bestaan, omdat anders het "meenemen" van gemetselde bruggehoof- den in de nieuwe walmuur efficiënter zou zijn geweest. Toen in een later stadium alsnog een stenen brug gebouwd werd, bouwde men die gemakshalve tussen de inmiddels bestaande walmu- ren. Anderzijds blijft het mogelijk, dat hier van een doelbewuste bouwmethode sprake is. Bij de vernieuwing van de Zuidsingelbrug en de Kerkpleinbrug (die beiden omstreeks 1661 gebouwd zijn) zal in de komende jaren nagegaan worden of het mogelijk is meer licht te werpen op de gevolgde bouwwijze. Bij de vernieuwing van de Herenbrug over de Herengracht in 1980 is reeds gebleken dat daar weliswaar dezelfde vorm gebouwd was, maar zeker niet tussen de bestaande walmuren. De vorm van de landhoofden van een brug is derhalve niet kenmerkend voor het wel of niet ge bouwd zijn van die brug tussen walmuren. Eveneens onopgelost blijft het mysterie van de ongelijke funde ring. De bodemgesteldheid, die ten behoeve van de vernieuwing door sonderingen nog eens goed is onderzocht, geeft geen enkele aanleiding voor het uitvoeren van de merkwaardige constructie, waarbij slechts één pijler onderheid was. Het was bepaald ook geen bouwkundig principe. Dat de uitvoering als driebogenbrug in fasen is uitgevoerd, waarbij bijvoorbeeld eerst een tweebogenbrug met ongelijke bo gen gebouwd was; of dat een boog en pijler van een niet onder- heide brug ingestort zijn, zodat bij het herstel aan één kant een paalfundering werd aangebracht, het blijven gissingen, die hopelijk door nader onderzoek ooit opgelost kunnen worden. De walmuren van het Waaghoofd Ongeveer 40 m ten noordwesten van de Visbrug, nagenoeg voor de Waag, is de walmuur langs de zuidzijde van de Rijn over ca. 14 m tot een diepte van ca. 8 m ingezet, waardoor het zgn. Waaghoofd gevormd wordt. In 1981 werd besloten de betreffende walmuren te vernieuwen. Bij het amoveren van de oude muren werd de bestaande situatie geregistreerd, zoals op afb. 4 staat aan gegeven. Het bleek, dat de walmuren slechts aan de noord- en westzijde van het hoofd tot op het houten roosterwerk van de fundering met natuursteen bekleed waren. De walmuur langs de oostzijde van het hoofd was slechts over ca. 1,40 m aansluitend aan de noordzijde op dezelfde wijze bekleed, terwijl het overige deel van die muur slechts een bekleding van steens metselwerk bezat, die vrijwel los stond van de rest van de muur. De fundering op palen was ook slechts aan de noord- en westzij de aangebracht. Daarbij kwam overigens aan het licht dat de fundering van de oostelijke en westelijke "zijmuren" van het hoofd landinwaarts doorloopt achter de eigenlijke walmuren van de Aalmarkt. Naar aanleiding van deze verschillen werd een beperkt archief onderzoek uitgevoerd, dat helaas slechts aan het licht bracht, dat de betreffende walmuren in 1763 (voor het laatst) vernieuwd werden 13) 87

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 93