Tussen het pakket ophogingslagen en de daarboven liggende zand laag zijn op tal van plaatsen veldkeien aangetroffen die waar schijnlijk met de aanwezige puinresten van baksteen aan de bo venkant van deze laag vanaf de veertiende eeuw één van de oud ste bestratingen in de Breestraat vormden. De daarboven liggen de laag zand vormde het zandbed, waarop vanaf de zestiende eeuw de bestratingen zijn aangebracht. f de Pieterskerk Uit het geologisch onderzoek ter hoogte van de tegenwoordige Pieterskerk bleek, dat de hogere grondlagen in de loop der eeuwen tot op vrij grote diepte zijn verstoord door een reeks begravingen in en rondom de kerk. De natuurlijke, pre-Romeinse ondergrond bestaat aan de bovenkant uit een zware, stugge klei laag, die op grotere diepte geleidelijk overgaat in fijnzan- dige, gelaagde afzettingen. In een aantal boringen is vastgesteld, dat bij de aanleg van de grafkelders deze pre-Romeinse kleilaag is ingesneden. Als gevolg van deze verstoringen zijn de latere, eveneens fijn- zandige, middeleeuwse afzettingen aldaar dan ook niet aange troffen. Tijdens de restauratie van de Pieterskerk werd van de mogelijk heid gebruik gemaakt om een onderzoek in te stellen naar de voormalige twaalfde-eeuwse kapel, die bescheiden van omvang is geweest. Er werden resten van een natuurstenen fundering gevon den, waarvan mag worden aangenomen dat deze deel uitmaakte van de in 1121 gewijde grafelijke kapel. Ook werd tijdens dit on derzoek de omvang van de kerk uit het midden van de veertiende eeuw vastgesteld. Voorts werd de fundering van de toren, beho rende bij deze bouwfase, aangetroffen. Dat was de voorloper van de, beduidend hogere, toren "Sterre der Zee11 die in 1512 is ingestort. g de ophogingslagen langs de oevers van de Oude- en Nieuwe Rijn Aan de zuidzijde van de rivier loopt de uiterwaard van de Nieu we Rijn zeer geleidelijk tegen het middeleeuwse dijklichaam in de Breestraat op en neemt de ophogingslaag vanaf de Breestraat naar de rivier in dikte toe. Ter plaatse van de Botermarkt en eveneens bij de Vismarkt bereikt deze ophogingslaag een dikte van 1,5 m. In 1976 vond onder leiding van drs. H.A. Heidinga van het IPP op het terrein van de Hoogheemraadschap Rijnland tussen de Breestraat en de Boommarkt een beperkt onderzoek plaats met het doel inzicht te verkrijgen in het karakter en de fasering van de stedelijke uitbouw in de rivier. Van een dijkvoet aan de noordkant van de Breestraat is bij dit onderzoek niets geble ken. Tijdens de bouw van een nieuw gebouw voor het Hoogheem raadschap Rijnland hebben de schrijvers van dit artikel echter in 1977 de aanwezigheid van de zuidelijke Rijndijk ter hoogte van de Kakelaarsteeg door middel van een aantal boringen, deels onder het trottoir in de Breestraat kunnen vaststellen. Voorts werd in 1981 tijdens de werkzaamheden in de Breestraat in de rioolsleuf de zuidelijke voet van het dijklichaam waargenomen. 79

Historische Kranten, Erfgoed Leiden en Omstreken

Bodemonderzoeken in Leiden | 1982 | | pagina 83