Andere Rijnlandse pottenbakkers maakten verwante waren maar hun rol in de Rijnhandei met Leiden is gering of nihil geweest. Er bevinden zich onder het Stenevelt-materiaal 2 randscherven van geelgeglazuurde steilwandige kookpotten met platte bodem, al dan niet voorzien van pootjes (een ervan op afb. 1:B), 1 fragment van een inwendige groengeglazuurde platte bodem en 1 vrijwel complete donkergroene eetkom (afb. 1:A) (9). Lokaal gemaakt rood en wit aardewerk Het rood aardewerk maakt 93% uit van het vondstmateriaal. Van ongeveer de helft ervan zijn de functie en tenminste bij benadering de vorm te bepalen (tabel 2), van 142 fragmenten werd het pottype vastgesteld (tabel 1). De typologie van Leidse rood aardewerk van Bitter 1987 werd uitgebreid met enkele nieuwe typen of varianten: Type 3B is een wijde versie van kookpot-type 3 (A), een grape met een lage, naar buiten geknikte rand. Wat betreft de datering van 3B is wel licht een parallel te trekken met de wijdere versie van type 6 die in de loop van de 16de eeuw opkwam (10). Type 8c is een hoge grape met een brede dekselgeul. De varianten van type 8 zijn dateerbaar van omstreeks 1400 - het jongste mij bekende exemplaar in 1657 (11). Een bakpan met een tot een dekselgeul uitgebogen brede rand is type 16c genoemd, te dateren in de 16de of begin 17de eeuw. Een andere aanvulling op de bakpannen is type 18b, een wijd en ondiep model met brede kraagrand, mogelijk kenmerkend voor de 16de eeuw (12). Een bolle eetkom met een bodem met ziel en een kleine dekselgeul is bestempeld als type 38b. het model is bekend uit 15de eeuwse context maar onduidelijk is of hij nog in de 16de eeuw is gemaakt (13). Typen 54b en c zijn varianten van een platte vergiet. Een versie van kamerpot type 30 met een simpel uitgebogen rand in plaats van een dekseigeul is type 30b. Typen 30a en b, met een hoge schouder en cylindrische hals, zijn in Leiden te dateren van eind 15de tot mogelijk nog begin 17de eeuw (14). Een uitzonderlijk model is de grote cylindrische pot type 57 (voorraadpot?), waarvan een wand- fragment is gevonden met de aanzet van een verticaal oor (15). Een bijzondere vorm is ook de spreeuwpot, type 58, te dateren vanaf de 2de helft van de 15de eeuw. Spreeuwpotten zijn bolle ongeglazuurde potten met een lange hals die speciaal gemaakt zijn als nestkastje voor spreeuwen, niet uit louter dierenliefde maar met een bijbedoeling. De jonge spreeuwen beschouwde men namelijk als een delicateese en de potten hebben een aparte opening om ze eruit te kunnen halen. Er zijn twee basisvormen bekend, namelijk een pot waar van de bodem tegen de muur werd gehangen en een pot die met de zijkant vlak tegen de muur hing. Het roofgat is zodanig gemaakt dat het in opgehangen toestand tegen de muur zit of dat er een dekseltje voor kan (16). Bij ons vondstmateriaal bevinden zich fragmenten van 2 exemplaren van het tweede model (afb. 5). Het ene is zeer incompleet en toont alleen dat het niet één maar twee roofgaten had. Het andere, eveneens incompleet, is beter te reconstrueren. De halsopening meet inwendig 3,6 cm - de gangbare maat varieert tussen 2,6 en 4,5 cm. Om het aanvliegen voor de vogels te vergemakkelijken werd door twee speciale ogen een zitstokje gestoken onderlangs de opening. De zijde die tegen de muur hing en waaruit het roofgat is gesneden, is afgeplat. De pot heeft een ophangoog op de buik gehad. De functie van een twee de ophangoog, waarvan de afdruk op de buik van de pot tegenover de zijde met het roofgat aanwezig is, is een raadsel. Een unicum is de bovenhelft van een grote voorraadkruik, ongeglazuurd en versierd met kam- streken in een golfbandpatroon (afb. 5: A). De variatie aan functies onder het verzamelde rode aardewerk is groot. Het merendeel betreft kookgerei met opvallend veel grapen van type 6 (veel randfragmenten zijn te onvolledig om 6a en 6b te scheiden; de indruk bestaat dat beiden ongeveer evenveel zijn vertegenwoordigd). Van het tafelservies valt het grote aantal eetkommen op, overwegend van type 36. Van dit type zijn er ook 2 exemplaren van wit aardewerk (de lokaal te Leiden gemaakte waar (17)). Er is echter niet alleen keuken- en tafelgerei maar ook ander huisraad aanwezig, zoals verschei dene kamerpotten, vuurtestjes, een vuurklok, een olielamp, een spaarpot (afb. 7), bloempotten (van een model zonder gaatjes, dat vanaf de 15de eeuw is gemaakt (18), en spreeuwpotten. De vondsten uit het gedempte riool vertonen dezelfde variatie als die uit de gracht (19). Bovendien vond men hier een scherf van een lichtgroen bekerglas versierd met bobbels in ruitpatroon, en een 15de of 16de eeuwse geelkoperen rekenpenning met pseudo-randschrift (afb. 9). 120

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 122