenaars van het land opgetekend met het aantal morgens dat ze bezaten. In 1544 staat er in het morgenboek vermeld dat "Dirck Koebel in Den Haech" een huis bezat in Zoeterwoude met een stuk land dat er naast lag (5). De totale oppervlakte was 2 morgen, 1 hond, 32 roeden. Hierbij moeten wij ons een lapje grond voorstellen van ongeveer 190 are. Het terrein waarin in 1988 archeologisch bodemonderzoek plaatsvond (6) besloeg 90 x 90 m 81 are). Omgerekend naar 16de-eeuwse maten is dit nog minder dan 1 morgen. Het grondbezit van Dirck Koebel was volgens deze vermelding dus uitgebreider dan alleen het opgravingsterrein. Voorts staat bij deze vermelding in het morgenboek nog dat Mees Dircxz. Vos de "bruycker" van

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 33