In de zuidelijke gracht werden van de toegangsdam tot het eiland de resten van de beschoeiingen c.a. gezien. In de westelijke gracht bevond zich op één plaats veel scherfmateriaal uit de 15de-17de eeuw, zie hiervoor de beschrijving door P. Bitter op pag. (5). Hoger in de vulling van de gracht bevonden zich flessen en aardewerk uit de 18de en 19de eeuw. Op de hoek van de westelijke en zuidelijke gracht werd een spreeuwenpot gevonden, terwijl ook twee niet gebruikte kloostermoppen afm. 27 x 13 x 6,5 cm en een zwaar gesinterde ongebruikte steen afm. 22 x 11 x 4,5/5 cm, krom getrokken en vol bak- en koelscheuren werden aangetroffen. Al deze ongebruikte steen is waarschijnlijk afkomstig van de steenplaatsen (steenbakkerijen) die in de directe omgeving langs de Oude Rijn stonden. In één van de ongebruikte kloostermoppen was in de groene steen handmatig een vrijwel rond gat 0 4 cm over de dikte van de steen gemaakt. De mop was in een vormbak gemaakt, getuige de afdrukken daarvan in de steen. Het gat was aan de vormbakzijde met de hand afgeschuind, aan de andere zijde was het onbewerkt. Het gat bevond zich ca. 3 cm vanaf de randen van de steen. De aangetroffen funderingen waren in het algemeen ondiep tot zeer ondiep gefundeerd, ca. NAP-1 m. Zij kunnen vanwege de aanwezigheid van bouwnaden, grosso modo aan ten minste vier bouwwerken worden toegeschreven, afb. 9. Daar waar resp. muren van gebouw B aansloten op die van gebouw A en van gebouw C op die van de gebouwen A en D waren zij niet in verband gemetseld en was of een verticale naad aanwe zig (C - D) of was de fundering van resp. B en C tegen de versnijdingen van A aangemetseid. Hieruit mag worden geconcludeerd dat A en D aanwezig waren toen B en C ontstonden. De funderingsmuren in elk van de complexen waren onderling alle in verband gemetseld. Nagenoeg alle funderingsresten zijn bij de bodemsanering in situ gelaten en met zand bedekt voor een mogelijke latere opgraving. De onderscheiden bouwwerken Bouwwerk A De aangetroffen muurresten waren niet alle tot dezelfde hoogte gesloopt. De resterende hoogten varieerden van 10 lagen tot nog maar 1 laag metselwerk. Op enkele plaatsen was nog opgaand werk zichtbaar; de breedte daarvan was 21/è steen of ca. 50 cm. Van complex A is de westelijke sluitingsmuur niet aangetroffen, die was kennelijk gesloopt. Tussen het einde van de aangetroffen funderingen en de grachtinsteek is dicht bij de laatste nog een vaag puinspoor gezien. Mogelijk is dit de rest van de uitbraaksleuf van de westelijke sluitingsmuur. Ook de noordelijke sluitingsmuur is niet aangetroffen. Het lijkt erop dat die bij de verbreding van de noordelijke gracht is vergraven. De muren waren alle op dezelfde hoogte gefundeerd op een blauwe kleilaag met uitzondering van muur a - b (afb. 6) die zeer hoog gefundeerd was. In muur e - f (afb. 6) was secondair een aantal kloostermoppen verwerkt. Sommige muren waren door versnijdingen aan beide zijden van de muur verbreed tot maximaal 1,2 m. Andere muren ble ken slechts eenzijdig verzwaard te zijn. De reden hiervoor is niet duidelijk geworden. Op de buitenzijde van muur c - d (afb. 6) waren roetsporen aanwezig. Dit zou kunnen duiden op een stookplaats aan de binnenzijde. De steenmaat was gemiddeld 20 x 9 x 4,5 cm, de steen was zacht met een rood/bruine kleur. Aan het einde van de oostelijke sluitmuur werd een achthoekige paal gelokaliseerd. Waarschijnlijk is dat een achtergebleven deel van de paal van een latere hooiberg. Tot het complex behoorde een groot gekruind gemetseld riool. De bodem en het gewelf waren gemaakt van steen met afm. 18,5 x 9,5 x 4 cm en de wanden van kloostermoppen, afm. 28,5 x 13,5 x 7 cm. In dit riool en ervoor, bij de uitmonding in de westelijke gracht, werd scherfmateriaal aangetroffen (5). Langs de oostzijde van de westelijke gracht werden resten van een vroegere oeververdediging ge zien terwijl in die gracht aan de noordhoek brokken metselwerk werden gelocaliseerd die daar bij de sloop mogelijk zijn terecht gekomen. Bouwwerk B Dit complex is ongetwijfeld de fundering van een spiltrap met een breedte van ca. 1,10 m. De ge bruikte steen lijkt zeer veel op die van complex A. 109

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1990 | | pagina 111