Dit verklaart de waargenomen verschillen niet afdoende. Hoog stens kan men nu veronderstellen dat in 1763 wellicht niet alle walmuren vernieuwd zijn. Uit het feit dat de natuurstenen dekzerk op de westelijke wal- muur en de bekleding in natuursteen van die muur tot ca. 1 m achter de voorzijde van de aangrenzende walmuur langs de Aal markt doorlopen (op een fundering die zelf tot 1,50 m door loopt, zie afb. 4), kan men afleiden dat de walmuur langs de Aalmarkt ten westen van het hoofd sinds de bouw van de muur van het Waaghoofd ca. 1 m is ingezet. Aan de oostzijde van het hoofd loopt de dekzerk tot ca. 0,5 m achter de aangrenzende walmuur door. Dat zou op dezelfde wijze impliceren, dat daar de aangrenzende walmuur naderhand 0,5 m is ingezet Voor de oplossing van deze en dergelijke problemen is, naast historisch onderzoek, het verzamelen van bouwkundig-historische gegevens bij de uitvoering van restauratie- en renovatiewerken van groot belang. Noten (1) G.L. Driessen, Openbare Werken der stad Leiden gedurende den loop der 15e en vroegere eeuwen (O.W. I), Leiden 1941, 26. (2) H.A. van Oerle, Leiden binnen en buiten de stadsvesten, Leiden 1975 dl. I, 192. (3) GALeiden, Secretarie-archief II, nr. 441, fol. 96-98. (4) ARA Brussel, GRM, BH, 492 subf. o en aa. (5) Atlas de mapas de ciudades, Holandesas del siglio XVI, Biblioteca Nacional de Madrid, seccion manuscritos Res. 200, folio 30, las dos paginas. (6) Museum "De Lakenhal", copie Jacob van Werven uit 1744, naar verloren origineel. (7) G.L. Driessen, Openbare Werken der stad Leiden gedurende den loop der 17e eeuw (O.W. Ill), Leiden 1935, 28. (8) GALeiden, Prentverzameling 262. (9) GALeiden, Prentverzameling nr. 277. (10) Driessen, O.W. III, 30. (11) Drie ssen, ibidem. (12) Driessen, O.W. III, 32. (13) G.L. Driessen, Openbare Werken der stad Leiden gedurende het tijdvak 1700-1809 (O.W. IV), 14. 88

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 94