Afb. 10 a. b. Beeld van Graaf Ekkehardt (Naumburg, Dom) Grafmonument Worcester Cathedral met een gesp gesloten werden, terwijl Duitse, Zwitserse en Scandinavische riemen overwegend door twee gaten in het brede uiteinde vastgeknoopt werden. Het beeld van Graaf Ekkehard toont de riem - zoais gebruikelijk - netjes om de schede gewon den, de brede bovenriem (4) hangt over zijn schild en de gespleten uiteinden van de lange on derriem zijn onder aan het zwaard geknoopt. Hoewel de gesp in België op, grafplaten overheerst, zijn er toch ook enkele knoopsluitingen (Wauthier de Houtain, overleden 1280, Villers-la-Ville, Brabant, cf Greenhill 1976, pl. 48 en verdere exemplaren aldaar). Het zou eveneens interessant zijn te zien of Nederland ook een plaats in de overgang tussen deze twee tradities inneemt. Overigens moet deze Z W/N O Europese scheiding niet al te strikt genomen worden: gespsluitingen verschijnen ook wel in Duitsland (b.v. Marburg, Bielefeld, cf. Bauch 1976 Abb 177, 215-16) en zelfs Polen (Bauch 1976, Abb 21; Norris 1978, 113-114, deze bronzen platen zouden echter importstukken uit Vlaanderen kunnen zijn). Het uiteinde van de bovenste zwaardriem kan gewoon om de schede gevouwen worden zoals te zien is op een graffiguur in Worcester Cathedral (afb. 10b, Tummers 1980, fig. 14, ca 1250 - 1260), maar gebruikelijker is dat het door spleetjes in de schede geregen is (vgl. afb. 11 d). De onderste riem is dan om de schede gevouwen en is vastgeregen met een dun overgebleven sliertje van de bovenste riem (zoals vermoedelijk het geval is op het bewaarde riemfragment). Dit sliertje loopt voorlangs de schede; op Engelse afbeeldingen is het enkelvoudig, op het vasteland vaak gekruist. Schuine spleetjes op de scheden afb. 12c verraden de loop van deze verbinding. Vrijwel alle bewaarde bovenkanten van scheden tonen de spleetjes van één of andere variant op de riembevestiging (afb. 12). Scheden met één rij spleten combineren waarschijnlijk een geregen bovenriem met een aparte koker (cf Naumburg) terwijl bij scheden met twee rijen, beide riem- stukken door de schede geregen moeten zijn geweest. De combinatiemogelijkheden die de sche den vertonen zijn aanzienlijk groter dan de afbeeldingen en sculpturen doen vermoeden en voor sommige van onze ingewikkelde varianten bestaat geen parallel in de kunst. Niet alle bevestigingsmethoden laten zichtbare sporen achter op de schede. Bij het zwaard van Sancho IV zijn de twee gedeelten van de riem vastgeregen aan een lederen koker om de sche de (afb. 11a, bij ons mogelijk nr. 29). Vanaf ca 1300 begint men de lederen kokers door metalen 171

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 173